Opinie, Nieuws, België -

De last van de werkgevers: de loonkost

In haar memorandum voor de komende verkiezingen stelt UNIZO dat loonlastenverlaging de topprioriteit is. Dat bleek uit een rondvraag bij ondernemers waarbij 1 op 2 het verbeteren van het concurrentievermogen door een loonlastendaling voorop stelt. De ondernemersorganisatie pleit voor een daling van 7 miljard euro, goed om 80.000 jobs te kunnen creëren.

dinsdag 4 februari 2014 10:37

Om deze 7 miljard te financieren, verwijst UNIZO naar besparingen op de regionale overheidsniveaus, een tijdelijke blokkering van de welvaartsenveloppe, een blokkering van de index, het afschaffen van een overheidscompensatie bij ongemotiveerde loopbaanonderbreking en tijdskrediet. Loonlasten: er bestaan geen lasten op het loon. Er bestaan wel bijdragen die een deel van het loon zijn, en die zorgen voor een ‘sociale zekerheid’. Als werkgevers het hebben over de (te) hoge loonkost, dan hebben ze het vooral over de bijdrage van het loon dat ze moeten doorstorten aan de sociale zekerheid.

Hun redenering is dat de werknemers daar toch niets van zullen voelen, want een vermindering van die bijdrage wijzigt niets aan het brutoloon, en dus ook niet aan het netto loon, dat de werknemer op zijn loonbrief ziet staan. De bijdrage die de werkgever doorstort aan de sociale zekerheid staat immers niet op de loonfiche, waardoor het lijkt alsof het ook geen deel uitmaakt van het loon.

Deze bijdrage verminderen, een tijdelijke blokkering van de welvaartsenveloppe en een blokkering van de index zoals UNIZO voorstelt, maakt dat sociale zekerheid en gezondheidszorgen duurder worden, waardoor de koopkracht van de werknemers wordt aangetast. In plaats van de beloofde 80.000 jobs die UNIZO vooropstelt, zal het eerder leiden naar een economische, sociale en financiële crisis.

Dat gaat als volgt: de drijvende kracht, zoals bleek uit de rondvraag bij de ondernemers, is het concurrentievermogen. Dat wil zeggen concurrenten inpalmen door goedkoper te werken. Dat kan alleen door de loonkosten te drukken of door met minder arbeidskrachten of met meer machines productiever te produceren. Onvermijdelijk snijdt men in de koopkracht van de werknemers.

Zo ontstaat een tegenstelling tussen een stijgende productiecapaciteit en een dalende koopkracht. Het resultaat is dat er niet meer geconsumeerd wordt en dat de bedrijven met hun producten blijven zitten, de basis van elke crisis. Krediet en speculatie kunnen een tijd lang de kunstmatige vraag creëren en de crisis in de productiesfeer wegmoffelen. Maar als de kloof tussen droom en werkelijkheid te groot wordt, spatten de financiële bubbels uit elkaar, kunnen mensen hun leningen niet meer terugbetalen en hebben ze het moeilijk om nog een woning of andere aankopen te doen. Het gevolg is dat de banken in elkaar storten.

Bijna alle werkgeversorganisaties vinden dat de uitgaven van de overheid moeten dalen

Maar wat vergeten wordt, is dat een groot deel van de overheidsuitgaven naar de werkgevers gaat. Laten we beginnen met de notionele interestaftrek die vennootschappen toelaat om een bepaald percentage van het eigen vermogen af te trekken van hun winst. Deze maatregel die in 2006 werd ingevoerd, was begroot op 566 miljoen euro. Maar de maatregel bood ook ontwijkingsmogelijkheden, waardoor de kost voor de staatsbegroting in 2012 6,16 miljard euro bedroeg. Met andere woorden, meer dan 5,4 miljard euro dan de afgesproken kostprijs in 2006.

Verder worden bedrijven in België vrijgesteld van een belasting op meerwaarden. Deze meerwaarden worden gerealiseerd als bijvoorbeeld een bedrijf winst realiseert op de verkoop van aandelen van een andere vennootschap. In België moet op die meerwaarden geen vennootschapsbelasting betaald worden. Die werkwijze wordt ook in nog drie andere landen van de Europese Unie gehanteerd, namelijk in Duitsland, Italië en Cyprus. In 2010 bedroeg het verlies voor de Belgische schatkist ten gevolge van de vrijstelling op de meerwaarden op aandelen 3,11 miljard euro.

De Definitief Belaste Inkomensaftrek: nog zo’n maatregel die het ontwijken van belastingen mogelijk maakt. Deze maatregel stelt een vennootschap in staat om 95% van de winstuitkeringen die het van filialen krijgt, fiscaal af te trekken. De aftrek wordt als volgt geargumenteerd: wanneer een moedermaatschappij winstuitkeringen uitgekeerd krijgt van haar filialen, dan doen die de inkomsten van de moedermaatschappij groeien. Maar omdat deze winstuitkeringen komen uit de winst van de filialen, die al eens belast is, is het normaal dat de moedermaatschappij niet een tweede keer wordt belast. Tot daar de logica. Maar de aftrek is ook toegestaan wanneer winstuitkeringen zijn uitgekeerd door een filiaal in het buitenland waar de belastingtarieven laag zijn en het daardoor nauwelijks belastingen heeft betaald.

De DBI-aftrek voor de Belgische bedrijven liep in 2009 op tot 24,3 miljard euro. De aftrek bezorgde de schatkist een verlies van 6,8 miljard euro belastinginkomsten. Deze drie fiscale gunstmaatregelen, met de voorbeelden die hierboven zijn opgesomd, kosten de overheid samen 16,07 miljard euro.

Maar er is meer, naast het geven van bovengenoemde belastingverminderingen, krijgen de werkgevers daar bovenop sociale bijdragen- en belastingverminderingen. En dit al 20 jaar, telkens onder het motto ‘jobs in ruil voor loonsvermindering’! Maar wist je dat de werkgevers eigenlijk meer terugkrijgen van de overheid dan ze aan belastingen betalen? Zo kregen ze in 2011 een bedrag van 11 miljard euro aan verminderingen van bijdragen voor de sociale zekerheid en loonsubsidies.

Als klap op de vuurpijl heeft de regering Di Rupo beslist met het akkoord over het concurrentiepact, om de werkgevers nog eens bijkomend 3 keer 450 miljoen euro bijdrageverminderingen cadeau te doen. Alles samen goed voor 1,3 miljard euro. Dat zal gebeuren in 2015, 2017 en 2019. Als je weet dat de belastingen op de winst die de bedrijven realiseren jaarlijks 10 tot 11 miljard euro opbrengt, dan mag je hieruit gerust besluiten dat de werkgevers meer terugkrijgen van de overheid, dan ze belastingen betalen. Geen economie zonder een overheid.

Tevens vergeten werkgevers het feit dat de economie in het algemeen, en bedrijven en kmo’s in het bijzonder, veel voordeel halen uit de steun die de overheid hen biedt. Dat kan alleen als die overheid daar ook de financiële middelen voor heeft. Want laat het duidelijk zijn; bedrijven moeten belastingen betalen, net als burgers, omdat ze daar veel voor terugkrijgen. Denk maar aan bepaalde openbare diensten zoals de aanleg en het onderhoud van wegen, bruggen, spoorlijnen, kanalen, de ontsluiting van industrieterreinen, enz… . Of zelfs de creatie van openbare diensten die er specifiek op gericht zijn de economie te ondersteunen via bankgaranties voor kmo’s, investeringsfondsen, de organisatie van bedrijfsopleidingen en dergelijke meer.

Vergeten we vooral niet de specifieke ondersteuning van specifieke sectoren. Of zijn we de omvangrijke kapitaalsinjectie vergeten die het bankwezen van het failliet heeft gered? Bovendien heeft het bedrijfsleven baat bij een goed functionerende overheid die zorgt voor een vlotte dossierafhandeling, een goede bereikbaarheid, bewegwijzering, brandweer, afvalophaling en niet te vergeten het onderwijs. Zonder deze omkadering kan het bedrijfsleven niet werken.

Er is geen reden tot klagen. Al dat geklaag over een te hoge loonkost heeft dan toch niet belet dat de ondernemingswinsten blijven groeien en dat ook de winstuitkeringen aan de aandeelhouders in stijgende lijn blijft gaan. Zo zijn de winsten tussen 1996 en 2011 met 96% gestegen, de winstuitkeringen met 142% en de lonen met slechts 80%. En de werkgelegenheid? Die blijft dalen! Voor alle categorieën samen telde men 655.000 vergoede werklozen in het derde kwartaal van 2013: 6.400 meer dan het jaar ervoor!

Weet je wat nu opvalt? Dat de overheidsmiddelen, die in principe moesten dienen voor werkgelegenheid, weggekaapt werden door de winstuitkeringen aan de aandeelhouders. Zo bedraagt de evolutie van het totale bedrag aan winstuitkeringen voor de periode 1996 -2011: 11 miljard euro. Wonderbaarlijk evenveel als de steun aan bedrijven via verminderingen van bijdragen voor de sociale zekerheid en loonsubsidies.

Men kan dus ernstige vragen stellen omtrent het onvoorwaardelijk aan alle werkgevers werkgelegenheidssteun te geven. Omdat een andere wereld mogelijk is.

Guido Deckers is Nationaal ACV-propagandist voor het thema rechtvaardige fiscaliteit

Bronnen: • Persbericht UNIZO • De Standaard/04-12-2013 • Belastingparadijs Belgie, Marco Van Hees • Sociaal-economische barometer 2014, ABVV • Ons Recht, november 2013

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!