Voor jou een portie nationalisme? Nee, dankjewel, ik pas

Voor jou een portie nationalisme? Nee, dankjewel, ik pas

maandag 3 februari 2014 10:19

Het nationalisme in Vlaanderen zou aan een opmars toe zijn. We lezen dat ideeën, waarvan het moment is aangebroken, niet kunnen worden tegengehouden.

Ondanks de vaststelling dat onze ogen voorwaarts gericht zijn, kijken we eigenlijk naar de toekomst met ogen gericht op het verleden. Dat verleden wordt gevormd, ondermeer door de verhalen die onze omgeving ons vertelde, zoals familieverhalen.

Die achterwaartse blik blijft mij vertellen over de laatste twee keer toen ons land en haar inwoners geconfronteerd werden met zo’n moment: dat de tijd van het nationalisme was aangebroken en niet kon worden gestopt.

Ik kijk naar die twee ‘momenten’ met de blik van mijn ondertussen overleden familieleden, die zolang ze leefden nooit hebben opgehouden mij als kind en jonge volwassene te wijzen op de gevaren van het nationalisme. Zij lazen geen geleerde boeken maar hadden het wrange voorrecht die tijden zelf mee te maken.

De eerste keer werden we platgewalst in 1914. Ik zal het niet hebben over de miljoenen doden, gewonden, ontheemden, tijdens het conflict maar ook erna, toen de Spaanse griep een door oorlog verzwakte bevolking verder uitdunde. De familieverhalen focussen zich op de kleine kosmos waarin mijn familie zich bewoog.

Het zorgde ervoor dat drie van mijn directe familieleden de vier jaren tussen augustus 1914 en november 1918 in de modder doorbrachten langs het Ijzerfront. Eén ervan was aanwezig toen de aanhangers van het nationalisme, waarvan het moment was aangebroken, besloten te experimenteren met gifgas op Belgische soldaten. Hij overleefde de aanval maar verliet zijn eenheid, werd gepakt en werd gelukkig alleen maar gedurende een maand of acht opgesloten, om halverwege teruggestuurd te worden naar het front. Ik heb nog een brief die hij bij vrijlating schreef naar mijn overgrootmoeder: hij vond het best terug te moeten naar het front. Alles beter dan werkloos in een kamp zitten. Zijn straf werd hem later gelukkig kwijtgescholden en hij bleef trots op zijn kleine aandeel in een grote oorlog.

Mijn overgrootvader werd niet opgeroepen, en besloot als spion voor de Britse en Belgische regering in ballingschap de bezetter te bestrijden. Hij riskeerde, samen met de jongste broer van mijn overgrootmoeder, zijn leven om informatie over Duitse troepenbewegingen door te sturen over de zwaar bewaakte Nederlandse grens heen. Zijn netwerk vormde één van de zes routes die de Britten met hulp van het Belgische verzet tijdens de oorlog wisten open te houden. Hij bracht 8 maanden door in een Duitse gevangenis, maar kwam bij gebrek aan bewijzen vrij.

Gelukkig stierf niemand van hen tijdens WOI, behalve de jongste zuster van mijn overgrootmoeder die in 1919 afscheid nam tijdens de passage van de Spaanse griep. Ik heb nog een vergeelde foto van haar, een mooi jong meisje van een jaar of twintig.

Deze twintigers toen WOI aanbrak, mochten als veertiger opnieuw kennis maken met de vruchten van een nationalisme waarvan het moment was aangebroken. Mijn familie hernam haar ondergrondse activiteiten. De helft van de familie, met mijn hoogzwangere grootmoeder, werd tijdens een razzia opgepakt omdat ze, godbetert, een radio hadden. Mijn grootmoeder werd mishandeld en haar moeder werd net niet doodgeschoten door een woeste Duitse officier toen ze haar dochter wou beschermen. Mijn grootvader verdween met de arrestatie voor een jaar naar een Nederlands kamp, waar hij gras at om te overleven en eindeloze uren rechtstaand doorbracht tijdens zinloze tellingen door kampbewaarders in vrieskou of hete zon. Gelukkig viel hij nooit om door uitputting. Wie dat wel overkwam was er de volgende keer vaak niet meer bij. Hij wist in de nadagen van de bezetting te ontsnappen uit de trein die hem naar een vernietigingskamp bracht. Een gevangene die samen met hem wou ontsnappen werd door een herdershond doodgebeten. De trein, zonder mijn grootvader, bereikte zijn doel. De gevangenen in de trein haalden het einde van de oorlog net niet.

Mijn grootvader, ondertussen dood verklaard, daagde maanden na het einde van de oorlog weer op, graatmager, tot zijn dood geplaagd door nachtmerries over wat hij had meegemaakt. Pas toen zijn kleinkinderen groot genoeg waren, opende hij voor het eerst zijn mond om hen te vertellen tot wat mensen in staat zijn, als ze hun verstand verliezen en zich laten leiden door ideeën dat de ene mens beter is dan de andere.

Twee jongere broers van mijn overgrootvader overleefden de oorlog niet. Toen de Duitser wegtrok, maar besloot wraak te nemen, kwamen ze om toen een V2 bom recht op hen viel. 

Dit zijn maar enkele van de verhalen die mijn familieleden mij meegaven.

Uiteraard leven wij niet in de jaren 1910 of 1940, maar als u mij vraagt of ik zin heb in een portie nationalisme, dan ben ik plots weer het kind in de woonkamer van mijn overgrootmoeder. Elk jaar op 11 november kwamen de familieleden die er nog waren samen in haar woonkamer. We keken naar de film All Quiet on the Western Front, en nadien vertelde mijn overgrootmoeder, op het einde een klein vrouwtje van honderd, over wat zij, haar man, haar broers, schoonbroers, en zussen hadden meegemaakt in de dagen dat het ‘moment’ er was.

Overigens leerde mijn overgrootmoeder ons dat het wel degelijk mogelijk is aan sommige ideeën een halt toe te roepen. De geschiedenisboeken tonen dat ook. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!