Regeringsleiders van de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten (CELAC) voor het Palacio de la Revolución, Havana. (Credit: Jorge Luis Baños/IPS)
Nieuws, Wereld, Politiek, Ongelijkheid, Raul Castro, CELAC -

Latijns-Amerika gaat samen ongelijkheid bestrijden

De Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten (CELAC) wil de ongelijkheid met de rest van de wereld aanpakken. Dat spraken regeringsleiders af na twee dagen vergadering in de Cubaanse hoofdstad Havana. Ze engageren zich om in te zetten op voedselzekerheid, onderwijs, en werkgelegenehid als instrumenten om ongelijkheid te verminderen.

vrijdag 31 januari 2014 14:45

De top in Havana werd bijgewoond door alle Latijns-Amerikaanse en Caraïbische landen, met uitzondering van Panama, Belize en El Salvador. De laatste twee waren afwezig vanwege ziekte van hun staatsleider. De bijeenkomst met 30 presidenten maakte ook een einde aan de uitsluiting van Cuba.

Extreme armoede

Het Economic and Social Panorama of the Community of Latin American and Carribean States 2013, een studie die tijdens de top werd gepresenteerd, laat zien dat de armste 20 procent van de Latijns-Amerikaanse bevolking gemiddeld 5 procent van het totale inkomen verdient. In landen als Bolivia, Honduras en de Dominicaanse Republiek is dat nog minder. De rijkste 20 procent van de bevolking is goed voor 55 procent van het totale inkomen in landen als Brazilië.

In 2012 was 28,2 procent van de bevolking arm, 11,3 procent leefde zelfs in extreme armoede. Dat betekent dat er 164 miljoen mensen in armoede leven. Deze “schandelijke cijfers”, zoals ze genoemd werden door verschillende presidenten, stonden centraal tijdens de discussies op de top.

De Cubaanse president en gastheer van de top, Raúl Castro zei in zijn openingsspeech dat er de afgelopen jaren langzaam vooruitgang werd geboekt.  Cijfers uit 2011 en 2012 laten zien dat de vermindering van de ongelijkheid alleen boven 1 procent uitkwam in Argentinië, Brazilië, Peru, Uruguay en Venezuela. In Chili, Colombia, Ecuador en Panama lag de afname van de ongelijkheid onder 0,5 procent.

Armoede komt vaak voor in huishoudens met veel kinderen. In totaal hebben 70,5 miljoen kinderen jonger dan achttien jaar te maken met armoede. De armoede onder kinderen is het grootst in Bolivia, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Peru( gemiddeld 72 procent). Landen zoals Argentinie, Chili, Costa Rica, Ecuador en Uruguay daarintegen scoren een stuk beter en liggen rond de 20 procent.

Alicia Bárcena, uitvoerend secretaris van CELAC, zegt: “Latijns-Amerika is een regio met veel interne verschillen en ongelijke snelheden. Overheden moeten sterk inzetten op het verminderen van armoede, het bevorderen van werkgelegenheid speelt daarin een sleutelrol.”

Regio met groot potentieel

Tijdens de top droeg Castro het voorzitterschap over aan de Costa Ricaanse president Laura Chinchilla. Hij hield een betoog voor een eerlijkere behandeling van de regio op basis wat ze de wereld te bieden heeft. “Latijns-Amerika en de Caribische staten hebben alle natuurlijke bronnen om de ongelijke verhouding met de rest van de wereld te verkleinen. Samen bezitten we een derde van het drinkbaar water en twaalf procent van alle landbouwgrond. Daarnaast hebben we een grote voorraad aan natuurlijke rijkdommen en mineralen waar we een eerlijke vergoeding voor willen krijgen.”

Zijn Uruguayaanse collega José Muijca benadrukt dat de focus moet liggen op duurzame ontwikkeling die geen negatieve gevolgen heeft voor het milieu de bevolking.” De levensstandaard van mensen verbeteren betekent dat we moeten strijden tegen pollutie en het verkwisten van natuurlijke bronnen, anders kunnen we niet spreken van ontwikkeling.”

CELAC klinkt alvast strijdvaardig. Dat is volgens Cubaans diplomaat Carlos Alzugaray een grote stap vooruit. “Het is belangrijk om als regio met één stem te spreken”, zegt hij. “Alleen dan kunnen we geloofwaardigheid en een sterkere positie afdwingen ten opzichte van de rest van de wereld.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!