De Wereld van Saffier – Massavernietigingswapens

De Wereld van Saffier – Massavernietigingswapens

dinsdag 21 januari 2014 11:59

In de vroege morgen weeklaagde een hond in de buurt, af en toe leek het gejank op het smartelijk snikken van een vrouw, genoeg voor vader Fons om niet meer te slapen. In het deemster van de slaapkamer probeerde hij de reeds jaren uit het hoofd gekende woorden ingekaderd tegen de muur te ontcijferen: Leven is weven en sterven is bij God zijn stuk ingeven. Een overblijfsel van de grootmoeder van Elvira, onaantastbaar, handen af.   

Vader Fons vond het verrassend.

‘Ik lees hier in de krant: ‘Japanse vrouwen halen een aquarium met enkele kwallen tegen de stress in huis. Het is alsof die doorschijnende schepsels in een heelal zweven. Door de trage vleugelbewegingen komen de Aziatische dames helemaal tot zichzelf. Zou jij ook niet eens proberen?’

‘Ik heb met een kwal meer dan genoeg,’ achtte moeder Elvira.  

‘Vandaar dat je zo rustig en genietend door het leven gaat,’ kaatste hij terug.

Tezelfdertijd overviel hem een associatiebeeld van vele jaren geleden. Ze waren aan de kust, een donkerblauw regendek viel als een kwal over de zee. In het tegenlicht van de verre horizon zag hij  de ragfijne tentakels neerstrijken. ‘Als we ons haasten zijn we binnen voor het hier ook begint,’ porde hij haar aan en kreeg haar zonder pruttelen een café binnen.

‘Wat is dat toch met die Amerikanen, nu spreken ze ook al van schurkenstaten,’

‘Dat is al veel langer bezig dan vandaag,’ reageerde Saffier, vertrekkensgereed.

‘Het zijn staten die hun voeten vegen aan allerlei internationale verdragen en protocollen, massavernietigingswapens bezitten en het terrorisme steunen,’ staat hier te lezen.  

‘Dan zijn de VS wel een van de ergste schurkenstaten. Gelijk welke internationale afspraak, resolutie of protocol die hen niet zint, leggen ze doodleuk naast zich neer, ze hebben de meeste nucleaire massavernietigingswapens ter wereld en steunen het terrorisme.’  

‘Ho,ho, met dat laatste ga je wel heel kort door de bocht, meiske.’  

‘Voor de Amerikanen zijn er twee soorten gewapende opstandelingen, de terroristen die aan de verkeerde kant staan en zij die aan de goede, hun kant, staan. Die laatsten noemen ze gemakshalve vrijheidsstrijders,’ rondde ze het gesprek af en duwde haar fiets de deur uit. 

Onderweg hield het rood licht Saffier en Bert-Bertha staande. Aan de kant stonden twee groepjes mensen op enkele meters afstand van elkaar te praten.  Aan elk groepje hing een hond. De dieren verschilden zodanig van ras dat ze niets met elkaar te maken hadden, de ene een reusachtige rottweiler, een oorlogswapen, schietensklaar, de andere een ratachtige schriele chihuahua, sidderend op zijn beknotte poten. Toch werden ze onweerstaanbaar naar elkaar toe getrokken.

‘Waarom?,’ vroeg Saffier. ‘Wij weten dat ze allebei hond zijn, maar blijkbaar weten zij ergens ook dat ze onder de gemeenschappelijke noemer hond vallen. Ik vraag me af hoe dat komt?’

‘Soms voel ik me wel eens jaloers op de hond, eender welke. Hij registreert alles op het moment zelf, reageert op de bewegingen, de geluiden, de windverplaatsing en de menselijke gedragingen, telkens uitkijkend en verwachtend. Hij dubt niet over hoe hij erin de toekomst zal uitzien, leeft nu en geniet direct en voluit,’ zei Bert-Bertha terwijl ze de steenweg overstaken.

De rode pull accentueerde de bleke gelaatskleur van Saffier. Tijdens het stallen van de fietsen viel het de Afghaanse op.

‘In een koraalrode jurk zing je een koraal in de kerk,’

‘Help, ik lijk telkens meer op een lijk,’ reageerde Saffier.

‘Geen nood, ik heel heel het lichaam,’ ging de Afghaanse verder.

Giechelend vuurden ze het een na het ander taalkunstje af.

In de klas had de leraar het over grenzen verleggen.

‘Het is eigen aan de mensheid. De omtrek van de aarde rondzeilen op nog jongere leeftijd, nog een honderdste van een seconde minder over de aankomstlijn snellen, nog dieper het heelal doordringen om nog mooiere foto’s naar de aarde te sturen, nog hogere zuurstofarme bergen beklimmen door astmapatiënten. Wie kan meer voorbeelden geven?’ vroeg hij.

‘Armoedzaaiers en losers verleggen hun grenzen, nog meer de dieperik in,’ hoonde een van de leerlingen.

‘Van een gefrustreerde of een akelige linkse loeder gesproken,’ hoorde Saffier achter haar rug vezelen.

Na de pauze kwamen verschillende klassen samen in de grote aula met de lerares Godsdienst, Moraal en Ethiek. Zij sneed een twijfelachtig thema aan, leven en dood in het religieus denken. Saffier zette zich naast de Afghaanse en Bert-Bertha naast de Brusselse vriendin.

‘Waarom zijn mensen overal ter wereld godgelovig?’

‘Omdat ze niet willen dood zijn als ze doodgaan, ze willen gewoon blijven leven en dat kan niet zomaar als er niet iemand is die dat voor hen klaarspeelt,’ antwoordde een leerling.

‘Omdat ze hopen op gerechtigheid. Als schurken gemoedereerd door de wereld wandelen, iedereen te pletter lopen en niemand hen durft aan te kijken, dan wil men een ultieme rechter die hen alsnog bij hun, euh… welja, pakt,’ stelde Bert-Bertha.

‘De zinloosheid van het bestaan speelt ook mee. Wanneer een kind ontstaat, niet kan ontluiken en kort nadien sterft, dan is dat…, dat…, dat onleven resultaat van een blind lot, een natuurgril. Het is mislukt, voor mij had het zelfs niet eens mogen beginnen. Maar wanneer een volwaardig bestaan, volgepropt met alles wat de wereld te bieden heeft plots ophoudt en zijn hoofd als een immense bibliotheek neerlegt, wat voor zin heeft dat dan zonder iets erachter of ervoor? Waar gaat die bibliotheek naartoe? Sterft ons bewustzijn, dat ver boven tijd en plaats uitstijgt, mee? Of heeft de dood er geen pak op? We weten wat er al eeuwen voor we geboren werden gebeurde en we kunnen nu al de nog niet bestaande toekomst gedeeltelijk construeren. En bovendien slagen we erin in de aula te zijn en tegelijk in gedachten elders, we zijn meer dan we zijn,’ oordeelde nog iemand.

‘Ja maar, oud worden heeft ook te maken met de aantasting van het bewustzijn. Het krimpt in, bij demente personen verdwijnt het nagenoeg volledig. De bibliotheek wordt geplunderd, zoals tijdens een of andere revolutionaire opstand, tot er niets meer overblijft. In sommige gevallen wordt de mens gereduceerd tot de status van een plant en die is onderhevig aan totale verdwijning. Zoek daar maar eens naar enig benul. In die zin is het bewustzijn dan toch weer geen argument voor het blijvend voortbestaan van de mens,’ riskeerde de Afghaanse.

‘Maar leuk zou het zeker zijn. Sinds het begin van de mensengeschiedenis, van het moment dat de primaten het door een bliksem ontstane vuur vasthielden en het niet meer lieten ontsnappen tot op vandaag , willen, verwachten, eisen en verzekeren honderden en nog eens honderden miljarden wezens dat onze geest of ons bewustzijn niet sterft. Als dat geen collectieve kracht is, zodanig sterk dat het inderdaad niet anders kan en als het zo niet is, dat het er toch niet omheen kan en dus zo moet zijn of zou moeten worden,’ was Saffier van mening.

Heel de klas vond dat ze een beetje god was, zalig om in te geloven, op enkele afgunstelingen na.  

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!