Minister Bourgeois fnuikt kritiek eigen Vlaamse Bouwmeester

dinsdag 14 januari 2014 12:00

In De Standaard lezen we dat minster Geert Bourgeois (N-VA) de Vlaamse Bouwmeester, Peter Swinnen, ‘tot de orde’ roept (ds, 13 jan). Het zou logischer zijn te vermelden dat net Bourgeois zijn boekje hier te buiten gaat en de partijpolitiek laat primeren.

Waarover gaat het? De Vlaamse Bouwmeester is een publiek ambt dat in 1999 werd opgericht met het oog op een architectuurbeleid en een goed bouwmeesterschap in Vlaanderen. Het is de taak van de Bouwmeester, aangesteld voor 5 jaar, om waakzaam de ruimtelijke ordening en dus stadsontwikkeling alsook de aanbestedingspolitiek op te volgen.

‘Suburbia aan de Schelde’

Bij het aanstellen van Peter Swinnen, de derde Vlaamse Bouwmeester na Bob Van Reeth en Marcel Smets, schreef Bourgeois in 2010 het volgende bij wijze van inleiding op de ambtienota van Peter Swinnen:

Vandaag lijkt het gepast en noodzakelijk om nog verder te durven kijken, om nog grondiger na te denken over het grotere geheel, om de bouwcultuur in Vlaanderen internationaal te ijken. Welke plaats ziet Vlaanderen voor zichzelf in Europa? En welke allianties moeten we aangaan om een deugdzaam en duurzaam ruimtelijk beleid te voeren? Om op die vragen een antwoord te vinden, zullen we samen keuzes moeten maken: ruimtelijk, maatschappelijk en strategisch. Deze ambitienota van Peter Swinnen, de derde Vlaams Bouwmeester, begint dan ook terecht met een oproep om te ‘durven kiezen’. (…)  Het is mijn hoop, mijn wens én mijn overtuiging dat we er de komende jaren samen in slagen die ambitie waar te maken. (zie pdf in bijlage)

Sinds het aantreden van het nieuwe Antwerpse stadsbestuur in 2013 is er een sluipende afbouw van het stadsontwikkelingbeleid. Het is dus de democratische plicht van de Bouwmeester hier kritisch over te zijn en indien nodig aan de alarmbel te trekken. Dat deed Swinnen met een opiniestuk: ‘Suburbia aan de Schelde.’(ds, 11 jan).

In 2013 ontving Antwerpen de European City of the Year Award van The British Academy of Urbanism. Dat zijn niet zomaar lintjes, aldus Peter Swinnen, maar fundamentele erkenningen waar vele andere steden alleen maar van kunnen dromen. Een onschatbare voorsprong dreigt een onoverbrugbare achterstand te worden.

Samengevat klaagt Swinnen het volgende aan:

1_ Diensten die speciaal voor stadsontwikkeling in het leven werden geroepen, worden radicaal afgebouwd met veel nadelen tot gevolg. De autonome cel AG Stadsplanning verdwijnt en het team van de Stadsbouwmeester wordt nagenoeg opgedoekt (van 8 naar 2 eenheden) waardoor de buffer tussen de stad en de bouwpromotoren wegvalt. Die controlebuffer is nodig om kwaliteit te bewaken en zich kritisch te kunnen opstellen tegen de markt.

Door architecten en stadsplanners in een stadsadministratie te steken, komen ze rechtstreeks in de greep van de politiek. Projectontwikkelaars kunnen zich voortaan rechtstreeks tot politici wenden. ‘Antwerpen wordt een walhalla voor bouwpromotoren’, vreest Swinnen.

2_Het (lopende) stadsontwikkelingsbeleid wordt opgegeven terwijl dat net de maatschappelijke uitdaging van deze eeuw is. Repressie krijgt nu de voorkeur. Geen nieuwe scholen maar bewakingscamera’s voor pseudo-veiligheid en een nieuw hyperuitgerust politiekantoor van maar liefst 30.000 vierkante meter.

Swinnen stelt ook vragen bij het feit dat autoverkeer en parkeermogelijkheden faciliteren een van dé speerpunten van ruimtelijk beleid is geworden. Een fout ruimtelijk beleid drijft een samenleving immers uit elkaar en zet een rem op de sociaal-economische vooruitgang.

Publieke neutralisatie van een onafhankelijk ambt

Van de viceminister-president van de Vlaamse regering en minister van Bestuurzaken zouden wij vervolgens mogen verwachten dat hij de kritiek van de Vlaamse Bouwmeester ernstig neemt, deze duidelijk aantoonbare feiten laat evalueren, een democratische discussie op aansturen van het middenveld met een breed publiek mogelijk maakt en daarbij het stadsbestuur in ruimte voorziet om in een weerwoord (of overleg) te voorzien.

In plaats daarvan kiest Bourgeois ervoor om de kritiek al meteen zelf plat te leggen: ‘Een ambtenaar heeft spreekrecht over een onderwerp waarover hij kennis van zaken heeft’, zegt Bourgeois, maar in het geval van Swinnen geldt dat blijkbaar niet want die zou ‘een persoonlijk standpunt’ innemen en dan is ‘terughoudendheid’ aangewezen.

Op basis waarvan besluit de minister dat het hier plots over een persoonlijk standpunt gaat, iets dat dus buiten de optiek en de bevoegdheid van de Vlaamse Bouwmeester zou vallen? De minister maakt zijn ambtenaar dus monddood, zodra die het beleid van zijn partij ter discussie stelt. ‘Neutraliteit’ is dan aangewezen, zoals bij de Antwerpse loketbedienden, maar dan met ‘neutralisatie’ als doel.

Ook de integriteit van de Vlaamse Bouwmeester wordt terloops ten grabbel gegooid: ‘Peter Swinnen zet de pet op van Vlaams Bouwmeester en mengt zich aldus in een lokaal politiek debat’. Maar het is toch net de opdracht van de Bouwmeester om kritisch en met visie de politiek te adviseren? Of dient de Bouwmeester alleen maar om wat te applaudiseren: pseudo-democratisch decorum? Een soort tafeldame die het gevoerde beleid wat zou moeten legitimeren?

Bourgeois voegt er nog een opmerkelijk standje aan toe: ‘Antwerpen is een van de grootste klanten van de Bouwmeester. Zo’n samenwerking vereist veel vertrouwen. Ik vraag me af of zo’n stellingname niet contraproductief is en de goede verstandhouding op het spel zet.’ Zijn het middenveld en openbare instellingen dan een zaak van ‘klanten’ bedienen, en in dit geval faciliteren van vriendjespolitiek met beleidspolitici?

Immobiliserende immuniteitspolitiek

De Antwerpse Schepen van Ruimtelijke Ordening, Rob Van de Velde (N-VA), ook bekend van de fel besproken Sinksenfoor-deal, voormalig kamerlid van LDD en iemand die zijn politieke onschendbaarheid al eens nodig heeft (zie hier), beperkte zich tot een reactie via Facebook onder de vorm van een ontwijkende tirade. Over die scheldproza hoeven we het niet te hebben. Maar opmerkelijk is wel dat de Schepen voor vrijwel dezelfde strategie als de minister kiest, weliswaar minder omfloerst: kritiek fnuiken door de boodschapper aan te pakken.

Dat brengt ons tot het volgende besluit: niet het opiniestuk van Swinnen, maar de reactie van N-VA maakt van dit overleg een partijpolitieke zaak en dat maakt net de normale werking van de Vlaamse bouwmeesters onmogelijk. Kritiek zou onterecht zijn want ‘die is tegen ons’ gericht.

Daarmee krijgen we een treffende illustratie van de wijze waarop verkiezingsretoriek gebruikt kan (en zal) worden om een normale democratische werking plat te leggen. De voorspelde ‘drek’, de ‘aanval’ of de ‘scudraket’, waar Bart De Wever in zijn nieuwjaarstoespraak zijn troepen voor waarschuwde, dient als een handig mediageniek schild van immuniteit, een stralenkrans van onaantastbaarheid zoals rond de avatar in een computerspel, om elke discussie af te leiden naar een oppositie tussen ‘wij’ en ‘zij’. Zodat we het niet meer over de inhoud hoeven te hebben.

Ondertussen blijft de kritiek van de Bouwmeester pertinent, en dat zal ook zo zijn na de verkiezingen van 25 mei. De Bouwmeester moet dan misschien het volgende nog eens herhalen, wie weet wordt hij dan wel door zijn desbetreffende minister serieus genomen: ‘Het eerder repressieve stadsbeleid, veiligheidscamera’s incluis, zou grotendeels onnodig kunnen zijn als er werkelijk geïnvesteerd wordt in het creëren van aantrekkelijke stadswijken en een sociale mix. Immers, problemen als sluikstorten, vandalisme, geweld en onveiligheid hebben minder kans van bestaan in buurten die inzetten op een aangename en genereuze stadskwaliteit. Investeren in intelligente stadsvernieuwing impliceert investeren in sociale cohesie én in economie. Dat als niet-prioritair bestempelen, is een boude uitspraak.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!