De Protestlijst
België, Burgerparticipatie, Participatie, Stemmen, Federale verkiezingen, Burgerprotest, Europese Verkiezingen 2014 -

De Protestlijst

zaterdag 11 januari 2014 05:12

De moeder aller verkiezingen is er niet voor alle kinderen

Binnen enkele maanden is de langverwachte moeder aller verkiezingen een feit. Als burgers van België valt ons dan een unicum te beurt: met een enkel bezoek aan het stemhokje voorzien we drie beleidsniveaus van onze partijvoorkeur. Voor diegenen die geen duidelijke partijvoorkeur of er om welke reden dan ook geen zin in hebben, wordt het echter business as usual: unhappy, uninformed or uninterested; nobody knows and nobody cares. Maar het kan anders!

Het kind dat nee zegt

Uit de vertrouwensindex van marktonderzoeker GfK1 blijkt dat de Belg van alle beroepsgroepen het minst vertrouwen stelt in zijn politici. Desalniettemin leeft de Belg nog steeds in een systeem van opkomstplicht. De vraag die dan centraal komt te staan is de volgende: Hoe kan je als Belg (zonder vertrouwen in politici) duidelijk maken dat het voor U zo niet verder kan of dat er geen partij is die uw voorkeur representeert? Intuïtief zijn hier twee antwoorden op te formuleren: Je stemt op een partij die als protestpartij wordt aanzien of je stemt blanco. Thuisblijven van de stemming zou een derde antwoord kunnen zijn, ware het niet dat deze actie volgens de letter van de wet nog steeds gesanctioneerd kan worden.

Een zogenaamde proteststem uitbrengen kan op twee manieren: Je kan stemmen op een partij waarvan je weet dat ze hoogstwaarschijnlijk de kiesdrempel niet zal halen, of je kan stemmen op een partij die zich tegen de gevestigde waarden keert; denk maar aan de verschillende opeenvolgende jaren waarbij een stem voor het Vlaams Belang werd afgeschilderd als een proteststem. In het eerste geval ontdoe je je stem eigenhandig van haar electoraal potentieel, want de kleine partij waarop je stemt wordt niet betrokken bij de zetelverdeling indien ze onder de 5% blijft steken. In het tweede geval is het maar de vraag of je protest daadwerkelijk geïnterpreteerd wordt als protest; dit zal hoofdzakelijk afhangen van de perceptie en retoriek van de ‘verliezende’ en de ‘winnende’ partij.

Het kind dat niets zegt

Met de blanco stem is het per definitie gissen naar de motivatie van de kiezer. Herkent hij zich in geen enkele partij? Boeien verkiezingen hem niet? Begrijpt hij niets van politiek? Wil hij zich afzetten tegen de gevestigde waarden?  Bij absenteïsme doet zich overigens hetzelfde probleem voor: Overslapen, ongeïnteresseerd of een uiting van protest?

Velen denken echter dat de blanco stem een stem voor de meerderheid is, maar dat is ze niet. Een blanco stem en onthoudingen worden niet meegeteld bij de zetelverdeling. Een voorbeeld2: In 2004 hebben 370.000 Belgische burgers hun stem ‘verkwanseld’ door blanco of ongeldig te stemmen. Dit vormt 4,87% van alle geregistreerde burgers naast de 9,19% die helemaal niet zijn komen opdagen. Twee zaken degraderen deze blancostemmen tot een schrale protestvorm: Ten eerste worden de 85% uitgebrachte stemmen aanzien voor 100% wanneer men overgaat tot de verdeling van de zetels; waardoor de blanco stemmer geen electoraal gewicht in de politieke strijd kan gooien. Zijn stem bestaat simpelweg niet. Ten tweede gebeurt de verdeling van subsidies aan politieke partijen op basis van het aantal kamerleden en het aantal aangesloten partijleden. Politieke partijen onder budgettaire druk zetten door blanco te stemmen is dus eveneens onmogelijk.

Bijna 15% van onze stemgerechtigde bevolking heeft bij de verkiezingen in 2004 dus geen bijdrage geleverd – of kunnen leveren – aan het democratische proces, zelfs niet in de vorm van protest en al zeker niet in de vorm van electorale of budgettaire druk op partijen. De misnoegde Belgische kiezer heeft geen middelen in handen om duiding te geven bij zijn ongenoegen in het stemhokje, tenzij hij er genoegen mee kan nemen dat zijn stem in de meest letterlijke betekenis niet meetelt: blanco stem, nul protest. Maar hoeveel partijen zouden daags voor de verkiezingen tekenen voor een resultaat van 15%, denkt U?

Het kind dat leert argumenteren

Tenzij men eeuwig ongeïnteresseerd wil blijven in de stem van de 15 % Belgen (voorbeeld 2004) die niet stemmen, dringt zich de volgende vraag op: Hoe kan men via het stemhokje een duidelijk gedefinieerd ongenoegen laten blijken? Het antwoord is relatief simpel: Maak een protestlijst aan.

Vier pijlers kunnen zulk een lijst verantwoorden.

Ten eerste hebben we het democratische recht te participeren aan verkiezingen. Indien men een coherente participatie wil bekomen, moet men een mogelijkheid bieden om buiten de politieke partijen te participeren. Is het zo dat een burger die zich in geen enkele partij kan vinden per definitie een burger is die geen interesse in, en kennis van, politiek heeft? Politieke partijen bieden een product aan, indien dit niet aanspreekt, is luisteren naar de betreffende burgers een uiting van respect voor hun keuze. Nu worden ze genegeerd, al is hun aantal misschien groter dan een stemmenaantal waar vele partijen van dromen.

Ten tweede kan niet participeren een duidelijke uiting zijn van participatie. Als burgers duidelijk kiezen om niet te participeren, moet dit overgebracht kunnen worden via de stembusgang. Indien men verplicht wordt te gaan stemmen, lijkt het toch logisch dat men duidelijk kan maken dat men hier geen zin in heeft. Nu worden deze ‘ongeïnteresseerden’ op een hoopje gegooid met de proteststemmers, andermaal niet echt een respectabele houding van de organisator van ‘democratische’ verkiezingen.

Ten derde zijn burgers die niet gaan stemmen of blanco stemmen nog steeds volwaardige burgers. Hun stem verdient minstens evenveel gewicht als de welstemmers. Tenzij we blijven vastzitten in een denken waarbij de afwezigen ongelijk hebben en bijgevolg de democratie in haar enge vorm blijven verder zetten. Is het zo ondenkbaar dat een goed geïnformeerd burger een weloverwogen keuze kan maken om niet of blanco te stemmen?

Ten laatste is dit idee van duidelijke niet-participatie of uitingen van protest via het stemhokje niet geheel nieuw. In de Amerikaanse staat Nevada, waar geen stemplicht geldt, hebben burgers de mogelijkheid om een NOTA vote uit te brengen. NOTA staat hier voor Non Of The Above3. Bij de implementatie van deze stemmogelijkheid was het belangrijkste argument de mogelijke angst van politici voor een groot aantal niet-stemmers, hierdoor zouden de campagnes substantiëler en minder negatief worden.

Het kind waar naar geluisterd wordt

Een zichzelf respecterende democratie luistert naar haar dissidente stemmen. Het veronderstelde ongenoegen van de burgers verdient een mogelijkheid om gehoord te worden, een stembusslag is hiervoor het moment bij uitstek.

Als 15% van de burgers wil protesteren of niet kiezen is dat niet weinig en verdienen ze daarvoor een platform; uiteindelijk is 5% de kiesdrempel en wordt er dan al via een partij een platform aangeboden. Hierdoor is er nood aan een lijst en niet alleen maar een NOTA vote. Immers, de interesse zou moeten liggen op de redenen van de blanco stem of onthouding. Waarom geen lijst waarbij er keuze is om op een ‘lege protestpartij’ te stemmen; vanaf 5% stemmen 7 lege zetels? Of een ‘loyaliteitsstem’, mijn stem voor de meerderheid. Of  een ‘geen representatiestem’; ik voel me door niemand gerepresenteerd dus laat mijn stem maar verdampen?

De mogelijkheden van een protestlijst kunnen groot zijn en niet-stemmers verdienen aandacht. Bij de moeder aller verkiezingen zal men nog niet naar alle kinderen luisteren, maar hopelijk komt hier ooit verandering in. Als 1 burger op 10 (indicatief) wil protesteren, heeft dit zijn redenen. Zonder naar de motivatie te luisteren en het aanbieden van een mogelijkheid tot nuancering van die stem, wordt het voor die mensen business as usual: unhappy, uninformed or uninterested; nobody knows and nobody cares. Het is maar een idee.


1 http://www.knack.be/nieuws/belgie/belg-verliest-vertrouwen-in-geestelijken-en-politici/article-normal-23535.html

2 Engelen B. 2005. ‘Een dam tegen het leeglopen van de democratie: Pleidooi voor het behoud van de opkomstplicht’. Ethiek en Maatschappij vol:8 issue:2 49-63, Leuven

3 Damore D., Waters M. and S. Bowler 2011. ‘Unhappy, Uninformed, or Uninterested?: understanding “None of the Above” Voting’. Political Research Quarterly XX(X) 1–13 2011, Utah

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!