Politieagenten, bewapend met traangasgeweren, aanschouwen eind december een betoging van textielarbeiders bij het kantoor van de Ministerraad in Phnom Penh (foto: Flickr creative commons / Luc Forsyth).
Nieuws, Economie, Samenleving, Cambodja, Hun Sen, Textielarbeiders, Cambodia National Rescue Party -

Cambodjaanse textielarbeiders hervatten werk na bloedige repressie – maar voor hoelang?

Een nationale staking van Cambodjaanse textielarbeiders is op 3 januari op bloedige wijze neergeslagen. Velen van de arbeiders hebben inmiddels het werk hervat, maar de vakbonden beraden zich op de volgende fase van het protest.

donderdag 9 januari 2014 14:57

Op vrijdag 3 januari opende het Cambodjaanse leger, op een industrieterrein aan de rand van de hoofdstad Phnom Penh, het vuur op een menigte betogers. Vier personen kwamen hierbij om het leven.

23 betogers, waaronder een minderjarige, werden kort na het incident aangehouden. Hun locatie werd pas na zes dagen bekendgemaakt door de Cambodjaanse autoriteiten.

Uit medisch onderzoek zou blijken dat meerdere van deze aangehouden betogers mishandeld werden. Brad Adams van Human Rights Watch noemde het een schande dat gewonde gevangenen geen medische hulp kregen, terwijl hun familieleden dagenlang moesten gissen naar hun lot. 

Met de nationale staking trachtten de textielarbeiders het minimumloon in de sector te verhogen van 55 naar 115 euro per maand. Het Ministerie van Werk had echter kort voor de brute onderdrukking van de staking aangekondigd dat de arbeiders genoegen moesten nemen met een minimumloon van 70 euro.

131 stakingen in een jaar

De textielindustrie in Cambodja is verantwoordelijk voor meer dan 80 procent van de export en stelt rond de 500.000 arbeiders te werk. Ongeveer 350.000 van hen hadden zich aangesloten bij de nationale staking.

De textielarbeiders werken in slecht geventileerde fabrieken en draaien geregeld overuren om hun salaris aan te vullen. Volgens een onderzoek van de Britse organisatie Labour Behind the Label en het Cambodjaanse Community Legal Education Centre (CLEC) hebben de arbeiders minstens 110 euro per maand nodig om rond te komen.

Door de lage salarissen kampen veel arbeiders met gezondheidsklachten wegens ondervoeding. Dit, in combinatie met de slechte ventilatie van de fabrieken, leidde in 2013 tot een drietal opmerkelijke incidenten waarbij groepen arbeiders kort achter elkaar flauwvielen. De fabrieken, waar deze incidenten plaatsvonden en die onder andere artikelen voor Nike en Adidas produceerden, stonden nota bene bekend als ‘modelfabrieken’ binnen de sector.

Ook laat, net als in Bangladesh, de veiligheid van de fabriekspanden te wensen over. Zo kwamen in mei 2013 drie mensen om het leven toen het dak van een schoenenfabriek instortte.

Voor de nationale staking werd er in 2013 maar liefst 131 keer gestaakt door Cambodjaanse textielarbeiders. De textielproducenten in Cambodja kunnen de rechter echter verzoeken een staking onwettig te verklaren. Doorgaans oordeelt deze dan in het voordeel van de werkgever.

Speculaties over rol Zuid-Korea

De nationale staking werd op 24 december uitgeroepen door een alliantie van zeven vakbonden. Vervolgens werden er onder andere sit-ins georganiseerd voor het Ministerie van Werk en het kantoor van de Ministerraad. Nadat duizenden arbeiders een van de hoofdwegen van Phnom Penh hadden geblokkeerd, eiste de Minister van Werk Ith Sam Heng dat de arbeiders uiterlijk op 2 januari weer aan het werk zouden gaan.

Het is niet ongebruikelijk voor de Cambodjaanse autoriteiten om agents provocateurs in te zetten bij betogingen, om repressieve reacties te kunnen legitimeren. Sommigen denken dat er een dergelijke strategie is voorafgegaan aan de schietpartij van 3 januari.

Tevens wordt er in de media volop gespeculeerd over de invloed van Zuid-Korea – een belangrijke investeerder in de Cambodjaanse textielindustrie – op het optreden van het leger. Zo zou uit een Facebookbericht dat op 6 januari geplaatst is door de Zuid-Koreaanse ambassade – en inmiddels verwijderd is – blijken dat het leger op verzoek van Zuid-Korea over het industrieterrein waakte waar de schietpartij plaatsvond.  “Door deze maatregelen hebben wij de indruk dat de Cambodjaanse regering ons verzoek heeft ingewilligd en opkomt voor onze bedrijven”, zo stelde de verklaring.

Inmiddels heeft de mensenrechtenorganisatie van de VN laten weten “zeer verontrust te zijn” door het incident van 3 januari. “We vragen de Cambodjaanse autoriteiten om met spoed een grondig onderzoek te verrichten en ervoor te zorgen dat de leden van de veiligheidsdiensten, die disproportioneel en excessief geweld hebben gebruikt, hier volledig voor aansprakelijk worden gesteld”, liet een woordvoerder weten.

Philip Jennings, algemeen secretaris bij de internationale vakfederatie UNI Wereldvakbond, noemde de protestgolf “een legitieme reactie van arbeiders die een eerlijk loon en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden verdienen, die niet het zwijgen mogen worden opgelegd door middel van geweld.”

Staking had ook politieke dimensie

Opmerkelijk is dat de stakende arbeiders zich hadden aansloten bij een politieke beweging, waarbinnen de oppositiepartij Cambodia National Rescue Party (CNRP) de drijvende kracht is. Hierdoor vormde de nationale staking niet alleen een bedreiging voor een miljardenindustrie die al bijna 150 miljoen euro schade had opgelopen, maar ook voor het regime-Hun Sen. 

Die beweging eist dat de Cambodjaanse premier Hun Sen opstapt en er een onafhankelijk onderzoek wordt verricht naar de nationale verkiezingen van afgelopen juli. De CNRP wist de steun van de arbeiders te winnen door te beloven dat het minimumloon verhoogd zou worden naar 115 euro als de partij aan de macht komt.

Een dag na de brute repressie van de textielarbeiders verjaagde de politie een groep CNRP-betogers van het ‘Plein van de Democratie’, een parkje in de hoofdstad dat ook wel dienst doet als een veilige zone voor betogers. De materialen van de betogers – luidsprekers, een boeddhistisch altaar, donatiebussen – werden hierbij vernietigd. Diezelfde dag trok het Ministerie van Binnenlandse Zaken het recht op vrijheid van vereniging in.

De afgelopen dagen hervatte ruim 60 procent van de textielarbeiders het werk. “We willen niet nog meer doden door gewelddadige repressie. We roepen de arbeiders op eerst terug naar het werk te gaan en een salaris te verdienen, terwijl wij onze volgende strategie bepalen”, reageerde Chheng Lang, vicevoorzitter van de vakbondsfederatie van de textielindustrie.

Men verwacht echter dat er voorlopig geen einde komt aan de onrust, aangezien CNRP-leider Sam Rainsy deze maand voor de rechter moet verschijnen op grond van beschuldigingen die betrekking hebben op de protesten. Ook Rong Chhun, voorzitter van de Confederatie van Vakbonden, wordt binnenkort door de rechter ter verantwoording geroepen in verband met het geweld dat gepaard ging met sommige van de protestacties. 

Zo werd donderdag 9 januari, ondanks het recentelijk ingevoerde verbod op samenscholing, een klein groepje betogers opgepakt in het centrum van Phnom Penh. De betogers eisten onder andere gerechtigheid voor de slachtoffers van politierepressie. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!