Zijn schaliegas en schalieolie een energierevolutie?
Energie, Schalieolie -

Zijn schaliegas en schalieolie een energierevolutie?

maandag 6 januari 2014 20:27

In allerlei publicaties lees je tegenwoordig dat de Amerikaanse economie helemaal terug in polepositie aan het komen is door de energierevolutie die zich in het land aan het voltrekken zou zijn. De meest optimistische berichten spreken over 100 jaar gas en voor tientallen jaren olie. Er wordt ook steevast bij gezegd dat de VS binnenkort energieonafhankelijk zullen worden en geen olie of gas meer zullen nodig hebben uit het Midden-Oosten, Afrika of Latijns-Amerika. Maar klopt dat allemaal wel? Waarop baseert men zich om dergelijke beweringen te doen? En waarom gelooft iedereen dit klakkeloos en krijgen we dat regelmatig ingelepeld? Op deze vragen probeer ik in deze bijdrage een antwoord te bieden.

Schalieolie en  -gas zijn aardgas en aardolie die als het ware opgesloten zitten in een gesteente. Het komt op verschillende plaatsen in de VS voor. Ook op andere plaatsen is er ondertussen sprake van voorraden: in Europa onder andere in Frankrijk, Groot-Brittannië, Polen, Nederland en er zouden zelfs beperkte voorraden zijn in ons land. Dit gas en deze olie waren vroeger zeer moeilijk te winnen omwille van de beperkte doorlaatbaarheid van het gesteente. Er is hiervoor een oplossing gevonden die door de dure energieprijzen ook rendabel geworden is: door horizontaal te boren met beweegbare boorkoppen (i.p.v. enkel verticaal) en vervolgens met behulp van een vloeistof onder hoge druk het gesteente te breken (in het Engelse vakjargon: horizontal drilling and hydraulic fracturing of afgekort fracking) worden over een grotere afstand breuken en scheuren veroorzaakt in het gesteente. Hierdoor kan de olie en/of het gas makkelijker naar de geboorde pijp stromen. Dat gas of deze olie worden opgevangen en vervolgens getransporteerd. Dit heeft in de VS zowel voor olie als voor gas voor een ommekeer gezorgd van langzame daling naar een spectaculaire stijging van de opbrengsten. De euforie die ermee gepaard gaat heeft een wereldwijde olie- en gaskoorts ontketend. De technologie wordt vrijwel overal voorgesteld als een doorbraak die quasi oneindige voorraden kan opleveren.

De inschatting van de voorraden leidt ertoe dat men begint te tellen hoeveel jaar consumptie er in de grond zit. In sommige optimistische schattingen leidt dit tot berekeningen van meer dan 100 jaar. Er zijn echter fundamentele problemen met deze rekenwijze:

Ten eerste is olie of gas in de grond nog geen olie of gas dat kan gewonnen worden. Er zijn niet zo veel gegevens over hoe veel van de aanwezige energie ook technisch winbaar is. Vaak gaat het maar over een beperkt percentage. Dat verkleint al flink te voorraden.

Ten tweede wordt er niet bij gezegd hoeveel die winning per kubieke meter gas of vat olie gaat kosten. Vaak zijn een deel van de voorraden maar tegen hoge kosten rendabel te winnen. Daarbij houdt men dan nog geen rekening met de energiekost van de winning. Hoeveel kubieke meter gas kan gewonnen worden met de inzet van één kubieke meter? In sommige gevallen wordt dat vrijwel één op één waardoor alle gewonnen energie weer verloren gaat tijdens winning en transport: een nuloperatie en dus compleet onzinnig.

Nog veel belangrijker dan voorraden en hun grootte is de snelheid waarmee de olie of het gas kan worden gewonnen. Je kan in sommige gebieden duizend jaar kleine hoeveelheden gas of olie winnen. De vraag is of je met dergelijke beperkte opbrengst de energievoorziening zult kunnen garanderen. Op lange termijn wordt dit het voornaamste probleem.

Uit de ervaringen in de schaliegasgebieden waar het eerst massaal is geboord blijkt bovendien dat de meeste opbrengst er is kort na het boren en ‘fracken’ en dat het daarna pijlsnel naar beneden gaat. Het gevolg is dat je almaar nieuwe boorputten moet boren en ‘fracken’ om de opbrengst op pijl te houden. In het begin is dat makkelijk want er zijn er nog niet zo veel en er worden snel heel erg veel nieuwe putten geboord. Na verloop van tijd is het net omgekeerd. Het wordt een soort tredmolen waar je steeds harder in moet lopen.

Een tweede vaststelling is dat niet de volledige regio even interessant is om in te boren. In sommige zones is er veel meer opbrengst per boorput dan in andere. In het Engels noemt men die zones ‘sweetspots’. Vrij snel gaat iedereen boren in die ‘sweetspots’ omdat daar de ‘return on investment’ het grootst is. Het gevolg is dat eens in alle mogelijke boorlocaties in de ‘sweetspots’ is geboord men noodgedwongen moet uitwijken naar minder interessante zones en de opbrengst per nieuw geboorde put achteruit begint te gaan. Hierdoor moet het tempo waarmee geboord wordt nog worden opgedreven om de opbrengst op peil te houden. Nog harder lopen in de tredmolen dus.

Op den duur komt men echter aan het einde van het aantal mogelijk rendabel te boren  boorplaatsen. Hierdoor zien de olie- en gasbedrijven zich genoodzaakt te stoppen met boren en valt de activiteit stil. Het gevolg is een totaal verwoest landschap met om de paar honderd meer een verlaten boorput, kapotgereden wegen, vervuiling van grond en oppervlakte water met de chemicaliën gebruikt in de frackingvloeistof, etc.

De groei van de opbrengst in veel gebieden komt al in de tweede fase tot stilstand: op het moment dat de meest interessante gebieden aangeboord zijn. Als de potentiële boorplaatsen op geraken valt de opbrengst zelfs pijlsnel naar beneden.

Om in te schatten hoeveel en hoe lang men in een bepaald gebied olie en gas zal kunnen winnen, is het van belang in te schatten wat de opbrengst per boorput ongeveer zal zijn en hoe veel potentiële boorlocaties er zijn. Bij inschattingen met behulp van deze twee gegevens komt men tot veel realistischer cijfers over de olie- en gaswinning waardoor blijkt dat deze veel lager zal uitvallen dan eerst gedacht.

Amerikaanse instanties en internationale organisaties schatten om onduidelijke redenen echter de  opbrengst veel te hoog in. De enige reden die ik kan bedenken waarom ze dit doen is om zo veel mogelijk investeringskapitaal naar de olie- en gasindustrie te lokken om zo zolang mogelijk de wereldwijde energiewinning gaande te houden. Men weet immers ook dat de voorraden eindig zijn, dat we alsmaar meer moeilijk winbare olie en gas aan het verbruiken zijn en dat er massaal veel kapitaal voor nodig is om deze te winnen. Het gaat naast schalieolie en -gas over olie uit teerzanden, uit de diepzee of uit het noordpoolgebied. Het winnen van deze olie en dit gas zijn uitermate complex en zeer duur. Enkel beloften van overvloedige opbrengst zullen investeerders verleiden tot het inzetten van voldoende kapitaal. Als officiële instanties openlijk aan het twijfelen slaan zullen ook investeerders gaan twijfelen en dreigt een wereldwijde piek, in de olie- en gaswinning doordat er niet langer voldoende geïnvesteerd wordt in nieuwe productie. Deze komt er hoe dan ook maar men probeert dat zo lang mogelijk uit te stellen.

Sommige economen denken dat het gewoon een kwestie is van vraag en aanbod: als je maar voldoende hoge prijzen biedt zal men wel olie en gas blijven vinden en zullen we nooit zonder geraken. Het is een blind geloof in eeuwige groei.

Is het mogelijk om de piek in Amerikaanse schalieolie- en schaliegaswinning te voorspellen? Dat is niet evident. Het zou echter veel sneller kunnen gebeuren dan velen denken. In verschillende schaliegasregio’s is het al een feit. In een aantal andere zie je bijna maand na maand het verval in de opbrengsten in bestaande putten stijgen waardoor de tredmolen stilaan zijn werk begint te doen. Cijfers van de Texaanse overheid (The Railroad Commission of Texas) wijzen op een vrij spectaculaire daling van de gaswinning en van een nauwelijks groeiende oliewinning. Zowel voor olie als voor gas is Texas de belangrijkste staat van de VS. Ook in anders staten is er al een einde gekomen aan de groei. Enkel in Pennsylvania (gas) en in North Dakota (olie) is er nog volop groei. Het is te vroeg om te spreken over een einde van de groei maar de meest spectaculaire periode van de groei lijkt voorbij.

Wat betekent dat nu voor ons? Het wordt steeds duidelijker dat de toekomst van ons land erin bestaat afstand te nemen van een energievoorziening gebaseerd op fossiele brandstoffen. Deze worden steeds duurder. Dat kan niet anders want de winning wordt steeds duurder en complexer. De prijzen worden ook steeds volatieler. Doordat het aanbod moeite heeft om sterke stijgingen van de vraag te volgen, schieten prijzen bij momenten de hoogte in wat grote economische schokken veroorzaakt. Het is ook nefast voor onze handelsbalans. Een steeds groter deel van de opbrengst van wat we uitvoeren moeten we besteden aan het betalen van de invoer van energie. Dat maakt ons kwetsbaar en is geen duurzame strategie voor het creëren van welvaart. Investeringen in eigen duurzame en hernieuwbare energievoorziening worden cruciaal. Een te grote klemtoon op de verdere uitbouw van logistieke activiteiten is gevaarlijk. Een inzet op lokale voedselproductie die minder energie-intensief is moet zeker overwogen worden. Het zijn allemaal keuzes die een transitie naar een duurzame toekomst mogelijk zullen maken maar die tijd vragen. Als we de kop in het zand blijven steken zullen we op een bepaald moment hiervoor een prijs betalen waarbij de zwaksten in onze samenleving het eerst slachtoffer zullen worden. Niet alleen voor het klimaat is een omslag naar een duurzame samenleving en economie noodzakelijk. Ook om toekomstige welvaart veilig te stellen is het meer dan ooit nodig.

take down
the paywall
steun ons nu!