45% van Belgische jobs in publieke dienstverlening

45% van Belgische jobs in publieke dienstverlening

vrijdag 13 december 2013 09:58

Niet zoals De Tijd, De Morgen of Itinera menen te weten, geen 33% maar 45% loontrekkende Publieke tewerkstelling in België, 42,5% Vlaams, 44,5% Brussels en 50,4% voor het Waals gewest, dat hiermee in 2012 voor het eerst boven de 50% uitkomt. Doch 58,7% van de publieke dienstverleners woont in het Vlaamse gewest, 8,0% in het Brusselse gewest, 33,3% in het Waals gewest terwijl de bevolkingsverdeling 57,5% Vlaams, 10,4% Brussels en 32,1 Waals is. Vlaanderen en Wallonië hebben dus elk een surplus van 1,2% in de  publieke tewerkstelling in vergelijking met hun bevolkingsaandeel en  dit ten koste van het Brussels aandeel van 8%, dat dus 2,4% te kort komt, en dat 30% te kort gedaan wordt, in vergelijking met de andere gewesten.
 
Waarom De Tijd, De Morgen enz. publieke tewerkstelling onderschatten is een raadsel, elk cijfer in deze 45,0% is gefundeerd en controleerbaar. Of is het juist omdat de publieke dienstverlening België resistenter maakt tegen de crisis. Want zegt de Grauwe niet dat publieke investeringen, ook  in de tewerkstelling, de koopkracht stabiel houden en optrekken? Is de publieke dienstverlening niet de ‘echte’ motor van de economie en dit in tegenstelling tot het geklaag over loonkosten en het ‘overheidsbeslag’. Guido Deckers van het ACV is daar duidelijk over in
Arbeid is niet te koop.

Tabel: Loontrekkende Publieke en Niet-Publ. tewerkstelling 2008-2012
Tabel: Loontrekkende Publieke tewerkstelling 2012 per gewest

Voor de uittreksel uit de tabellen, zie BuG 207 on-line.

Definitie: Publieke loontrekkende dienstverlening is elke tewerkstelling die in hoofdzaak gebeurt met overheidsfinanciering. Naast het openbaar bestuur en de openbare dienstverlening  betreft het de gezondheids, welzijns- en grote delen van de culturele sector, het openbaar vervoer, post en communicatie, en andere gedeelten van de tertiaire sector voorzover ze in de RSZ als ‘overheidstewerkstelling’ worden beschouwd. Ook de volledige RSZ-PPO, de lokale en provinciale besturen worden tot de Publieke Dienstverlening/Tewerkstelling gerekend, ook de dienstenchequestewerkstelling valt onder Publieke Dienstverlening

Een artikel in DM van 11/12/2013 heeft het over 1/3 door overheid gefinancierde jobs, refererend naar De Tijd? En de zorgsector wordt in het laatste kwartaal 2013 groter dan de industriële sector, de jobcreatie in die zorgsector compenseert daarbij volledig het verlies in de industriële en tertiaire sector, ook de vertraagde groei van de zorgjobs wordt vastgesteld en de noodzaak voor de ‘marktsector’ om deze vertraging te compenseren door jobs in de privésector weet de journalist van De Morgen (DT). DS van 02/08/2013 had evenwel al eerder gemeld dat de zorgsector groter geworden was dan de industriële sectoren op basis van door npdata.be gepubliceerde cijfers in BuG 192. Maar een herhaling kan nooit kwaad.
 
Tijd dus om de update van de gegevens over publieke tewerkstelling, niet alleen over de evolutie sinds 2008, maar vooral ook de berekening van de publieke tewerkstelling per gewest, tot in het grootste detail, dwz tot op het niveau van elk van de 916 nace200 sectoren en dit voor 2012, uit de schuif te halen.

0. Technische noten

– De opdeling per gewest laat de 53.025 werknemers met domicilie in het buitenland of waarvan het gewest niet kon bepaald worden buiten beschouwing. Dit is maar een beperkte groep, zonder impact op de verdeling van de publieke tewerkstelling.
– Voor de berekening van het aandeel publieke tewerkstelling in vervoer, post en x aantal andere sectoren die onder de industrie of de ‘voor winst marktdiensten’ worden geklasseerd gaan we voort op het aandeel ‘overheidstewerkstelling’ zoals in de RSZ statistieken zichtbaar wordt tot op 3 digit, zie: RSZ, loontrekkende tewerkstelling, file 2012- 4de kwartaal, tabel 3. Voor de extractie van publieke dienstverlening in deze tewerkstelling passen we dit % toe, gelijk voor alle gewesten, een eventuele afwijking heeft maar een beperkte impact op het globale % publieke dienstverlening. Ook wordt het % dat voortgaat op 3 digit, toegepast op het detail zoals beschikbaar voor 5 digit. Ook hier hebben eventuele afwijkingen maar beperkt impact op het globale aandeel publieke tewerkstelling.
– voor de globale opdeling van de publieke dienstverlening gaan we voort op de nieuwe indeling van de Belgische economie zoals is gehanteerd in het rapport van de ‘expertencommissie’ loonkloof en lastenverminderingen waar alle grote statistische en studiecentra van de Belgische staat in aanwezig waren, zie BuG 205, nl 1. Verwerkende nijverheid, 2. De voor winst marktdiensten, 3 de niet-voor winst marktdiensten, 4. Oveheid en 5 het Onderwijs. De landbouw wordt niet als een aparte categorie in de Publieke Dienstverlening weerhouden omdat ze globaal maar een aandeel heeft van 13 jobs in een gewest.
– Voor de dienstencheques is voortgegaan op het totaal aantal tewerkstelling zoals door de RSZ is gemeten en waarop het aandeel ‘met winstoogmerk’ is toegepast voortgaande op de telling van de expertencommissie. De andere zijn niet identificeerbaar aanwezig in de tewerkstelling van de niet-marktdiensten, zowel de RSZ als de RSZ-PO.

1. Evolutie Publieke dienstverlening in Belgiê van 2008 tot 2012: tabel Loontrekkende Publieke en Niet-Publieke tewerkstelling 2008-2012

De tabel is opgedeeld in 2 delen, de totale loontrekkende tewerkstelling met alle details, en de Publieke tewerkstelling/dienstverlening met alle details, onderscheiden naar RSZ- en RSZ-PPO tewerkstellingen.

Het betreft dus de publieke tewerkstelling loTussen 2009 en 2011 was er sprake van een ‘verzekering’ van de tewerkstelling, met een forse groei van zowel publieke als niet publieke tewerkstelling zodat het aandeel van de publieke tewerkstelling gelijk bleef. In 2011 was er een sterkere groei in de niet publieke tewerkstelling, vooral door een jobvermindering bij openbare dienste en onderwijs, die zich ook in 2012 sterker doorzette. Deze terugval werd gecompenseerd door een stijging in de zorgsector en de dienstencheques zodat het saldo in 2011 nog positief was met +26.533 in de Publieke dienstverlening, maar in 2012 resulteerde in een globale vermindering van de loontrekkende tewerkstelling met -13.424, vooral door het negatieve saldo van de niet-publieke dienstverlening dat -17.675 bedroeg naast een beperkte stijging in de Publieke dienstverlening met +4.249..

Het verdere detail van waar groei en terugval plaatsvond kan verder nagegaan worden in de tabel Loontrekkende Publieke en niet-publieke dienstverlening 2008-2012
 
2. Alle publieke tewerkstelling per gewest in een overzichtelijke tabel –
Loontrekkende Publieke tewerkstelling 2012 per gewest
  
Voor elke van de Nace-sectoren met alle subtotalen wordt per gewest het beeld gegeven van de publieke dienstverlening langs volgende cijfers:
 
– in aantallen (A)
– het % per gewest voor elk van de 917 deelsectoren met publieke dienstverlening). (A – rechterzijde))
– in % tav de totale tewerkstelling (totale loontrekkende tewerkstelling  = 100%) (B)
– in % tav van de publieke dienstverlening (totale loontrekkende publieke dienstverlening = 100%) (C)
 
De tabel is opgedeeld in 2 delen:

Bovenaan het overzicht van alle werknemers per gewest voor alle deelsectoren met ook het % wat op zich al unieke gegevens zijn. Onderaan de extractie van publieke tewerkstelling uit de tabel loontrekkende tewerkstelling, en zoals kan afgelezen worden, 45% op Belgisch niveau, 42,5% in het Vlaams gewest, 44,5% in het Brussels en, voor het eerst boven de 50%, het Waals gewest met 50,4%.ontrekkenden van zowel in België als buiten België gedomicilieerden. Het totaal voor 2012 ligt dus hoger dan de samentelling van het aantal werknemers per gewest zoals in de volgende tabellen wordt weergegeven.

Voor het algemene overzicht van de tewerkstelling worden de dienstencheques apart genomen, voortgaande op de cijfers van de tewerkstelling onder de NACE-code reiniging gebouwen en een fractie van het uitzendwerk, zonder dat dit sterk afwijkt van de methode gehanteerd in de opdeling per gewest.

Tussen  2008 (voor de crisis) en 2012 is er een stijging geweest van de publieke tewerkstelling/dienstverlening van 1.603.284 tot 1.679740 of een stijging met 87.767 jobs of +1,5%, van 43,5% van de loontrekkende tewerkstelling naar 45,0%, als anti-crisisbeleid/effect kan dat tellen. Zoals ook de economisten van De Tijd en De Morgen vaststellen is er een tewerkstellingsverlies van 36.256 in de secundaire en tertiaire sectoren, maar een stijging in de publieke dienstverlening met 87.767 zodat het saldo na 5 ‘crisisjaren’ toch nog 51.511 tewerkstellingsgroei bedraagt

Deze gunstige evolutie blijkt ook uit de relatieve verhoging van de publieke dienstverlening van 43,5% naar 44,6% van de loontrekkende tewerkstelling tussen 2008 en 2009 met + 33.589 jobs terwijl de Niet-publieke tewerkstelling er met 47.829 op achteruit ging, zodat er een negatief tewerkstellingssaldo van -14.240 was in 2009. Mede door het terugvallen van de noemer, de totale loontrekkende tewerkstelling, verhoogde het aandeel van de publieke tewerkstelling met 1,1% in het crisisjaar 2009.
 
In de tabel Loontrekkende Publieke en niet-publieke dienstverlening 2008-2012  wordt de evolutie van jaar tot jaar geschetst: (in de tabel kan ook voor elk jaar de procentuele evolutie nagegaan worden).
 
3. Afgemeten aan de bevolking is vooral Brussel de dupe van de ondertewerkstelling in Publieke en niet-Publieke tewerkstelling
 
In deze eerste extractie worden voor de openbare dienst de kolompercentages met aandeel per gewest geopend, en enkel het totaal aantal voor België in beeld gebracht. Zowel in de Publieke als de niet-Publieke dienstverlening is Brussel onderbediend wat tewerkstelling betreft en dit zowel wat RSZ als RSZ-PPO tewerkstelling betreft (behoudens bij de OCMW’s). Bij de niet-publieke dienstverlening is het vooral Vlaanderen dat er met 65% van de loontrekkende tewerkstelling bovenuit steekt, terwijl Brussel op 8,2% en vooral Wallonië op 26,8% blijven steken. Niet zozeer de werkloosheid maar de ondertewerkstelling in vooral Brussel en ook Wallonië is er het probleem, eerder dan de hoogte van de werkloosheid.

Politie, zowel federaal (7,3%) als lokaal (5%), Brandweer (6,3%), Leger (3,6%), Gevangenisbewakers (6,2%) en zoals al duidelijk was, vervoer (3% spoor, algemeen 8,0%) en post (5%) houden zich ver van Brussel om er te wonen, maar zijn de eersten om er te werken. Dat kan maar als er bewust veel te weinig gerecruteerd wordt bij de Brusselse bevolking voor wat de ‘uniformberoepen’ betreft, de MIVB niet te na gesproken (16,6% personenvervoer op de weg is van Brussel) en Beveiliging (22,2% woont in Brussel), maar zij zijn de uitzonderingen. Maar zoals vroeger gezegd zal dit keren. Ook de tewerkstelling van leerkrachten, onderwijzers en kleuterleidsters is ondermaats in Brussel (7%), terwijl dat toch de sleutels zijn naar de toekomst. Maar op 12 jaar tijd studeren er 4 generaties bachelors af, en dat zal de echte omslag zijn die voor alle beroepen in Brussel voor een revolutie gaat zorgen het komende decenium, met de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 als culminatiepunt.

Maar we vallen in herhaling en het is beter de tabel Loontrekkende Publieke tewerkstelling 2012 per gewest zelf te exploreren in al haar onderdelen, aantallen en %ges. Want ook langs de percentages op de totale loontrekkende tewerkstelling (rij B) en de % binnen de publieke dienstverlening (rij C) krijgt men een volledig detail. Een teruggrijpen naar de algemene tewerkstellingscijfers kan soms nuttig zijn omdat daar bv voor het spoorwegpersoneel dat in hoofdzaak publieke dienstverlening is, een groter detail terug te vinden is, ondermeer dat slechts 3% van alle NMBS spoorwegpersoneel in Brussel woont. Zou dat al onder Cornu z’n aandacht gebracht zijn?

4. % op het totaal Publieke dienstverlening

In onderdeel C van de tabel Loontrekkende Publieke tewerkstelling 2012 per gewest wordt het relatieve belang weergegeven van elke deelsector in het geheel van de Publieke dienstverlening per gewest. Daarmee verdwijnt de ongelijke verdeling van de Publieke dienstverlening uit the picture maar worden bepaalde onderdelen belangrijker, zoals, weliswaar beperkt, de lokale besturen in Brussel met het OCMW voorop, een evidente vaststelling voortgaande op de dynamiek van een grootstad ondermeer wat migratie betreft. Ook de sector kunst en kultuur en de voor winst marktdiensten zijn van een groter gewicht in de Brusselse Publieke tewerkstelling.

In de tabel kunnen deze aandelen voor elke deelsector verder geexploreerd worden. Onder de hoofding B in % tav op het totaal van de loontrekkende tewerkstelling.
 
5. De voor winst marktdiensten, zeg maar de tertiaire sector

Ze worden vlug uit het oog verloren maar ook de voor winst marktdiensten, de tertiaire sector dus, heeft een groeiende impact in de Publieke Dienstverlening, nl 216.070 jobs of 5,9% van de Publieke dienstverlening. Een belangrijk deel hiervan komt op rekening van de publieke middelen die ingezet worden in de dienstencheques zoals georganiseerd door de commerciële sector. Maar ook het Vervoer (NMBS, De Lijn, TEC, MIVB), Bpost zijn vooralsnog belangrijke ‘overheidsbedrijven’ die nog maar marginaal beconcurreerd worden door de ‘private’, de op winst gerichte sector. Beter dan bij Energie en Banken in het verleden treden vakbonden hier op als bewaker van het algemeen belang, tegen de markt en het winstoogmerk, behalve dan Transcom van het ACV dat zich als een haai geworpen heeft op het gehandicaptenvervoer, die, och arme 3 miljoen mag verdelen, 1/3 van een % van wat De Lijn Krijgt. Dat LBC-NVK dit dossier heeft laten gaan is al evenmin te begrijpen.Tegen einde van de week moeten de aanvraagdossiers voor erkenning als vervoer ‘met recht op een compensatievergoeding’, binnen zijn en voor Kerstmis zou minister Crevits de erkenningen verdelen, met inbegrip van mogelijk forse prijsstijgingen voor de gehandicapten die 3 tot 4 x meer zullen moeten betalen voor een gelijke vervoersafstand als een gewone burger. Mustafa Kör zou er zijn aandacht ook eens op kunnen richten. Zie ook Brief aan Mustafa van 12/12/2013.

De berekening van het aandeel van de Publieke dienstverlening in de tertiaire sector, de voor winst marktdiensten, gaat voort op het getelde aandeel van het ‘Openbaar ambt’ in deze deelsectoren zoals per kwartaal opgemaakt door de RSZ, loontrekkende tewerkstelling, file 2012- 4de kwartaal, tabel 3. De %ges met het aandeel ‘Overheidsdiensten’ worden toegepast op de onderscheiden sectoren.

Buiten Vervoer, Post en Communicatie (ondermeer Radio en TV) is het aandeel van de Publieke dienstverlening beperkt alhoewel het Watervervoer, Financiële activiteit (Nationale Bank), Wetenschappelijke activiteit (CRB, Planbureau e.a.), Toerisme en vooral dan Administratieve en Ondersteunende diensten met ondermeer de terbeschikking stelling van arbeidskrachten, dwz de VDAB, Forem en Actiris met in totaal 9.674 personeelsleden in deze rubriek.

Bij dit laatste is Brussel wel pertinent aanwezig als complement voor de relatief hogere werkloosheidscijfers. En dit compartiment zal in Brussel exponentieel groeien met de 43,7 miljoen € Europees geld (36,4% van de 120 miljoen €die Europa voor Brussel en Wallonië voorziet gedurende 2 jaar), aangevuld met 1/3 van dit bedrag bovenop te besteden door de regio, bedrag dat langs de recent besliste lastenverlaging voor specifieke gebieden ook naar Brussel zal gaan, hetgeen het te investeren totaalbedrag op 58 miljoen € brengt. Tav van een Actiris budget 286 miljoen € in 2012 is deze 58 miljoen € (voor 2 jaar) een forse injectie voor de specifieke actie tav de jeugdwerkloosheid.
 
6. Publieke dienstverlening, dé stabiliserende factor tegen crisis en voor relance
  
Hoe meer de economische en financiële machtcentra de publieke dienstverlening en tewerkstelling willen onderuit halen, hoe meer ze daarin gevolgd worden door haar politieke exponenten, de N-VA voorop, hoemeer de sociale- en bestaanszekerheid in vraag gesteld worden, des te groter het belang dat deze tewerkstelling en de zekerheidsstelsels hebben voor het anti-crisibeleid en voor ‘aantrekken’ van de economie en het relanceren ervan. Dat geen enkele leugen en verdachtmaking te min is voor de strijdrossen tegen de samenleving en het economisch draagvlak werd nog maar eens aangetoond door Peter Cousart, stafmedewerker activeringsbeleid bij de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) in z’n artikel Activeer de beleidsmaker. Hij stelthierin; “Toch zijn meer dan de helft van de leefloners binnen een half jaar al weer weg uit de OCMW’s en tot 70 procent binnen het jaar”, ondanks een Vlaams beleid dat stokken in de wielen steekt van de OCMW’s die er effectief in slaagt de leefloners te ‘activeren’. Vandaar ook de titel van z’n artikel: Activeer de beleidsmaker om aan te klagen dat het juist de Vlaamse overheid is die het OCMW’s moeilijk maakt ondanks het uitzonderlijk resultaatrijke activeringsbeleid van de duizenden OCMW-medewerkers, ook in Antwerpen. Maar de Homansen mogen met hun schuinpraat onder grote mediatieke belangstelling de inspanningen van hun eigen personeel en van alle andere OCMW’s zonder weerwerk onderuit halen.
 
O(m)(p)a’s aan de dop, België aan de top

Dank zij de publieke dienstverlening, dank zij het leefloon – dat niets met ‘sociale zekerheid’ te maken heeft, Guido De Padt zou z’n les eens opnieuw moeten leren in z’n jacht op de EU-onderdanen, hij bedoelt Roemenen en Bulgaren, waarvan de RSVZ met succes het kaf van het koren scheidt, ook weer ambtenaren die hun werk doen, maar die men hun werk niet gunt – dank zij de systemen van werkloosheid, invaliditeit, pensioen, kinderbijslag en de tegemoetkomingen voor gehandicapten wordt voor 60% van de inkomenstrekkers en vloor 3/4 van de bevolking sociale en bestaanszekerheid gegeven, ook in moeilijke- en crisitijden. Ook al is de welvaartvastheid niet altijd verzekerd, toch is het vooral de ancienniteitsbverhoging doorheen de gehele carrière van de 1,7 miljoen loontrekkenden die in de publieke dienstverlening zijn tewerkgesteld die de koopkracht in België meer dan welke andere maatregel (en welk ander land ook) heeft gewaarborgd. Met een gemiddelde verhoging van de lonen van 2,5%, voor maximum 28 jaar ancienniteit, bijkomend aan de index en aan de programmatie, en dus ook bijkomend aan de ‘loonstop’ die in het interprofessionele akkoorden is voorzien of wordt opgelegd, wordt het draagvlak voor minimale en verhogende koopkracht van 3/4 van de bevolking verzekerd. Daarmee scoort België beter, zoniet het best van alle landen die in het verleden of het heden, zich de titel ‘socialistisch’ toeken(d)(n)en, of zoals een Belarus me ooit zei, België is een socialistisch koninkrijk, als je naar gezondheidszorg, onderwijs, sociale- en bestaanszekerheid kijkt, zo vertel ik altijd aan m’n vrienden als ik nog een terug ga naar Belarus en terugdenk aan de tijden van de Sovjetunie. Daarvoor moet de eerste minister nog geen ‘marxist’ zijn, maar het voortbestaan van deze samenleving en de individueel verzekerende structuren zijn de echte inzet van de politieke keuzes die in mei 2014 verder kunnen gemaakt. Zoals nogal eens zal de keuze van het ‘volk’ misschien duidelijker zijn dan de roepers van het laatste uur verhopen.
 
Och ja, zien welk aandeel de Non-Profit zal krijgen in de 2 miljard lastenverminderingen die recent beslist zijn. En waar zijn de berekeningen van de expertencommissie gebleven in de discussies en maatregelen om de ‘loonkloof’ te dichten en die van de loonkloof een ‘loonvoordeel’ gemaakt hebben, die zijn allemaal onder de mat geveegd. Maar de lastenverminderingen zullen wél verder stijgen van 11,8 tot 14 miljard €.in 2018.

Voor de uittreksel uit de tabellen, zie BuG 207 on-line.
 
Tabel: Loontrekkende Publieke en Niet-Publieke tewerkstelling 2008-2012
Tabel: Loontrekkende Publieke tewerkstelling 2012 per gewest               

 

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!