Nelson Mandela
Opinie, Nieuws, Afrika, Politiek, Zuid-Afrika, Nelson Mandela, Apartheid, Mythes, African National Congress (ANC), Terry Bell -

Mandela: de mythes en de man

Een terugblik op het leven van Nelson Mandela door Terry Bell, Zuid-Afrikaans economisch en politiek analist, schrijver en journalist die zelf een politiek gevangene was onder de apartheid. Hij leefde tijdens de apartheid 27 jaar in ballingschap.

zaterdag 7 december 2013 11:00

Dit artikel werd geschreven in de voorbije weken, dus voor het overlijden van Nelson Mandela, tijdens de periode van zijn laatste ziekte.

Het was, denk ik, allemaal nogal voorspelbaar dat, toen Nelson Rolihlahla Mandela snel naar het ziekenhuis in Pretoria werd gebracht voor de zoveelste keer in bijna evenveel maanden, de media zich zouden groeperen als gieren rond een dood hert om zich van een plaats te verzekeren buiten het ziekenhuis.

Dat het journaille gezelschap zou krijgen van biddende gelukswensers en anderen was ook te verwachten, net zoals de massale berichtgeving in de media voorspelbaar was. Elk aspect van het er onvermijdelijk aankomende overlijdensbericht werd uitgemolken.

Wat is Mandela’s erfenis?

Er was, tenminste, één Scandinavische redacteur die de tegenwoordigheid van geest had om aan zijn Afrika-correspondent te vragen uit te zoeken of er een antwoord was op de vraag “wie de erfenis van Mandela zou voortzetten”. Natuurlijk impliceert deze vraag die andere essentiële vraag: “Wat is de erfenis van Mandela?”

Waar eindigt de realiteit en begint de mythe? De redacteur doelde jammer genoeg enkel op de mythe. Mandela als de ‘heilige verzoener’, haast een halfgod, die 27 jaar in gevangenschap doorbracht voor hij overtuigd de stap naar de schijnwerpers van de internationale media zette.

Was Mandela, na zijn vrijlating in februari 1990, in staat geweest om in de toekomst te kijken, dan was hij waarschijnlijk verrast geweest. In december 1992, zittend in zijn nieuwe kantoor in het hoofdkwartier van het African National Congress (ANC) in Johannesburg, sprak hij immers met verbijstering zijn bekommernis uit over het het beeld dat van hem gecreëerd werd. “Het was het product”, zo vond Mandela, “van naïeve en romantische verwachtingen; van het idee van een messias, gewapend met een magische toverstaf”.

Ik was erbij – om een persoonlijke column in zijn naam te schrijven die verspreid zou worden door Inter Press Service (IPS), een persdienst ondersteund door de Verenigde Naties – toen hij opmerkte: “Al wat ik weet, is dat ik geen messias ben”. Zelfs toen al was het duidelijk dat het een rol was die hem door velen werd toebedeeld – en niet in het minst door mensen die in eerdere decennia zijn tegenstanders waren geweest.

Halfgod

Mythe en materiële realiteit werden vermengd om een beeld te creëren van Mandela waar hij zelf over zei dat het “een geloof is in een halfgod die voortschrijdt”. Toen was hij er echter van overtuigd dat dit beeld niets meer was dan een voorbijgaande illusie, en dat die illusie reeds aan het afbrokkelen was. “Ik weet dat ik het onderwerp was van zulke illusies toen ik uit de gevangenis kwam”, zei hij.

Hij ging verder met benadrukken dat hij niet alleen geen magische toverstaf had, maar dat hij en zijn medegevangenen “producten waren en zijn van een traditie die gelooft in collectieve inzet, in teamwork”. Daarna stelde hij met klem: “De mythes zijn veelal uiteengespat: we worden vandaag gezien als normale mensen van vlees en bloed en onderhevig aan alle gebruikelijke menselijke zwaktes”.

Hij had het mis. Mis omdat het vormen van mythes doorging, en zich richtte op de figuur van Mandela waar nu naar gerefereerd wordt als een ‘wereldwijd icoon’, een term die, in andere woorden, bijdraagt tot een seculiere messias, levend of dood. Dit werd goed verwoord in een Zuid-Afrikaanse zondagskrant, zelfs voor er enig teken was dat Mandela definitief zou wegglijden. De krant schreef: “Onze Mandela is een onsterfelijke die ras, geslacht, geografie, religie en politiek overstijgt. Onze Mandela zal nooit sterven. Hij is de vader van onze natie”.

De schrijver erkende echter tenminste wel dat dit het product was van een ‘Mandela-cultus’. Het is een cultus die nog altijd lijkt te groeien, ondanks de afwijzing ervan door Mandela zelf. Ze heeft waarschijnlijk nog meer volgers in de landen buiten Zuid-Afrika, vooral in de liberale parlementaire democratieën die zo enthousiast voor de anti-apartheid streden, toen het ANC en Mandela al het idealisme in de antiracistische strijd verpersoonlijkten.

Wellicht op basis van “als je het niet kan verslaan, gebruik het dan”, paste Mandela zich ook aan de mythe aan, ongetwijfeld denkend dat hij de grote sommen geld van zakenmensen goed kon gebruiken om onder meer scholen in zijn thuisprovincie – de Oostkaap – te betalen (één van zijn stokpaardjes).

Hij zag er ook op toe dat het Nelson Mandela Centre for Memory gesticht werd, dat niet enkel zijn eigen geschiedenis herbergt, maar ook dat van anderen die streden voor mensenrechten en daarnaast blijft doorgaan met het verzamelen, ordenen en analyseren van de strijd voor deze principes, die nog steeds aan de gang is. Het is veelzeggend dat hij als logo voor het centrum een open hand en niet zijn eigen gezicht verkoos.

Omdat velen hem de status van halfgod toedichten – vooral toen Mandela president van Zuid-Afrika was (1994-1999) – en hun eer betoonden door veel geld en andere materiële middelen te schenken, werd Mandela heel snel heel rijk. Zijn medegevangenen, samen met hem opgesloten in 1964, bereikten nooit dezelfde financiële status, noch werden zij ooit nog het politieke team dat ze waren geweest tijdens de jaren in de beruchte gevangenis op Robbeneiland. Toch, zoals Mandela het zelf benadrukte in 1992: “Er is geen individu onder ons dat boven anderen staat in positie of bekwaamheid”.

Van hervormer naar revolutionair

Er zijn verschillende redenen voor het feit dat Mandela boven de anderen uit zou gaan torenen, niet de minste daarvan zijn eigen bekwaamheid en persoonlijkheid. De druk van zijn partij om een persoonlijkheidscultus te creëren rond een man van “vlees en bloed, onderhevig aan alle gebruikelijke zwaktes”, speelde echter een belangrijke rol.

Dat geldt ook voor een ander fenomeen dat vaak diep begraven wordt door de gelovers in en aanhangers van de mythe. De reden daarvoor is dat dit fenomeen de mythe doet verbleken – zonder afbreuk te doen aan de persoonlijkheid van Mandela. We hebben het over het volgende: het is een simpele waarheid dat het voor individuen, hoewel toegewijd en sterk van karakter, die gedurende 20 jaar en meer, zijn onderworpen geweest aan de routine en striktheid van het gevangenisleven, zeer moeilijk, zoniet onmogelijk om na hun vrijlating weer normaal te functioneren in de ‘vrije’ buitenwereld.

Daar kwam nog bij dat, in tegenstelling tot de andere gevangenen die met Mandela opgesloten zaten sinds 1964 en die voor het grootste gedeelte direct van de gevangenis in een wereld stapten die immens veel veranderd was tijdens hun gevangenschap, Mandela werd klaargestoomd voor zijn rol aan het hoofd van de politieke organisatie die het einde van het apartheidssysteem zou bemiddelen met zijn grootste en felste tegenstanders.

Hij was duidelijk de leider van de groep en werd geaccepteerd als de leider van de grootste anti-apartheidbeweging, het ANC. Hij was het ook die – ondanks wat weerstand van sommigen van de voormalige Rivonia-veroordeelden – gesprekken begon met een regime dat al in moeilijkheden verkeerde, zowel economisch als op het gebied van de binnenlandse sociaal-politieke onrust.

Mandela’s positie, tesamen met de enorme internationale publiciteit die opgebouwd werd rond zijn naam, overtuigden de toenmalige minister van Justitie onder de apartheid Kobie Coetzee (NP) ervan dat Mandela iemand kon zijn met wie een deal te sluiten viel. Coetzee was, net zoals het hoofd van de staatsveiligheid tijdens de apartheid Daniel ‘Niel’ Barnard, zich er ook van bewust dat Mandela niet de radicale revolutionair – laat staan ‘terrorist’ – was, zoals het apartheidsregime hem altijd graag had afgeschilderd.

Rolihlahla -‘Nelson’- Mandela was een aristocraat en advocaat wiens duidelijke doel was om de racistische vooringenomenheid van het systeem te ontmantelen en niet het systeem zelf. Zodoende was hij een hervormer die door de Zuid-Afrikaanse omstandigheden gedwongen werd om een revolutionair te worden. Net zoals Albert Luthuli, zijn voorganger als voorzitter van het ANC (en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1960), pleitte hij altijd voor een nationale conventie, voor een onderhandelde overeenkomst die moest leiden tot een niet-raciale, parlementaire compromis.

Integriteit

Dat hij trouw bleef aan zijn idealen doorheen bijna twee decennia van gevangenschap op Robbeneiland – en ondanks verscheidene verlokkingen en aangeboden steekpenningen – zegt oneindig veel over de integriteit van een exceptioneel bekwaam man. Dat hij, ondanks nog meer pogingen tot beïnvloeding, weigerde om af te wijken van zijn eisen toen hij van Robbeneiland overgeplaatst werd, draagt bij aan zijn status als politicus. Desondanks was en bleef hij een man.

Internationaal echter was hij een icoon, praktische een halfgod – geworden, zelfs nog voordat hij na 17 jaar op Robbeneiland verhuisde naar de betere omstandigheden van de Pollsmoor-gevangenis in Kaapstad. In de ruimere, maar nog steeds donkere omgeving van Pollsmoor, verbeterden een aantal zaken. Mandela kreeg beter te eten en bezoekers werden meer toegelaten. Hij kreeg meer toegang tot boeken en nieuwsmedia.

Gevangene 466/64 op Robbeneiland werd nu gevangene D220/82 in Pollsmoor. In 1964 was hij de 466ste gevangene in de gevangenis op het eiland. In 1982 werd hij de 220ste veroordeelde op de D-afdeling van Pollsmoor. Hij werd daarna nog één keer overgeplaatst – naar de Victor Verster-gevangenis in Paarl en kon daar nog één gevangenisnummer aan zijn palmares toevoegen: 1335/88. Uiteindelijk werd hij vrijgelaten op 11 februari 1990.

Toen hij, nadat de Zuid-Afrikaanse bevolking hem 27 jaar niet had gezien, aan de poorten van de Victor Verster-gevangenis in Paarl, ten noorden van Kaapstad, verscheen, zag hij er fit, gezond, gelukkig en vastberaden uit. Weinig mensen – met uitzondering van diegenen die een dergelijke gevangenschap zelf hadden ondergaan – vonden het ongewoon dat Mandela, 27 jaar vastgehouden in een gevangenis van het apartheidsregime, in staat was om uit de gevangenispoorten te lopen en de duizenden aanhangers toe te spreken die zich verdrongen op de Grand Parade van Kaapstad.

Hij was in staat om dat te doen omdat de wanhopige hervormers in het apartheidsapparaat, geleid door Kobie Coetzee, beseften dat zij, net zoals het ANC, een leider nodig hadden die onmiddellijk kon functioneren in een wereld die dramatisch veranderd was sinds de Rivonia-rechtzaak in 1964.

Tussenhuis

Toen de gevangenisdeuren sloten achter Mandela en zijn kameraden, waren er geen faxmachines, laat staan mobiele telefoons of computers. Buiten de gevangenismuren was, tijdens de lange gevangenschap van Mandela, de wereld aan een snel tempo veranderd.  Pas vrijgelaten gevangenen die lang opgesloten hebben gezeten, vinden vaak de enormiteit van verkeer, geluiden, geuren en aantallen mensen onthutsend. Daarom werd Mandela eerst op verschillende excursies meegenomen buiten Kaapstad.

Toen, na een korte periode in de private Constantiaberg-kliniek, waar hij behandeld werd voor tuberculose, werd hij overgeplaatst naar het grote huis van de voormalige plaatsvervangende directeur van de Victor Verster-gevangenis. Dit zou, volgens de authoriteiten, zijn ‘tussenhuis’ naar de uiteindelijke vrijheid zijn. Het was 1988 en het huis was voorzien van alle moderne gemakken, inclusief een faxmachine, televisie en videorecorder en een zwembad.

Het ‘tussenhuis’ was een gouden kooi voor de man die bestemd was om de eerste zwarte president van Zuid-Afrika te worden. “Alles wat je nodig hebt, alles wat je wenst, vraag het gewoon”, werd hem verteld en hij werd voorgesteld aan zijn persoonlijke kok, Jack Swart, die weliswaar culinair bekwaam was, maar ook gevangenisbewaker was.

Volgens een van de bewakers die toen aanwezig was, lachte Mandela. Hij zei “dank u” en onthield zich van vragen over zijn vrijlating. Hij wist dat hij nog altijd een gevangene was en dat elk telefoontje en faxbericht gecontroleerd zou worden. Hij was zich er ook bewust van dat het slechts een kwestie van tijd was voor hij een vrij man zou zijn, die nooit een compromis met het regime heeft gesloten. Eigenlijk was hij nu degene die de touwtjes in handen had.

Dit was Mandela, de pragmatische politicus, die onderhandelde met dictators als Mobutu sese Seko van het toenmalige Zaïre en met Soeharto van Indonesië, net zoals hij onderhandelde met de bazen van de apartheid, als hij dacht dat zulks het ANC zou helpen om zijn visie op het toekomstige Zuid-Afrika waar te maken.

Afbraak van mythes

Zoals Mandela zelf zei, had hij “alle gebruikelijke zwaktes”. Het blootleggen en ontmantelen van de mythes die zijn naam blijven omringen, doet geen afbreuk aan de man zelf. Het enige wat het opheffen van de mythe zou doen, is illusies wegnemen en een exceptioneel individu vermenselijken.

Wat zijn nagedachtenis wel bevlekt, is het gedrag van sommige van zijn familieleden, die, toen het duidelijk werd dat Mandela ernstig ziek was, een surrealistisch conflict begonnen om zijn geld in handen te krijgen. Deze zaken komen nu voor het gerechtshof. Deze betreurenswaardige familieruzie heeft niets te maken met de erfenis van Mandela. Die erfenis is, ontdaan van elke mythe, het simpelweg mogelijk maken om het beste te maken van elke mogelijkheid, zonder de kern van de zaak uit het oog te verliezen.

In dit licht ben ik ervan overtuigd dat Mandela blij zou geweest zijn ook Gloria Tibani te zien die hem het beste kwam wensen buiten het Medi-Clinic Heart ziekenhuis in Pretoria. Tegelijkertijd verkocht ze vetkoek (een gefrituurd deeghapje) en stukjes worst om haar inkomen te verhogen.

Terry Bell

Terry Bell is Zuid-Afrikaans economisch en politiek analist, schrijver, journalist en leraar. Sinds 1996 publiceerde hij de vaak controversiële wekelijkse column ‘Inside Labour’ over de arbeidersbeweging in Zuid-Afrika. Hij werd bekroond met de prestigieuze Nat Nakasa Award voor ‘moedige journalistiek’. Hij is de auteur van diverse boeken, onder meer ‘Unfinished Business, South Africa, apartheid and truth’. Bell is voormalig politiek gevangene onder de apartheid in Zuid-Afrika. 27 jaar verbleef hij in ballingschap in Groot-Brittannië, Nieuw-Zeeland, Tanzania en Zambia.

Deze tekst is uit het Engels vertaald door Leonie Hogervorst.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!