De Wereld van Saffier –  Dikke overjas
DE WERELD VAN SAFFIER -

De Wereld van Saffier – Dikke overjas

vrijdag 22 november 2013 18:51
Spread the love

Vroeg in de morgen stond  Saffier door het geklikte raam te kijken. De natuur was in versneld tempo aan het verherfstkleuren. Spinnen balanceerden in de lucht, de bontjassen van de bomen vielen op hun wortels in flarden uit elkaar en bedekten met opzichtige lappendekens de grond. De buitenlucht die ze inademde had karakter gekregen, een identiteit, volgepropt met het aroma van het zieltogend chlorofyl.

Ze schreef in ‘De wereld van Saffier: ‘Elk volk hult zich op gezette tijden en gelegenheden in zijn typische klederdracht. Dat van de Belg bestaat permanent uit een dikke overjas inclusief regenscherm.’

Nonkel Mon, niet meer van de jongste, dook regelmatig op, vijfenveertig kilometer heen en terug met de fiets.

‘In bepaalde landen worden wegen afgesloten om de bevolking te verplichten te voet te lopen en zo de obesitas te bestrijden,’ maakte hij zich sterk.

Nu was het lang, te lang geleden dat hij nog langsgekomen was. Moeder Elvira belde hem op. Neen, de sluipende herfst schrikte hem niet af. Hij zat met een gescheurde meniscus en regelmatige bezoeken aan de osteopaat. Die veranderde met een dozijn naalden zijn knieschijf in een stekelvarken en zette er dan elektroden op.

‘Neen, hoegenaamd geen pijn, integendeel, de sensatie van een onderhuids bronnetje dat opborrelt aan de binnenkant van mijn knie, hoe moet ik dat uitleggen, als een gevangen vlin­der die met vleugels siddert, zoiets.’

De jongste voelde zich die dag Bertha en kwam snotterend van school thuis. Vader Fons en moeder Elvira hadden er van bij de geboorte voor gekozen niet aan dat kind te prutsen en het te laten groeien in de hoop dat het zelf wel een gepaste weg zou inslaan en zijn uiteindelijke geaardheid zou bepalen. Toch vond vader Fons het maar niks. Was het maar in dezelfde kliniek geboren zoals Saffier, onder water, dan was het ook een vis geweest, nam hij aan. Nu is het mossel noch vis. Op het gemeenteregister  stond het opgetekend als Bert. Maar thuis mocht het kiezen en desnoods dagelijks veranderen volgens goeddunken. Achteraf kan er desnoods nog aan het lijf gebricoleerd worden. Maar van klasgenoten wisselen was alles behalve comfortabel, bij de jongens werd hij gepest en bij de meisjes werd ze langs alle kanten geaaid, soms ook omgekeerd.

Vader Fons verloor een gepassioneerde gespreksmaat aan het afsterven van buurman schuin tegenover. Die had zich gespecialiseerd in oorlogen. Zijn integrale bibliotheek was dat: oorlog. Encyclopediedikke geïllustreerde boeken, uit kartonnen dozen in boekenstandjes op markten en pleinen gegraaid aan tweeënhalf euro per stuk, deden de rekken van zijn boekenkasten vervaarlijk doorbuigen. Dikwijls hadden ze er samen in gebladerd.

‘Hoe lang bestaat de mens al, Fons?’

‘Kunnen we niet te weten komen, wel beginnen tellen van het moment dat hij sporen nagelaten heeft die gevonden werden.’

‘Pak weg, honderdduizend jaar geleden. Klopt dat een beetje? Dat betekent in feite honderdduizend jaar oorlog,’ besloot buurman met een zeker triomfalisme om ze allemaal samengebracht te hebben in zijn bibliotheek.

Vader Fons was meegegaan naar het kerkhof om hem te vergezellen naar oorden waar geen oorlogen zijn. Hij struinde er naast een onbekende, die blindelings de weg wist.

‘Ik grasduin graag tussen de graven, schamele optrekjes en imposante zerken, kale aardebulten en authentieke villa’s. De gemeentebedienden mogen geen pesticiden meer gebruiken voor de perken. Tenslotte liggen de doden er onder. Maar kijk eens hoe de grasmatten er aan toe zijn. De engerlingen en de kauwen, die beconcurreren elkaar, om ter meest schade aanrichten.

‘Engerlingen, enge beesten?’

‘Wormen van de meikever, de junikever en de johanneskever, ze vreten de wortels van de graszoden weg en de kauwen wrikken er dan weer de wormen uit, ‘ wist de man te verduidelijken.

De grond bovenop de buik van buurman was nog mul toen op een morgen buurvrouw Hortensia de complete menselijke oorlogsvoering op de stoep zette voor de gemeentelijke ophaling van papier en karton.

‘Met al die rommel heb je nooit gedaan met kuisen.’

‘Nonkel Mon is van zijn fiets gedonderd. We zullen hem eerstdaags niet te zien krijgen,’ lichtte moeder Elvira de gezamenlijke familie in.

‘Fons, jij drinkt te weinig, anderhalve tot twee liters per dag is de opdracht,’ herhaalde ze haar veelvuldige waarschuwingen.

‘Jij wilt mij verdrinken. Ik controleer het zelf wel op mijn straal. Als ze te geel is, weet ik dat ik moet bijtanken,’ hield hij haar af.

Krant en teevee hadden hem weer eens opgezweept.

‘Al honderdduizend jaar is de mens met oorlog bezig, buurman zaliger heeft het berekend en Syrië is de hedendaagse uitloper,’ brieste hij.

Saffier greep naar haar notitieboekje.

‘Het land werd verafschuwd omdat bleek dat er geheime opslagplaatsen met chemische wapens verscholen lagen. Inmiddels schuilen al decennia lang Amerikaanse wapenarsenalen tot en met nucleaire massavernietigingswapens in Europa. De Europese regeringsleiders lieten hun broek zakken voor de VS en waren beschaamd om in hun nakie voor hun eigen publiek te verschijnen. Geheime nucleaire wapens in België? Ze wisten dan niet beter dan maar van niets te weten.  Saffier schakelde over. Dat hoorde bij haar andere notitieschrift, ‘Kafka in België.’

‘Hoe moet je dat dan begrijpen? Een buitenlandse troepenmacht die een arsenaal kernwapens controleert op Belgische bodem. Een vriendschappelijke Amerikaanse invasie? Een bondgenootschap waarbij België als vazallenstaat gereduceerd wordt? Een Amerikaan beweerde dat er een paar jaar terug afspraken gemaakt werden tussen België en de V.S. over de modernisering van het kernwapentuig om het nog meer vernietigingskracht te geven. Geen van onze regeringsleiders wist daar iets over. Logisch, hoe konden ze iets weten over renoveringsplannen van spullen waarvan ze niet wisten dat ze bestonden?’

‘Saffier, het eten is klaar!”

‘Ja, ik kom.’

Alvorens naar beneden te gaan, wilde ze toch eerst het verloop van haar gedachtenvloed veilig in de bedding van haar schriftje kanaliseren.

‘Mensen die geweest zijn en niet meer bestaan vertellen me dingen die gebeurd zijn toen ik nog niet bestond. De overledenen zorgen ervoor dat het geheugen van de levenden niet vermolmd geraakt. In de jaren ’60 en ’70 – ik was nog niet geboren en toch weet ik het – verschroeiden de VS Vietnam met napalm. Dat chemisch wapen roosterde de inwoners levend. In de jaren ’90 lanceerden de VS in Irak projectielen voorzien van koppen met verarmd uranium. Nucleaire wapens. Kinderen werden met monsterlijke koppen geboren. Het Amerikaanse regime (hoe komt het dat ik dit zo spontaan schrijf, het ‘Amerikaanse regime,’ dat heb ik nog nergens zo horen uitdrukken), zelf met stront aan de knikker en bloed aan de handen, heeft geen enkel moreel gezag om Syrië de les te lezen. Laat de verontwaardiging over de rottigheid en het misdadige optreden van de Syrische regering over aan de internationale gemeenschap, als die al bestaat. Chemische wapens, een grens. Alles daarvoor kan. Kernwapens als een stok achter de deur, strijders van beide kanten gul voorzien van het nodige moordtuig, sigarettenpeuken op knisterend kindervlees uitdoven, hele buurten opblazen, hoofden van gevangenen afhakken, zijn dat trouwens geen regelrechte lynchpraktijken? Het hoort er blijkbaar bij. En het ligt nog onder de grens.

‘ Je eten zal koud worden!’ riep moeder Elvira nog eens.

‘Saffier, doe niet stom, je lievelingsgerecht gaat naar de vaantjes,’ sprong Bert-Bertha haar moeder bij. Moeder Elvira was bezig met nonkel Mon, vader Fons met de overleden buurman, Saffier met Syrië en Bert-Bertha met de medeleerlingen op school. De spijzen smaakten zo lekker dat de discussies regelmatig verstomden en de gesprekken stil vielen. Enkel het tikken van vorken tegen de porseleinen borden was hoorbaar als verre koebellen op de flanken van de Alpen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!