Ben Weyts stelt de congresteksten voor
Nieuws, België, N-VA, Analyse -

N-VA is wel degelijk een revolutionaire partij

Is N-VA een neoliberale partij? Met de congresteksten die gisteren werden bekendgemaakt, verlaat de partij nadrukkelijk het centrum. Voorstellen als de afschaffing van de index, de verlaging van de personen- en vennootschapsbelasting, de inkrimping van de overheid en de privatisering van het spoor zijn onverholen rechts en liberaal. Maar die congresteksten maken van N-VA nog geen normale partij. N-VA blijft revolutionair binnen de Belgische context.

dinsdag 29 oktober 2013 16:05

Je kan een politiek strategische lezing maken van de congresteksten en, zoals veel commentatoren, vaststellen dat N-VA op het terrein komt van Open VLD. Met het voorstel om het belastingtarief van 45% te schrappen en enkel 40 en 50% over te houden en de afschaffing van de index is dat zeker geen foute analyse.

Voeg daar de verlaging van de vennootschapsbelasting, de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en de gedeeltelijke privatisering van het spoor bij en je leest een fors rechts-liberaal programma.

Maar dat maakt N-VA nog altijd geen normale Vlaamse politieke partij. De andere partijen hebben gemeen dat ze zich allemaal inschrijven in de Belgische context. Daarmee bedoel ik niet dat broze samenwerkingsmodel tussen Nederlandstaligen en Franstaligen maar wel de Belgische welvaartsstaat die lijkt op andere Europese staten maar die toch enkele specifieke kenmerken heeft.

Open VLD – toen nog PVV – was in de tijd van de Burgermanifesten van Guy Verhofstadt in het begin van de jaren ’90 de enige partij die de Belgische welvaartsstaat ooit radicaal in vraag stelde. Toen hij premier kon worden, heeft Verhofstadt dat pad al snel verlaten.

Sociale afbraak

België blijft in de neoliberale golf die het Westen en een groot deel van het Zuiden overspoelt sinds het einde van de jaren ’70 een geval apart. De kern van de welvaartsstaat bleef ondanks de vele hervormingen en de afbouw van de sociale zekerheid min of meer overeind. Het specifieke van ons land is dat vakbonden en mutualiteiten een rol spelen in het beheer van de sociale zekerheid.

Vakbonden en mutualiteiten hebben niet alleen een belangrijke dienstverlenende rol (ze betalen uitkeringen uit), ze hebben ook nog altijd een stem in de vele overlegorganen van de sociale zekerheid. Ze maken daarnaast ook deel uit van tientallen instellingen en comités zoals de Nationale Bank, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de arbeidsrechtbanken en de Nationale Arbeidsraad.

Sociale bewegingen hebben ook een – zij het tanende – invloed op bepaalde politieke partijen en schrijven vaak mee aan wetten en hervormingen. Door die specifieke rol van vakbonden en hun plaats in de maatschappij is hun ledenaantal ook altijd blijven stijgen.

Dat systeem zorgt er voor dat de afbouw van de sociale zekerheid die kenmerkend is voor het tijdperk sinds Thatcher en Reagan hier geleidelijker verloopt en op veel meer tegenstand botst.

Thatcher en Reagan

De Britse premier Thatcher en de Amerikaanse president Reagan zijn historisch zo belangrijk, niet omdat ze liberale maatregelen doorvoerden, maar omdat ze de krachtsverhoudingen veranderden. De twee politieke leiders braken elk op hun manier en met hun strategie de ruggengraat van de arbeidersbeweging in hun land. Die beweging is daar nooit van hersteld. Het aantal vakbondsleden in het Verenigde Koninkrijk halveerde sinds de jaren ’80. In de Amerikaanse privésector is nog minder dan 7 procent van de werknemers aangesloten bij een vakbond wat de slagkracht van de vakbonden zo goed als wegvaagde.

Dat zorgde voor een nooit geziene herverdeling van de rijkdom in het voordeel van de allerrijksten. Een Amerikaanse CEO verdiende in ’73 26 maal zoveel als een werknemer. Nu is dat 300 maal zoveel.  In 1974 verdiende de 1 procent rijksten van de VS 8 procent van het totale inkomen. In 2008 was dat al 18 procent. 

N-VA heeft die revolutionaire spirit gemeen met Thatcher en Reagan. Enkele voorstellen uit het sociaal-economische luik van de congresteksten hebben precies de ontmanteling van dat Belgische overlegmodel tot doel. “Om in dit land structureel iets te veranderen, moet je de structuren veranderen”, zo vatte congresvoorzitter Ben Weyts het samen.

De voorgestelde belastingshervorming zal een ‘Amerikaans’ effect hebben, zo berekende professor André Decoster (KU Leuven). De hervorming kost de Vlaamse overheid 1,15 miljard euro per jaar en levert de rijkste gezinnen 200 euro per maand op. De tien procent armste gezinnen zouden één euro per maand meer krijgen. Maar doordat een groot aantal diensten door de besparing duurder zouden worden, zou die laatste groep er op achteruitgaan. Opvallend is dat de middengroepen, het vijfde en zesde deciel, er ook niet echt zwaar op vooruitgaan: respectievelijk 28 en 44 euro per maand per gezin.

De partij wil naast de index het interprofessionele loonoverleg afschaffen en verschuiven naar de sectoren en de bedrijven. Daardoor zou een groot deel van de solidariteit én de relevantie van vakbonden verloren gaan. Via dat sociale loonoverleg kunnen vakbonden ook iets betekenen voor de zwakste werknemers door bijvoorbeeld de minimumlonen te verhogen of door CAO’s te sluiten die ook gevolgd moeten worden door bedrijven waar vakbonden geen voet tussen de deur krijgen.

N-VA wil ook de sociale zekerheid splitsen. De facto zou dat de ontmanteling van het gemeenschappelijk beheer betekenen.

Je merkt die revolutionaire houding ook in de politieke handelingen van N-VA. Enkele weken geleden nog nam kamerlid Zuhal Demir de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen door de vakbonden op de korrel. Jan Vercamst, voorzitter van de liberale vakbond ACLVB doorzag die strategie: “Ik begrijp waar het N-VA om te doen is: zij wil ons de uitbetaling van de uitkeringen afpakken.”

Eerder had Demir ook al uitgehaald naar de deelname van de Belgische vakbonden aan de jaarlijkse conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie IAO. Een trip waarvoor de vakbonden belangrijke binnenlandse dossiers laten liggen, sneerde Demir. Net omwille van hun Belgische relevantie en een lange traditie spelen het ACV en het ABVV een cruciale, alom geprezen rol binnen de IAO.

Sta-in-de-weg

En dan zwijgen we nog over de manier waarop N-VA maandenlang inhakte op de christelijke werknemersbeweging ACW. Op het Vlaams Nationaal Zangfeest in Antwerpen zei voorzitter Erik Stoffelen, die ook partijpolitiek actief was binnen N-VA, letterlijk dat Vlaanderen wel zonder het ACW kan.

In een Rerum Novarum-toespraak duidde ACV-voorzitter die aanvalslust. “Omdat we een sta-in-de-weg zijn voor hun sociaal-economisch model, voor hun neoliberale visie”, aldus Leemans.

N-VA is dus in tegenstelling tot CD&V, SP.A, Groen en zelfs Open VLD een revolutionaire partij omdat ze het sociale overlegmodel van België in het hart wil raken. Buitenlandse voorbeelden leren dat landen heel moeilijk herstellen van zo’n revolutie. Om in haar opzet te slagen moet N-VA afrekenen met een aantal tegenkrachten: de vakbonden in de eerste plaats en de invloed die de arbeidersbeweging heeft op PS en CD&V. Zo kent u meteen de politiek-strategische agenda van N-VA voor de komende maanden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!