Rudy De Leeuw ABVV en Marc Leemans ACV
Nieuws, Vakbonden, N-VA, Tegenmacht, Groeps- en klassensolidariteit, Column, Neoliberaal, Vakbondsbashing -

Waarom hebben we nog vakbonden nodig?

De RVA keert ettelijke miljoenen te veel uit. Volgens N-VA de schuld van de vakbonden. Een zoveelste, stilaan wat verkrampte poging van de partij en haar geldschieters om de vakbonden te verzwakken. En ook al worden de klappen steeds minder krachtig, ze blijven vallen. Daarom hier een beschouwend stuk, over de redenen waarom we onze vakbonden nog altijd hard nodig hebben.

maandag 14 oktober 2013 14:51

Het voorbije anderhalf jaar werden we om de oren geslagen met berichtgeving over geldschandalen, waar of gefabriceerd, waarin onze Belgische vakbonden verzeild zijn geraakt. ACV en ABVV blijken beide tot op zekere hoogte te hebben meegedraaid in een systeem dat ze elders zelf bestrijden. Dit valt natuurlijk niet goed te praten: de vakbonden moeten hun augiasstallen opruimen, punt uit. Je kan immers geen moreel gezag putten uit immoreel gedrag.

Nu geldt dit ook voor de spreekwoordelijke boodschapper. Want blijkt dat net zij die de vakbonden aanvallen, doorgaans zelf boter op het hoofd hebben. En met wijzen op de schuld van een ander, wist men zijn eigen schuld niet uit. Een spelletje “jij ook!” of “jij bent begonnen!” is hier dan ook zinloos. Het schept gewoon twee schuldigen – eentje meer dan daarvoor – doch tovert geen enkele schuld weg.

Al lijkt dit laatste wel zo: onze pers hakt graag en gretig in op vakbonden, lijkt zelfs te genieten van de ongemakkelijke situatie waarin onze grote syndicale organisaties verzeild zijn geraakt. Sinds 2011 is er onmiskenbaar een sterke toename van genadeloze vakbonds-bashing in de media.

Elke staking of betoging is voor de pers aanleiding om journalistieke duiding van het meest oppervlakkige soort in het rond te strooien, en gaat gepaard met spasmen van publieke vervloeking op hun forumpagina’s. Ook dit kan je onmogelijk goedpraten: de berichtgeving over vakbonden en hun acties in mainstream medialand is stilaan een schandaal op zich.

Het lijkt me daarom goed nog eens te beklemtonen waar vakbonden voor staan, en waartoe we ze nodig hebben. Nuttig voor het grote publiek, en mogelijk ook voor vakbondsleden die hun augiasstal willen opruimen.

Een mensbeeld

Historisch staat de vakbond voor het mensbeeld van de volledige, veelzijdige mens. Een mens die middels arbeid zijn of haar vrijheid verdient, en zich als burger en als compleet mens kan ontplooien. Vakbonden staan, kortom, voor het principe van menselijke waardigheid. Wanneer arbeid in zijn verschillende vormen – waaronder ook werkloosheid – de waardigheid van de mens aantast, komt de vakbond in opstand. De mens is immers geen verlengstuk van de machine, geen lastdier, en ook geen “grondstof” – denk aan het Engelse human resources.

Dit beeld nu staat volkomen haaks op het mensbeeld dat vandaag door instanties als de EU wordt uitgedragen: als mens heb je maar waarde als je een door private ondernemers betaalde baan hebt, of zelf ondernemer bent.  Een beeld dat ook onze georganiseerde ondernemers uitdragen. Die daarin steeds vaker navolging krijgen van de overheid: in ons onderwijs bijvoorbeeld is het neoliberale mensbeeld al helemaal doorgedrongen, en alles wat welzijn en sociale zekerheid aangaat, is er van doortrokken.

Het is hier uitermate belangrijk goed te begrijpen dat vakbonden zulk neoliberaal mensbeeld bestrijden – en dat dit allerminst een detail is. Immers, de concrete realisatie van dit mensbeeld in de praktijk behelst ons allemaal. Het gaat niet over abstracte mensen, maar over u en ik, over onze kinderen.

Arbeid is collectief

Een tweede punt: voor vakbonden is arbeid een collectief gegeven. Waarin rechten en plichten collectief worden afgesproken. Waarom? Omdat in het veld van arbeid de macht volkomen ongelijk verdeeld is. Als individuele werknemer heb je geen enkele slagkracht tegenover de macht van de ondernemer, en ben je overgeleverd aan diens willekeur. Pas als zwakke werknemers zich groeperen, wat hen in staat stelt een heel bedrijf of sector te raken bij een conflict, verwerft de werknemer een mate van macht. Het beginsel van solidariteit dient dit doel: immers, alleen middels solidariteit wordt de werknemer een echte tegenmacht.

Nu staat ook dit laatste principe op de helling, in een tijd van 360-graden evaluaties, persoonlijke ontwikkelingsplannen, individuele variabele loonafspraken, flexwerk enzovoort. Mensen schijnen dit zogenaamde “maatwerk” op de arbeidsmarkt zeer te smaken, want ze “krijgen” voordelen die hen collectief nooit vergund zouden worden. Vele vakbonds-bashers vind je terug in deze categorie. Jammer genoeg zie je ook steeds vaker dat diezelfde mensen wat later moeten aankloppen bij de vakbond, wanneer ze hun individueel bedongen baan-met-bonus kwijt geraakt zijn.

De noodzakelijke tegenmacht

Is de vakbond als tegenmacht nodig? Ja, en dit is een derde belangrijk punt. Vakbonden maken al decennialang duidelijk dat “de economie” zich niet beperkt tot de bedrijfswereld, maar heel onze samenleving omvat. Dat “groei” niet alleen over bedrijfswinsten gaat, maar over de welvaart van onze hele samenleving. Helt de balans teveel naar een kant over, en zorgen hogere bedrijfswinsten voor verarming in de samenleving, dan is onze economie ziek. Dan is ze zowel onrechtvaardig als economisch nefast. Ook het IMF onderschrijft dit tegenwoordig.

En de balans helt wel degelijk over naar een kant. We zijn het stilaan gewoon “de economie” te zien als een losstaand gegeven, dat zich niets gelegen laat aan de wetten van een democratische samenleving. Kijk maar naar Griekenland voor voorbeelden. “De economie” is nu gewoon een synoniem voor “het kapitalisme”. Dat laatste definieert men dan weer op de wijze van Friedman en Hayek: als een wetmatigheid immuun voor de standpunten van onze samenleving.

We zijn het ook gewend geraakt het begrip “groei” enkel te zien in termen van opverende grafieken voor aandeelhouders. Terwijl diezelfde “groei” duizenden arbeidsplaatsen kost, en de arbeidsvoorwaarden van miljoenen aantast. Wat “groeit” er dan nog eigenlijk? En wie wil ons wijs maken dat we erop vooruit gaan, terwijl we met z’n allen verarmen? Wiens euro wordt hier eigenlijk gered?

Heel hard nodig

We hebben nu – meer dan ooit – behoefte aan vakbonden die de drie bovengenoemde principes aanhangen. Laat de vakbonds-bashers maar huilen; zelf zijn ze allemaal product van een welvaartstaat die grotendeels werd afgedwongen door de vakbonden – en allerminst geschonken door ondernemers. Objectief hebben ze alle voordeel bij een economie die onderworpen is aan de wetten van een democratische samenleving, en niet omgekeerd. Wie dit nu niet beseft, loopt groot risico het spoedig op een ruwe manier te leren, wanneer de eigen arbeidsvoorwaarden verslechteren en kinderen opgroeien in een samenleving waarin alles te koop is. Maar dan alleen voor wie er het geld voor heeft – een minderheid.

Wat we nodig hebben, is een vakbond die nog sterker staat. Die nog harder op het gaspedaal durft duwen, en de wil van zijn honderdduizenden leden, werkenden en werklozen, doordrukt en hun belangen verdedigt. Vakbonden zijn de enige organisaties die met recht en reden kunnen zeggen dat ze met hun acties de overgrote meerderheid van de samenleving dienen. Voka en Unizo kunnen zulks niet, net zomin als bijvoorbeeld de Orde van Architecten of de tabakslobby. En het IMF en de Europese Centrale Bank kunnen dat nog minder.

Dat de huidige vakbonden om deze uitdaging aan te kunnen hun eigen stallen eerst moeten uitmesten, moge duidelijk zijn. Ook duidelijk is dat ze intern eens aan stevige zelfkritiek en herbronning mogen beginnen. Op dit ogenblik is er namelijk niets dat de bonden ook maar enigszins een strategische voorsprong geeft in de grote sociaaleconomische debatten. Je kan als vakbond immers pas je gewicht laten gelden wanneer je zelf zuiver op de graat bent. Dat werk moet dus gebeuren, en snel, want rechtstreeks of onrechtstreeks hangt het lot van ons allemaal ervan af.

Tenslotte, voor wie het zich afvraagt: zelf ben ik geen lid van een vakbond. Ik heb dus niet het minste onmiddellijke belang bij dit standpunt. Maar in het land waar ik werk – Nederland – ervaar ik dat de vakbonden volkomen in de marge van de macht terechtgekomen zijn. Een verschil dat zich laat gevoelen in elk aspect, op elk moment van mijn leven als werkende.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!