De wonderbaarlijke vermenigvuldiging van zelfstandigen

woensdag 9 oktober 2013 13:30

Nog nooit zoveel faillissementen, nog nooit zo weinig starters, zo luidt de nooit eindigende klaagzang van Karel Van Eetvelt, maar toch is er een voortdurende stijging van vennoten en bestuurders en het totaal aantal zelfstandigen de laatste jaren – Is het zoals bij de monopolievorming: faillissementen door fusies en minder starter maar dan wel grotere ondernemingen, hoe anders verklaren dat het aantal bestuurders, vennoten stijgt, alsmede de zelfstandigen in hoofdbezigheid en hun helpers, zowel in de nijverheid, de handel als de vrije beroepen.

Maakt Van Eetvelt iedereen blaasjes wijs en zijn hij en de ondernemers er enkel op uit om kost wat kost hun winsten te verhogen door minder belastingen en lagere loonkost? Is gans de klaagzang over de concurrentiepositie bluf? Door de leeftijdsstructuur en de voortdurende stijging van het aantal zelfstandigen en hun bestuurders is de toekomst voor het zelfstandigen en ondernemersberoep in België stralend. En ook nog dit: Mechelen staat op 291ste plaats voor % zelfstandigen op bevolking en op de 295ste plaats voor % handelaars in de gemeente, door auto- en Marokkanenluw Mechelen in de binnenstad? En dat de schapenboeren failliet gaan helpt ook al niet.

Zelfstandigen
 
1. Uitgangsvraag: we geven het toe, onze nieuwsgierigheid werd geprikkeld door de tegenspraak in de groei van zelfstandigen (ook de bestuurders en vennoten) en de faillissementen die al 6 jaar in stijgende lijn gaan en het krimpende aantal starters. Daar klopt iets niet, en het klaaglied is alsmaar hetzelfde, te veel belastingen, te groot verschil in loonkost met de omliggende landen. Niet dat er geen problemen zouden zijn om een zelfstandig beroep uit te oefenen, een onderneming op te zetten of aandeelhouder te zijn, laat staan CEO. Moeten dielaatsen bv ook aangesloten zijn bij de RSVZ, als zij al geen ‘werknemer’ zijn, zoals Jo Cornu en Co. En het was al langer onze bedoeling om het liggende materiaal over zelfstandigen eens staand te maken.
 
2. Definities van zelfstandige, helper en bijberoep:
 
Over wie gaat het bij de zelfstandigen.
 
Zelfstandige: iedere natuurlijke persoon die, in België, een beroepsbezigheid uitoefent zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst of een statuut verbonden te zijn.
Helper: ieder persoon die in België een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt, zonder tegenover hem door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden.
Bijberoep: is de beroepsactiviteit die als zodanig gelijktijdig wordt uitgeoefend met een andere, gewoonlijke en hoofdzakelijke beroepsbezigheid onder gezag.

 
In de statistische overzichten wordt melding gemaakt van zelfstandigen, met onderscheid Hoofdbezigheid en Helper. Buiten deze twee is er sprake van Zelfstandigen als Bijkomende Bezigheid (in Bijberoep) en Zelfstandige na de pensioenleeftijd (dat kan dan zowel in Hoofdbezigheid als in Bijberoep zijn). Omdat in 1995 deze definities hervormd zijn kregen we volgend schema van de RSVZ om een en ander te verduidelijken.
 
Een zelfstandige wordt dus negatief gedefinieerd, elkeen die een beroepsbezigheid uitoefent en niet door een arbeidsovereenkomst gebonden is. Zo iemand is verplicht zich aan te sluiten bij de sociale zekerheidskas van zelfstandigen, dwz zowel de ‘uitvoerende zelfstandige’ als de ‘bestuurder/vennoot’ van een onderneming. Daarnaast dient ook elke onderneming zich aan te sluiten bij de RSVZ en hiervoor een vaste bijdrage te betalen. Het een is evenwel niet verwisselbaar met het andere, elke bestuurder/vennoot dient zich ook individueel bij de RSVZ aan te sluiten
 
3. De wonderbaarlijke vermenigvuldiging van zelfstandigen: op alle vlakken groeiend
 
3.1. De bestuurders en vennoten van de ondernemingen
 

Als er veel faillissementen zijn, zijn er ook veel ontslagen als bestuurder/vennoot zo dachten wij, en als er weinig starters zijn dan zijn er minder nieuwe die zich aansluiten bij de RSVZ, maar toch stijgt het totaal aantal bestuurders/vennoten, ook in de drie belangrijkste bedrijfssectoren: nijverheid, handel en vrije beroepen. Onderstaande tabel geeft open geplooid het detail voor alle tussenliggende jaren en voor mannen en vrouwen apart, hier brengen we enkel het vijfjaarlijks beeld en het totaal van mannen en vrouwen in beeld, voor een volledig overzicht zie Zelfstandigen naar uitvoerend en bestuurder/vennoot, per sector (NACE-3digit) en geslacht 1994-2012

De bestuurders/vennoten vormen dus 30,0% van alle zelfstandigen die aangesloten zijn bij het RSVZ. Dat aandeel is van1995 tot 2012 quasi verdubbeld, en in de laatste 2 jaar nog gestegen van 273.182 in 2010 naar 286.166 in 2011 tot 296.907 in 2012. Op 5 jaar gezien, dwz vanaf de situatie voor de bankencrisis, is er een stijging geweest van 254.682 in 2007 tot 296.340 in 2012, of een stijging met 16,4%. Deze stijging op 5 jaar was fiks in de Landbouw (+128,8%) en de Vrije Beroepen (+102,4%) en beperkt in de Nijverheid (+7,6%) en de Handel (+1,9%), maar vooruitgang is geen achteruitgang zoals men ons wil doen geloven.
 
3.2. Ook de ‘uitvoerende zelfstandigen” in de lift
 
Niet alleen de bestuurders/vennoten zijn toegenomen ook de ‘uitvoerende zelfstandigen’ zijn de laatste 2 jaar gestegen van 678.730 in 2010 en 682.767 in 2011 tot 690.907 in 2012. Zelfs rekening houdend met een groeiend aantal ‘schijnzelfstandigen’ (Roemen en Bulgaren die zich als zelfstandigen inschrijven om de arbeidsbeperking die tot 01/01/2014 loopt te omzeilen, en waar veel te laat op is gereageerd) is er in de meeste deelsectoren een stijging vast te stellen. In de tabel Zelfstandigen naar uitvoerend en bestuurder/vennoot, per sector (NACE-3digit) en geslacht 1994-2012 kan voor elke deelsector nagegaan worden welke specifieke sectoren allemaal onder specifieke hoofding werden samengenomen.  In de tabel kan verder geëxploreerd worden wat de evolutie%s zijn, en alle gegevens apart voor mannen en vrouwen. Daar gaan we hier niet verder op in.
 
3.2.1. Landbouw, visserij en diensten
 

Het aantal zelfstandige landbouwers vermindert, maar de tuinbouwers zijn licht stijgend.
  
3.2.2. Nijverheid
 

Ondanks alle onheilsberichten stijgt het aantal zelfstandigen in de nijverheid, evenals het aantal bestuurders/vennoten zoals we hierboven gezien hebben. Metaal, Hout- en Meubel, Kleding, Kunst en Vervoer zijn stijgend alsmede de Bouw waar een sterke stijging is vast te stellen van 58.136 in 2008 naar 65.697 in 2010 tot 69.389 in 2012. Dit cijfer is door een zekere laksheid t.a.v. schijnzelfstandigen opgeblazen maar de Bouw is maar goed voor 1/3 van de globale stijging van de ‘uitvoerde zelfstandigen’. Voeding, Boekdruk en Binnenschippers zijn licht dalend.
  standigen die aangesloten zijn bij het RSVZ. Dat aandeel is van1995 tot 2012 quasi verdubbeld, en in de laatste 2 jaar nog gestegen van 273.182 in 2010 naar 286.166 in 2011 tot 296.907 in 2012. Op 5 jaar gezien, dwz vanaf de situatie voor de bankencrisis, is er een stijging geweest van 254.682 in 2007 tot 296.340 in 2012, of een stijging met 16,4%. Deze stijging op 5 jaar was fiks in de Landbouw (+128,8%) en de Vrije Beroepen (+102,4%) en beperkt in de Nijverheid (+7,6%) en de Handel (+1,9%), maar vooruitgang is geen achteruitgang zoals men ons wil doen geloven.
 
3.2. Ook de ‘uitvoerende zelfstandigen” in de lift
 
Niet alleen de bestuurders/vennoten zijn toegenomen ook de ‘uitvoerende zelfstandigen’ zijn de laatste 2 jaar gestegen van 678.730 in 2010 en 682.767 in 2011 tot 690.907 in 2012. Zelfs rekening houdend met een groeiend aantal ‘schijnzelfstandigen’ (Roemen en Bulgaren die zich als zelfstandigen inschrijven om de arbeidsbeperking die tot 01/01/2014 loopt te omzeilen, en waar veel te laat op is gereageerd) is er in de meeste deelsectoren een stijging vast te stellen. In de tabel Zelfstandigen naar uitvoerend en bestuurder/vennoot, per sector (NACE-3digit) en geslacht 1994-2012 kan voor elke deelsector nagegaan worden welke specifieke sectoren allemaal onder specifieke hoofding werden samengenomen.  In de tabel kan verder geëxploreerd worden wat de evolutie%s zijn, en alle gegevens apart voor mannen en vrouwen. Daar gaan we hier niet verder op in.
 
3.2.1. Landbouw, visserij en diensten
 

Het aantal zelfstandige landbouwers vermindert, maar de tuinbouwers zijn licht stijgend.

3.2.3. Zelfstandigen Handel
 

Handel is de grootste deelsector van de zelfstandige activiteit. Tav 1995 is er een structurele daling van 232.790 naar 182.973 in 2012. De laatste jaren een lichte daling van 188.169 in 2010 tot 182.973 in 2012. Dit is ook het geval voor de Kleinhandel, Banken, Tussenpersonen (handelsreizigers, makelaars…). Groothandel, de Horecasector, Vermakelijkheden daartegenover zijn licht stijgend, Marketing en verkoop sterk stijgend, de andere sectoren zoals Verzekeringen, Marktkramers en Leurders zijn stabiel.
  
3.2.4. Zelfstandigen Vrije Beroepen
 

De deelsector in expantie bij de zelfstandigen zijn de Vrije Beroepen (hier zonder de bestuurders en de vennoten mee te rekenen, die ook sterk stijgend zijn), van 130.923 in 1995 tot 221.646 in 2012. Ook de laatste twee jaar is er een stijging van 209.293 in 2010 tot 221.646 in 2012. Behoudens de stijging bij Para-medici blijven de gezondheidsberoepen stabiel. Privaat onderricht boomt,  Letteren (auteurs, journalisten, tolken, …  ), Advocaten, Architecten zijn stijgend, Notarissen, Kunst, Landmeters/Ingenieurs zijn stabiel.
   

Besluit: Ondanks de faillissementen en de vermindering van starters is er dus een groeiend aantal mensen beroepsactief als zelfstandige, zowel als bestuurder/vennoot als bij de zelfstandige beroepen zelf.
 
4. Zelfstandigen per gemeente: in Hoofdbezigheid, Bijkomende bezigheid, Na pensioen en per bedrijfstak in 2011 en 2012
 
In een zeer uitgebreid bestand kan per gemeente een uitzonderlijk aantal gegevens nagegaan worden over de zelfstandigen: Zelfstandigen per gemeente in 2011 en 2012. Langs de kolom gewest kan per gewest geselecteerd worden, of langs gemeente eeen gemeente selecteren en langs de kolompijltjes de gemeenten ordenen in opgaande of aflopende zin. De gemeenten worden in é kolommen benoemd: Een kolom met de Nederlandstalige naam, ook voor de Waalse en Brussele gemeenten, met tussen haakjes de Franstalige naam als dit voorkomt, en in een 2de kolom het omgekeerde, eerst de Franstalige naam en dan tussen haakjes de Nederlandstalige naam).
 
4.1. Gemeenten in volgorde van absoluut aantal zelfstandigen, van hoog tot laag.

De gemeenten zijn gesorteerd naar aflopend totaal aantal zelfstandigen, het geeft de gemeenten weer met meer dan 3.000 zelfstandigen, onderscheiden naar Hoofdbezigheid, Bijkomende bezigheid en Na pensioen. Antwerpen, Gent, Brugge springen er bovenuit met meer dan 10.000 zelfstandigen, Kortrijk, Hasselt, Leuven en verrassend misschien Aalst, Roeselaere en dan pas Mechelen en ook nog Sint-Niklaas, Knokke-Heist en Oostende met tussen de 5.000 en 8.000 zelfstandigen.
 
4.2. Gemeenten in oplopende volgorde van % zelfstandigen

Maar op zich zegt een absoluut aantal niet veel, de verhouding tot de bevolking is van groter belang. Als een rangorde gemaakt wordt in oplopende zin van gemeenten volgens % zelfstandigen in de bevolking komt in feite een verrassend beeld tot stand voor het Vlaams gewest.
  
Mechelen komt met 7,3% zelfstandigen in haar bevolking op de 291ste, of 17de laatste plaats van de 308 gemeenten in het Vlaamse gewest wat % zelfstandigen betreft. Als enkel zou gekeken worden naar de zelfstandigheden in hoofdbezigheid komen zij eveneens op de291ste of 17de laatste plaats. Zelzate staat op de voorlaatste plaats, Vilvoorde op de 5de laatste plaats. Ook Antwerpen staat met 7,1% op de 14de laatste plaats. Het gemiddeld % zelfstandigheden in België is 8,8%.
 
4.3. % handelaars in oplopende zin in de Vlaamse gemeenten

In bovenstaande tabel gaat het om alle Zelfstandigen, Vrije Beroepen, Nijverheid enz inbegrepen. Vandaar een overzicht met enkel het % handelaars tav de gemeentelijke bevolking.
 
Het gemiddeld % Handelaars per gemeente in België is 3,0%, in Mechelen is dat 2,5% en zij komen daarmee op de 295ste of 13de laatste plaats op 308 Vlaamse gemeenten. En in vergelijking met 2011 is het % in Mechelen nog gedaald van 2,6% naar 2,5%.  Ook Leuven en Vilvoorde, als centrumsteden scoren erg laag voor wat het aantal handelszaken betreft. De indruk van handelstad en handelsfunctie in deze steden beperkt zich blijkbaar tot een concentratie van handelszaken in het centrum maar een ondermaatse uitbouw van handelszaken in de periferie. Misschien toch iets om over na te denken.

Een verdere exploratie van de basistabel, Zelfstandigen per gemeente in 2011 en 2012 met sortering naar bedrijfstak laat bv nog zien dat voor Nijverheid de West-Vlaamse gemeenten aan de top staan. Maar dat kan elkeen verder onderzoeken langs de pijltjes in de kolomtitel, en de selectie van het gewest (2de kolom links).

Een overzicht naar taalgebied kan verder geëxploreerd worden langs Zelfstandigen naar taalgebied in 2012.
 
5. De zelfstandigen in hoofdbezigheid volgens NACE-code en gewest
 
Zoals voor de loontrekkende werknemers kan op basis van de RSVZ-gegevens een verdeling opgemaakt worden van alle zelfstandigen in hoofdbezigheid (met inbegrip van de helpers) volgens alle Nacecodes, dwz voor de 916 deelsectoren en dit voor de 15-64 jarigen en per leeftijdsjaar. Op deze basis kan ook het % 45+, 50+, 55+ en 60+ berekend worden. Hier een tabel met enkele rubrieken open.

In de landbouw is bijna de helft, 45,2% van de zelfstandigen meer dan 50 jaar, enkel rekening houdend met de 15-64 jarigen. Er zijn, evenals in andere sectoren nog een goed aantal 65+ actief, maar hier worden de %ges enkel berekend op het aantal 15-64-jarigen. In de Industrie met 42,3% (24.760 zelfstandigen) en vooral de banken en verzekeringen (8.615 zelfstandigen met 52,4% en de Gezondheidszorg en Maatschappelijke dienstverlening (42.504 zelfstandigen) met 51,8% 50 plussers ligt de vervangingsnoodzaak het komende decennium erg hoog.
 
Dat de leeftijdsstructuur van zelfstandige Geneesheren en Paramedici in de Non-Profit zo hoog ligt geeft aan dat de tendens om over te gaan naar een loontrekkend statuut het komende decennium zich verder zal doorzetten. Statistisch vraagt dat enige waakzaamheid omdat de stijging van het aantal loontrekkenden in de Non-Profit gedeeltelijk het gevolg is van de overgang van zelfstandige gezondheidswerkers naar het werknemersstatuut. Best is de statistiek van loontrekkenden en werknemers ook samen te nemen, maar dat is voor een volgende BuG. Ook is de ‘codering’ van de werknemers of zelfstandigen nog in beweging en moet men rekening houden met ‘administratieve’ aanpassingen of verschuivingen.
 
Ook al is de persoonlijke dienstverlening door de expertencommissie ondergebracht bij de Niet voor Winst Marktdiensten, toch zijn er voor Haarverzorging 23.079 en voor 18.219 Schoonheidsverzorgings zelfstandigen in ondergebracht. Bij de werknemers zijn er dat 11.339 voor Haarverzorging en 1.967 voor Schoonheidsverzorging, deze zijn dus tewerkgesteld in kapsalons en schoonheidscentra. Voor wie de vergelijking wil maken tussen het overzicht van zelfstandigen in hoofdbezigheid met loontrekkende werknemers in de diverse sectoren, zie tabel: Werknemers naar leeftijd en gewest 2012.
 
In de originele tabel Zelfstandigen in hoofdbezigheid per sector volgens 916 sectoren 2012 kan het detail van alle 916 sectoren open gedaan worden langs de +jes links, alsmede de leeftijdsverdeling met elk leeftijdsjaar tussen 15 en 64 jaar, langs het +je boven.
 
6. Besluit: de toekomst is niet alleen aan de werknemers maar ook aan de zelfstandigen en ondernemers
 

Gezien de leeftijdsstructuur, en ook het werken na het pensioen (dat hier niet opgenomen is) zal een enorm aantal nieuwe zelfstandigen het komende decennium z’n kansen krijgen. 35,4% van de 662.991 zelfstandigen in hoofdbezigheid zijn meer dan 50 jaar!. Zoals het er naar uitziet is de instroom, gezien de alsmaar stijgende populariteit van het ondernemen en het zelfstandigenberoep en de arbeidsreserve die verscholen ligt in de werkloosheid en in de migratie geen probleem. Ook zullen de komende 10 jaar 3 generaties Bachelors en Masters afstuderen en dit met inbegrip van de scholieren die nu als 12-jarigen op de bank zitten.
 
Alleen moeten de vertegenwoordigers van zelfstandigen en ondernemers zich niet altijd in de eigen voet schieten door anti-propaganda en onterecht defaitisme, België verdient beter. En dient de politiek zich niet aan de flauwe handjes te laten nemen van deze door CEO-‘s en loonheidswaanzin opgefokte groep, of moeten we ‘klasse’ zeggen. Dat Jean-Luc Dehaene, als immer decadente ACW-vertegenwoordiger hierin nog altijd het goede weer mag maken is al erg genoeg. Waar blijven de ‘nieuwe ACW-ers, na Jan Renders – wanneer doet die z’n verhaal eens over Dexia – en Patrick Develtere die best wat steun kan gebruiken. Misschien Walter Cornelis er eens bijhalen, de topsyndicalist van de jaren 1990 en 2000, die gans de degeneratie van het ACW en haar financiële poot onder z’n ogen heeft zien gebeuren en, samen de gehele Non-Profit, toch zo(n 650.000 werknemers, buiten alle beslissingen is gehouden. Misschien juist daarom, de Non-Profit, de Niet voor Winst Marktdiensten, zoals de expertengroep nu de Non-Profit aanduidt.
 
Voor alle bijgaande tabellen, zie BuG 198  on-line of linken naar de in dit artikel verwerkte tabellen:

Zelfstandigen naar uitvoerend en bestuurder/vennoot, per sector (NACE-3digit) en geslacht 1994-2012
Zelfstandigen en helpers naar geslacht, 1994-2012  – Zelfstandigen naar sector en geslacht, 1994-2012 Zelfstandigen in de gezondheidszorg 1994-2012 Zelfstandigen naar taalgebied in 2012
Zelfstandigen per gemeente in 2011 en 2012: naar Hoofdbezigheid, Bijkomende Bezigheid, Na Pensioen en per Bedrijfstak, in aantal en % op de bevolking
Zelfstandigen in hoofdbezigheid per sector volgens 916 sectoren op 31/12/2012 voor 15-64 jarigen, per leeftijdsjaar en % 45+, 50+, 55+ en 60+
 
Jan Hertogen, socioloog

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!