Lehman Brothers Bank in New York City (foto creative commons/Scott Cawley)
Nieuws, Wereld, Economie, Politiek, Bankencrisis, Bankencrisis, economie, Hervormingen banken - Luc Weyn, Fairfin

Vijf jaar na de val van Lehman Brothers, nood aan politici die bankmodel durven wijzigen

Het is intussen alweer 5 jaar geleden dat de Amerikaanse bank Lehman Brothers in mekaar klapte. Dat faillissement vormde de start van de grootste economische crisis sinds de jaren 30 van vorige eeuw. Sindsdien werd er niets fundamenteels veranderd aan het banksysteem. Luc Weyn, onderzoeker bij FairFin, analyseert de pijnpunten en wijst op de absolute noodzaak van een ander bankmodel.

vrijdag 20 september 2013 15:30

Sinds 2008 steeg het aantal werklozen in de EU van 8 miljoen naar bijna 26 miljoen. In België steeg de werkloosheid van 7,3 procent naar 8,6 procent. In Europa werd effectief voor 1.600 miljard euro aan banken steun verleend en nog eens voor bijna 3.000 miljard steun toegezegd. Het Belgisch begrotingstekort steeg sinds het ontstaan van de crisis met 100 miljard. Van 89,2 procent naar 99,8 procent van het BNP.

Banken te belangrijk om alleen aan bankiers over te laten

Een onverantwoordelijk bankwezen heeft een immense impact op ons allen en is veel te belangrijk om alleen aan bankiers over te laten. We hebben nood aan moedige politici en toezichthouders, die er niet voor terugschrikken om tegen de belangen van het bankwezen in te gaan.

Wat goed is voor het bankwezen is niet noodzakelijk goed voor de samenleving. De crisis heeft ons immers geleerd dat het bankwezen al te zeer bezig is met zelfverrijking en met het nemen van onverantwoorde risico’s.  Praktijken die, als ze mislopen, immens nefaste gevolgen hebben voor ons allen. Het is dus erg nuttig om 5 jaar na het ontstaan van de crisis een balans op te maken en om te kijken in welke mate politici erin slaagden om het bankwezen ten dienste van de samenleving te laten werken.

We zijn lang niet alleen in het opmaken van deze balans. Een aantal opinies terzake in onze kranten en tijdschriften spreken boekdelen: ‘We hebben nog niets geleerd’, ‘Vijf verloren jaren’, ‘Lehman Brothers heeft niets veranderd’.

Ook Febelfin, de Belgische bankenkoepel, maakte zijn evaluatie. Hun boodschap is : “Banken pak gezonder dan vijf jaar geleden”. Iets gezonder misschien wel, maar we zijn nog lang niet aan het eind van de tunnel. Getuige een kop in The Economist ‘The Shadow over Europe’. Volgens The Economist is de Eurozone de plaats waar het meest kans bestaat op het uitbreken van een nieuwe systeemcrisis. Laat me even de belangrijkste pijnpunten overlopen.

Pijnpunten

Het overheersende bankmodel en de daaraan gekoppelde focus op winstmaximalisatie is nauwelijks gewijzigd. Dat blijkt onder meer uit het feit dat vele banken nog steeds gokken met ons spaargeld en hun casino nog verre van gesloten hebben.

In het bankencasino spelen derivaten een belangrijke rol.  Derivaten zijn financiële producten die in oorsprong dienden om risico’s in te dekken. Momenteel worden ze evenwel door financiële instellingen vooral gebruikt om wetgeving te omzeilen en om te speculeren. Een praktijk die als het goed afloopt vooral grote investeerders ten goede komt en die als het slecht afloopt de factuur voor de redding van de banken aan gans de samenleving voorlegt.

De handel in deze speculatieve praktijken is nauwelijks aan banden gelegd. Zelfs een kleine taks op financiële transacties raakt maar niet ingevoerd. Het geld dat in dergelijke afgeleide producten – derivaten – geplaatst is, is nu hoger dan vijf jaar geleden.  

FairFin onderzocht in welke mate de belangrijkste banken actief op de Belgische markt, nog voor eigen rekening beleggen in waardepapieren zoals derivaten. We stelden vast dat banken als Deutsche bank en BNP Paribas eind 2011 respectievelijk 50 procent en 39 procent van de hen ter beschikking gestelde middelen investeerden in te verhandelen effecten. Bij banken als Belfius en KBC liggen deze percentages respectievelijk op 15 procent en 9 procent. Ook bij hen blijven die activiteiten dus aanwezig.  Daar komt dan bij dat er nog steeds geen wetgeving is die hen belet om, als het stof is gaan liggen, weerom en misschien nog meer met spaargeld te gaan speculeren.

Dat winst en niet het maatschappelijk belang blijven primeren, blijkt onder meer ook uit onderzoeken van FairFin naar investeringen in maatschappelijk schadelijke praktijken. FairFin stelt daarin vast dat vele van onze banken betrokken blijven bij praktijken als voedselspeculatie of het investeren in bedrijven die systematisch arbeidsrechten niet respecteren. Zelfs banken in die in overheidshanden zijn, zoals Belfius, blijven daarbij een scheve schaats rijden.

De banken hebben ook nog steeds een tekort aan eigen kapitaal om ingeval van nieuwe verliezen de gevolgen zelf op te vangen. Een recente studie van het Center of Risk Management van de universiteit van Lausanne toont aan dat ingeval van een nieuwe grote crisis er in de EU bijna 1.000 miljard euro extra kapitaal nodig zal zijn om de banken recht te houden. Banken als Deutsche Bank en BNP Paribas zouden dan respectievelijk 78 en 58 miljard extra nodig hebben.

Banken zijn ook nog steeds veel te groot. De Belgische banken hebben hun balanstotaal gereduceerd van bijna 5 keer het BNP tot ongeveer 3 keer het BNP. Hiermee zitten de Belgische banken op het Europees gemiddelde. In landen als Canada, Australië en Japan zijn de bankbalansen evenwel slechts 2 maal zo groot als het BNP. In de VS zelfs maar 1 maal.

Gevolg blijft dat wanneer opnieuw grote banken zouden ‘omvallen’, ze veel te groot blijven om ze, zonder grote staatstussenkomsten en de daaraan verbonden extra bezuinigingen op de kap van ons allen, te kunnen redden. Drie van de vijf grootste Europese banken zijn na het uitbreken van de crisis nog groter geworden.

Banken zijn niet enkel te groot. Ze bevatten ook nog veel lucht.  Hiermee bedoelen wij overgewaardeerde activa zoals investeringen in leegstaande Spaanse vakantiedorpen of bijvoorbeeld slechte derivaten. In vergelijking met de VS hebben de Europese banken hun slechte investeringen minder afgeschreven. Ooit zal dat moeten.

“Onverantwoordelijke banken zijn een gevaar voor de democratie.”

Bovendien kan de Europese Centrale Bank de banken niet ten eeuwigen dage aan het noodinfuus hangen, door hen bijna gratis krediet te geven. Maar hoe de afbouw van die noodkredieten dan wel moet gebeuren is geheel onzeker.

En last but not least: wij, de burgers, staan buiten spel. Vertegenwoordigers van de sector lopen de deuren van verantwoordelijken plat, maar vertegenwoordigers van andere geledingen van de samenleving krijgen nauwelijks inspraak.

Zelfs de opdracht van de regeringsvertegenwoordigers in raden van bestuur van banken in overheidshanden, wordt niet bekend gemaakt. Laat staan dat deze in het parlement bediscussieerd en opgevolgd wordt.

Ook nu nog zal, als er weer eens een bank gered moet worden, daarover beslist worden ‘overnight’.  Miljarden gemeenschapsgeld zullen weerom ingezet worden zonder inspraak van het parlement. Maar het geld is op. In Cyprus, Spanje en Ierland weten ze wat het betekent als het overheidsbudget ontoereikend is om dergelijke reddingen te realiseren. Dan moet geleend worden en maakt het stemhokje geen verschil meer. Wie er dan ook verkozen wordt, heeft maar één keuze :  de bezuinigingen uitvoeren die de geldschieters hun land oplegden. Onverantwoordelijke banken zijn een gevaar voor de democratie.

We zijn er nog lang niet

Onze toezichthouders en politici hebben wel degelijk inspanningen geleverd, maar als je de nog voorliggende pijnpunten overschouwt, is er ten gronde weinig veranderd. Jaren intens luisteren naar de verzuchtingen van de financiële lobby hebben, hoe kan het ook anders, belet dat de nodige ingrijpende hervormingen realiteit zouden worden.  

5 jaar na het uitbreken van de crisis moeten vele wezenlijke veranderingen blijkbaar nog plaatsvinden : een drastische mentaliteitswijziging, een andere rol voor de banken en een ander bankmodel, het aan banden leggen van al te speculatieve activiteiten, het opbreken van te grote banken, het opbouwen van voldoende eigen vermogen, het drastisch afboeken van overgewaardeerde activa, meer democratische inspraak en controle, het verduurzamen van onze banken en zeker deze in overheidsbeheer, … 

De vlucht vooruit, door voor miljarden geld bij te drukken en overheidssteun te verlenen voor praktijken die op termijn onhoudbaar zijn, kan niet langer. Er moet drastisch ingegrepen worden en dat zal niet evident zijn. Het zal politieke moed vergen om de rekening van fout aflopende speculaties aan de speculanten (de bankiers en grote investeerders dus) en niet langer aan gans de samenleving voor te leggen. Maar het zal nodig zijn, want het geld is op. Banken die bezig zijn met speculatieve effectenhandel moeten we weer failliet durven laten gaan. En de individuele spaarder mag niet langer slachtoffer zijn van roekeloos bankiersgedrag.

Nood aan een ander bankmodel

Het bankmodel blijft gericht op winstmaximalisatie en niet op het vervullen van maatschappelijke noden.

Met louter technische aanpassingen, zoals het opvoeren van het vereiste minimumkapitaal en het invoeren van een maximum leverage zullen we er niet komen. Dergelijke ingrepen zijn nodig, maar op zich onvoldoende. Ze wijzigen immers niets ten gronde aan het bestaande bankmodel. Dat bankmodel blijft gericht op winstmaximalisatie en niet op het vervullen van maatschappelijke noden. Bovendien hebben systemische bankcrisissen een dermate financiële impact dat overheden, ook indien banken meer eigen kapitaal zouden hebben, zullen moeten blijven tussenkomen.

Het bestaande bankmodel moet dus ten gronde aangepakt worden. Een voorstel dat daartoe door vele vooraanstaande economen naar voor geschoven wordt, is het splitsen van de banken. Banken die speculeren zouden dan niet langer mogen werken met spaargelden. Ze zullen louter door beleggers en investeerders gefinancierd moeten worden. Anderzijds zouden banken die met spaargeld werken zich moeten toeleggen op het verstrekken van basisbankdiensten en niet meer mogen speculeren.

Een dergelijke splitsing heeft tal van voordelen. Zo zal er niet langer met spaargeld gespeculeerd mogen worden.  En indien het toch nog mis gaat, kunnen louter het spaargeld en de daaraan verbonden basisbankdiensten, door de overheid gered worden.

Ander voordeel van een splitsing is dat de factuur van foute speculaties komt te liggen waar ze hoort, met name bij de investeerders in de speculerende bank en niet meer bij de gemeenschap.

Gesplitste banken zullen ook kleiner zijn en dus minder duur om te redden. Bovendien zal de kwaliteit van de basisbankdiensten verbeteren doordat deze diensten bij spaarbanken terug hun kernactiviteit zullen uitmaken. Banken die met spaargeld werken zullen zich verplicht en blijvend op het verlenen van basisbankdiensten moeten terugplooien en niet, als het stof is gaan liggen, gewoon hun casino kunnen heropenen.

Tot slot zal een bankensplitsing voor een eerlijker concurrentie onder de banken zorgen. Banken zonder casino zullen niet meer moeten concurreren met banken mét. 

België in actie voor de splitsing ?

Minister Geens heeft aangekondigd terzake gesprekken te starten. We hebben evenwel onze twijfels of deze effectief tot de noodzakelijke splitsing zullen leiden. Of men toch niet een aanzienlijke hoeveelheid speculatie met spaargeld zal blijven toestaan. Of de gesprekken niet zullen uitdraaien op een louter technisch en makkelijk te omzeilen ‘omheinen’ van een aantal activiteiten binnen het bestaande bankmodel. Een loutere omheining zal niet alleen zeer moeilijk controleerbaar zijn, ze zal ook niets wijzigen aan de bestaande valse concurrentie of aan de maatschappelijke rol die banken moeten opnemen.

“Onze grootbanken hebben al laten weten tegen een splitsing te zijn en ze hebben daarbij blijkbaar ook onze toezichthouder aan hun kant gekregen. Ook onze toezichthouder heeft zich tegen een splitsing uitgesproken. Zeer zorgwekkend.”

De toezichthouder mag dan al in andere structuren werken, aan zijn mentaliteit, zijn prioriteiten en risico-inschatting is blijkbaar niet veel veranderd. Het belangrijkste tegenargument van de toezichthouder en van de banken in koor is, dat een splitsing slecht zou zijn voor de concurrentiepositie van onze banken. Een argument dat weerom de belangen van de banksector boven deze van de samenleving stelt. Dat de heersende mentaliteit en visie nauwelijks wijzigde mag ook geen verwondering wekken. Zowel bij de banken als bij de toezichthouder zien we voor en na de crisis aan de top dezelfde namen terugkomen. Ook voorafgaand aan het uitbreken van de crisis stapte de toezichthouder mee in de winst- en groei-ambities van de bankensector, met veronachtzaming van de risico’s voor de schatkist en de samenleving in het algemeen.

Geld nodig voor maatschappelijk nuttige investeringen

“Banken die met spaargeld werken beletten nog langer te speculeren is een eerste stap in de richting van een bankenmodel dat onze financiële instellingen oriënteert naar wat we als samenleving nodig hebben. Maar daarmee is de kous niet af.”

Een splitsing zal immers niet tegengaan dat de zakenbanken en andere financiële instellingen hun energie en middelen blijven steken in maatschappelijk nutteloze diensten die louter ten goede komen aan een elite : hulp bij het ontwijken van belastingen via belastingparadijzen, geldcreatie om te kunnen speculeren in of tegen een zoveelste financiële bubbel, financiële spitstechnologie om sneller dan de concurrentie producten op de markt te brengen die helpen om de nieuwe regels te omzeilen, onderzeese kabeltechnologie om een fractie van een seconde sneller dan de concurrentie een order te kunnen plaatsen,…

Allemaal dingen waarvan we zouden kunnen zeggen ‘daar niet aan meedoen zal de concurrentiepositie van onze financiële instellingen verminderen’. We moeten evenwel af van een logica die ons op termijn nergens brengt. Het heeft echt geen zin om verder in te zetten op dingen die maatschappelijk onzinnig, schadelijk en riskant zijn. Waarom niet inzetten op bankactiviteiten die wél goed zijn voor ons allen?

Er zijn honderden miljarden euro en aangepaste financieringsproducten nodig ter financiering van de omschakeling naar een koolstofarme economie, een degelijke huisvesting van armen en ouderen, het opfrissen van aftandse klaslokalen …  Dààr zouden onze banken hun energie en middelen moeten voor inzetten.

Moedige en verantwoordelijke politici

Het is overduidelijk dat ons bankwezen een andere maatschappelijke rol moet vervullen en daar uit zichzelf onvoldoende toe overgaat. We hebben dus nood aan politici en toezichthouders die banken niet langer zien als winstmachines, maar als belangrijke hefbomen ter financiering van wat we als samenleving nodig hebben. Het zal van hen moed en verantwoordelijkheid vergen om te komen tot wat we echt nodig hebben. 

Moed, om tegen de haren in te strijken van klassieke bankiers en grote beleggers die met hun machtig lobby-apparaat de kantoren van verantwoordelijken platlopen en garen spinnen bij een lakse overheid. Moed, om zich los te maken uit de politieke verwevenheid met de sector en zijn toezichthouders. 

Verantwoordelijkheidsgevoel om desondanks te blijven zorgen voor de belangen van de vele onschuldige slachtoffers die indirect opdraaien voor de roekeloosheid van de bankiers : zij die in de werkloosheid verzeilen of slachtoffer worden van de bezuinigingen. Moed om te durven gaan voor een reconversie van een speculatief bankwezen ten dienste van een vermogende elite, naar een bankwezen dat de noden van een sociale en ecologische samenleving financiert.

Politici, tijd om daadwerkelijk te tonen waar jullie voor staan. Durf de kortzichtige winsthonger van een elite van bankiers en vermogenden ondergeschikt te maken aan een duurzame samenleving. Iets waar we allen belang bij hebben.

Luc Weyn, adviseur en onderzoeker bij FairFin

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!