Patrick Pelloux: 'On ne meurt qu’une fois et c’est pour si longtemps; les derniers jours des grands hommes' (foto: uitgeverij Robert Laffont).
Nieuws, Europa, Cultuur, Geschiedenis, Recensie, Gezondheidszorg, Frankrijk, Boekrecensie, Geneeskunde, Patrick Pelloux, Openbare gezondheidszorg, Levenseinde, Robert Laffont -

Patrick Pelloux kijkt naar de gezondheidszorg door de eeuwen heen

"Geschiedenis leert ons dat we erop vooruit zijn gegaan." Ondanks alles, maar met dat onuitroeibaar optimisme, overschouwt Patrick Pelloux de eeuwenlange geschiedenis van de gezondheidszorg. Zijn boek ‘On ne meurt qu’une fois et c’est pour si longtemps’ vertelt over de laatste dagen van grote mannen en vrouwen: van Jezus Christus over Lodewijk XIV en Molière, tot Marie Curie en Laurel & Hardy, Camille Claudel en Winston Churchill.

donderdag 19 september 2013 16:25

Dood gaat iedereen!

“Wat zijn de middeleeuwen?”, vroeg prof. dr. Etienne Scholliers aan zijn studenten geschiedenis aan de VUB. “De middeleeuwen zijn tandpijn hebben en geen pijnstiller bij de hand, geen tandarts, eventueel wat brandewijn. De tandpijn gaat wel over als de tand helemaal is weggerot.”

Die onsmakelijke anekdote illustreert onze geromantiseerde en eigengereide perceptie op het verleden. Met die egovisie wil ook Patrick Pelloux komaf maken, ook al omdat in Frankrijk het debat op een waardig levenseinde volop aan het woeden is.

Daarbij heeft hij ook kritiek op de (eigen) medische sector: “Het is de politiek die pijnbestrijding heeft doorgedrukt, niet de geneeskunde. Want dokters wilden pijn bij patiënten helemaal niet wegmoffelen, want zo dachten ze dat ze de symptomen niet meer zouden kunnen onderscheiden.”

Hittegolf

Patrick Pelloux, toch een goedlachse humanist, aarzelt niet om ongerijmdheden aan de kaak te stellen. Als urgentiearts liet hij luid van zich horen bij de zomerse hittegolf van 2003 waarbij zoveel eenzame slachtoffers in de lichtstad vielen.

Pelloux verdedigt vol vuur een degelijke, openbare gezondheidszorg voor iedereen en spaart zijn kritiek op ministers en politiek daarbij niet. Het heeft hem al meermaals in een lastig parket gebracht. Als spoedarts en als voorzitter van de Vereniging van Spoedartsen (hij heeft al 5 boeken over de ‘Urgenties’ geschreven) ijvert hij voor het behoud van een algemeen, openbaar ziekenhuis in hartje Parijs en dagelijks (of elke nacht) is hij in de weer bij de SAMU (spoedoproepen) van het Hôpital Necker in Parijs.

J’aime pas la retraite’ is de titel van een van zijn andere boeken. Door zijn kordate stellingnames en zijn olijke ‘présence’ van levens- en cultuurgenieter is hij een graag geziene gast in de media.

Levenseinde

Pelloux is een mens met vele levens, want nu is hij in bibliotheken en oude boeken gedoken om ‘les grands hommes (et femmes)’ bij hun doodsbed bij te staan. Voor gevoelige zielen is het (soms) geen appetijtelijke lectuur want Pelloux beschrijft in plastische (medische) details hoe het leven vroeger werd geleefd. Ook de doodstrijd. En ja, dan mogen we blij zijn dat we in de 21ste eeuw leven … wat niet uitsluit dat het altijd beter kan.

Patrick Pelloux begeleidt veel mensen in hun laatste ogenblikken en dat laat sporen na. Men respecteert niet voldoende het levenseinde. De doodsstrijd is vaak een ‘calvarie’, duurt lang en is vaak onmenselijk Goed leven betekent ook een menswaardig einde.

Humanist

Dat is de militant, maar ook de humanist in Pelloux die bovenkomt en die af en toe kleine ‘piqures’ uitdeelt: het naziregime en ook de dictatuur van Stalin, die door zijn eigen argwaan en obsessie zichzelf dood folterde, krijgen regelmatig een veeg uit de pan; maar ook “on ne se méfie jamais assez des religieux” en de dood van de zachtaardige fabelschrijver La Fontaine door een katholieke integrist zorgt voor een paar cassante passages.

“Kunstenaars moeten een statuut hebben”, zegt Pelloux terloops via zijn portretten van zijn artiesten (bijvoorbeeld: de zangeres Fréhel). Het hele boek is een pleidooi opdat geneeskunde bescheiden blijft, want een paar eeuwen geleden dachten ‘genees’heren dat ze het altijd bij het rechte eind hadden (dat doen sommigen nog): kinderen van 10 jaar kregen eertijds een lavement omdat ze hoesten. Zwaar verzwakte zieken kregen aderlatingen met bloedzuigers die hen nog meer verzwakten.

Leve de geschiedenis!

Het boek ‘On ne meurt qu’une fois et c’est pour si longtemps’ is vooral een vurig betoog voor het vak ‘geschiedenis’ dat moet blijven onderwezen worden. In zijn inleiding betuigt de dokter zijn bewondering voor bibliotheken, archieven en hun personeel en foetert tegen internetzoeken dat vaak op verkeerde informatie stuit.

Want ook al is Patrick Pelloux een medicus, in dit boek past hij zijn verhalen in een historische context. Een (misschien soms iets te beperkte) omkadering die wel de juiste tijdsgeest weergeeft: bijvoorbeeld over het gebrek aan hygiëne aan het Franse hof “puant de parfum: une certaine idée de la France”, over de stinkende en modderige steden vol ‘verkeersfiles’, over de epidemies, over de besmettingen door bacteriën waartegen geen middel bestand was, over lepra en tuberculose die welig tierden in Parijs en heel West-Europa.

Over kindersterfte, over de gruwelijke folteringen van ter dood veroordeelden (zoals Ravaillac, de geschifte moordenaar van Henri VI, niet te lezen door teergevoelige zielen), over de barre kou in de Franse, chique kastelen, over Molière die niet op het podium gestorven is zoals de legende het wil.

De gevierde toneelschrijver en -speler voelde zich al langer niet goed omdat hij al een hele tijd aan tuberculose leed en niet van dokters hield omdat ze toch geen zoden aan de dijk brachten.

Aan het kruis genageld

Inzicht geven, dat doet het vlot leesbare boek van Patrick Pelloux. Maar vooral misverstanden uit de weg ruimen. Het eerste verhaal van Jezus Christus (en Pelloux meldt tersluiks dat het christendom en de godsdiensten in het algemeen misschien meer doden op hun geweten hebben dan oorlogen op zich; al zijn ze soms moeilijk ontwarbaar).

Alle kerkelijke beeldverhalen rond die kruisiging zijn volledig fout, want Jezus kreeg helemaal geen nagel in zijn handpalmen. Daarmee kon je een man niet aan een kruis nagelen, want dat ‘scheurde’ door. Bovendien waren ijzeren nagels in die tijd enorm duur.

Maar een kruisdood was een marteldood omdat de gespreide armen de gekruisigde beletten om zijn borstspieren te gebruiken. En borstspieren zijn nodig voor de ademhaling. De kruisdood is dus een langzame ‘agonie’ door verstikking.

Waarschijnlijk was Jezus, als 33-jarige levend in het Midden-Oosten waar in het begin van onze jaartelling infecties van lepra en tuberculose de ronde deden, een behoorlijk gezonde man. Hoe lang zijn doodstrijd – in volle bewustzijn – heeft geduurd, is niet te achterhalen.

Maar er is een ander pervers detail waarop Pelloux wijst. De Romeinse prefect Pontius Pilatus had als enige het recht om iemand ter dood te veroordelen, maar hij zei enkel tegen de Joodse priesters: “neem hem mee en veroordeel hem volgens jullie eigen wet”.

De Joodse opperpriesters protesteren: “maar wij kunnen hem niet ter dood veroordelen en hij verdient de dood”. Die naijver van enkele Joodse opperpriesters die argwanend naar de nieuwe opkomende ‘Messias’ keken, zorgde voor de terechtstelling van Jezus en – zegt Pelloux – “dat weggemoffelde detail heeft de volgende eeuwen miljoenen doden veroorzaakt”.

Vuile kleren

Vaak zit het hem in details die erg revelerend zijn: zoals de viezigheid van de kleren van zelfs koning Henri IV: “men zou zeggen een man verloren gelopen in een zak vuil wasgoed van dubbelzijdige gordijnen van een slechte smaak. Gezien vanuit zijn tijd, is de koning mooi, gedrapeerd in rijkelijke stoffen en met een witte kraag, helemaal besprenkeld met parels en edelstenen.”

Soms grappig, soms met een vleugje sarcasme, want dit boek is een herwerkte bundeling van zijn zomerse kronieken in het roemruchte, satirische blad ‘Charlie Hebdo’. Maar altijd met veel menselijkheid en compassie met de underdog en/of de gewone man/vrouw.

Cherchez la femme

Zoals: de beeldhouwster Camille Claudel – volgens hem – gewoon een vrouw die te veel liefhad. Liefdesverdriet voor beeldhouwer Rodin dreef de talentvolle vrouw over haar toeren. Bovendien verdacht ze haar mentor – niet onterecht overigens – ervan haar ideeën te pikken. En Rodin liet haar stikken.

Camille Claudel die tegen haar burgerlijke familie in een verhouding met een ‘artiest’ aanging, werd door haar eigen familie, onder wie de conservatieve schrijver-politicus Paul Claudel, naar een gesticht verbannen en ook al smeekten haar behandelende artsen de familie om de kunstenares uit het gesticht weg te halen.

Niks daarvan! Camille crepeerde, ondervoed en ontredderd. Misschien had de temperamentvolle Camille wel een liefdesdepressie toen Rodin haar liet vallen, maar de paranoia dat de ‘meester’ haar ideeën pikte, is niet ongegrond.

Camille boetseerde niet alleen handen en voeten van Rodins beelden – de moeilijkste delen overigens – maar bij chronologische vergelijkingen van voorstudies wordt duidelijk dat meester Rodin wel iets te goed keek hoe zijn ‘leerlinge’ het deed. Maar een vrouw die eind 19de – begin 20ste eeuw haar eigenheid ontwikkelde, dat was voorzeker een zottin!

Psychiatrische patiënten in asielen kregen – tijdens de Tweede Wereldoorlog – maar 500 calorieën per dag terwijl de basisbehoefte van een mens 1.500 cal. is. Talloze mensen zijn tijdens die Tweede Wereldoorlog de hongerdood gestorven want het naziregime – en meerdere keren fulmineert democraat Pelloux tegen dat dictatoriale bewind – had verordend dat alle geestesziekten moesten worden uitgeroeid en dus voerde het Vichy-bewind een strikt regime uit. Dat was ook een Holocaust (op kleinere schaal).

Doe ik het zelf wel goed?

De Tweede Wereldoorlog raakt Pelloux erg: “3 miljoen jonge soldaten, van alle huidskleuren, van alle geloofsovertuigingen, Engelsen, Amerikanen, Canadezen, Fransen, Polen, Australiërs, Belgen, Grieken, Nieuw-Zeelanders, Tsjechen en Slovaken, Noren en Nederlanders zetten voet aan wal in Normandië om te vechten tegen de Duitsers. Zowat niemand van al die jongens had ooit een boot genomen, of met een parachute gesprongen, of een oorlog meegemaakt, of de dood gezien, laat staan iemand gedood. De landing in Normandië op 6 juni 1944: 10.300 doden of vermisten waaronder 4.000 op de Normandische stranden. Naar het schijnt waren de garnalen en de krabben het jaar nadien erg dik … Die 6 juni 1944 is het startpunt van de opbouw van de Europese Unie vandaag.”

En dan stelt Pelloux een cruciale vraag die zijn hele levensvisie omvat: “Moi, qui suis d’une génération qui n’a connu aucune guerre, je me demande souvent: suis-je digne du sacrifice qu’ont fait ces jeunes qui sont morts pour sauver l’humanité?”

En voegt er droog aan toe: “de gemiddelde leeftijd van de geallieerde soldaten bij de landing was 23 jaar”.

Het boek ‘On ne meurt qu’une fois et c’est pour si longtemps’ is eigenlijk een pleidooi om te leven! Vooral om bewust te leven!

Patrick Pelloux, ‘On ne meurt qu’une fois et c’est pour si longtemps; les derniers jours des grands hommes’ is een uitgave van Robert Laffont, Parijs 2013, ISBN 978-2-8-221-13374-3.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!