Politieke actie aan Brusselse Beurs, maart 2005 (foto: WikiMedia Commons)
Nieuws, Samenleving, Politiek, België, Betogen, Beurs van Brussel, Brussel, Neoliberaal beleid, Analyse, Gemeenschappelijke en publieke ruimtes, Trappen van de Beurs, Belgian Beer Temple -

Onteigening van trappen Beurs als politieke ruimte

Op 6 september 2013 werd het project 'Belgian Beer Temple' voorgesteld in het Beursgebouw. Vandaag reeds fungeert het gebouw als culturele expositieruimte, reden waarom geen publieke acties meer toegelaten worden op de trappen voor de Beurs. Een van de meest politieke ruimtes in Brussel wordt hiermee aan de democratie ontnomen.

donderdag 19 september 2013 15:15

Belgian Beer Temple

In 2018 moet de zogenaamde Belgian Beer Temple (BBT) opengaan in het Brusselse Beursgebouw. Dit bierbelevingscentrum wordt het nieuwe paradepaard van het stadsontwikkelingsproject in de hoofdstad. Bij de voorstelling van dit project op 6 september 2013 werd de ambitie hoog gesteld.

De bedoeling is dat het BBT uitgroeit tot een nieuwe ‘must-see attractie’ in de Brusselse binnenstad. Het zakenplan verwacht dat het jaarlijks een 400.000-tal bezoekers kan lokken, waarmee het in de top vijf van meest bezochte ‘stedelijke attracties’ zou komen te staan.

De publiek-private samenwerking die achter het project staat, laat zich inspireren door enkele praktijkvoorbeelden in het buitenland – met onder meer de ‘Heineken Experience’  in Amsterdam, de ‘Scotch Whisky Experience’ in Edinburgh en het ‘Guinness Storehouse’ in Dublin.

Dit laatste biermuseum trekt jaarlijks een miljoen mensen. Een standaardticket kost de bezoeker 16,50 euro. Ook de toegansprijs voor de bezoekers van de BBT zal rond de 17 euro bedragen. Hiermee wordt duidelijk op welk publiek het nieuwe stadsontwikkelingsproject zich richt: de koopkrachtige internationale middenklasse die de stad voornamelijk als een consumptiegoed beschouwt.

Beursplein als politieke ruimte bedreigd

Met de neoliberale verschuiving binnen de samenleving veranderde ook de visie op de stad en bijgevolg het stedelijk beleid. Na decennia van antistedelijkheid in de naoorlogse periode werd de stad vanaf de late jaren 1960 geleidelijk herontdekt en werden grote stadsvernieuwingsprojecten in de steigers gezet.

In de context van de brede neoliberale herstructuring van de maatschappij verschoof de nadruk eind jaren 1990 van stadsvernieuwing naar stadsontwikkeling. Dit stadsontwikkelingsbeleid focust zich vandaag in eerste plaats op de koopkrachtige burgers die de stad bewoont en gebruikt als een consumptiegoed. Burgers dreigen hierdoor gereduceerd te worden tot consumenten, wat weinig te maken heeft met de democratische dialoog die de stedelijkheid historisch typeert.

Het stedelijk debat wordt dus grondig herdacht als politiek project. De stad komt vandaag in dienst te staan van het neoliberalisme, waarbij steeds meer publieke ruimte wordt geprivatiseerd, zoals nu ook de meest fundamentele vorm van publieke ruimte: een politieke ruimte zoals de trappen voor de Brusselse Beurs.

Volgens Christian De Coninck, woordvoerder van de Brusselse politie, wordt reeds sedert een jaar geen toelating meer verleend voor politieke acties op de trappen voor de Beurs. De Beurs is immers een culturele expositieruimte geworden in aanloop naar de opening van de BBT in 2018. Vandaag loopt er bijvoorbeeld de Da Vinci: The Genius’-expositie.

Ook deze tentoonstelling kenmerkt de visie van de neoliberale stadsontwikkelaars. De commerciële opzet van het Australische bedrijf Grande Exhibitions richt zich duidelijk op de consumptie van cultuur met een hoog spektakelgehalte. Dat de inhoud van de expositie niet strookt met kunstwetenschappelijk onderzoek en veel fouten bevat, doet hierbij weinig ter zake.

Politieke acties op het Beursplein kunnen in principe wel nog doorgaan, hoewel de nabijheid van de expositeruimte hier vermoedelijk ook als argument zal worden aangehaald om minder gewenste aanvragen af te wenden.

Lefebvres “recht op de stad”

Ondertussen komen over de hele wereld mensen op straat om de publieke ruimtes in hun stad opnieuw op te eisen. Ook hen werd doorheen de voorbije decennia steeds meer publieke ruimte ontnomen. De protestacties stellen niet enkel een wijzigende visie in het stedelijk beleid in vraag, maar komen vooral in opstand tegen een breder neoliberaal offensief dat de gehele maatschappij beïnvloedt.

De Franse socioloog-filosoof Henri Lefebvre sprak in 1968 over Le droit à la ville. “Het recht op de stad” werd een centraal concept in zijn kritische maatschappijtheorie. Er vloeide al veel inkt over zijn werk, waarbij werd geopperd dat hij meer inspraak wou van de burgers in het stedelijk beleid of een specifiek soort recht voor ogen had. Lefebvre had het volgens politicoloog Koenraad Bogaert (UGent) echter over iets meer fundamenteel, over een politiek project: de mogelijkheid van een radicale kritiek op onze samenleving.

De subtiele onteigening van de trappen voor de Beurs als publieke ruimte om Lefebvres “recht op de stad” in de praktijk te brengen, typeert het bredere neoliberale project dat in de stadsontwikkelingsvisie vervat zit sinds de late jaren 1990.

Meer publieke ruimte in de stad

Op de vraag waar politieke acties wel nog kunnen doorgaan antwoorde De Coninck laconiek dat er in Brussel plaatsen genoeg zijn om actie te voeren. “De actiegroepen vinden wel een plaats om te betogen, het is niet aan ons om mogelijke plaatsen aan te wijzen”, klonk het.

Een mogelijk alternatief is het nabijgelegen plein voor de Koninklijke Muntschouwburg. Het Muntplein is echter minder centraal gelegen, een aspect dat bij politieke acties niet onbelangrijk is. Deze acties zijn essentieel voor de democratie. Daarom vinden ze best zo centraal mogelijk in de stad plaats. Laat het Beursplein nu net zo een politieke ruimte zijn.

Ondertussen gaan steeds meer stemmen op om meer openbare ruimte in de steden op te eisen. In Brussel vonden sinds de eerste mega-picknick aan de Anspachlaan voor de Beurs op 10 juni 2012 diverse acties plaats. De burgerbeweging Pic Nic the Streets blijft openbare picknicks organiseren om de nood aan meer publieke ruimtes aan te tonen. De leefbaarheid van de stad staat immers op het spel.

Misschien vindt de Pic Nic the Streets-burgerbeweging wel navolging in een actiegroep die ook de nood aan meer publieke ruimtes in hun meest fundamentele zin bepleiten, net zoals in diverse steden over de hele wereld. Publieke ruimtes waarin Lefebvres “recht op de stad” in praktijk kan gebracht worden. Politieke ruimtes dus die een radicale kritiek op onze maatschappij toelaten. Hier staat niet enkel de leefbaarheid van de stad op het spel, maar ook die van onze democratie.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!