Het meisje onder de straat
Nieuws, Europa, Cultuur, Recensie, Zweden, Festival Manifiesta, Boekrecensie, Anders Roslund, Borge Hellstrom -

Roslund & Hellström: misdaadromans die je een geweten schoppen

Met hoofdpersonages die drugs smokkelen via tulpen of die leven onder de straten van Stockholm voeren de Zweedse misdaadschrijvers Anders Roslund en Börge Hellström niet bepaald klassieke helden of antihelden op. De succesauteurs zijn ook atypisch. Ze willen ons vermaken “maar wanneer je kennis wil verwerven over problemen waarvan je het bestaan niet vermoedde, kan je dat ook in ons werk vinden”. De schrijverstandem is zaterdag te gast op Manifiesta.

dinsdag 17 september 2013 09:45

De Zweedse thriller is hot. Al een tijdje. Stieg Larssons Millennium-trilogie zoog, mede door David Finchers adaptatie van The Girl with the Dragon Tattoo, veel aandacht naar zich toe maar kan allerminst gezien worden als een geïsoleerde toevalstreffer of het startpunt van een golf. Al jaren worden in Zweden misdaadromans geschreven door auteurs die elk hun eigen stijl en thematiek hebben.

En ook hun eigen hoofdfiguren. Zo voert Arne Dahl met Kerstin Holm een rechercheur verbonden aan het A-team misdaadspecialisten op. Henning Mankell introduceert politie-inspecteur Kurt Wallander, Liza Marklund journaliste Annika Bengtzon, Håkan Nesser de gepensioneerde commissaris Van Veeteren, Leif G.W. Persson de Stockholmse commissaris Lars M. Johansson en Karin Wahlberg zowel commissaris Claes Claesson als chirurg Veronika Lundborg uit Lund. Er is dus meer dan Larssons Millennium-journalist Mikael ‘Kalle’ Blomkvist.

Erfgenamen van Sjöwall & Wahlöö

Deze misdaadauteurs lieten zich het laatste decennium opmerken, maar eigenlijk begon alles in 1965 met De vrouw in het Götakanaal geschreven door het Zweedse schrijversechtpaar Maj Sjöwall (°1935) en Per Wahlöö (1926-1975). Een thriller die het pad effende voor een tiendelige serie over eerst politie-inspecteur en later commissaris Martin Beck. Een speurder die duidelijk niet uit de Angelsaksische school kwam en zaken eerder via psychologie dan via actie oploste.

Het duo Sjöwall-Wahlöö had journalistieke roots, wat zich weerspiegelde in hun aandacht voor toenmalige maatschappelijke misstanden. De hedendaagse Zweedse thrillerschrijvers hebben oog voor thema’s als prostitutie, drugshandel, immigratie en de opkomst van misdaad in de Baltische staten na de val van het communisme, maar die aandacht blijft meestal zijdelings en levert vooral een modern decor op voor klassieke misdaadverhalen.

Niet zo bij Anders Roslund (°1961) en Börge Hellström (°1957). De auteurs van de spijkerharde thrillers Vaderwraak (2004), Kluis 21 (2005), Het meisje onder de straat (2007), Drie Seconden (2009), De Uitlevering (2011) en Twee Soldaten (2012) schrijven niet zozeer over misdaad, maar over mensen en hun gevoelens.

Maar vooral ook, hun maatschappijkritische misdaadromans leggen de vinger op de politiek-maatschappelijke gevolgen van misdaad en op sociaal-economische wonden.

Met hun geëngageerde, sociaal-realistische thrillers zijn Roslund & Hellström de ware opvolgers van Sjöwall & Wahlöö. “We delen dezelfde verontwaardiging”, zegt Roslund, “hun boeken hebben als eerste onze ogen geopend over hoe onze samenleving evolueerde en welke maatschappelijke problemen er ons staan te wachten. Met hen in één adem te worden vernoemd, beschouw ik als een groot compliment”.

Het duo wordt gedreven door woede en volgens Roslund “het dwaze verlangen een goed verhaal te vertellen om kennis over te brengen over wat er rondom ons gebeurt”.

Hellström vult aan: “de realiteit is somber, zwart en triest. We snijden ernstige, donkere onderwerpen aan en gebruiken een lichtere vorm zodat lezers de boodschap beter opnemen”.

De dubbelbaan ‘misdaadauteur’

De succesauteurs hebben een vrij ongewone achtergrond. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst in 1997 door hun gemeenschappelijke belangstelling voor de rehabilitatie van ex-gevangenen. Roslund was een televisiejournalist die ook betrokken was bij het begeleiden van ex-gedetineerden en Hellström was zelf een veroordeelde misdadiger en drugsverslaafde die na zijn gevangenschap actief werd als psychotherapeut in een organisatie (KRIS) die ijverde voor de re-integratie van gevangenen.

In het kader van een documentaire over dit onderwerp leerden Roslund en Hellström elkaar kennen, waarderen en stelselmatig vertrouwen. Gaandeweg ontstond het plan om samen een boek te schrijven. Geen academische studie, maar een misdaadroman die via fictie de link tussen de gevangenis en de realiteit zou leggen. “We begonnen verhalen te bedenken”, aldus Roslund, “we zeiden tegen elkaar “we weten hier zoveel over, laat ons er over schrijven’”.

De blik van het duo is niet enkel donker, maar ook kritisch. Ze behandelen zaken die de overheid onder de mat wil vegen: het lot van straatkinderen (ook in zogenaamde welvaartslanden), de schending van mensenrechten, gedwongen prostitutie, het gebruik van infiltranten, de druk van landen als de VS op justitie, drugshandel in gevangenissen…

Een van de verschillen met het Sjöwall & Wahlöö-tijdperk is de globalisering van misdaad. “Misdaad wordt niet meer afgeremd door grenzen”, stelt Roslund, “het is universeel geworden”. Het ooit vredige Zweden – dat neutraal bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog – bestaat al lang niet meer.

Het land verloor zijn onschuld toen de socialistische premier Olof Palme in 1986 vermoord werd (een onopgeloste misdaad met hoog samenzweringsgehalte die zowat de rode draad doorheen de Zweedse misdaadliteratuur vormt) en recentere terroristische incidenten deden het besef groeien dat geweld en gruwel tot de dagelijkse realiteit behoren. Een realisatie die evenwel het sociale bewustzijn niet aantast.

De onmacht van de speurder

De ondertussen zes misdaadromans van het duo hebben een terugkomend personage, de verbitterde en beproefde politie-inspecteur Ewert Grens. Maar de centrale figuur is Grens nooit. Die rol is weggelegd voor een vader die de moord op zijn dochter wil wreken (Vaderwraak), misbruikte jonge vrouwen (Kluis 21), een dakloos meisje (Het meisje onder de straat), een infiltrant die in de gevangenis de maffia een slag wil toebrengen (Drie Seconden), een dood geachte, maar levende ter dood veroordeelde (De Uitlevering) en de leiders van een jeugdbende (Twee soldaten).

Bovendien is Grens geen almachtige probleemoplosser. Hij maakt fouten (soms fatale blunders), wordt vaak verblind door zijn eigen problemen en demonen (schuld- en onmachtgevoelens, midlife crisis) en het is vooral zijn verbetenheid die gevolgen heeft voor het verloop van het verhaal (waarbij hij soms ongewild, zoals in Drie Seconden, het instrument wordt van de instanties die hij wil bekampen).

“Onze politieman lost bijna nooit een misdaad op”, stelt Roslund, “dat is ook realistischer, net als in het echte leven”. “Ik geloof niet dat er nog veel andere fictieve rechercheurs rondlopen die een even laag slaagpercentage kunnen voorleggen als onze Ewert Grens”, vult Hellström aan, “hij is geen held aangezien politiemensen dit zelden zijn. Hij is een eenzame man die regelmatig na een lange werkdag in zijn kantoor blijft slapen op een oude, versleten sofa”.

Het duo weet dat toeval een belangrijke rol speelt bij speurwerk en dat het voor agenten vaak vechten tegen de bierkaai is. Getuige de mensensmokkel, het centrale thema van Kluis 21.

“De verdiensten in deze verwerpelijke business liggen zo hoog en het risico om gepakt te worden is zo klein dat de politie tegen een schier onmogelijke opdracht aankijkt”, benadrukt Roslund, “Grens beseft dat maar al te goed. Hij kent zijn eigen beperkingen, de beperkingen van het politieapparaat en die van het juridische systeem. Hij is ook geen krachtpatser, geen pistolero. Hij probeert gewoon, vanuit zijn functie, een goed mens te zijn”.

De wereld is donker en complex

In de misdaadromans van Roslund & Hellström is niets zwart of wit, er zijn veel grijsnuances en dat besef zet een personage als Grens aan om onorthodox te (blijven) handelen. Woede, verontwaardiging en rechtvaardigheidsgevoel zijn daarbij drijfveren.

Maar edele motieven leiden niet altijd tot positieve gevolgen. De vernederingen en misbruiken worden niet altijd gestopt. Ook al omdat schuldgevoelens verlammend kunnen werken en blindelings vertrouwen rampzalig kan aflopen.

Het Zweden van Roslund & Hellström is geen land waar je vrolijk van wordt. Het is een land waar corruptie regeert, beschaving herleid is tot een dun vernis, de overheid zich misdadig gedraagt, psychopaten ongestoord hun gang kunnen gaan en slachtoffers aan hun lot worden overgelaten. Toch wentelen de auteurs zich niet in een deprimerende, apocalyptische sfeer.

En zeker niet in vrijblijvend nihilisme. Het duo kiest voor morele literatuur. Voor Roslund is “het schrijven van misdaadromans een manier om mensen bewust kennis te laten maken met specifieke onderwerpen uit de samenleving, maar dan verpakt als vermaak. In een misdaadroman kan de harde realiteit vermengd worden met fictie”.

“De thriller is in onze ogen allang een volwaardig medium om ideeën en standpunten in te verkondigen”, vult Hellström aan.

Hij onderstreept echter dat “we niet alleen maar een boodschap willen afgeven. Lezers mogen onze boeken ook spannend vinden, of lezen ter ontspanning. We willen graag boeken schrijven met personages die gaan leven, die diepte hebben. Daarnaast besteden we veel aandacht aan stijl”.

Zoveel is duidelijk, Rosland & Hellström willen misdaadROMANS schrijven, thrillers die ook literatuur zijn.

Literaire mokerslagen

Briljante literatuur, zoals het harde en wrange Het meisje onder de straat waarin het duo onverbloemd, maar ook doordrongen van een zekere poëzie schrijft over het lot van straatkinderen. Straatkinderen in Zweden, want ze doorprikken de mythe dat die enkel in voormalige Oostbloklanden bestaan.

Met succes, want na het verschijnen van het boek verscheen het thema op de politieke agenda. Omdat de publieke opinie beïnvloed werd door het pakkend, en schrijnend realistisch, verhaal van kinderen die samen met psychiatrische patiënten en verslaafden in een stelsel van gangen en buizen onder Stockholm wonen (lees: schuilen voor de maatschappij).

In hun nawoord spelen de schrijvers in op het waarheidsgehalte van Het meisje onder de straat : “Alles wat onwaarschijnlijk lijkt in dit verhaal is waar, alles wat waarschijnlijk lijkt in dit verhaal is verzonnen”.

Een veertienjarig meisje dat lange tijd met een oudere man in de tunnels onder de straat leefde, 43 Roemeense kinderen die midden in Stockholm zijn afgezet, het groeiend aantal jonge vrouwen dat de werkelijkheid ontvlucht“, dat zijn dingen waar de overheid met geen woord over rept”.

En: “De officiële instanties wéten niets en willen niets weten. Want op het moment dat zij het probleem officieel erkennen, worden er nieuwe middelen geëist om het op te lossen”.

Ook in Drie Seconden verankeren de schrijvers fictie in de realiteit. Het tragische verhaal – over een autodestructieve ex-crimineel die als infiltrant het vertrouwen wint van een Poolse bende en bij het opzetten van een val in de gevangenis in de steek gelaten (meer nog: ter dood veroordeeld wordt) door gezagsdragers die enkel de schijn willen hooghouden – is ook het cynische verhaal over de verstrengeling van misdaad, politie en justitie.

Roslund & Hellström lijsten als nawoord de feiten en de fictie verweven in dit verhaal op. Feiten zijn het gebruik van criminele infiltranten en informanten door de politie, het grote aantal drugsverslaafden in gevangenissen en de rol van drugs bij het vermijden van chaos in de gevangenissen. De fictie is beperkter, hier duiken de namen van de personages op.

In beide thrillers ontmaskeren de auteurs het verdringen van de maatschappelijke realiteit en het manipuleren van schuldigen en onschuldigen door machthebbers. In De Uitlevering voegen ze daar nog bespiegelingen over de doodstraf, wraak en genoegdoening aan toe. En macht, de macht van supermacht Amerika om Zweden te bewegen tot het uitleveren van een gevangene.

“Onze belangrijkste boodschap is dat de doodstraf onacceptabel is omdat je niet kan toestaan dat een democratische samenleving zijn eigen burgers om het leven brengt”, zegt Hellström, “door middel van doodstraf zal er geen verandering optreden in gedrag”.

Een ander punt van de schrijvers is dat het ‘oog om oog’-principe geen genoegdoening levert aan slachtoffers. Wraak herstelt immers op geen enkele manier de emoties die ontstonden door een misdaad. Wraak is iets wat je neemt, genoegdoening wordt je aangeboden.

Voor het personage Edward Finnigan is het nemen van wraak niet genoeg, zijn haat en verdriet blijven bestaan ondanks de veroordeling en bestraffing van de dader. Er is hem geen genoegdoening geboden.

“Genoegdoening betekent dat je je gevoel terugkrijgt dat je door de dader werd ontnomen op het moment van de misdaad”, stelt Roslund, “er zit geen genoegdoening in wraak als dusdanig. Een samenleving kan via lange straffen geen genoegdoening schenken aan het slachtoffer. Dat kan alleen maar worden bereikt door te helpen het innerlijke van het slachoffer te herstellen. Het gevoel terugbrengen naar dat van voor de misdaad”.

De kracht van Roslund & Hellström is dat ze op indringende wijze aangeven dat de problematiek van misdaad/wraak/genoegdoening niet zo eenvoudig is, maar wel reflectie verdient.

Ook over andere thema’s willen ze de lezer geen mening opdringen, maar eerder doen nadenken. Ze doen dit met zo’n enthousiasme en gedrevenheid – en zo stijlvol en spannend – dat hun verontwaardiging aanstekelijk werkt. De erfgenamen van Sjöwall & Wahlöö schrijven misdaadromans die je een geweten schoppen. Thrillers die verontrusten.

‘Het meisje onder de straat’ koop je hier in onze shop.

‘Drie seconden’ koop je hier in onze shop.

‘Twee soldaten’ koop je hier in onze shop.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!