Harry van Bommel: “Oslo en andere vredesinitiatieven zijn mislukt”
Opinie, Nieuws, Europa, Politiek, Sp, Nederland, Palestina, Israël, Oslo-akkoorden, Harry van Bommel - Harry van Bommel

Harry van Bommel: “Oslo en andere vredesinitiatieven zijn mislukt”

Nooit eerder was de hoop op een Palestijnse staat en daarmee een einde aan de Israëlische bezetting, zo groot als toen de Oslo-akkoorden op 13 september 1993 werden getekend. "Nu, twintig jaar later, is de trieste realiteit dat ‘Oslo’ en de vredesinitiatieven die erop volgden, zijn mislukt", schrijft Harry van Bommel van de Nederlandse SP.

maandag 16 september 2013 17:50

Van zowel Palestijnse als Israëlische kant kunnen allerlei oorzaken genoemd worden voor het falen van de verschillende vredesinitiatieven. De Palestijnen gooiden bijvoorbeeld roet in het eten door zelfmoordaanslagen op Israëlische doelen uit te voeren.

Maar het is zonneklaar dat er geen enkele kans op vrede bestaat zolang Israël doorgaat met het uitbreiden van nederzettingen en de bezetting van Palestijns gebied in stand houdt. Dat Israël de nederzettingen tijdens Oslo stevig uitbreidde, verklaart als geen ander het falen van deze vredespoging.

Dat de nederzettingen inmiddels tot meer dan een half miljoen inwoners zijn uitgebreid, verklaart voor een groot deel het falen van latere vredesinitiatieven. Ook het incidenteel oplaaiende geweld vanuit Gaza gooide roet in het eten. Het is zeer te hopen dat het huidige Amerikaanse vredesinitiatief wel vruchten zal afwerpen. Maar dat ook nu de nederzettingen uitgebreid blijven worden, is zeer onheilspellend.

Door de nederzettingen in sneltempo uit te breiden en de knellende bezetting van Palestijns gebied in stand te houden, kwam Israël niet tegemoet aan zijn vredesverplichtingen. Desondanks zijn de betrekkingen tussen de EU en Israël almaar uitgebreid. In 2009 stelde EU-buitenlandvertegenwoordiger Javier Solana zonder overdrijven dat Israël “een lid van de EU is zonder dat het lid van de institutie is”.   

De innige betrekkingen tussen de EU en Israël zijn onder andere vastgelegd in het EU-Israël-associatieverdrag. Naast economische samenwerking omvat dit verdrag ook andere terreinen, waaronder wetenschap en techniek. Ook biedt het een kader voor politieke dialoog.

Vanwege een lange ratificatieprocedure trad het Associatieverdrag in 2000 – het jaar dat vanwege het uitbreken van de Tweede Intifada als geen ander symbool staat voor het overlijden van Oslo – formeel in werking. Het Europees Nabuurschapsbeleid verdiepte de relatie verder.

Israël was in 2005 één van de eerste landen waarmee een actieplan werd overeengekomen op basis van dit nieuwe beleidsinstrument.

Op zich is er uiteraard niets mis met verdieping van de betrekkingen tussen landen, maar het intensiveren van de betrekkingen met Israël betekent in de praktijk geregeld (indirecte) steun aan en betrokkenheid bij vele schendingen van het internationaal recht die als vanzelf samengaan met de voortdurende bezetting.

Goede voorbeelden hiervan zijn de import van producten uit illegale nederzettingen, export van militaire goederen naar Israël en het bijdragen aan illegale bouwpraktijken, zoals de illegale muur die Israël op Palestijns grondgebied bouwt.

Wie twintig jaar na Oslo de balans opmaakt, kan niet om de conclusie heen dat de verdieping van de betrekkingen tussen de EU en Israël op geen enkele manier tegemoet heeft kunnen komen aan de door Oslo gecreëerde hoop op een levensvatbare Palestijnse staat. Sterker nog, die staat is nu verder dan ooit weg.

Dat Israël desondanks alsmaar kon rekenen op steun uit de EU in de vorm van verdieping van de betrekkingen is niet uit te leggen. Het is dan ook de hoogste tijd dat de EU het roer omgooit.     

De met Israël overeengekomen betrekkingen bieden bruikbare instrumenten aan de EU om dit beleid van koers te veranderen. In artikel 2 van het Associatieverdrag staat bijvoorbeeld dat alle bepalingen in de overeenkomst op respect voor mensenrechten gebaseerd zullen zijn.

Omdat Israël op allerlei gebieden de mensenrechten niet respecteert, zou dit artikel gebruikt kunnen worden om het verdrag op te schorten. In het Europese Nabuurschapsbeleid zou gebruik kunnen worden gemaakt van het uitgangspunt “more for more, less for less”.

Omdat mensenrechten geschonden blijven, kan de relatie afgebouwd worden. De juridisch bindende Europese criteria voor de wapenexport geven verder genoeg aanknopingspunten om wapenleveringen aan banden te leggen.

Tijdens het debat in juni dit jaar over de muur werd duidelijk dat de Nederlanse minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans geen voorstander is van sancties vanwege de vrees dat dit verkeerd zou uitpakken. Het is onmogelijk aan te tonen of de minister het hier bij het juiste eind heeft. Maar wat onmiskenbaar als een paal boven water staat, is dat het EU-beleid jegens Israël sinds Oslo failliet is.

Bovendien heeft druk vanuit de EU in het verleden wel degelijk vruchten afgeworpen. In 1990 sloot Israël allerlei onderwijsinstellingen op de Westelijke Jordaanoever. De Europese Commissie reageerde op deze collectieve bestraffing door wetenschappelijke samenwerkingsprojecten te bevriezen. Daarna maakte Israël de sluiting ongedaan.

Dat de beschikbare instrumenten tot op heden nauwelijks zijn ingezet, is een kwestie van politieke wil. Mocht straks, zoals velen vrezen, ook het huidige Amerikaanse vredesinitiatief strandden omdat Israël nederzettingen blijft uitbreiden, dan is zeer te hopen dat de EU hier gevolgen aan verbindt.

Harry van Bommel

Harry van Bommel is lid van de Nederlandse Tweede Kamer voor de SP en is woordvoerder Buitenlandse Zaken van zijn partij.

Dit artikel is een bewerkte versie van de bijdrage The European Union and Israel since Oslo die is opgenomen in de bundel The Oslo Accords 1993–2013, A critical assessment.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!