(Google dualisme)

Einde van het dualisme?

maandag 16 september 2013 14:07

Jarenlang heb ik lesgegeven over dualisme in een inleidende cursus filosofie. Maar ik ben er, nu ik het bedenk, maar zelden in geslaagd om de reikwijdte van het begrip aan mijn gehoor duidelijk te maken en de omvang van het probleem over te brengen. Ik zette het nochtans duidelijk op het bord. Plato‘s soma semè: het lichaam is de kerker van de ziel. Dit werd overgenomen in het christendom: de ziel is bestemd om bij de dood het sterfelijke lichaam te verlaten. Descartes: res cogitans versus res extansa: de denkende substantie zonder materie tegenover de uitgebreide, materiële dingen.

Maar dit dualisme tussen lichaam en geest, zo legde ik uit, doortrok de hele kosmos. Materie tegenover rede, donker tegenover licht, zwaar tegenover licht, natuur tegenover bovennatuur, lichaam en ziel, vergankelijkheid tegenover eeuwigheid. Orde tegenover wanorde. Eindigheid tegenover oneindigheid, enzovoort. Een kosmische strijd is het voorwaar, zei ik hen telkens. Een gnostische, manicheïstische strijd tussen licht en duisternis, tussen het goede en het kwade. En met veel nare gevolgen, niet alleen dat het lichaam donker, vies en slecht was (‘het geest is gewillig maar het vlees is zwak’) maar het dualisme structureerde ook de maatschappij, geestelijke arbeid staat hoger dan handenarbeid, maar bijvoorbeeld werd en wordt de man geassocieerd met geest en rede en de vrouw geassocieerd met lichaam en natuur. Ook door feministen soms. Daarbij gaf ik dan vaak het voorbeeld van het boek Pornography and Silence: Culture’s Revenge Against Nature, van ene Susan Griffith. De titel is duidelijk: pornografie is de wraak van de man/de cultuur op de vrouw/de natuur. Ergerlijk.

Maar wat ik ook deed om de enormiteit van het dualistische syndroom in de westerse cultuur met poten en oren duidelijk te maken: het bleef voor mijn gehoor altijd steken in een historische inleiding tot een schimmig filosofisch probleem uit het verleden. Ook al haalde ik er steevast het superhippe cyborgmanifesto van cyberfeministe Donna Haraway bij, die door haar naam alleen al aan sciencefiction, en dus aan de toekomst, doet denken (over de cyborg straks meer). Het lukte niet. Niet echt.

En toch. En toch is het dualisme geen belegen of puur academisch begrip. Ik zie het de meeste studenten denken, als ik erover begin: ‘ach, zo’n hooggegrepen, ingewikkeld begrip dat je in het ware leven, op straat en aan de toog, of in huis, tuin en keuken niet tegen komt. Dat zou ik durven betwijfelen. De slaapkamer vergeten misschien? Om van de badkamer maar te zwijgen: Het kleinste kamertje. Het gemak. Het privaat. Het toilet. Het W.C., the Water Closet (de waterinbouwkast), the bathroom, the restrooms, … we vinden er zelfs geen normaal woord voor. Of het zou schuttingstaal moeten zijn: het schijthuis. Het schandaal van de stront is de kern van het dualisme. Het metafysische schandaal van de metafysische stront waar we in zitten.

Het dualisme zit diep in onze collectieve psyché. Lichaam en geest, lichamelijke liefde en geestelijke liefde, seks tegenover echte liefde, …. niemand komt ermee klaar. Alle seksuele problemen zijn terug te voeren naar het dualisme! Niemand die ook maar enigszins getekend is door de platoonse, de christelijke, de cartesiaanse, of zelfs existentialistische visie ontkomt eraan. En wie is niet door een van die vier getekend? Vaak door alle vier. Het hele Franse denken van de twintigste eeuw heeft ermee geworsteld. Satre was een soort neocartesiaan. Sartre was de laatste grote dualist misschien: door de dingen en de geest radicaal tegenover elkaar te stellen als het zijn en het niets. Maar aan de toog is dat toch geen probleem, meneer? Nee. Maar uw geworstel tussen goesting en trouw dan? En wie worstelt daar niet mee? Wie zonder hormonen is, werpe de eerste steen… Ik schrapte en schreef: wie zonder verlangen is… Dualisme!

Misschien dat de Japanners er minder last van hebben, als ik op de Japanse film mag afgaan…. Maar alle andere stervelingen… zeker wij, westerlingen, kunnen wellicht niet ontsnappen aan het dualisme. En we zullen er wellicht ook nooit meer helemaal onderuit komen. Misschien heeft Lacan het definitieve argument geleverd voor het dualisme: ‘L’homme a un rapport de travers avec son corps, du fait qu’il parle’.  Wie kan hem ongelijk geven? De mens heeft een scheve verhouding met zijn lichaam, door het feit dat hij spreekt. Ik ben blij dat ik die zin uit het hoofd geleerd heb. Vooral als antidualist moet je die kennen. Het is een harde noot. Vlees en taal.

De mens is een sprekend wezen: een mensensoort die niet zou spreken zou tot de apen of primaten behoren, of hooguit neanderthalers, maar die zullen ook al wel wat gebrabbeld hebben. Door dat simpele maar ongelofelijk raadselachtige feit dat de mens wezenlijk een sprekend wezen is, neemt hij afstand van het hier en nu, om erover te kunnen spreken, en dus ook en vooral van zijn meest hier-en-nu-achtige toestand, het meest nabije, zijn lichaam. Merleau Ponty mag duizend keren zeggen: “ik heb geen lichaam. ik ben mijn lichaam” – zo voelt het niet. Niet in de westerse cultuur, niet tijdens de worstelpartijen doorheen de geschiedenis – de geschiedenis van de roman, van de film, maar ook van het dagelijks leven. Of in het meest banale dagelijks leven: de worsteling tussen goesting en trouw.

Een keer het woord was vlees geworden (nochtans een zeer ondualistische, dialectische heksentoer van jewelste) werden we doormidden gesplitst. Het zit diep. Je kan er de Aristophanes van Plato bijhalen.… Je weet wel, die fantastische clownerie, duidelijk bedoeld als hommage aan de oudere Aristophanes, die nochtans Socrates genadeloos te kakken had gezet in De wolken. Het symposium, het drinkgelach van Plato, begint fantastisch.

Zo fantastisch dat ik het hier nog een keer wil vertellen, al was het maar om de aartsdualist Plato in een ander, dionysisch daglicht te plaatsen, ver weg van de witgekalkte neoclassicistische visie. In den beginne hadden de mensen vier benen, vier armen, twee gezichten en drie geslachten (man-mannen, manvrouwen en vrouw-vrouwen), zij waren sterk en overmoedig en zich, heerlijk tollend in radslag bewegend, bestormden ze de hemel. Zeus zag dat het niet goed was, liet ze doormidden hakken, met als gevolg dat ze verzwakt afdropen En Zeus zei: ‘als ge nog een keer de hemel bestormt, dan splits ik u nog eens en dan kunt ge op een been verder’. Hilarisch. De moraal van het verhaal was: mensen zijn gesplitste wezens en verlangen naar hun wederhelft (hier letterlijk te nemen): de man-vrouwen naar vrouwen of mannen al naar gelang, de vrouw-vrouwen naar vrouwen, zijn zij de lesbiennes en de man-mannen verlangen naar … jongens, en op dat punt aangekomen bezingt Aristophanes de weldaden van de knapenliefde…. Maar, om een lang verhaal kort te maken, zelfs in het erg lichamelijke, hermafrodiete verhaal van Aristophanes is een gestalte van het platoonse dualisme. Diep, zeer diep zit het. Laat ons de mens dus maar afschaffen. Of tenminste ombouwen. Op naar de cyborg! Voorbij de dualismen tussen natuur en cultuur, mens en dier, mens en machine, man en vrouw. Lange leve Donna Haraway.

Misschien is het geen toeval dat mijn studenten niet echt warm of koud kregen van mijn uitzettingen: onze cultuur is minder dualistisch geworden. Dat lijkt ontegensprekelijk: het lichaam is niet langer vies en des duivels, en de ziel niet langer heilig en bestemd om, na de dood van haar materiële omhulsel, ten hemel op te stijgen. Na de hel, hebben we ook de hemel afgeschaft. En omdat de ziel dusdoende postuum dakloos is geworden, hebben we ook bij leven en welzijn geen ziel meer nodig. Met onze psychè en zijn problemen hebben we al genoeg om handen dat we er geen theologische ziel bovenop willen.

Maar, zo gemakkelijk is het niet, misschien is het dualisme op een vreemde manier aan een tweede leven begonnen. Second life is pas echt dualisme. De mensheid maakt zich op om via cyberspace het lichaam te verlaten. Cyberlevitatie. Mensen leven in een nieuwe immateriële schermenwereld en laten hun lichaam achter voor het scherm. De jeugd beweegt minder dan vroeger omdat ze sedentaire cybernomaden die met hun hoofd achter de schermen leven, om zo te zeggen. Hun geworstel met overwicht is daar een uiting van. Ze zijn minder lichamelijk, maar op een nieuwe manier. Ze zijn niet geestelijk maar ‘internautisch’: internetkosmonauten die het aardse, concrete en reële verlaten voor het virtuele. Misschien zal het dualisme altijd nieuwe gestalten aannemen. Na het platoons-christelijk dualisme: het cyber-dualisme.  

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!