Antifracking betoging aan het Europees Parlement in Brussel op 18 juni 2012 (foto flickr creative commons/GreensEFA)
Interview, Nieuws, Wereld, Milieu, Samenleving, Naomi Klein, Klimaatverandering, Emissiehandel, De Shockdoctrine, Milieuorganisaties, Fracking -

Naomi Klein: Grote milieuorganisaties erger dan klimaatontkenners

Een interview met schrijfster Naomi Klein over haar nieuw boek over klimaat. Ze heeft het over het falende klimaatbeleid en de oorzaken van de onwil om effectief onze Co2 uitstoot terug te dringen. Volgens Naomi Klein worden de grote milieuorganisaties uiteindelijk irrelevant. Hun model is in crisis en velen zijn afhankelijk van donaties van bedrijven en rijke donoren. Ze ziet veel meer heil in grassroots bewegingen en de acties van inheemse volkeren

zondag 15 september 2013 22:46

Jason Mark: Je bent bekend voor je boeken over de macht van grote merken, over activisten in de hele wereld en over het fundamentalisme van de vrije markt. Waarom nu een boek en een film over klimaatverandering?

Naomi Klein: “De shockdoctrine, mijn jongste boek, eindigt met de klimaatverandering. Het eindigt met een dystopische toekomstvisie, waarin een verzwakte infrastructuur kreunt onder zware stormen, zoals we gezien hebben bij de orkaan Katrina. In plaats van iets te ondernemen om toekomstige rampen te vermijden door lagere emissies, probeert men enkel munt te slaan uit die crisis.”

Een tweede shockdoctrine

“Ik had toen het gevoel dat klimaatverandering misschien wel het meest rauwe ieder-voor-zich rampenkapitalisme zou doen ontstaan. Het was dan ook een logische stap om na het schrijven over rampenkapitalisme (De shockdoctrine) de stap te zetten naar klimaatverandering”.

“Terwijl ik De shockdoctrine schreef, bracht ik ook verslag uit over de oorlog in Irak en de woekerwinsten die daar gemaakt werden. Ik zag diezelfde patronen ook terugkeren in de nasleep van een aantal natuurrampen, zoals de tsunami in Azië en nadien de orkaan Katrina. Er staan hoofdstukken in De shockdoctrine over beide gebeurtenissen.”

“Toen kwam ik op het idee dat klimaatverandering wel eens een “shock” vanuit het volk zou kunnen genereren, als antwoord op die eerste shockdoctrine. Die zou er in bestaan de rampenkapitalisten niet opnieuw de gelegenheid te bieden om te teren op de ellende, maar een kans bieden aan progressieve krachten om de democratie te verbreden en de levensstandaard over de hele wereld substantieel te verbeteren.”

Klimaatschuld

“Tijdens het schrijven van een artikel voor Harper’s Magazine (nvdr: Amerikaans maandblad over politiek, financiën, cultuur en de kunsten) over herstelbetalingen, stootte ik op het concept ‘klimaatschuld’. Ik had in Genève een ontmoeting met de Boliviaanse klimaatonderhandelaar Angélica Navarro. Zij pleitte ervoor om in het kader van de klimaatverandering een soort wereldwijd Groen Marshallplan op te zetten. Daarbij zou het Noorden zijn ‘klimaatschuld’ betalen in de vorm van een gigantisch groen ontwikkelingsproject.”

In de nasleep van de orkaan Sandy schreef je over zo’n kans voor een ‘shock’ vanuit de bevolking. Zie je een wereldwijde grassroots-reactie ontstaan na de recente extreme weerfenomenen?

“Ik zie toch zo’n ‘shock’ doorbreken, een activisme vanuit de basis. Op vele fronten zien we bijvoorbeeld lokale gemeenschappen die lange tijd opkwamen voor duurzame landbouw. Die beginnen nu te beseffen dat daarmee ook het klimaatprobleem wordt aangepakt. Heel wat kwesties worden nu anders benaderd – niet opportunistisch, gewoon vanuit een andere invalshoek.”

“De groepen die hier in Canada bijvoorbeeld het sterkst opkomen tegen de teerzandontginning, bestaan uit autochtone volkeren, stroomafwaarts van de teerzanden. Ze zijn niet tegen omwille van de klimaatverandering – ze zijn tegen omdat het hen fysiek vergiftigt. Omdat het nu ook de planeet naar de bliksem helpt, wordt het op een andere manier urgent. Het zijn precies die nieuwe invalshoeken, de klimaatverandering in combinatie met andere kwesties, die heel wat perspectieven openen.”

Occupy Sandy

“Als gevolg van de orkaan Sandy zag ik enkele hoopvolle grassroots-reacties, vooral hier in de Rockaways (de kuststrook van de wijk Queens in New York City, nvdr), waar mensen zich van meet af aan goed organiseerden. Occupy Sandy stond er sterk, er kwamen nieuwe netwerken.”

“Aanvankelijk ging het enkel om noodherstel, maar nu de wederopbouw in handen is gegeven van grote bedrijven, kunnen deze georganiseerde gemeenschappen reageren, vergaderingen bijwonen, projectontwikkelaars aanpakken, en voor de woonprojecten andere visies geven, veel beter dan de huidige. Het komt dus echt wel op gang, voorlopig nog onder de radar, maar ik volg het op de voet.”

In je artikel voor The Nation in november 2011 suggereerde je dat er inzake klimaatverandering een dubbel ontkenningsmechanisme speelt: conservatieven tegen de wetenschap en sommige ‘liberals’ (progressieven) tegen de politieke implicaties van de wetenschap. Hoe komt het dat sommige milieuorganisaties zo worstelen met de implicaties van klimaatverandering voor de markt en de economie?

“Volgens mij kan je spreken van fundamentele ontkenning bij sommige grote milieuorganisaties (zoals Big Green in de VS). En om eerlijk te zijn, ze hebben volgens mij meer schade berokkend aan de milieustrijd dan de ‘klimaatnegationisten’, omdat ze ons in een richting duwden die bitter weinig heeft opgeleverd.”

“Als we kijken naar de resultaten van Kyoto en het VN Clean Development Mechanism, of van de emissiehandel van de EU – we hebben deze schema’s nu toch al ongeveer tien jaar kunnen evalueren – wel, het is een ramp. Niet alleen zijn de emissies toegenomen, maar er komt geen eind aan het bedrog en daar spint rechts garen bij.”

“Rechts beweert immers dat we er ons blauw aan betalen, dat het enkel cadeaus zijn aan multinationals en dat het uiteindelijk niet eens werkt. Jammer genoeg hebben ze nog gelijk ook. We zijn er nog net niet aan failliet gegaan, maar het klopt wel dat het neerkomt op een massaal cadeau aan grote bedrijven. Het bracht ons op verre na niet waar we volgens de wetenschap hadden moeten staan om de emissies terug te dringen. We moeten ons afvragen vanwaar de onwil komt bij grote milieuorganisaties om de wetenschappelijke conclusies consequent te volgen.”

“Wetenschappers als Kevin Anderson en zijn collega Alice Bows van het Tyndall Centre (nvdr: Brits onderzoekscentrum met betrekking tot klimaatverandering) zijn bijzonder moedig geweest op dit punt, omdat ze niet alleen de grote milieuorganisaties aanpakken, maar ook hun collega’s in de wetenschap. De neoliberale economische orthodoxie is immers verregaand geïnfiltreerd in het wetenschappelijk establishment. Het is gewoon beangstigend. Al minstens een decennium lang stellen zij dat een verregaande reductie van het emissieniveau in de ontwikkelde landen gewoon niet verzoenbaar is met economische groei.”

“Als we nu terugkijken op de geschiedenis van de milieubeweging, dan zien we een reeks spectaculaire successen in de late jaren ’60 en de jaren ’70, toen een compleet wettelijk kader tot stand kwam inzake vervuiling en natuurbescherming. Het ene succes volgde op het andere. Het ging daarbij om dwingende wetgeving: ‘actie-A is verboden’, ‘product-B is verboden of streng gereglementeerd’. Dat was regelgeving van bovenuit. Die trein kwam echter knarsend tot stilstand toen Reagan (Amerikaans president, 1981-1989) aantrad. Hij voerde ongegeneerd en openlijk oorlog met de milieubeweging.”

“Men begon te praten zoals de klimaatnegationisten – de milieubeweging vergelijken met communisme en dergelijke. Zodra de Koude Oorlog wegviel, werd de milieubeweging het volgende doel, het volgende communisme.”

“Nu kon de milieubeweging in die fase op twee manieren reageren. Men kon enerzijds terugvechten, principes verdedigen waar men achter stond en proberen de pletwals van het vroege neoliberalisme te stoppen. Anderzijds kon men zich aanpassen aan de nieuwe realiteit en van karakter veranderen om zich te conformeren aan de neoliberale regeringsstijl. Men koos voor dit laatste, zeer bewust trouwens, als je leest wat Environmental Defense Fund voorzitter Fred Krupp destijds opmerkte.”

Meedoen was het veiligst?

Precies. We zien nu dat het gaat om ‘corporate partnerships’, samenwerking met grote bedrijven. Het gaat niet meer om strijd leveren, het draait om partnerschappen. Er is geen ‘vijand’ meer. Bovendien worden grote bedrijven voorgesteld als de oplossing, als bereidwillige deelnemers en onderdeel van de oplossing. Dat model blijft tot op vandaag alles beheersen.

Leefmilieu en vrijhandel

“Laten we eens teruggaan tot de controverse inzake NAFTA, de Noord-Amerikaanse vrijhandelszone (North American Free Trade Agreement, tussen Canada, de VS en Mexico, opgericht in 1994). De grote milieuorganisaties haastten zich op enkele uitzonderingen na om NAFTA te steunen, ondanks verzet van hun leden. Ze haalden alles uit de kast om het verdrag erdoor te krijgen.”

“Dat vrijhandelsmodel, wereldwijd doorgevoerd via de Wereldhandelsorganisatie (WTO), is in grote mate verantwoordelijk voor de stijgende emissies. We hebben een compleet onhoudbaar economisch model van hyperconsumentisme geglobaliseerd. Dat model heeft zich met succes over de hele wereld verspreid en het richt ons ten gronde.”

“De grote milieuorganisaties waren hierbij geen toeschouwers – ze waren partners, bereidwillige deelnemers in dit proces. Niet alle milieuorganisaties, niet Greenpeace, evenmin Friends of the Earth en tot op grote hoogte ook niet de Sierra Club. Ook niet 350.org, want dat bestond niet eens toen.”

“Volgens mij is het terug te voeren tot de elitaire oorsprong van de beweging (in de VS is de ‘milieubeweging’ reeds ontstaan in de jaren ’50, vanuit de stedelijke upperclass, die vooral natuurgebieden wilde gaan beschermen, zonder het productieproces op enige manier in vraag te stellen, ze werden snel ingekapseld door de massale sponsoring van de grote bedrijven, nvdr). Toen de meeste van deze organisaties voor natuurbehoud van start gingen, was er een soort noblesse oblige attitude ten aanzien van natuurbehoud. Elites vonden elkaar op trektochten, en besloten de natuur te gaan beschermen.”

Later veranderden de elites van samenstelling en toen ze als ‘milieu-elites’ besloten te gaan vechten, verloren ze hun elitaire status. Daar schrokken ze voor terug. Volgens mij ligt daar de hoofdreden waarom het nu zo is gesteld met de emissies.

Het is alsof ze altijd naar een win-win scenario streefden, zeker hier in Amerika, maar als we écht een, zeg maar 80 procent reductie in de CO2-emissies willen, dan kan niet iedereen winnen. Dan ga je waarschijnlijk antwoorden dat het voor de milieuelites moeilijk was hun partners in de ogen te kijken en te zeggen: “Jij gaat hier bij verliezen”.

“Precies. Het draait om macht. Hun zogenaamde win-win strategie heeft echter niets opgeleverd. Het was het concept achter de emissiehandel. Het is een rampstrategie gebleken. De milieuorganisaties zijn lang niet zo clever als ze zelf denken te zijn. Ze werden gewoon in de luren gelegd. Veel van hun partners stonden met één voet in het Climate Action Partnership (CAP) en met de andere in de Chamber of Commerce (nvdr: de Amerikaanse Kamer van Koophandel, de voornaamste lobby van de bedrijven). Die wachtten hun kans af. Toen het erop leek dat ze zonder wetgeving weg zouden raken, dumpten ze de CAP helemaal.”

“Een merkwaardige uitdrukking trouwens, win-win, want er zijn heel wat verliezers in deze win-win strategie. Een hoop mensen worden opgeofferd in de naam van win-win. Hier in de VS beperken wij ons tot de strijd rond de emissiehandel. Ik weet het, iedereen is dat gevecht beu. Volgens mij hebben we de belangrijkste lessen van die mislukking gewoon niet geleerd.”

En wat zijn dan volgens jou de belangrijkste lessen?

“Wel, een ervan is dat men bereid is om de getroffen lokale bevolkingsgroepen op te offeren voor een win-win met de grote vervuilers uit die coalitie, zoals rond de industriezones in Richmond, Californië, waar de mensen zouden zeggen “Wij vechten tegen de klimaatverandering, zo krijgen onze kinderen wat minder astma. Maar die win-win gaat eraan, want je krijgt een deal die zegt “OK kerels, jullie kunnen verder vervuilen. Dan moeten jullie wel een paar compensaties kopen aan de andere kant van de planeet.” Plaatselijk is er helemaal geen win-win, die wordt opgeofferd.”

“Natuurlijk ben ik ook voor een win-win! In het boek dat ik nu schrijf, toon ik aan dat we met ons antwoord op de klimaatverandering de publieke ruimte kunnen heropbouwen, plaatselijke gemeenschappen versterken, en fatsoenlijke jobs creëren. We kunnen de financiële en de ecologische crisis tegelijk aanpakken. Daar geloof ik vast in, maar dan wel door coalities aan te gaan met mensen, niet met grote bedrijven. Nu stel ik vast dat men de basisprincipes van solidariteit opoffert, zowel bij die lokale gemeenschappen in Richmond, Californië als bij inheemse dorpen in Brazilië die van hun land worden verdreven omdat hun woud toevallig voor CO2-opslag of compensatie moet dienen.”

“Het zijn net zij die op een duurzame manier van het woud leefden. Hen wordt nu de toegang afgesneden door de politie, omdat ‘natuurbeschermers’ dit woud bestemden voor emissiehandel. Dat soort offers wordt dan gebracht. Er zijn vooral verliezers in dit model. Veel win-win zie ik niet.”

Je had het over het Clean Development Mechanism en de emissiehandel als een soort rampenkapitalisme. Is geo-engineering niet het ultieme rampenkapitalisme?

“Zeker als dat ingegeven is door de ultieme wens om van die vervelende emissiereductie af te komen. Net daarom is het zo aantrekkelijk. Volgens mij gaan we dit soort concepten meer en meer tegenkomen, naarmate de klimaatverandering moeilijker te ontkennen valt. Velen zullen op de kar van de geo-engineering springen.”

“Dit concept is zo aantrekkelijk omdat het onze wereldvisie niet aantast. We kunnen lekker dominant blijven, want kijk, er is toch een ontsnappingsroute. Al dit gespin, waarmee we op dit punt zijn aangeland en waarmee we ons wentelen in ons comfort, zal nog toenemen.”

“Men is bereid grote groepen mensen op te geven met de huidige aanpak. We geven blijk van een stuitende brutaliteit inzake klimaatverandering. We hebben geen aangepaste woordenschat om geo-engineering in al zijn consequenties te beschrijven. We laten immers welbewust culturen afsterven en volkeren verdwijnen.”

Ecologische genocide

“We hebben nochtans de mogelijkheden om te stoppen en we besluiten dat niet te doen. Het fundamenteel onethische en gewelddadige van die beslissing wordt verdoezeld in ons taalgebruik. Er zijn klimaatcongressen waar Afrikaanse delegaties woorden als ‘genocide’ gebruiken. Europese en Noord-Amerikaanse delegaties worden dan boos en erg defensief. De waarheid is dat de VN genocide definieert als handelingen, gepleegd met de bedoeling mensen te laten verdwijnen of te verdrijven.”

“Wat de delegaties van het Noorden bedoelen is “Nee, we doen dit niet omdat we je willen verdrijven. We doen het omdat het ons eigenlijk niet kan schelen. We geven er niet om dat jullie moeten ophoepelen, zolang wij maar onze business-as-usual behouden. Het is een neveneffect, collateral damage.”

“Voor de mensen daarentegen die effectief verdwijning riskeren, maakt het niet uit of de bedoeling goed- of kwaadaardig is, wel of het effect kon vermeden worden. Wij verkiezen het niet te vermijden. Naar mijn gevoel is één van de crises die we meemaken er een van taal. We praten over dit soort zaken niet in termen van urgentie en leven-of-dood, hoewel dat toch aan de orde is.”

Volgens jou voldoen de verhalen vanuit progressieve middens niet langer. Welk alternatief verhaal kan de situatie dan keren?

“De verhalen die ons in deze situatie hebben gebracht – en een van de redenen waarom klimaatontkenning zo machtig is in Noord-Amerika en Australië – houden echt verband met de frontier-mentaliteit (het concept achter de ontdekking van de Far West en de mythes daarrond, er is geen ‘grens’ geen ‘frontier’ die je niet kan overschrijven, je kan altijd verder), het idee dat er altijd meer is, verderop. Wij leven op zogenaamd ‘nieuw’ of ‘ontdekt’ land, met natuur in overvloed. Uitputting van de natuur, dat was onvoorstelbaar. Fundamentele mythes zijn het.”

Niet langer passief toekijken

“Dus heb ik veel hoop geput uit het ontstaan van de Idle No More beweging (Idle no more, letterlijk ‘niet langer passief, werkloos toekijken). Ik zie tegenwoordig een immense mentale generositeit bij inheemse volkeren, om ons een nieuw verhaal bij te brengen. Onlangs had ik een panelgesprek met Idle No More – ik was de enige niet-inheemse spreker op het evenement. De overige sprekers zegden allemaal dat ze hierin wilden voorgaan.”

“Het heeft lang geduurd voor we op dit punt kwamen: deze gemeenschappen werden jarenlang misbruikt en zijn terecht woedend op de mensen die hun land hebben gestolen. Het is de eerste keer dat ik dit soort openheid heb ervaren, deze bereidwilligheid om een bijdrage te leveren, de leiding te nemen, vorm te geven aan een andere weg, verbonden met de aarde. Dat geeft mij momenteel veel hoop.”

“De impact van Idle No More wordt niet goed begrepen. Mijn echtgenoot maakte een documentaire die aansluit bij dit boek. Momenteel draait hij opnames in de (noordwestelijke staat) Montana. We hebben daar heel wat gefilmd in het noordelijke Cheyenne-reservaat.”

“Er liggen daar gigantische steenkoolvoorraden waar al jarenlang over gediscussieerd wordt – namelijk of de steenkool wordt opgegraven of niet. En het zag er echt naar uit dat de mijnbouw van start zou gaan. Dat gaat in tegen hun voorspellingen, die voor hen dramatisch zijn.”

“Nu treedt er echter een nieuwe generatie aan in het reservaat. Die jongeren willen de steenkool absoluut in de grond laten. Ze gaan helemaal voor zonne- en windenergie. Zij hebben het allemaal over ‘Idle No More’. Ik denk dat daar een heel sterke beweging op gang komt.”

“In Canada is dit een heikel onderwerp, feitelijk in heel Noord-Amerika, vanwege de enorme onontgonnen energiereserves, fossiele energie, op inheems land. Dat is het geval voor olie nabij de Noordpool en zeker ook voor teerzand, maar ook voor de tracés van pijpleidingen, vindplaatsen van aardgas en de grote steenkoolvoorraden in de VS. Ik denk wel dat we in Canada de rechten van inheemse volkeren ernstiger nemen dan in de VS. Ik hoop dat dit ten goede verandert.”

Dat is merkwaardig, want sommige grote milieuorganisaties zijn echt wel wild van concepten als ecosysteemdiensten en natuurlijk kapitaal. Toch heb je deze tegenstroom vanuit het Zuiden en vanuit inheemse groepen. Het lijkt wel dialectisch.

“Dit is het verhaal van de tegenstroom. Dat zijn de alternatieve visies op de wereld die nu ontstaan. Een ander fenomeen dat nu opkomt … ik weet niet precies hoe het te noemen, misschien is het een hervormingsbeweging, een grassroots-rebellie. Er is iets aan de gang in de groene beweging in de VS en Canada, en zeker ook in Groot-Brittannië.”

“Ik heb het over de ‘astronauten-wereldvisie’, die de grote milieuorganisaties zo lang in de ban hield. Ik bedoel daarmee het louter neerkijken op de aarde van bovenuit. We moeten maar eens afstappen van dat icoon van de wereldbol, want zo gingen we erboven staan en bekeken we de natuur op een abstracte manier… en maar pionnen verschuiven als op een schaakbord. Zo verliezen we echter contact met de aarde onder ons. De planeet versus de aarde, zo je wil.”

“Dit culmineerde in de strijd om fracking. De leiding van de Sierra Club en andere Amerikaanse milieuorganisaties besloten unaniem voorstanders te worden, omdat het volgens hen een overstap naar duurzame energie is: “We hebben dit becijferd en dus steunen we het.”

“De leden kwamen echter in opstand, vooral in de Sierra Club. Toen moest de leiding wel bijdraaien. Het waren de leden zelf die zeiden, “Wacht ‘s even, wat is dat voor een milieubeweging die niet inzit met water, geen moeite heeft met de industrialisatie van landelijke gebieden – wat is er met die milieubeweging gebeurd?” Zo kwamen aan de basis kleine plaatselijke groepen binnen die milieubeweging die opkwamen tegen de grote pijplijnen zoals de Keystone XL en de Northern Gateway en die hele anti-fracking beweging. Die behalen de successen, niet?”

“Volgens mij worden de grote milieuorganisaties uiteindelijk irrelevant. Sommigen krijgen veel geld van grote bedrijven, rijke donoren en stichtingen, maar hun hele model is in crisis.”

Jammer om op een negatieve noot te eindigen.

“Is dat dan zo negatief?”

Misschien niet.

“Natuurlijk is dit mijn persoonlijke visie, maar ik zie toch grote veranderingen. De Sierra Club gaat volgens mij door een hele transformatie. De frontlijn loopt dwars door hen heen. Veel van deze organisaties moeten beter luisteren naar hun leden. Sommige, zullen elke verandering weigeren omdat ze op dit ogenblik te diep verankerd zijn in dit partnership-model met teveel belangenvermenging. Die groepen krijgen het hard te verduren en dat is maar goed ook.”

“Ook in Europa zien we veel op gang komen, nu 100 organisaties uit het middenveld de EU oproepen om de falende emissiehandel niet op te kalefateren, maar gewoon op te doeken, te beginnen met gesprekken om de interne emissies te drukken, in plaats van een handeltje op te zetten. Dat is wat er nu gebeurt. We hebben geen tijd meer te verliezen met dit sluw maar inefficiënt verstoppertje spelen.”

Interview Jason Mark

Overname van deze vertaling kan voor niet-commerciële doeleinden en met vermelding van deze vertaling en de oorspronkelijke bron.

take down
the paywall
steun ons nu!