Nieuws -

Vriendschapstrialoog rond eenzelfde God

De Antwerpse Sint-Egidiusgemeenschap - die met het feest van Sant’Egidio van zondag 1 september het nieuwe werkjaar aanvatte – patroneert al een decennium lang een absoluut uniek initiatief: een vriendschappelijke ‘trialoog’ van een islamitisch, een joods en een katholiek religieus leider.

vrijdag 6 september 2013 17:51

Na tien jaar regelmatige ontmoetingen hebben de orthodoxe rabbijn Aharon Malinsky, de katholieke priester Rik Hoet en de Marokkaanse imam Jamal Maftouhi hun trialooggesprekken geactualiseerd. Dit unieke Antwerpse gebeuren verschilt op vier punten van alle andere interreligieuze initiatieven: er zijn her en der wel (vooral christelijk-joodse en christelijk-islamitische) dialogen allerhande, maar nergens ter wereld schuiven de drie ‘godsdiensten van het Boek’ samen aan tafel. De drie gesprekspartners zijn religieus geschoolde gelovigen, maar ze beweren geenszins hun gemeenschap te vertegenwoordigen.Hun gesprekken zijn vooral op persoonlijke vriendschap en vertrouwen gebaseerd en bovenal: hun trialoog is duurzaam gebleken.

Deze vaststelling is zo fundamenteel, dat de drie mannen de aanvankelijke ondertitel uit 2005 (‘Hoopvolle stemmen voor een angstige tijd’) op de cover van aangevulde heruitgave van hun boek Trialoog hebben weggelaten. De duurzaamheid van het initiatief is immers an sich een element van hoop. Wat een verschil met een tiental jaar geleden toen de mannen deze gesprekken samen met Jan De Volder (lid van de Sint-Egidiusgemeenschap en redacteur bij het christelijk opinieweekblad Tertio) opstartten. Wie vroeg zich na de moord op islamleraar Mohamed Achrak en de daaropvolgende rellen in Borgerhout van eind 2002 of na het recordjaar 2004 aan antisemitische incidenten in ’t Stad niet angstig af wat er ons nog te wachten stond?

Dat de situatie (ondanks de schokkende moordraid van Hans Van Themsche in mei 2006) nooit uit de hand is gelopen, is misschien deels te danken aan het getuigenis van deze drie mannen, die ex contrario telkens weer bewezen dat uitgesproken christenen, joden en moslims niet per definitie op de vuist moeten gaan. “Hun publieke optreden en hun woorden hielpen meermaals de gemoederen te bedaren,” schrijft De Volder. Dus geen officiële vertegenwoordigers van hun gemeenschap, maar wel belangrijke “officieuze ambassadeurs” – zeg maar: go-betweens. Immers: “sterke identiteiten en overtuigingen staan het gesprek niet uit de weg, maar komen het juist ten goede.” Al moet je dan wel “de gelaagdheid van je eigen identiteit erkennen”.

De trialogisten gaan inderdaad geen enkel gevoelig onderwerp uit de weg, maar je voelt op elke bladzijde van dit boek hoe de wederzijdse sympathie en vriendschap in alles de bovenhand neemt. En de bereidheid om beheerst en eerlijk te verwoorden dat – dixit Aharon Malinsky – “wat ons bindt in het geloof, vele malen groter [is] dan wat ons scheidt”. Dat de drie godsdiensten van het Boek bijvoorbeeld even kritisch zijn voor de heersende geldcultuur en het materialisme, kan nooit genoeg benadrukt worden. Zo zit Hendrik Hoet met “als je het geld verafgoodt, is dat een vorm van polytheïsme” op precies dezelfde lijn als Jamal Maftouhi, die vaststelt dat de globalisering ons vraagt “om helemaal geen God te erkennen, alleen het gouden kalf van het geld”.

Bijzonder lezenswaardig zijn professor Hoets uiteenzettingen over eenheid en verscheidenheid in de religieuze tradities, rabbijn Malinsky’s humoristische tableau van uiteenlopende joodse wijsheden en gebruiken en de wijze waarop imam Maftouhi verwoordt hoeveel “angst er bij moslimmigranten heerst. […] Vaak hoor ik zeggen: ‘We hebben niets tegen moslims, wel iets tegen de islam.’ Wat is de bedoeling daarvan? Misschien wordt de islam hier gewoon niet aanvaard.” En zo belanden we bij de delicatere discussiepunten: de islamofobie in het Westen, het dramatische verleden van de joden in Europa, de marginalisering van al wat katholiek is in de media, de hoofddoek en de positie van de vrouw, seksuele moraal en homoseksualiteit, antisemitisme, racisme en discriminatie.

En natuurlijk: het Israëlitisch-Palestijnse conflict! Mafthouhi denkt “niet dat geestelijken een grote rol kunnen spelen, het conflict is vooral politiek”. Daar lijkt Hoet het alvast niet mee eens te zijn: “Soms denk ik dat de christenen daar meer zouden moeten proberen een verzoenende rol te spelen.” Malinsky geeft dan weer toe dat voor joden “de grens tussen ‘antizionisme’ en ‘antisemitisme’ soms heel dun is. Zowel de joodse rabbijn Malinsky als de islamitische imam Maftouhi lijken te gokken op een tweestatenoplossing, al liggen de ‘heilige plaatsen’ (zoals Hebron of Jerusalem) natuurlijk bijzonder gevoelig. Voor een christelijk theoloog als Hoet zijn er niet echt heilige plaatsen: “Plaatsen zijn nooit heilig, mensen wel en God op de eerste plaats.”

“We komen er […] niet uit en dat was ook niet de bedoeling,” stelt Maftouhi vast. Waarop Malinsky terecht repliceert: “Het is al heel wat dat we daarover zo rustig en respectvol van mening kunnen wisselen en naar elkaar luisteren.” En Hoet verwijst naar Johannes-Paulus II: “Godsdiensten kunnen en moeten een eersterangsrol spelen bij de opbouw van de wereldvrede.” Deze trialoog doet mij dan ook onwillekeurig denken aan het visioen van Jesaja waarmee Sant’Egidio sinds september weer elke weekdag het korte avondgebed in de Antwerpse Sint-Carolus Borromeuskerk afsluit: “En dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen en hun speerpunten tot sikkels. Er zal geen verdeeldheid meer heersen, wij zullen wandelen in het licht van de Heer.”

Jan De Volder ed., Trialoog. Gesprekken tussen rabbijn Aharon Malinsky, priester Hendrik Hoet en imam Jamal Maftouhi, Lannoo, 174 pagina’s, 17,99 euro.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!