Now You See Me (2013)
SKEPP, Now You See Me, Debunk, Debunken, Leterrier -

Now You See Me (2013)

donderdag 5 september 2013 13:43

Blockbuster nummer drie op anderhalve week tijd. Net als Elysium en Oz the Great and Powerful zal deze film geen mijlpaal worden in de filmgeschiedenis. Entertainment? Ja, alweer. Met Louis Leterrier kan het ook moeilijk anders, zijn voorgaande films (o.a. The Transporter 2, The Incredible Hulk en Clash of the Titans) getuigen niet meteen van een hoogstaand niveau. Als je daarnaast in zee gaat met dezelfde scenarist die ook Dirty Dancing: Havana Nights en Prince of Persia: The Sands of Time van een script voorzag, hoeft het alvast niet gezegd dat de verwachtingen niet bepaald hoog lagen. En toch… Na het zien van de trailer was er toch enige hoop op een onderhouden film. Die hoop kwam uit. Niet dat de film daarmee ooit het niveau van The Prestige of The Illusionist haalt, maar het was leuk entertainment waar enkele interessante analogieën in zaten.

Het verhaal zelf is daarentegen relatief conventioneel. Vier goochelaars worden op mysterieuze wijze tezamen gebracht en zijn een jaar later over heel de wereld bekend als The Four Horseman. De film pikt in op het moment dat ze beginnen aan hun drie grote shows die hen een plaatsje in de geschiedenisboeken moet opleveren. Wat is de bedoeling van dit alles? En wat drijft de goochelaars? Het is rond deze vragen dat de film zijn narratief opbouwt en anticipeert op een heuse plottwist. Dat die niet integraal bevredigt, moet je er maar bij nemen. We krijgen daarnaast een heuse cast geserveerd met aangename verschijningen van Mark Ruffalo, Woody Harrelson, Mélanie Laurent, Morgan Freeman en Michael Caine. Uiteraard zijn er dan nog de chick magnets Jesse Eisenberg die, net als altijd, het acteerwerk van een arrogante neuroot niet overstijgt (het lijkt alsof heel zijn carrière Zuckerberg 2.0 aan het worden is) en Dave Franco (broertje van). Ook voor rapper Common is een rolletje weggelegd en – volgens de credits althans – zou Elias Koteas te zien geweest zijn in de film (maar ik zal wel “too close” gekeken hebben, want ik heb hem nergens zien verschijnen). Acteursgewijs is het over het algemeen een leuke cast, maar er is niemand die hier in de rol van zijn of haar leven staat te spelen.

Blijft dus over: de interessante analogieën. Twee zijn alvast het vermelden waard. De eerste analogie was ongetwijfeld een bewuste keuze van de schrijvers. In een klimaat waar banken het volk beroven, slaat het Robin Hood-idee namelijk weer helemaal aan (als in: er valt, ironisch genoeg, geld mee te verdienen). The Four Horseman treden hier op als de emanaties van deze gedachte. Zelfs hun eigen manager, de miljonair Arthur Tressler, moet eraan geloven. Geen vriendjespolitiek dus; het geld van de rijken gaat terug naar de armen, punt. Het is een analogie die goed werkt, maar – zoals met nagenoeg elke Hollywoodfilm – op het einde als een kaartenhuisje in elkaar stort. The Four Horseman lijken in de eerste plaats gemotiveerd te zijn door hun eigen belang (ook al werken ze samen om het te bekomen) en het grote geld dient niet om meer rechtvaardigheid te bekomen, maar om een persoonlijke vendetta uit te vechten. Dat het potentieel subversieve karakter in eigen land daarnaast volledig om zeep geholpen werd door een samenwerking tussen Kinepolis en BNP Paribas Fortis, werd duidelijk uit deze marketingstunt. “Zo snel mogelijk alles pakken en… pakke! pakke!” Los van het ludieke karakter van dergelijke stunt, wordt het idee van het geld weghalen bij de rijken om het (terug) te geven aan de armen volledig afgevlakt. De bank (BNP Paribas Fortis in dit geval) zelf smijt namelijk met geld en de reactie is er geen van rechtvaardigheid (zoals het publiek in de tweede akte van de film), maar van geldgewin (“pakke! pakke!”). Dat entertainment en ideologische propaganda danig verward wordt, bewijst eens te meer dat het aloude ‘brood en spelen’ nog steeds een erg krachtig middel is om volgzaamheid te bekomen…

Het falen van de eerste analogie, maakt van de tweede analogie een boeiendere. Het valt sterk te betwijfelen of deze er in zat als bewust statement, dan wel als een toevallige interessante verhaallijn zonder meer. Het betreft het personage van Thaddeus Bradley, de debunker. Voor zij die zo’n beetje de hedendaagse pogingen van onze eigen debunkers gevolgd hebben (niet zelden gecentreerd rond SKEPP), is de analogie verbazend treffend. Een pompeuze en zelfingenomen Thaddeus haalt zijn bevrediging uit het demystifiëren en ridiculiseren van illusies, magie en andere goochelarij. Niet zozeer om geldgewin (althans, niet alleen), maar vooral omwille van reputatie en imago. Dat hij hiermee mensen voortdurend het gevoel geeft naïef en dom te zijn en hier en daar zelfs een mensenleven kapot maakt, is uiteraard bijzaak.

Ik wil de furie van de lichtgeraakte SKEPP’ers uiteraard niet over mij krijgen, dus wil ik nuanceren dat SKEPP handelt uit nobele doelen: charlatans hun wanpraktijken doorprikken en kwakzalvers van een finaal argument voorzien, niet zelden met de expliciete bedoeling deze mensen hun broodwinning te ontnemen (wat niet altijd onterecht is, gezien de manier waarop ze deze verwerven: door bedriegen en beliegen). So far, so good. Dergelijke motivatie zien we bij Thaddeus nergens terugkomen en hierin is de analogie dan ook onterecht. Maar… We hoeven hier niet opnieuw te argumenteren dat SKEPP stilaan haar eigen dogma aan het creëren is, waardoor niet alleen een verpletterend naïeve houding ontstaat ten aanzien van machtsverhoudingen en economische belangen (farma-industrie, ggo-industrie,…), maar tevens een nietsontziende bekeringsdrang ontstaat. Dit laatste vindt plaats in de media, in het onderwijs, in de beleidsagenda en – uiteraard – in de wetenschappelijke wereld. Het is het willen debunken van nagenoeg alle vormen van spiritualiteit en geloof, alsook het propageren van atheïsme (ongeacht de consequenties) en tot slot het willen uitschakelen van alternatieve zienswijzen die niet evidence-based zijn of gefalsifieerd kunnen worden – het is blijkbaar onmogelijk dat deze van enige maatschappelijke waarde kunnen zijn. Hierin komt SKEPP perfect overeen met de pedante Thaddeus die geen moer geeft om de menselijke nood om te willen geloven in iets, om niet alles ontrafeld en geanalyseerd te hoeven zien. Deze analogie is erg treffend en ik betwijfel of de scenaristen ze erin staken om een lijn te trekken met de atheïstische Dawkins-lobby in de VS. De lezing van Thaddeus’ overeenkomsten met SKEPP is dus interpretatief, maar daarom niet minder betekenisvol.

Deze twee analogieën maken van de film een relatief intrigerende prent. Zeker omdat het meest menselijke personage uit de film, Alma Dray, beide analogieën open laat voor interpretatie en zelfs bijval. Tegenover de Robin Hoods neemt ze een ambigue positie in en besluit ze, nochtans als Interpol agente, geen verdere actie te ondernemen – zo erg is het dus niet om te stelen van banken, miljonairs en multinationals. Tegenover Thaddeus neemt ze een veel menselijkere positie in. Zo zegt ze op het einde dat niet alles geweten hoeft te zijn en dat je soms gewoon “a leap of faith” moet durven nemen. En hoewel een wetenschapper ongetwijfeld de schoonheid (zelfs spiritualiteit) van de wereld ervaart door ze te onttoveren, is dat bij het grootste deel van de mensen niet zo. De bekeringsdrang van Thaddeus, alsook SKEPP, wordt gedebunkt door het meest menselijke personage van de film – is dat niet fantastisch en zegt dat tevens niets over de menselijkheid van SKEPP’ers?

Los van deze boeiende analogieën is Now You See Me vooral veel entertainment, een overload aan special effects, een flinke dosis humor en soms een onverwachte wending. Al bij al is het een leuke film met een actuele tijdsgeest. Aan te raden voor zij die ontspanning zoeken, af te raden voor zij die diepgang zoeken. Aan te raden voor zij die vatbaar zijn voor interpretaties zoals hierboven, af te raden voor SKEPP’ers (want Thaddeus is alvast niet de winnaar van het verhaal).

take down
the paywall
steun ons nu!