De onbewuste agenten van een nieuwe imperiale orde
Opinie, Nieuws, Wereld, Politiek, Rusland, Verenigde Staten, Verenigde Naties, Jean Bricmont, Soevereiniteit, Diplomatieke relaties, Geopolitieke spanningen, Humanitaire militaire interventie, Internationaal recht, Guerrillastrijd, Gewapende rebellen, Interventionalisme, Solidariteitsbewegingen -

De onbewuste agenten van een nieuwe imperiale orde

Lang geleden, in de vroege jaren zeventig, geloofden velen, waaronder ikzelf, dat alle vormen van strijd met mekaar verbonden waren: de Culturele Revolutie in China, de guerrilla’s in Latijns-Amerika, de Praagse Lente en de Oost-Europese ‘dissidenten’, mei ’68, de burgerrechtenbeweging, de oppositie tegen de oorlog in Vietnam, en de - slechts in naam - socialistische antikoloniale bewegingen in Afrika en Azië.

woensdag 4 september 2013 11:55

Strijd in verbondheid

We dachten eveneens dat de ‘fascistische’ regimes in Spanje, Portugal en Griekenland, naar analogie met de Tweede Wereldoorlog, enkel door gewapende strijd konden worden overwonnen, heel waarschijnlijk over een lange periode.

Geen van deze aannames bleek correct. De Culturele Revolutie in China had niets te maken met de anti-autoritaire bewegingen in het Westen, de Oost-Europese dissidenten waren doorgaans pro-kapitalistisch en pro-imperialistisch, en gingen hier vaak erg ver in.

De Latijns-Amerikaanse guerrilla’s bleken niet meer dan luchtkastelen (behalve in Centraal-Amerika) en de nationale bevrijdingsbewegingen in Afrika en Azië waren slechts gericht op de nationale bevrijdingen en noemden zichzelf enkel ‘socialistisch’ of ‘communistisch’ omwille van de steun uit de Sovjet-Unie of China.

De Zuid-Europese ‘fascistische’ regimes namen een andere vorm aan zonder dat er een ernstig verzet kwam, laat staan een gewapende strijd. Vele andere autoritaire regimes volgden het voorbeeld: in Oost-Europa, in Latijns-Amerika, in Indonesië, Afrika en vandaag ook in delen van de Arabische wereld. Sommige regimes zakten ineen, andere verbrokkelden na enkele betogingen.

‘Solidariteit met Syrië’

Ik werd aan deze jeugdige illusies herinnerd tijdens het lezen van de petitie ‘solidariteit met de miljoenen Syriërs die sinds maart 2011 strijden voor waardigheid en vrijheid’. De lijst met ondertekenaars las als een echte who is who van het linkse Westen.

Volgens de petitie is de “revolutie in Syrië een fundamenteel onderdeel van de Noord-Afrikaanse revoluties, maar moet ze ook gezien worden als een uitloper van de Zapatista-revolte in Mexico, de beweging van landloze boeren in Brazilië, de Europese en Noord-Amerikaanse revoltes tegen neoliberale uitbuiting, evenals een echo van Iraanse, Russische en Chinese vrijheidsbewegingen.”

Uiteraard eisen de ondertekenaars het onmiddellijk vertrek van Bashar al-Assad. Ze nemen aan dat dit “de enige hoop is voor een vrij, verenigd en onafhankelijk Syrië”. Daarnaast verwijten ze Rusland, Iran en China de ‘slachtpartij’ te ondersteunen, hoewel ze, naar verluidt, ‘vrienden van de Arabieren’ zijn.

Ze erkennen dat de “Verenigde Staten en zijn bondgenoten in de Golf zijn tussengekomen om de revolutionairen te steunen”, maar verwijten hen dit gedaan te hebben “vanuit een duidelijk en cynisch eigenbelang” en getracht te hebben om de “opstand te verpletteren en te ondermijnen”.

Het is niet duidelijk hoe dit in overeenstemming te brengen is met de volgende regel in de tekst, die stelt dat “regionale en wereldmachten het Syrische volk in de kou laten staan”.

De petitie culmineert in de groteske ‘solidariteitsbetuigingen’ van “intellectuelen, academici, activisten, kunstenaars, bezorgde burgers en sociale bewegingen”, “met het Syrische volk teneinde de revolutionaire dimensie van hun strijd in de verf te zetten en om de geopolitieke veldslagen en schermutselingen in hun land te voorkomen”. Niets minder!

Wat schort er aan mainstream links?

Het loont de moeite deze petitie gedetailleerd te ontleden, want het vat keurig samen wat er schort aan het hedendaagse linkse mainstream gedachtegoed. Het illustreert en maakt meteen duidelijk waarom er heden geen links bestaat in het Westen.

Een gelijksoortig denken domineerde het Westerse linkse denken eveneens tijdens de oorlogen in Kosovo (1999) en Libië (2011), en in zekere mate Afghanistan (‘solidariteit met Afghaanse vrouwen’) en Irak (‘ze zijn beter af zonder Saddam’).

Ten eerste is de voorstelling van de feiten over Syrië zeer twijfelachtig. Ik ben geen Syrië-expert, maar als de mensen zich verenigd hebben tegen het regime, hoe komt het dan dat het al zolang weerstand biedt? Het aantal deserties in het leger of onder het politieke en diplomatieke personeel is binnen de perken gebleven.

Het discours over Syrië, dat de soennitische meerderheid in Syrië benadrukt en dat het regime voortdurend in verband brengt met de ‘alawitische sekte’, kanaliseert de gedachten.

Internationaal recht

Of je het nu leuk vindt of niet, de acties van Rusland, China en Iran in Syrië zijn in overeenstemming geweest met het internationaal recht, in tegenstelling tot die van de VS en zijn bondgenoten in de Golf. Vanuit het standpunt van het internationaal recht is de huidige regering in Syrië legitiem en is het beantwoorden van haar oproepen om hulp perfect gewettigd, terwijl het bewapenen van rebellen dat niet is.

Natuurlijk zullen de ondertekenaars van de petitie dit aspect van het internationaal recht wellicht verwerpen, omdat het regeringen bevoordeelt ten opzichte van rebellen. Maar stel je eens de chaos voor die zou ontstaan indien elke grote macht, naar believen, wereldwijd rebellen bewapende.

Men kan de wapenverkoop aan ‘dictaturen’ inderdaad betreuren, maar de VS zijn niet goed geplaatst om de wereld dienaangaande de les te spellen. Bovendien waren het net Rusland en China die, door hun stem in de VN-Veiligheidsraad, een nieuwe Amerikaanse interventie hebben voorkomen, net zoals deze in Libië.

Geestdriftig kon de oppositie van westers links toen niet genoemd worden. Is het niet vanzelfsprekend dat Rusland en China nu hun veto stellen nadat ze in Libië zijn misleid? Toen heeft de VS de VN-resolutie inzake Libië gebruikt om een regimewisseling te bewerkstelligen waarin de resolutie niet voorzag.

De petitie beschouwt de gebeurtenissen in Syrië als “uitlopers van de Zapatista-revolte in Mexico, de beweging van landloze boeren in Brazilië, de Europese en Noord-Amerikaanse protesten tegen neoliberale uitbuiting, en als een echo van Iraanse, Russische en Chinese vrijheidsbewegingen”, maar ze behoedt zich ervoor zich niet te verbinden met de anti-imperialistische regeringen in Latijns-Amerika.

Laatstgenoemden verzetten zich radicaal tegen buitenlandse interventies en pleiten voor het respecteren van de nationale soevereiniteit.

Ten slotte kan je jezelf afvragen waarom het ‘onmiddellijke’ vertrek van Bashar al-Assad zal leiden tot een ‘vrij, verenigd en onafhankelijk Syrië’? Volstaan de voorbeelden van Irak en Libië niet om twijfel te doen rijzen over dergelijke optimistische uitspraken?

De romantiek van de revolutie

Dat brengt ons naar een tweede probleem met de petitie: haar tendens naar revolutionaire romantiek. Hedendaags westers link is de eerste om de stalinistische regimes uit het verleden aan te klagen. Denk hierbij aan die van Mao, Kim Il Sung of Pol Pot.

Maar vergeet ze niet dat Lenin het tsarisme bekampte, dat Stalin Hitler het leven moeilijk maakte, Mao dat van de Kuomintang, Kim Il Sung dat van de Japanners, en dat de laatste twee, zoals ook Pol Pot, de VS bestreden? Indien geschiedenis ons iets heeft geleerd, is dat het bevechten van verdrukking je niet automatisch in een heilige verandert.

En gegeven dat zoveel gewelddadige revoluties in het verleden ontspoord zijn geraakt, welke redenen blijven er dan nog over om te geloven dat uit de ‘revolutie’ in Syrië, die steeds meer gekaapt wordt door religieuze fanatici, een schitterend voorbeeld van vrijheid en democratie zal verrijzen?

Herhaaldelijk hebben Rusland, China en Iran aangeboden om te onderhandelen, met zowel het Assad-regime en de oppositie, als met de VS en zijn bondgenoten in de Golf. Zou men niet beter vrede en diplomatie meer kansen gunnen?

Het Syrische regime heeft zijn grondwet gewijzigd. Waarom blijft men dan zo zeker dat dit niet tot een ‘democratische toekomst’ kan leiden, terwijl een gewelddadige revolutie dit wel kan? Waarom geeft men hervormingen geen kans?

Humanitair interventionisme

Niettemin blijft de voornaamste tekortkoming van deze petitie, net zoals alle gelijkaardige oproepen van het humanitaire interventionistische links in het verleden, het volgende: tot wie richten ze zich?

De rebellen in Syrië willen zoveel mogelijk gesofisticeerde wapens – geen ondertekenaar kan hen die geven, en het is moeilijk in te zien hoe de ‘wereldwijde civiele samenleving, effectieve en niet-manipulatieve overheden’ dat wel zouden kunnen.

Deze rebellen willen dat westerse overheden hen deze wapens leveren – wat westers links hiervan denkt, kan hen niet schelen. De westerse overheden weten nauwelijks van het bestaan af van dat ‘wishful thinking’ links.

En kenden ze het toch, waarom zouden ze dan luisteren naar mensen zonder betekenisvolle achterban, en dus zonder middelen om politieke druk uit te oefenen bij de overheden?

Het beste bewijs daarvan wordt gegeven door de zaak waaraan zoveel ondertekenaars een aanzienlijk deel van hun leven hebben gewijd: Palestina. Welke westerse overheid heeft werkelijk oren naar de eisen van de Palestijnse solidariteitsbeweging?

Lege solidariteit

Geen direct effect in Syrië betekent nog niet dat de petitie helemaal geen effect zou hebben. De petitie verzwakt en verwart de overgebleven anti-oorlogsgevoelens. Ze benadrukt dat ‘onze’ prioriteit moet gaan naar lege solidariteitsgebaren met een rebellie die al steun ontvangt van het Westen.

Zodra deze mindset verworven is, wordt het psychologisch moeilijk om te weerstaan aan de interventie van de VS in Syrische binnenlandse aangelegenheden, aangezien interventie precies datgene is wat de revolutionairen, die we moeten steunen, willen. (Blijkbaar is het hen, net zoals de ondertekenaars, ontgaan dat het Westen “de opstand wil verpletteren en ondermijnen”).

Natuurlijk zullen de verdedigers van de petitie zeggen dat ze niet achter de nog gewelddadigere extremisten in Syrië staan, maar wie steunen ze dan wel precies? En hoe doen ze dat?

Bovendien komt de valse indruk, dat de “wereldmachten het Syrische volk in de kou laten staan” – hoewel er een voortdurende stroom is van wapens en jihadisten naar Syrië – gedeeltelijk voort uit het feit dat de VS niet zo dwaas is om een wereldoorlog te riskeren.

Want Rusland lijkt in deze zaak te menen wat het zegt. De gedachte dat we ons aan de vooravond van een wereldoorlog bevinden, lijkt nooit eerder bij de ondertekenaars te zijn opgekomen.

Verdedigers van de petitie zeggen wellicht dat ‘we’ zowel het VS-imperialisme als de onderdrukkende regimes, waartegen het ‘volk’ revolteert, moeten aanklagen. Maar dat illustreert slechts de diepte van hun zinsbegoocheling: waarom twee dingen tegelijk doen, wanneer men niet in staat is om een van beide te doen, al was dat maar gedeeltelijk?

De rol van links

Welke rol heeft links te vervullen, indien dergelijke petities meer kwaad dan goed doen? Eerst en vooral moet het zich met zijn eigen zaken bemoeien: strijd thuis. Dit is moeilijker dan het uitdrukken van een betekenisloze solidariteit met mensen in Verweggistan.

Strijden voor wat? Vrede door een demilitarisering van het Westen, een non-interventionistisch beleid, en het centraal stellen van diplomatie – niet van militaire bedreigingen – binnen de internationale betrekkingen.

Misschien staan ook de libertijnen en paleo-conservatief rechts een non-interventionistisch beleid voor. Dit wordt, samen met de herinnering aan de voorgeschiedenis van de Tweede Wereldoorlog (de Spaanse Burgeroorlog, de akkoorden van München), voortdurend gebruikt door links om het anti-interventionisme in een slecht daglicht te stellen.

Dit slaat nergens op: Hitler wordt niet voortdurend opnieuw tot leven gewekt, en het Westen krijgt niet rechtstreeks te maken met ernstige militaire dreigingen. In de huidige situatie is het een perfect legitieme bezorgdheid van Amerikaanse burgers om de staatsuitgaven terug te schroeven.

Coalitie

Het zou zelfs perfect mogelijk zijn om een brede links-rechtscoalitie op te zetten van mensen die tegen militarisme en interventionisme gekant zijn.

Binnen deze coalitie kunnen mensen nog steeds van mening verschillen inzake het homo-huwelijk, maar hoe belangrijk deze kwesties ook zijn, ze mogen de samenwerking niet in de weg staan rond kwesties, zoals wereldvrede, het verdedigen van de VN en van het internationaal recht, en de ontmanteling van de Amerikaanse militaire bases.

Bovendien is het niet onwaarschijnlijk dat een meerderheid van het Amerikaanse publiek hiervoor gewonnen kan worden indien duurzame en goed georganiseerde campagnes opgezet worden om hen te overtuigen.

Veranderde tactieken

De geest van de petitie gaat precies de tegengestelde richting uit, naar meer Amerikaanse betrokkenheid en interventies. Veel ondertekenaars beschouwen zichzelf zeker als anti-imperialisten en vredesactivisten, en sommigen onder hen hadden misschien zelfs een belangrijke rol in het tegenwerken van vorige Amerikaanse oorlogen.

Maar het viel hen niet op dat de tactieken van het imperialisme veranderd zijn sinds de dagen van nationale bevrijdingsbewegingen. Nu deze dekolonisatie is voltooid (met uitzondering van Palestina), valt de VS regeringen aan, niet de revolutionaire bewegingen, die als te onafhankelijk worden beschouwd.

Om dit voor elkaar te krijgen, maakt de VS gebruik van een verscheidenheid aan tactieken die gelijkaardig zijn aan die van revolutionaire of progressieve bewegingen uit het verleden: gewapende strijd, burgerlijke ongehoorzaamheid, door de overheid gefinancierde NGO’s, gekleurde revoluties, etc.

Olympische Winterspelen

Het laatste voorbeeld van deze tactieken is de poging van westerse overheden om de LGBT-gemeenschap in te zetten als ideologische stormtroepen tegen Rusland en de Olympische Winterspelen van Sotchi.

Dit doen ze in een overduidelijke poging om de publieke aandacht af te wenden van het beschamende feit dat het, in de Snowden-affaire, Rusland is, en niet de VS, die aan de zijde van vrijheid staat.

Gevreesd wordt dat het humanitaire interventionistische links op de paradewagen van deze nieuwe kruistocht zal springen.

Immers, zoals Gilad Atzmon heeft aangetoond in zijn gewoonlijke, licht provocerende stijl, is het onwaarschijnlijk dat dit een verschil zal betekenen voor de LGBT-gemeenschap in Rusland, aangezien dit soort steun hun tegenstanders toelaat hen te stigmatiseren als uitdragers van buitenlandse invloed.

Het is geen goed idee voor om het even welke minderheid, waar ook ter wereld, om gezien te worden als agent van een buitenlandse macht. Vooral niet als dat van een regering is, die zo gehaat wordt voor zijn arrogantie en interventionisme als de huidige Amerikaanse regering.

En is het niet toevallig dat de voorstanders van een boycot van de Olympische Winterspelen in Rusland destijds er geen graten in zagen om de Olympische Spelen in Londen (2012) te laten plaatsvinden. Dit impliceert dat, volgens hen, het nemen van antihomomaatregelen een ernstig misdrijf is, terwijl de oorlogen in Afghanistan en Irak niet meer dan pekelzonden zijn.

Mensen die bezwijken onder de illusies van revolutionaire romantiek of die de kant kiezen van de schijnbare underdog, ongeacht die underdog zijn agenda, worden ingepalmd door de tactieken van het hedendaagse imperialisme.

Diegenen die een meer vredige en rechtvaardige wereldorde voor ogen hebben, en die denken dat dat een voorwaarde is voor het verzwakken van het Amerikaanse imperialisme, doorprikken deze camouflage met gemak.

Deze twee verschillende wereldvisies verdelen zowel links als rechts: liberale interventionisten en neoconservatieven aan de ene kant, paleo-conservatief en traditioneel links aan de andere, en kan aanzetten tot nieuwe en heterodoxe allianties.

Jean Bricmont

Jean Bricmont doceert fysica aan de Université Catholique de Louvain (UCL). Hij is de auteur van onder meer ‘Humanitarian Imperialism’.

(Vertaling uit het Engels: Karel Deneckere)

take down
the paywall
steun ons nu!