(foto han soete)

De desillusie van ‘de’ of van ‘een’ gekleurde school?

woensdag 4 september 2013 18:02

In De Standaard van 4 september staat een opiniestuk van een programmator podiumkunsten van het Kaaitheater te Brussel. Titel: De desillusie van de gekleurde school.

Wie het verhaal leest en Brussel enigszins kent, kan moeilijk verrast heten. De enige verrassing waar ik zelf mee overbleef was: hoe is het mogelijk dat iemand die nu toch al een tijd in Brussel werkt niet lijkt te weten dat de vork waartussen scholen zich bewegen te Brussel veel groter is dan elders in Vlaanderen?

Wat bedoel ik? Toen ik kind was, in het Kortrijkse, maakten mijn ouders ook een onderscheid tussen scholen. X ging door voor een slechte school, Y voor iets tussenin en Z zou een goede school geweest zijn. Ik werd naar Z gestuurd, ook al lag die stukken verderop. Later heb ik me altijd afgevraagd hoe mijn ouders konden weten dat X geen goede school was? Was dit terecht? Misschien, misschien ook niet, maar ik wil aannemen dat hun inschatting met een stuk werkelijkheid overeenkwam.

Wat gebeurt nu in Brussel en onmiddellijke omgeving? Daar is die vork tussen excellent, heel goed, goed, middelmatig, slecht en heel slecht op het vlak van de scholen nog veel groter dan elders.

In Brussel echter wordt het stilaan ook moeilijk om nog een puur ‘witte’ school te vinden, want zelfs scholen met een wat elitaire en ‘witte’ naam, zijn meestal al veel gekleurder dan het de buitenwacht toeschijnt. Het kan ook moeilijk anders.

En eigenlijk is dit de reden van mijn verbazing. Hoe kan iemand, werkend op het Kaaitheater te Brussel, over de desillusie van ‘de’ gekleurde school in zulke veralgemenende termen schrijven? Denkt schrijfster echt dat koning Filip die voor het Brusselse onderwijs koos zijn kinderen in een slechte school plaatst? Denkt ze echt dat veel VUB-professoren en ander goedbetaald personeel hun kinderen aan een slechte school toevertrouwen?

Nochtans is de lagere afdeling in de scholen waar hun kinderen zitten meestal al veel gekleurder dan men denkt. Foyer had in twee zo’n scholen jarenlang een bicultureel onderwijsproject lopen, bezocht door kinderen soms van illegaal verblijvende Latino’s… en van Spaanse immigranten, of van Italianen, tot de Vlaamse regering oordeelde dat dit verloren geld was.

Wat ik vooral uit het Opiniestuk opmaak is dat het mogelijk is om in Brussel te werken en na jaren toch nog altijd slechts een zeer partieel zicht op Brussel te hebben. Wat ik er ook uit leer is dat betrokken schrijfster terecht opmerkt dat het falen van bepaalde scholen niets te maken heeft met een tekort aan goede wil van de leerkrachten noch met een tekort van de vandaag ingezette middelen om de vernederlandsing in die scholen te bevorderen.

Schrijfster heeft gelijk: ze zijn immens. De vraag is veeleer: pakt de Vlaamse regering het vandaag goed aan? Mijn antwoord is: neen. Men dweilt er met de kraan open… en zo kan het nog jaren duren. Wat gevraagd wordt, is een volledige omschakeling van beleid: maatwerk in plaats van zogenaamde rationele grootschaligheid. Maar voor dat inzicht zijn de tijden klaarblijkelijk nog niet rijp.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!