Druk blijft op de ketel

Druk blijft op de ketel

dinsdag 3 september 2013 10:39

Ik wil de ACV zomerblog editie 2013 graag afsluiten met een vooruitblik. Want de komende maanden blijft de druk op de ketel hoog. Nochtans was het werkjaar 2012-2013 al zeer hectisch. Economisch draaide alles vierkant. De groei stagneerde in de wereld, in Europa en in ons land. De werkloosheid bleef toenemen. In juli 2013 telde België ruim 430.000 werklozen. Zo’n 4000 meer dan in juli 2012. De groei voor 2013 wordt hoogstwaarschijnlijk een 0-groei. Voor volgend jaar, 2014,  verwacht men, hoopt men op een groei van 1,2%.

In september 2012 begonnen we aan een lange reeks van vergaderingen onder sociale partners om een IPA af te sluiten, om een akkoord te vinden over relance en om finaal een oplossing te vinden voor het verschillend behandelen van arbeiders en bedienden.

Niets daarvan lukte echter in bipartite. Er kwam geen IPA en de regering drukte zijn stempel onmiddellijk door. De lonen werden bevroren voor 2013 en 2014. Dreigende regeringsmaatregelen rond flexibiliteit maakten alsnog een akkoord mogelijk onder sociale partners over die flexibiliteit. Tegelijk spraken de sociale partners ook af om een werf rond relance te openen. Maar ik stel vast dat werkgevers, met een loonbevriezing en een herziening van de wet van 1996 op zak, daar liever in kranten over praten dan rond een overlegtafel. Ook het overleg over het gemeenschappelijk statuut lukte niet in bipartite. Op de valreep van het werkjaar 2012-2013 sleurde Monica De Coninck een compromis uit de aparte sociale banken en stelde dit voor als het enige mogelijke haalbare.

En ook het volgende werkjaar kondigt zich zeer goed gevuld aan. In tal van sectoren moet men sociale akkoorden afsluiten. Die zijn achterop geraakt door het moeilijke verloop van de interprofessionele besprekingen.

Maar daarnaast liggen er andere dossiers te wachten.

Staatshervorming

Alle teksten zijn afgerond door de partijen van Vlinderakkoord en ingediend in het Parlement. Niemand zal in dit stadium nog een komma kunnen veranderen aan de politieke deal tussen de partijen.  Dus nu zullen we vooral alles moeten zetten op de kwesties rond:

  • de operationalisering van de overdracht enerzijds (met nog vele vragen inzake sociale zekerheid);
  • de voorbereiding op het gebruik van de nieuwe bevoegdheden in Gewesten/Gemeenschappen;
  • de coördinatie tussen Gewesten/Gemeenschappen/federale overheid.

Arbeiders-bedienden

Ik beschreef het al zeer uitgebreid in mijn vorige bijdrage op deze blog: er blijft nog behoorlijk wat werk aan de winkel.  Niet enkel  aan de omzetting van het compromis in regelgeving. Maar ook om de losse eindjes vast te knopen.  Met ongetwijfeld nog heel wat weerstanden, zowel aan werkgevers- als aan werknemerskant die zich ongetwijfeld blijven vertalen in een reeks achterhoedegevechten. 

Begroting

De federale regering is onverwacht in juli tot overeenstemming gekomen over de begrotingsbijsturingen voor 2013 en zelfs al deels voor de begroting van 2014.  Al werd ze serieus geholpen door de bocht die Europees werd genomen om rekening te houden met de conjuncturele tegenvallers. We krijgen een jaar respijt om een nul-deficit neer te zetten. Dit zal pas in 2016 moeten gerealiseerd worden. Toch zijn er nu reeds enkele pijnlijke maatregelen, vooral wat betreft de schoolpremie. Maar in tegenstelling tot de vorige begrotingsrondes  toch  zonder al te grote kleerscheuren voor de werknemersgroep. Maar er ligt wel nog een flink deel van de klus voor 2014 op tafel, te beslissen tegen 15 oktober.

Voor 2014 mag het nominale tekort max 2.15% bedragen. Om de doelstelling van 2.15% (voor alle overheden samen) te bereiken is een totale inspanning van 0.86% van het BBP nodig. Op een BBP van zo’n 370 miljard is dit ongeveer 3 miljard. De regering legde hiervan al 0.6% of zo’n 2 miljard vast tijdens de voorbije begrotingscontrole.  Voor het zomerreces werd ook met de deelstaten overeengekomen dat zij voor 0.1% van het BBP  zullen bijdragen in 2014.  Dit betekent vooral voor Brussel, Wallonië en de Franse Gemeenschap een bijkomende inspanning: oorspronkelijk moest het begrotingsevenwicht er pas in 2015 bereikt worden. 

Het stabiliteitsplan van de Federale Overheid loopt tot 2016. Ook in 2015 en 2016 moeten nog belangrijke structurele besparingen van respectievelijk 1.2% en 0.75% doorgevoerd worden, tenminste als we in het budgettair spoor willen blijven dat de Europese instanties voor ons uitgetekend hebben.   

“Groeibevorderende structurele maatregelen”

Niet onbelangrijk voor de begroting 2014: Europa heeft ditmaal voor de eerste keer gevraagd dat in het kader van de sanering van de openbare financiën ook groeibevorderende structurele maatregelen zouden voorliggen, samen met de begroting 2014, en dit ook tegen vijftien oktober.   Intussen kennen we  het Europese jargon  en weten we dat dit synoniem is voor ingrepen in de loonvorming, onze index en allerlei andere maatregelen “ter hervorming van de arbeidsmarkt”. 

Dit zal  sowieso worden aangegrepen om te pleiten voor nieuwe ingrepen in loonvorming, arbeidsrecht en sociale zekerheid.  Minstens komt in dit kader ook het dossier van de hervorming van de Wet van 1996 ter sprake.  In elk geval bijzonder aandachtig op te volgen.  En niet alleen op te volgen.  We moeten er onze eigen benadering voor de verbetering van de groei, de werkgelegenheid en de competitiviteit tegenover stellen. 

En dan komen we onvermijdelijk opnieuw uit op de discussie over de tax shift, wat voor ons vooral betekent een verschuiving van de belasting op arbeid naar die op vermogens.  Terwijl intussen (zie o.m. het nieuwe voorstel MR over de verlaging vennootschapsbelasting) van liberale kant weer vooral wordt geprobeerd om de belasting op vermogens verder te verminderen.

De Herziening van de wet van 1996

De herziening van de wet van 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, de wet die de loonnorm  introduceerde, lag opnieuw op regeringstafel begin juli. Met de bedoeling ze nog verder aan te scherpen, hetgeen de facto neerkomt op jaren van loonbevriezing en het ondermijnen van het solidaire loonoverleg zoals we dat kennen. Men is gelukkig niet verder gekomen dan een interkabinettenoverleg. Maar dit dossier zal in het najaar opnieuw opduiken.

Bedoeling was om in het kader van deze herziening een aantal discussies te objectiveren door inschakeling van een expertengroep, met mensen van Planbureau, Nationale Bank, CRB, Eurostat …    Ze hadden  twee opdrachten gekregen: eindelijk eens duidelijkheid creëren over het geheel van loonkostsubsidies die in rekening mochten worden gebracht om de loonkosthandicap te berekenen enerzijds en in één beweging ook wat meer duidelijkheid creëren over onze zgn. opleidingshandicap (meetellen van informele opleiding of niet, wat met de kleine ondernemingen, wat met het verschil tussen de  nationale gegevens van de sociale balansen en de Europese enquête bij de bedrijven).  Helaas, al die geleerde bollen samen hebben ons niet veel wijzer gemaakt. Eigenlijk zijn ook zij er niet uit geraakt en kaatsen zij de bal terug naar de regering. Al zit er bij nadere analyse van hun rapport wel interessant materiaal in.  Zoals de bevestiging dat de Belgische verwerkende nijverheid nog altijd een voorsprong heeft (al is die verschrompeld) qua loonkost (1.1%) als we rekening houden met de productiviteit.

Vraag is nu wat er verder met het wetsontwerp voor de aanpassing van de Wet van 1996 zal gebeuren. Aan een aanpassing lijken we niet te ontsnappen. Omdat daarover ook eerder een akkoord was binnen de regering en er de consensus is om toch een aantal dingen te presenteren naar Europa. Maar wordt dat voor de komende jaren een dwingend keurslijf dat loonsverhogingen zwaar gaat bemoeilijken, of wordt er toch nog enig respect betoond voor de autonomie van het sociale overleg?

Over respect gesproken: hoeveel respect gaat de regering willen betonen voor de index? Begin dit jaar is ze er met de vuile voeten doorgegaan.  Onder meer met de verrekening van de solden.  Dat is je reinste indexmanipulatie.  Die ons ook bijzonder wantrouwig heeft gemaakt voor het globale debat over de actualisering van de indexkorf.  Want op zich is zo’n actualisering geen probleem. Integendeel, hoe trouwer de index de gemiddelde consumptie weerspiegelt, hoe geloofwaardiger ook de index.  Maar dat is iets anders dan knoeien met de thermometer.  Ook die discussie moet de komende maanden zijn beslag krijgen. 

Economic governance

Dit alles raakt ook aan wat verder zal gebeuren met de roadmap van Van Rompuy voor de verdieping van de eurozone en dus de versteviging van de Europese greep op de loonvorming en het nationale werkgelegenheidsbeleid. Dit moest in juni zijn beslecht, maar is verdaagd naar het najaar. Het ziet er naar uit dat er veel onenigheid is over de marsrichting en dat we er ons ook almaar minder moeten bij voorstellen, al weet je nooit.  Al geldt dat ook voor de kwestie van de verdieping van sociaal Europa. Ook dat wordt weinig soeps  En almaar minder naarmate de Europese verkiezingen ook naderen.

Verkiezingen

Dat brengt ons bij een andere belangrijke uitdaging van dit werkjaar: de verkiezingen. 

Er is al veel inkt over gevloeid en er zal nog veel meer inkt over vloeien. Het wordt echter alsmaar duidelijker dat één van de fundamentele pijlers van ons samenlevingsmodel de inzet wordt: solidariteit. Solidariteit tussen haves, en al wie meent dat te zijn, en have nots. En dat in al zijn facetten: Vlaming, Waal, Brusselaar, autochtoon en allochtoon, de hardwerkende en de werkloze, de hoog en de  laagverdiener… In deze electorale en ideologische clash worden vakbonden en mutualiteiten en al hetgeen waarvoor ze staan al snel op de korrel worden genomen. Want een middenveld dat zijn tanden laat zien en in de weg loopt, dat is ambetant.

We kunnen er ons maar beter op voorbereiden.

Marc Leemans, voorzitter ACV

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!