Op 15 augustus 2013 stroomden aan de Syrische grenspost van Peshkhabour duizenden Syrische Koerden samen op de vlucht voor het toenemende geweld in eigen land (foto: UNHCR - G. Gubaeva).
Opinie, Nieuws, Politiek, Vredesactie, Afghanistan, NAVO, Libië, Milities, Syrië, Regeringsleger, Diplomatieke relaties, VN-mandaat, President Bashar al-Assad, Wapenleveringen, Burgeroorlog Syrië, Gewapende rebellen, Militaire interventie Syrië, Chemische wapens, Gifgasaanval, Syrian National Coalition, Eindstrijd -

Syrië: militaire interventie is olie op het vuur

"We are ready to go." Een militaire interventie in Syrië lijkt onafwendbaar. Woorden als 'gerichte acties' en 'beperkte bombardementen' strooien zand in de ogen. Vredesactie vreest dat een militaire interventie het conflict niet zal beëindigen, maar verder doen escaleren.

donderdag 29 augustus 2013 12:25

Op een bijeenkomst in de Jordaanse hoofdstad Amman werd op dinsdag 27 augustus een coalitie gesmeed om militair in te grijpen in Syrië, buiten de Verenigde Naties om. De Verenigde Staten nemen het voortouw, Frankrijk en Groot-Brittannië springen bij.

Ook Canada, Turkije, Denemarken, Saoedi-Arabië, Jordanië en Qatar zijn bereid mee te doen. Duitsland en Italië, ook vertegenwoordigd in Amman, nemen alleen deel als er een VN-mandaat komt, met andere woorden: niet.

De Belgische regering, bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR), vindt een interventie zonder VN-mandaat “gevaarlijk”. Reynders haastte zich wel te zeggen dat een militaire interventie geen oorlog is, maar een ‘gerichte actie’ als sanctie tegen het gebruik van chemische wapens, “misschien gedurende enkele uren of dagen”.

Is het werkelijk zo eenvoudig? Civiele en militaire centra liggen in Syrië relatief dicht bij elkaar. De inlichtingen over bijvoorbeeld de plaatsen waar chemische wapens gestationeerd liggen, zijn onvolledig en onbetrouwbaar. Zelfs met geavanceerde ‘precisiewapens’ zullen bombardementen in stedelijke gebieden een zware mensenlijke tol eisen.

Een beperkte, ‘chirurgische’ militaire interventie zal dus snel een illusie blijken. Dat gaat overigens ook op voor een scenario waarin de luchtmacht en de luchtafweer van het Syrische regeringsleger worden gebombardeerd, zoals bij het opleggen van een no-flyzone.

“Een beperkte, ‘chirurgische’ militaire interventie zal dus snel een illusie blijken”

Militaire interventie doet conflict escaleren

Veel militaire analysten zijn het eens dat beperkt interveniëren de dynamiek van het conflict niet ingrijpend zal veranderen. Gerichte bombardementen kunnen de slagkracht van het leger van Bashar al-Assad verzwakken. Maar wie is zo naïef om te geloven dat het regeringsleger zal inbinden omdat de luchtmacht gekortwiekt wordt of omdat het over minder zware wapens beschikt?

Om de militaire balans te doen overslaan in het voordeel van de rebellen is veel meer nodig. Grootschalige training en bewaping van de gewapende oppositie bijvoorbeeld, zoals de VS in de jaren negentig met de Kroatische milities deed tijdens de oorlog in ex-Joegoslavië.

Maar wie zijn die Syrische rebellen eigenlijk? Dat de militaire steun aan de rebellen tot dusver relatief beperkt bleef, heeft goede redenen: het is onvermijdelijk dat geleverde wapens bij extremistische groepen terechtkomen, waar westerse landen of de Syrian National Coalition niet de minste controle over hebben.

Een militaire interventie geeft de betrokken partijen het signaal dat de eindstrijd ingezet wordt en zet hen aan tot vechten tot het einde. De Amerikaanse president Obama verklaarde het gebruik van chemische wapens tot ‘rode lijn’. Het VN-onderzoek naar de vermeende aanval met gifgas is nog niet afgerond.

“Een militaire interventie geeft de betrokken partijen het signaal dat de eindstrijd ingezet wordt en zet hen aan tot vechten tot het einde”

Als het regime van Assad nu de prijs voor de inzet van chemische wapens betaalt, wat houdt het dan nog tegen om gifgas in te zetten? Voor de gewapende oppositie geldt hetzelfde: militaire steun van westerse landen schept de verwachting van een totale militaire overwinnig.

De eindstrijd kan dan worden ingezet, met alle mogelijke middelen. In de realiteit kan dat einde in dit geval nog vele wrede jaren weg zijn. En dan hebben we het nog niet over de spill-over van het conflict naar de buurlanden.

Zelfs in het onwaarschijnlijke scenario dat de burgeroorlog door een buitenlandse interventie op korte termijn beslecht wordt, dan is daarmee het conflict nog niet afgelopen.

De reductie van het conflict tot twee strikt van elkaar gescheiden partijen, ‘goede rebellen’ en ‘slecht regime’, doet geen recht aan de complexe Syrische realiteit. De oppositie is versplinterd, Assad geniet nog een behoorlijke aanhang en duizenden gewone Syriërs zijn niet in het ene of het andere kamp onder te brengen.

“De reductie van het conflict tot twee strikt van elkaar gescheiden partijen, ‘goede rebellen’ en ‘slecht regime’, doet geen recht aan de complexe Syrische realiteit. De oppositie is versplinterd”

Meer wapens en militaire steun aan de rebellen betekent dat het risico op een heel gewelddadige transitie na Assad alleen maar groter wordt.

Lessen trekken

In militaire kringen is de term ‘mission creep‘ genoegzaam bekend: een interventie met beperkte doelstellingen vraagt al snel een veel grotere dan de geplande inzet. Vaak eindigt zo’n interventie na enkele initiële successen – die steeds grotere ambities wakker maken – ten slotte in een complete mislukking.

De oorlog in Afghanistan begon als een beperkte wraakactie tegen Al Qaeda en haar gastheren. De doelstellingen werden snel ambitieuzer en de militaire inzet steeg navenant. Vandaag, na een mislukte poging tot ‘nation-building‘, trekt de NAVO met de staart tussen de benen weg en laat de westerse alliantie de Afghanen achter met een puinboel.

In Libië kwam de NAVO officieel tussenbeide om burgers te beschermen. In de praktijk trad de NAVO op als luchtmacht van de rebellen en forceerde ze een regimeverandering. De NAVO bombardeerde Libië letterlijk tot een ‘failed state‘.

Zonder kolonel Khaddafi weliswaar, maar een succes kan je de interventie bezwaarlijk noemen: vandaag glijdt het land af naar een Somalië-scenario, waarin gewapende milities het voor het zeggen hebben, zonder functionerend centraal overheidsapparaat of rechtssysteem. Vergeleken met Syrië was Libië dan nog een gemakkelijke klus.

Wat als na ‘gerichte’ bombardementen het geweld niet stopt, maar verder toeneemt? Wat als een buitenlandse interventie de ‘end game’ inluidt en partijen aan alle kanten tot grotere wreedheden overgaan?

Een ‘beperkte’ militaire interventie is een illusie: je weet waar je begint, maar nooit waar je eindigt. Hoe onwaarschijnlijk het vandaag ook mag klinken, de enige oplossing is een politieke uitweg.

“Een ‘beperkte’ militaire interventie is een illusie: je weet waar je begint, maar nooit waar je eindigt”

Militaire interventie is olie op het vuur. België mag dan ook op geen enkele manier bijdragen aan een militaire interventie in Syrië.

Vredesactie

Vredesactie vzw is een radicaal-pacifistische vredesbeweging die geweldloze actie promoot voor sociale verandering. Vredesactie maakt deel uit van het wereldwijde vredesnetwerk War Resisters’ International (WRI).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!