‘De wil tot welvaart’ van Sylvia Nasar in voetsporen Tony Judt en Geert Mak

‘De wil tot welvaart’ van Sylvia Nasar in voetsporen Tony Judt en Geert Mak

donderdag 29 augustus 2013 06:27

Wat heb ik leesplezier gehad aan de meer dan 400 pagina’s van ‘De wil tot welvaart’ van de Amerikaanse Sylvia Nasar. Ze schrijft over geschiedenis op een wijze zoals wijlen Tony Judt en in ons eigen taalgebied Geert Mak. Het boek gaat over bollebozen inzake economie en borstelt hun portret met persoonlijke en maatschappelijk relevante componenten.

In haar invalshoek kan ik me best vinden: “Het idee dat de mens gevormd wordt door zijn omstandigheden en dat die omstandigheden niet vooraf bepaald, onveranderlijk of immuun voor menselijke interventie zijn is een van de meest radicale ontdekkingen uit onze geschiedenis.”

Marx was een luiwammes

“Zorg dat het nieuwe materiaal dat je verzameld hebt snel wereldkundig wordt gemaakt. Het is de hoogste tijd. Aan het werk dus, en zo snel mogelijk in druk.” Dat schreef Friedrich Engels in 1844 aan Karl Marx. Vier jaar later publiceerden ze samen ‘Het Communistisch Manifest’. Maar dat was niet de publicatie die Engels bedoelde. Die verscheen pas in 1867, en dan nog maar enkel het eerste deel: ‘Het Kapitaal. Kritiek der politieke economie’.

Dit moest hét boek worden dat de heersende theorieën van de economen, “de handelsreizigers van de grote firma Vrijhandel” zoals Marx ze noemde, naar de prullenmand verwijzen. Marx was niet bepaald een bezige bij. Telkens als Engels hem vroeg hoever het nu stond met zijn manuscript, wist Marx altijd wel een foefje te bedenken om zijn opdringerige vriend, die hem ook geld toeschoof, te paaien. Lente 1866 brak in Londen een bankcrisis uit.

Net zoals in het recente verleden in Cyprus gebeurde, werden de banken belaagd door personen die er hun geld in ruil voor een rente in bewaring hadden gegeven. De politie moest het straatoproer onderdrukken. “De bankrun werkte als een adrenalinestoot”, aldus Nasar. “Een plotse impuls die bereikte wat Engels met drammen en aandringen nooit voor elkaar had gekregen.”

Zoals de jaren voordien eiste Marx opnieuw stoel nummer G7 op in de leeszaal van het British Museum. ‘Het Kapitaal’ zou binnen de kortste keren klaar zijn, beloofde Marx. Maar pas 15 maanden later meldde hij Engels dat de laatste proeven naar de uitgever waren gestuurd.

Creativiteit doodt 

Vier decennia na de publicatie van ‘Het Kapitaal’ meldde een jonge man met kalend voorhoofd zich bij de balie van het British Museum. Om research te doen in het land dat hijzelf omschreef als “de apotheose van de kapitalistische beschaving”. Hij eiste een plaats op aan dezelfde tafel, waaraan destijds Marx had gezeten. Joseph Schumpeter heette hij, 24 jaar, afkomstig uit de Donaumonarchie Oostenrijk-Hongarije, waar hij met veel brio zijn studies had voltooid.

Net als Marx wilde Schumpeter weten welke de drijvende krachten zijn achter de economische ontwikkeling. Hij ontwikkelde de theorie van “de eeuwige orkaan van creatieve vernietiging”. Welvaart neemt toe door innovatie. Bedrijven die innoveren verdringen de ondernemingen die dat niet doen. In tegenstelling tot Marx was voor Schumpeter het individu wel belangrijk. Het proces van die creatieve vernietiging werd gestuurd door “het heldhaftig handelen van markante mannen die de weg wijzen naar nieuwe horizonten.”

In zijn dagelijks bestaan waarin hij er een riante levensstijl op nahield, ging het Schumpeter niet zo goed af. Hij flopte als politicus. De bank die hij leidde ging al vlug op de fles door speculatie. Hij vestigde vzich nadien in de Verenigde Staten, waar hij tot aan zijn dood in 1960 doceerde aan de Harvard-universiteit. “Schumpeter: een briljant economisch inzicht, bakken levenslust, optimisme over het menselijk kunnen en een onbesuisd brokkenparcours op de beurs”, aldus Nasar. Zijn pleidooi voor innovatie is tot op de dag van vandaag prominent aanwezig in het economisch discours.

Herrijzenis 

Het is geen toeval dat John Maynard Keynes de meeste vermeldingen krijgt in het personenregister van dit boek. De Brit speelde immers een toonaangevende rol in de eerste helft van de vorige eeuw. Twee wereldoorlogen annex vredesverdragen en het tweemaal op poten zetten van een nieuwe economische wereldorde, telkens was Keynes, dienstweigeraar tijdens de eerste wereldbrand, erbij om de lijnen uit te zetten. Om de instabiliteit van de economie, “de grootste vijand van het kapitalisme”, ongedaan te maken.

Keynes was van goede komaf, een schitterend student die aanvankelijk weinig met economie op had, een hoge dunk van zichzelf had, lid was van de Bloomsbury-groep die toentertijd de Britse intellectuele en artistieke elite verenigde. Hij hield van het goede leven, beoefende de geliefde sporten van de Britse aristocratie, hield zelfs een dagboek bij over zijn niet bepaald spraakmakende relaties met vrouwen. Keynes was zeer begaan met het zoeken naar een manier om het menselijk noodlot ongedaan te maken door het verbeteren van de leefomstandigheden.

Keynes mocht dan een intelligent man zijn en raadgever van beleidsmakers, toch werd hij niet altijd serieus genomen. Zo wilden de overwinnaars van 14-18 dat Duitsland de aangerichte oorlogsschade zou vergoeden. Keynes was daar categoriek tegen, want dat zou faliekant aflopen. Hij kreeg gelijk. Na beloop van tijd lag Duitslands economie op apegapen met een torenhoge inflatie die de bevolking van haar koopkracht beroofde. Illustratief is het verhaal van een oude vrouw met een kruiwagen volgeladen met markbiljetten.

Toen ze even haar aandacht verloor, bleef de kruiwagen leeg achter. Andere armlastigen waren er met het geld vandoor. De maatregelen om die inflatie in te dammen, maakte Duitsland rijp voor Hitler en zijn nazistische bendes. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Keynes wel gehoor met zijn stelling dat de overheid geld in de economie moest stoppen om crisissituaties te keren. Hij was één van de architecten van de nieuwe economische orde die werd uitgetekend in het Amerikaanse Bretton Woods.

Daar werden de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) opgericht als instrumenten ter beheersing van crisissen. Dat is vandaag de dag niet anders, zoals blijkt uit de eurocrisis. Voor Keynes had de overheid wel degelijk een belangrijke rol te spelen in de economie. Precies daarom werd hij in 1980, toen het neoliberalisme zijn opmars begon, vergeleken met Stalin en Hitler – hoe dwaas!

Keynes is inmiddels herrrezen. Zijn naam is niet weg te branden uit de berichtgeving over de crisis. Zijn meest bekende hedendaagse discipel is de Amerikaan Paul Krugman, welbekend. Omdat ellenlange artikels niet thuis horen in het twitter-tijdperk, beperk is me in deze recensie tot slechts enkelen als appetizer. Een arbitraire selectie, maar dat geldt ook voor Nasars keuze. Opmerkelijk is dat ze het nauwelijks heeft over Milton Friedman, jarenlang het boegbeeld van het neoliberale denken maar ooit een Keynes-aanhanger. Weshalve Trends-hoofdredacteur Johan Van Overtveldt dit wellicht een slecht boek vindt. Ik niet.

Sylvia Nasar, ‘De wil tot welvaart. Het verhaal van geniale economen’, De Bezige Bij, 416 pagina’s, €29,90

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!