Taalgebruik Nederlands aan huis en realiteitszin

Taalgebruik Nederlands aan huis en realiteitszin

woensdag 28 augustus 2013 10:34

Wanneer zal de realiteitszin in Vlaanderen bovendrijven? Uit een onderwijsenquête zou blijken dat 14,2% van de leerlingen thuis geen Nederlands spreekt: 46% in Antwerpen, 37% in Gent, 33% in Mechelen, en dan hebben we het nog niet over Brussel…In 2007 was dit slechts 10,8%. Zeg nu niet dat tegen dit “probleem” sedert 2007 geen pakken geld aangesmeten werden om zowel de ouders thuis Nederlands te doen spreken (via inburgering en andere maatregelen) en de thuistaal uit school weg te bannen (via allerlei verbodsbepalingen). In 2018 zal dit cijfer over anderstaligheid voorspelbaar nog hoger liggen, en zal er vermoedelijk nog méér geld tegen aan gesmeten worden. Nog méér inburgering, noch méér verbodsbepalingen.

Wat is het antwoord van de Vlaamse regering? De leerlingen worden nu al gescreend op hun kennis van het Nederlands en dat zal in de toekomst nog méér gebeuren. Misschien moeten we ze wel elk jaar opnieuw screenen vanaf het kinderdagverblijf. “En wie bijkomende ondersteuning nodig heeft zal verplicht worden een taalbad te nemen”. Men zal immers beletten dat zulke leerlingen het niveau van de klas afremmen. Maar hoe kan men dat met zulke maatregelen beletten? Eigenlijk en alleen door zulke leerlingen vaker te doen zitten blijven, wat helaas een nieuw probleem schept. Men kan natuurlijk, als alternatief, ook dulden dat ze vaker gaan spijbelen. Dat biedt inderdaad ook een uitweg. Maar dit schept op zijn beurt een nieuw probleem.

Ondertussen stel ik vast dat er te Brussel tot in 2011 een project liep, de biculturele onderwijsprojecten van Foyer, waarin leerlingen aantoonbaar niet spijbelden en waarin de doorstroming zowel naar de arbeidsmarkt als naar latere studies aanvaardbaar tot zeer goed was. Het werd gedragen door de ouders en het werd gedragen door de betrokken schooldirecties en door de meeste leraars van die scholen. Het werd getorpedeerd omdat het niet overeenstemde met de partijpolitieke uitgangspunten van sommige kabinetsmedewerkers. Officieel is de reden voor de stopzetting geweest (- ik vind dit niet uit), dat niet kon aangetoond worden dat de betrokken succesvolle individuele leerlingen niet even of zelfs niet méér succesvol zouden geweest zijn, hadden ze het project niet gevolgd. Ja, het is moeilijk om een en dezelfde leerling een dubbel leven te laten leiden.

Wat had een verstandig beleid mijns inziens gedaan? In plaats van het project te liquideren, had men kunnen bestuderen of er geen compromis kon gevonden worden waarbij zowel aan de partijpolitieke prioriteiten van sommige kabinetten als aan de wensen van de schooldirecties als van de ouders tegemoet gekomen kon worden. Daartoe was geen bereidheid.

Screen maar op Nederlands, dames en heren parlementsleden! En dompel kinderen van het ene taalbad in het andere! Maar de cijfers van anderstaligheid aan huis zullen stijgen… en de ontevredenheid hierover zal toenemen. Een zich drastisch wijzigende maatschappelijke realiteit vraagt immers creatief maatwerk gebaseerd op brede en concrete terreinkennis, en geen vooringenomen partijpolitieke dogmatiek. Het uitgangspunt kan relatief eenvoudig zijn: in het belang van de verwerving van het Nederlands kunnen thuistalen zowel een belemmering als een positief potentieel zijn dat de kinderen in hun rugzak meedragen. De kunst bestaat erin om de factor belemmering te reduceren en de factor ‘positief potentieel’ te optimalizeren. Zoiets bouw je op, locaal, door samenwerking tussen schooldirecties, leerkrachten, ouders, kinderen en begeleiders, “bottom-up”, en met leergeld gespreid over meerdere jaren. De opbouw vraagt meerdere jaren. Het traject afbreken doe je met één pennentrek. De Vlaamse regering heeft voor dit laatste gekozen. Om partijpolitieke, ideologische redenen. Het was fout.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!