Langer leven = langer werken?
ABVV, Ongelijkheid, Pensioendebat, Pensioen, Vergrijzing, Pensioenleeftijd, Kortgeschoolde arbeiders, Het pensioenspook, Vergrijzingskosten, Levensverwachting, Eindeloopbaan, Flexibiliteit, langer werken, ABVV, Langer leven = langer werken, TAHIB, Loopbaanduur, Hooggeschoolden, Oudere werknemers, Responsabilisering werkgevers, Bij de Haard, Babyboom, Relance, Eerlijkere fiscaliteit -

Langer leven = langer werken?

zaterdag 27 juli 2013 11:45

Midden in de journalistieke komkommertijd, trachten de CD&V-jongeren nogmaals een opening in het pensioendebat te forceren. Onze ogen werden ook lichtjes geforceerd bij het lezen van de krantenkop “Langer leven = langer werken” (DM van 25/07). Vooral het gelijkheidsteken (alsof het de evidentie zelve is), deed het hem. Wij vonden het dan ook de moeite om hierop te reageren.

Voorstel baart ons zorgen

Het koppelen van “alle pensioenleeftijden en loopbaanduur aan de levensverwachtingen” als antwoord op de verwachte stijging van de vergrijzingskost, maakt ons als jonge medewerksters van het ABVV erg bezorgd.

In het pensioendebat zijn de verschillen in (gezonde) levensverwachting tussen de uiteenlopende bevolkingsgroepen erg belangrijk, zoniet bepalend. Studies wezen uit dat hooggeschoolden langer leven dan kortgeschoolden en in de fysiek zwaardere beroepen zijn deze laatsten oververtegenwoordigd. Het onderzoeksproject TAHIB[1] over ‘Sociale ongelijkheden in gezondheid in België’ van 2011, leert ons dat de gezonde levensverwachting voor een 25-jarige man met de laagste scholingsgraad 28 jaar bedraagt. Voor een 25-jarige man met een diploma hoger onderwijs van het lange type ligt die verwachting op 46 jaar. Deze cijfers zijn duidelijk en niet te negeren.

Iedereen over dezelfde kam scheren, is bijgevolg intellectueel oneerlijk. Het automatisch koppelen van de pensioenleeftijd aan de gezonde levensverwachting, houdt een ongelijkheid in die structureel dreigt te worden wanneer geen rekening wordt gehouden met de reële situatie van de werknemers. We moeten ons in dit debat meer richten op hoe lang iemand werkt en dus de duur van de loopbaan in rekening brengen.

Een gemiste kans ook van de auteurs om onze hoge productiviteit – die de Belg tot meest productieve werknemer van Europa maakt – in de schijnwerpers te zetten. Waarom vergeet men dit toch zo vaak te vermelden?

Verantwoordelijkheid opnemen

Het is schrijnend vast te stellen dat aan de jongeren vandaag koudweg wordt gezegd dat zij tot hun zeventigste zullen moeten werken, terwijl de jeugdwerkloosheid enorm problematisch is. Zou men niet beter inzetten op jobs voor deze jongeren zodat zij daadwerkelijk een lange loopbaan kunnen opbouwen?

Op de vraag of de pensioenleeftijd omhoog moet, antwoorden wij dat België niet achterop loopt, maar vóór is in de pensioenhervorming.  Al in 1997 voerde België een belangrijke pensioenhervorming door, waardoor iedereen vanaf 2009 een loopbaan moesten hebben van 45 jaar om een volledig pensioen te krijgen. In onze buurlanden heeft men slechts een loopbaan van 40 à 42 jaar nodig. Het resultaat van die hervorming is wel dat de Belgische werknemers de op één na laagste pensioenen van West-Europa hebben.

Sociale verantwoord ondernemen

Het heeft verder ook weinig zin te spreken over de optrekking van de pensioenleeftijd, zolang er niets gedaan wordt tegen de afdanking van oudere werknemers, dikwijls lang voor de (brug)pensioenleeftijd. Werkgevers moeten hierin geresponsabiliseerd worden, want de kosten die deze ontslagen met zich meebrengen, zijn voor rekening van de sociale zekerheid. 

Tot op vandaag hebben de werkgevers nog geen enkele reële inspanning moeten leveren om mensen toe te laten langer aan het werk te blijven of om oudere werknemers aan te werven. Bovendien werd er onlangs nog gesnoeid in de positieve maatregelen om mensen langer aan het werk te houden: de pensioenbonus en de landingsbanen werden beperkt.

Tussen haakjes: in het opiniestuk heeft men het over een werkelijke loopbaan van gemiddeld 29 jaar. Een rechtzetting dringt zich op. In 2011 duurde de gemiddelde loopbaan voor mannen 42 jaar; voor vrouwen was dat 31  jaar. Het verschil tussen deze 2 cijfers moet toegeschreven worden aan de verschillen in loopbaan. Vrouwen onderbreken vaker de loopbaan om te zorgen voor kinderen of ouders (buiten de georganiseerde vormen) of werken vaker dan mannen deeltijds om diezelfde reden. Ook het historische gegeven dat vrouwen nu eenmaal later de arbeidsmarkt hebben leren kennen, is hieraan schuldig.

Dit laatste doet ons trouwens denken aan het maandblad van de toenmalige KVLV met de begeesterende naam ‘Bij de Haard’ (tot 1988). Een blad met als doelpubliek uitsluitend vrouwen en ik herhaal nogmaals ‘Bij de Haard’… We zeggen verder niets.

Hoger, lager

Het langer laten werken van mensen stelt de pensioenuitgaven wel tijdelijk uit, maar daarna is het te betalen pensioen – door de langere loopbaan – natuurlijk ook hoger.

Studies tonen verder ook aan dat het aantal jaren in goede gezondheid afneemt (Eurostat – cijfers voor 2010). Een man van 65 leefde gemiddeld nog 10,4 jaar in goede gezondheid tegen 10,6 het jaar daarvoor. De vrouw ging van 10,3 naar 9,7 jaar in goede gezondheid. En dat in één jaar tijd.

En tenslotte is de vergrijzingsproblematiek een tijdelijk fenomeen. De babyboomgeneratie begint massaal de arbeidsmarkt te verlaten. Wat inderdaad een hogere uitgave met zich mee zal brengen op vlak van pensioenen. Dat wordt door ons niet ontkend. Alleen is dit van voorbijgaande aard. Dit aangrijpen om de pensioenleeftijd van de komende generaties zo drastisch te verhogen, is niet fair. Niet fair voor de jonge generatie en niet fair voor de generaties die na hen komen.

Nood aan relance!

Voor het ABVV mag men het allerbelangrijkst niet uit het oog verliezen en dat is werken aan een echte relance voor onze economie. Meer mensen aan duurzame en goed betaalde banen helpen, is een noodzaak die de economie en de schatkist alleen maar ten goede komt. Stop dus met het poneren van ideeën die voor onze oudere werknemers – en niet uitsluitend diegenen met zware beroepen – een miskenning zijn van hun bijdrage.

Extra middelen voor ons pensioenstelsel kan men ook aantrekken door werk te maken van een eerlijkere fiscaliteit. Het is een kwestie van keuzes en ja, ook van politieke moed. Maar het pensioendebat is niet te herleiden tot enkel een probleem in politieke besluitvorming. De sociale gesprekspartners moeten hun rol kunnen spelen. Het ABVV gaat een debat over de eindeloopbaan en de vergrijzingskost echt niet uit de weg, maar wij vrezen wel dat de verkeerde parameters gebruikt worden die ten nadele zijn van de werknemers, van de huidige generatie en van alle daaropvolgende…

Celien Vanmoerkerke – adviseur sociaal departement studiedienst federaal ABVV
Gina Heyrman – persattaché federaal ABVV


[1] Project VUB, UCL en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!