ABVV, Duitsland, Loonkosten, VOKA -

Het Duitse voorbeeld? Het is maar met wat je vergelijkt

dinsdag 23 juli 2013 13:01

Over concurrentie en kosten

Belgische werkgevers klagen steevast dat de Belgische loon- en energiekosten te hoog zijn. Telkens worden allerlei vergelijkingen gemaakt om het eigen gelijk aan te tonen. Als het gaat over loonkosten of over de kosten voor steun aan hernieuwbare energie vergelijken de Belgische werkgevers graag met Duitsland als goed voorbeeld van hoe het wel moet om een economie competitief te houden.

Het zou te ver gaan om te stellen dat vergelijkingen niet leerrijk kunnen zijn, noch dat België geen kostenhandicaps heeft. Maar vergelijken heeft ook zijn valkuilen. Daarbij gaat het er vooral om wat binnen beeld wordt gebracht en wat buiten beeld blijft. Daarbij valt op dat:

  • naargelang de kost die men verlaagd wil zien, telkens een ander (voordelig) vergelijkingspunt genomen wordt;
  • de sociale gevolgen en de verdelingsaspecten (kostenverlagingen voor de één moeten door de ander betaald worden) altijd buiten beeld blijven;
  • de vergelijkingen eindigen steevast op een pleidooi voor een beleid dat de kosten verlaagt, zelden of nooit op een pleidooi om een gelijk speelveld te creëren via (Europees) beleid.

We illustreren deze bedenkingen met enkele recente voorbeelden.

Loonkost

De Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA pleit geregeld voor een drastische verlaging van de loonkosten in België. In een VOKA-persbericht over de sluiting van Ford Genk[1] klinkt het bijvoorbeeld:

Nu moeten onze politici ingrijpen: de loonkosten voor bedrijven moeten drastisch naar beneden, zodat we de concurrentieslag met het buitenland weer kunnen winnen.

En verder: “Door diepgaande hervormingen is Duitsland erin geslaagd zijn industrie weer te laten bloeien en het plukt daar nu de vruchten van. Wij kunnen dat ook bereiken.

Een recente analyse van het federaal ABVV gaat in op enkele punten die niet aan bod komt in die vergelijking:

  • De evolutie van de Belgische loonkosten loopt in de pas met de evolutie in de buurlanden, maar niet met uitzondering Duitsland en zijn mini-jobs.
  • De Duitse loonmatiging is sociaal gezien een ramp. 26% van de Duitsers werkt in precaire omstandigheden. Meer dan 5 miljoen mensen heeft een maandelijks inkomen van maximaal 450 euro. De armoede en de ongelijkheid zijn fors gestegen en de lage loonpolitiek heeft de binnenlandse vraag lamgelegd.

Kosten voor hernieuwbare energie

Volgens de Belgische werkgevers is onze steun voor hernieuwbare energie te duur en levert dit onze industrie een competitief nadeel op, onder meer tegenover Duitsland. Dat is meteen het argument waarmee onze industrie steeds meer vrijgesteld wordt van de bijdrage voor hernieuwbare energie.

Een blik op de Duitse energieprijzen leert waar die klacht op gesteund is (zie figuur 1[2]). In Duitsland betalen vooral de gezinnen de steun aan hernieuwbare energie. Middelgrote ondernemingen betalen ook nog wat mee, terwijl de energie-intensieve industrie quasi volledig is vrijgesteld. Volgens de Duitse milieubeweging betaalt de energie-intensieve ongeveer 0,3 % van de extra kosten voor hernieuwbare energie.

Een ander punt dat steevast uit de vergelijkingen wordt gehouden is de vraag wie eigenaar is van de installaties voor de productie van hernieuwbare energie. In Vlaanderen is het gros van de installaties die hernieuwbare energie opwekken eigendom van bedrijven (met uitzondering van de zonnepanelen die voor ruwweg de helft opgesteld staan bij gezinnen en zelfstandigen en voor de andere helft bij bedrijven).

Zoals figuur 2 leert, zijn de gezinnen in Duitsland voor ongeveer 40% eigenaar van het geïnstalleerd vermogen aan hernieuwbare energie. Ook voor het overige is het eigendom ruim verspreid over diverse bevolkingsgroepen en bedrijfssectoren. De vier grote Duitse energiebedrijven (“big four”) zijn slechts voor 6,5% eigenaar. Geen wonder dat – ondanks het debat in Duitsland over de onrechtvaardige verdeling van de kosten – er bij de bevolking toch nog behoorlijk wat steun blijft bestaan voor de Duitse “Energiewende” naar veel meer hernieuwbare energie – ook omdat die mede-eigendom  inhoudt dat men deelt in de winsten van de sector.[3]

Andere vrijstellingen van energiekosten

Volgens het Europees parlementslid Claude Turmes zijn de vrijstellingen in Duitsland trouwens niet beperkt tot de steun aan hernieuwbare energie, maar geniet de Duitse industrie voor ongeveer 10 miljard euro aan (belasting)vrijstellingen. Naast de vrijstelling van de steun aan hernieuwbare energie gaat het onder meer ook om vrijstellingen in het kader van de energiebelastingen en van verminderde bijdragen voor kosten van transport van elektriciteit over het netwerk. [4]

Ook bij de Europese Commissie vragen ze zich af of de verregaande vijstellingen van de Duitse energie-intensieve industrie eerder concurrentievervalsing dan een gerechtvaardigd concurrentievoordeel zijn. De commissie opende dan ook een onderzoek tegen Duitsland om na te gaan of de vrijstelling van de netwerkbijdragen geen ongeoorloofde staatssteun is. [5]

Het is dus maar met wat je vergelijkt.

Pieter Verbeek, adviseur studiedienst Vlaams ABVV


[1] http://www.voka.be/nieuws/2012/10/%E2%80%9Cachteruitgang-kan-worden-gestopt-door-drastische-verlaging-loonlasten%E2%80%9D/

[2] Dr. Andreas Wieg, Energy Cooperatives – opportunities for a sustainable development, DGRV – German Cooperative and Raiffeisen Confederation (http://www.boell.de/audio/ecology/DGRV_Wieg.pdf )

[3] David Buchan, The Energiewende – Germany’s gamble, Oxford, The Oxford Institute for Energy Studies, June 2012

[4] http://www.euractiv.com/energy/germanys-unfair-practice-field-e-analysis-519913

[5] http://europa.eu/rapid/press-release_IP-13-191_en.htm

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!