Glory Days

Glory Days

donderdag 18 juli 2013 13:21

Daarvoor deden we het al die jaren: met de invoering van één gemeenschappelijk statuut eindelijk recht doen aan de working class hero, zoals Bruce Springsteen hem – in de slipstream van John Lennon – al die jaren bezong. En zoals hij met Glory Days weer eens magistraal deed zaterdag op Werchter Classic.

«My old man worked 20 years on the line
and they let him go
Now everywhere he goes out looking for work
they just tell him that he’s too old
I was nine years old and he was working at the
Metuchen Ford plant assembly line
Now he just sits on a stool down at the Legion hall
but I can tell what’s on his mind
»

Niet zot van glorie

Met het compromis dat nu op tafel ligt, moet dat eindelijk lukken. Al hebben we niet zot van glorie gereageerd. Omwille van gemengde gevoelens.

Er waren minstens drie redenen om niet te staan juichen.

Eén, we hebben al die jaren gepusht, tegen alle weerstanden in, om het tot een echt akkoord te laten komen onder sociale partners, wat ei zo na lukte met het ontwerp-IPA voor 2011-2012. Wat nu voorligt is iets hybride: een compromis dat toch geen akkoord is. We hadden het liever anders gezien.

Twee, het is een verhaal van winnaars en verliezers. We hebben de achterban altijd voorgehouden dat een harmonisering naar boven niet realistisch was. Waardoor het, individueel bekeken, altijd een verhaal van winnaars en verliezers zou zijn. Dat werd het ook. En dus hoor je, uit respect voor de verliezers, geen bloemen te gaan afgeven aan de regering.

Drie, de prijzen worden aan de meet uitgedeeld. We zijn altijd gegaan voor een globale oplossing. Die benadering zit nu ook, voortbouwend op het ontwerp-IPA voor 2011-2012, in de compromistekst. Maar dat moet de komende maanden nu verder op muziek worden gezet, onder sociale partners en met de regering. Met vandaag teveel onbekenden om al lyrisch te gaan doen. En ook de bekende dat de weerstanden tegen een globale oplossing groot zullen blijven.

Ingehouden genoegen

Maar, wees ervan overtuigd dat we, ingehouden, ook met een bijzonder goed gevoel zitten.

Eén, het gaat toch wel om een zeer belangrijke vooruitgang voor de arbeiders. Nemen we even Springsteens vader, met 20 jaar trouwe dienst. Die kan in België vandaag de bons krijgen met amper 16 weken opzegtermijn of verbrekingsvergoeding, als we even abstractie maken van betere afspraken op sectoraal- of bedrijfsvlak. Dat worden in de toekomst 62 weken. Dat is bijna een jaar extra. Bijna maal vier.

Twee, misschien nog belangrijker dan die rekenoefening is het principe van gelijke behandeling op zich, dat je mensen niet slechter behandelt enkel omdat ze hun intelligentie zowel tussen de oren als in de handen hebben. En dat niet enkel qua opzeg, maar net zo goed qua ziekte (afschaffing carenzdag). Met bovenop de gelijke behandeling met de bedienden als de personeelscapaciteit tijdelijk moet worden beperkt wegens economische redenen, technische stoornis of slecht weer.

Drie, de achteruitgang voor de bedienden blijft al bij al binnen de perken. We hadden inzake opzegtermijnen hoog ingezet (1 maand per begonnen jaar), om uiteindelijk trachten uit te komen op het niveau van de wettelijke bedienden. Dat leek ons in elk geval een verstandiger strategie dan onmiddellijk in te zetten op wat je er als compromis wilde uithalen, zeker ook gezien de provocerend lage tegenvoorstellen van de werkgevers. En die strategie is al bij al aardig gelukt. Met volledige vrijwaring van de reeds opgebouwde rechten voor wie al onder contract is, met zelfs nog verdere opbouw voor de jaren die komen. De tragere ingroei in de eerste jaren en afgevlakte opbouw in de laatste jaren hadden we ingecalculeerd.

Vier, lange tijd stonden we geheel alleen om ook de achterstand weg te werken die arbeiders tot op heden hadden opgebouwd inzake opzeg, tegen de Grondwet in. t’ Allenkant werd ervoor gepleit dat verleden blauwblauw te laten en enkel voor de dienstjaren die voor ons liggen een gelijke opbouw van de ontslagbescherming te garanderen. Die compensatie voor het verleden hebben we er mooi uitgehaald.

Vijf, minstens even belangrijk, dat er bij de brede werknemersgroep een groot draagvlak is voor dit compromis. Het is bijzonder chique hoe de bediendebonden, zowel bij ACV en ABVV, onmiddellijk hebben gesteld, dat in dit dossier ook de solidariteit tussen arbeiders en bedienden moet spelen. Zoals trouwens ook aan werkgeverskant de solidariteit tussen arbeiders- en bediendesectoren moet spelen. Alleen, uit de eerste reacties aan werkgeverskant blijkt dit minder evident dan aan werknemerskant.

En tot slot, de kost voor de overheid blijft binnen de perken, zoals ook het federale regeerakkoord voorzag. Tenminste als de dwaze idee van het VBO inzake de provisionering van de ontslagkost kan worden gefrigood. 

Must come down

Dus, ook onzerzijds zul je vandaag geen kwaad woord horen over het driespan dat de regering ter beschikking had gesteld: Monica De Coninck, Yasmine Kherbache en Eva Van Hoorde. De lyrische loftuitingen waren volkomen terecht. Minder terecht was hoe dit werd geframed tegenover het “overkokend mannelijk testosteron” (dixit het VBO) van de Groep van 10. Alsof de rol van Anne Demelenne van het ABVV daar quantité négligeable is. Wie vertrouwd is met het sociale overleg weet beter.

Opvallend trouwens hoe verschillend de media reageerden op de rol van de sociale partners.  De Morgen: « De grootste verdienste van dit akkoord komt de sociale partners toe ». De Standaard : « Ze werden de ‘levende krachten van de samenleving’ genoemd. Vandaag zijn ze dode krachten ». Met in één beweging uiteraard een communautisering van de kwestie («Alles voor Vlaanderen»): «Als men ze federaal bij elkaar zet bakken ze er niets van (…). Ze mogen daarom niet langer zo’n belangrijke plaats krijgen als ze vandaag in Brussel hebben». Benieuwd wie dan die plaats zou innemen. Zelfs Monica De Coninck gaf onmiddellijk aan dat de regering zelf niet in staat was met een voorstel te komen.

What goes up, must come down, zong Blood, Sweat and Tears, lang voor Springsteen. Dat is met dit compromis niet anders. Bij sommigen strookt het trouwens niet met het dorpse wereldbeeld dat de federale regering en de sociale partners überhaupt iets kunnen klaar spelen. En dus kregen de eerste reacties tegen het compromis al bijzonder veel belangstelling van de media. 

Op kop uiteraard de voorspelbaar negatieve reactie van N-VA. Al hadden ze een wel bijzonder merkwaardig doelwit: de optie om verkorte opzegtermijnen te voorzien voor de bouw. Geen journalist die de link maakte met de studiedag van N-VA van amper een maand geleden om te voorzien in opting out stelsels voor werknemersrechten. 

Nadien het intussen ongeloofwaardig geworden gejeremieer vanuit Fedustria, hengelend naar een zo ruim mogelijk gamma van uitzonderingen, met verkorte opzegtermijnen.

Vervolgens de negatieve reacties van een reeks zogenaamde arbeidsmarktspecialisten, breed uitgesmeerd in de media. Al had ik de indruk dat het hier weeral vooral «framing» was. Dat leid ik althans af uit de evaluatie van Marc Devos van Itinera, opgedist als kritikaster, maar op zijn twitter desalniettemin «gematigd positief».

En nog wat later SD Worx dat op basis van totaal verkeerde berekeningen inhakt op de zware kost van afschaffing van de carenzdag voor de arbeiders. Naar verluidt zou SD Worx aan het VBO drie jaar geleden alle hulp hebben geweigerd om tot correcte cijfers te komen ter voorbereiding van het ontwerp van IPA voor 2011-2012, omwille van de banden met concurrent VOKA.  Vandaag bieden ze alle hulp aan VOKA om het compromis af te kraken.  Zelfs  Paul Soete van Agoria vond dat er op twitter zwaar over. Chique trouwens hoe die de verdediging van het compromis opneemt. Al blijft het een zware uitdaging voor zijn bedrijven, lijkt hij zich op het standpunt te plaatsen dat dit in de sterren stond geschreven. En dat we er nu door moeten. In het besef ook dat hij recht heeft op bepaalde compensaties voor de meerkost.  Al is het nog kwestie om de sectoren met veel bedienden met een relatief hoger loon te overtuigen een deel van de winst af te staan uit solidariteit met de sectoren met veel arbeiders.  De solidariteit tussen arbeiders en bedienden is een feit. Die tussen werkgevers van arbeiders en werkgevers van (hogere) bedienden moeten we nog zien.

Chris Serroyen

Hoofd ACV-studiedienst

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!