Academische Prefab Wetenschap

Academische Prefab Wetenschap

woensdag 10 juli 2013 15:02

Aan de KU Leuven treedt een nieuwe generatie aan met een nieuwe rector en nieuwe vice-rectoren. Zoals een krant opmerkte: mensen zonder ervaring. Hopelijk blijft het ‘nieuwe’ niet beperkt tot dit tekort aan ervaring. Binnen twee jaar zal men méér weten.

Wat de nieuwe rector o.a. in het vooruitzicht stelde, was het volgende. Tussen de prioriteiten voor zijn ploeg kan men lezen: (1) dat er ruimte zal geschapen worden “om langer na te denken over diepere vragen”, (2) dat “inspirerend onderwijs” gehonoreerd zal worden; (3) dat het onderzoek een lichtbaken zal zijn voor de samenleving, en (4) dat de universiteit niet langer een bedrijf zal zijn dat vooral zijn eigen boordtabellen koestert. Wie is niet benieuwd om te zien hoe men dat zal klaar spelen. Intentieverklaringen zijn één iets. Vernieuwingen spontaan laten opborrelen omdat zaken structureel als het ware uit de ondergrond niet anders dan in een vernieuwende richting te voorschijn kunnen komen, is de ware opgave. Ik beperk me hier tot de sector die ik het best ken: de sociale wetenschappen, en daarbinnen de antropologie. Wat kan vernieuwing,  nadenken over diepere vragen, een grotere lichtbaken zijn voor de samenleving hier betekenen (dus: meetellen in de ernstige maatschappelijke debatten)? En hoe maak je dit waar?

(1). Langer nadenken over diepere vragen. Laten we beginnen bij het begin. Stel: ik ben doctor in de antropologie en wil kans maken om aan mijn universiteit als docent aangeworven te worden. Hoe maak ik mijn kansen reëel? (- ik ga uit van een loepzuivere procedure waarbij vooraf geen binnenkamerse afspraken gemaakt werden).

Ten eerste moet ik maken dat ik heel veel  publicaties achter mijn naam krijg, in het Engels, bij voorkeur bij “international journals” met impactfactor.  Toen ik zelf eind jaren ’70 aan mijn doctoraat werkte, kreeg ik alle tijd… en werd me gevraagd om een stevige monografie voor te bereiden. Nadien werd ik op basis van die monografie benoemd. Zou dit vandaag nog kunnen? Is er een verschil tussen manieren van werken waarbij de monografie het belangrijkst is, of een werkwijze waarbij een veelheid van losse artikelen bepalend is? Absoluut. Een goede monografie vraagt het verwerven van een synthetisch overzicht, met aandacht voor zowel encyclopedische parate kennis als structureel inzicht in een geheel, als ook nog detailkennis over specifieke thema’s binnen het onderwerp. Een hele investering. De helft, zo niet twee derde van je tekst, is in zulk geval niet via losse artikelen publiceerbaar. Ik verzeker u dat ik vandaag met zulke stevige éne monografie die me vroeger gevraagd werd, geen kans zou hebben tegenover een mede-sollicitant die zijn doctoraatsthesis gewoon opgedeeld heeft in vier losse papers die in vier verschillende “international journals” gepubliceerd werden. Dat de betrokkene daarbij telkens maar een deel-aspect zou behandeld hebben, eenmaal bijvoorbeeld focussend op gender, dan op etniciteit, dan weer eens op etnografie en een laatste maal op de regio, zou hem niet in het nadeel spelen. Hij zou namelijk 4 IT publicaties hebben tegenover ik slechts 1 monografie. Vraag: welke benadering veronderstelt langer nadenken over diepere vragen?

(2) Inspirerend onderwijs. Stel: ik ben aangeworden, niveau docent. Ik ambieer een normaal promotiecurriculum. Zal “inspirerend onderwijs” mij daarbij behulpzaam zijn? Toe nou… wil ik snel vooruitgang maken, dan vermijd ik veel cursussen te moeten geven, loop ik zoveel mogelijk internationale congressen af, wat me toelaat mijn netwerking te verzorgen, “co-authorships” te regelen, relaties te leggen met mensen die potentiële “reviewers” zijn, dezelfde onderzoeksbevindingen in gewijzigde vorm in meerdere Acta te laten opnemen… In de meest interessante “journals”? Neen, in Engelstalige. Want ik zal beoordeeld worden door mensen die meestal mijn eigen vakgebied niet kennen (en eventueel niet weten dat over mijn onderwerp meer in het Spaans dan in het Engels gepubliceerd wordt), en die zullen oordelen volgens de boordtabellen van mijn universiteit. Mijn onderwijs? Ik moet vooral vermijden dat ik ergens een rood cijfer krijg bij een studentenevaluatie, d.i. minder dan 3 op 6. Zo lang ik rond de 4 op 6 schommel, zit ik veilig. Wat nu vooral belangrijk is, is dat ik heel veel gepubliceerd krijg. Over maatschappelijk belangrijke onderwerpen? Niet nodig. Laten we zeggen: het moet voldoende goed zijn dat het de “reviewing” passeert. Moet ik me daarbij laten vervangen voor mijn colleges door een doctorandus, dan is dit geen probleem. Er bestaat zelfs een argument voor: het zou goed staan in het c.v. van doctorandi om te kunnen schrijven dat ze colleges gegeven hebben tijdens hun doctoraatsopleiding. Ik kan me dus nog als een altruïst voordoen door geen colleges te geven.  Inspirerend onderwijs?

(3) Relevantie voor de samenleving. Mag ik een anekdote vertellen. Ik sprak ooit een buitenlands relatief bekend politiek wetenschapper (met meerdere ISI papers achter zijn naam, een autoriteit dus), die aan de KU Leuven een conferentie gegeven had over het ontstaan van de antiracisme-wetgevingen in de verschillende landen van de EU (- een beetje mijn sector dus die ik nogal van binnenuit ken). De gehele analyse was gebaseerd op een tekst-analyse van de Europese directieven van 2000 en enkele nationale anti-discriminatie wetgevingen die in de woordkeuze zeer gelijkend waren aan de Europese richtlijnen, aangevuld met verwijzingen naar publicaties van bevriende auteurs. Nadien wees ik er hem op dat zijn theorie in alle geval niet opging voor Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België… en dat het eigenlijk had volstaan om even met enkele mensen uit de administratie of uit het beleid in die landen gesproken te hebben om dat te achterhalen. Prompt kreeg ik het voor mij nogal bevreemdende antwoord, dat het voor een politiek wetenschapper absoluut niet nodig was om met dergelijke historische en inhoudelijke details, noch met de praktijk bezig te zijn, noch om met politici of beleidsmakers te spreken. En laten we eerlijk zijn: stel dat die man vier jaar uitgetrokken had om wat in de anti-racisme beleidspraktijk te gaan staan, dan had dit hem niets opgeleverd. Het was voor hem academisch gesproken belangrijker om vier jaar lang artikelen over het onderwerp te maken die gepubliceerd geraakten dan ervaring op te doen.

Met andere woorden: een academische carrière wordt vandaag opgebouwd via een reeks prefab stukjes. Je moet ze enkel tijdig op de juiste plaats in mekaar laten vallen. We weten ondertussen dat de druk hiervoor in enkele (hopelijk zeldzame) gevallen zelfs tot fraude leidt… Maar zoals iemand opgemerkt heeft: fraude is als doping. Het is dus bijzonder moeilijk om zoiets uit te schakelen in de topsport.

(4) Dit brengt ons bij de universitaire boordtabellen. Een van de grote dada’s daarbinnen is de “tenure track”. Hierbij wordt gewoonlijk enkel heel individualistisch naar de carrière van de enkeling gekeken. Dat er een dynamiek kan bestaan binnen een onderzoekseenheid die haar eigen noodwendigheden heeft, wordt meestal over het hoofd gezien. Ik kan hier bijzonder schrijnende voorbeelden van geven. Maar het heeft ook gevolgen op het vlak van de carrièreplanning van de enkeling zelf. Waarom zou hij iets doen enkel en alleen omdat het in het belang van de onderzoekseenheid is, zeg maar het team? Dit levert de betrokkene immers niets op. Als puntje bij paaltje komt, zal een commissie aan de hand van haar boordtabellen daar niet in het minst rekening mee houden en eventueel iemand compleet anders benoemen om de vruchten van iemands inzet te laten kapen. Want die ander zal ondertussen eventueel iets meer publicaties op zijn naam hebben.

Uiteraard kan men bepleiten dat al die prefab stukjes waarover ik het hierboven had, enige objectivering toelaten en in die zin nog altijd rechtvaardiger zijn dan willekeur. Dit is juist. Maar men moet dan wel beseffen dat andere belangrijke elementen zonder belang blijven: ervaring in de ruime zin, ruime belezenheid, interdisciplinaire gevoeligheid, tijd die iemand besteedt aan omgang met MA (en zeker met BA) studenten, en in het geval van sociale wetenschappers: vooral ook praktijk-ervaring, terrein-ervaring, bezig zijn niet met folklore (allerlei eigenaardigheden die eigenlijk compleet maatschappelijk irrelevant zijn), maar met serieuze maatschappelijke uitdagingen, én bereidheid om zich voor een team in te zetten, dit wil zeggen: ook eens iets voor een ander willen doen.

Het is trouwens niet alleen bij aanwervingen en promoties dat met prefabs gewerkt wordt. Het speelt even zeer bij het aantrekken van onderzoeksgelden, waarbij het geformatteerde sociaal-wetenschappelijke onderzoek belangen van kabinetten tegemoet komt (in geval van onderzoeksopdrachten) of perfect kleurt binnen de lijntjes van reeds bestaand, “erkend” onderzoek. Het maakt heel wat onderzoeksresultaten  op sociaal-wetenschappelijk vlak enorm voorspelbaar.

Ik meen begrepen te hebben dat de kersverse Leuvense rector daar iets wil aan doen. Hij wenst onderzoek dat maatschappelijk relevant is, dus… ook een beleid durft in vraag stellen? En dus… ook riskeert niet gefinancierd te geraken? Maar wie is de wetenschapper die dit waagt, wetende dat men zich daarmee in de vingers snijdt… Er zijn boordtabellen, nietwaar, en die zijn vandaag absoluut niet op maat gemaakt bijvoorbeeld van een toekomst gerichte antropologie (om me daartoe te beperken)? Ze zijn enkel op maat gemaakt van al dan niet hogere “rankings”, en dan nog vanuit een zeer-korte-termijn perspectief.

Ik neem aan dat het anders ligt voor de zogenaamde harde wetenschappen. In alle geval, ik hoop het voor hen. Maar dat wat ik beschreven heb, is wel – in het kort – wat ik over de jaren meer en meer ondervonden heb binnen de academische sector waar ik zelf werkzaam was.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!