emimage flickr 3383747692
Opinie, Nieuws, België - Jasmien Vandermeeren

De GAS-boetes: gezonde moraal vervangen door financiële repressie

Morgen is het betoging tegen de GAS-boetes, die op donderdag 30 mei 2013 werd goedgekeurd in het federaal parlement. 213 middenveldorganisaties uitten eerder al hun ongenoegen over het wetsvoorstel, maar hun mening werd volstrekt genegeerd. Nochtans vertegenwoordigen die middenveldorganisaties toch een hoop mensen? Eigenlijk zouden we met zijn allen moeten mee betogen. Maar zal dit ook gebeuren? Is de betrokkenheid van burgers groot genoeg?

vrijdag 28 juni 2013 17:10

Als ik in deze tijd als kind had geleefd – of de nabije toekomst – dan hadden mijn ouders meer dan eens diep in de portemonnee mogen tasten. Op mijn elfde wilden we met vier vrienden een ‘vuurtje stoken’ tegen de koude, terwijl we op ontdekkingstocht waren in een verlaten aanpalend pand van mijn buurvrouw, en er brak bijna een brand uit omdat iemand een spuitbus in het vuur gooide. Ik zie ons daar nog staan ‘blussen’: we hebben er talloze dekens en ijsblokken op gegooid, en zijn toen allemaal in verschillende windstreken naar huis gevlucht, om bang te zitten afwachten. Achteraf ben ik mij persoonlijk moeten gaan excuseren bij de buurvrouw en heb van mijn ouders een aantal oorvegen gevangen die mijn oren deden rinkelen. Dat excuus, dat was het ergste wat ik ooit heb moeten doen als kind. Ik kan me niet voorstellen dat je die schaamte zou kunnen uitdrukken in geld, en ben er zeker van dat een geldboete mijn ouders meer zou hebben gefrustreerd dan mij effectief iets te hebben geleerd.

Morgen is het betoging tegen de wetgeving rond de GAS-boetes, die op donderdag 30 mei 2013 werd goedgekeurd in het federaal parlement. 213 middenveldorganisaties uitten eerder al hun ongenoegen over het wetsvoorstel, maar hun mening werd volstrekt genegeerd. Nochtans vertegenwoordigen die middenveldorganisaties toch een hoop mensen? Als men even de optelsom van aanhangers van die organisaties maakt, is hun achterban zelfs 1 miljoen mensen groot. De Vlaamse Jeugdraad wil nu gerechtelijke stappen ondernemen, en met de betoging een duidelijk signaal aan de overheid geven dat een groot deel van de samenleving zijn veto stelt tegen de invoering van de GAS-boetes.

Eigenlijk zouden we met zijn allen moeten mee betogen. Maar zal dit ook gebeuren? Is de betrokkenheid van burgers groot genoeg? Het eerste probleem is dat de GAS-boetes niet gemakkelijk definieerbaar en willekeurig zijn. Als je mensen vertelt dat ze voor te snel rijden in de toekomst een hogere boete zullen krijgen, dan steigert de massa. Nochtans is dit écht risicogedrag, en kan een adequaat beleid effectief zorgen voor minder dodelijke ongevallen. Geldboetes hebben effect, als ze consistent en consequent een zelfde soort gedrag (herhaaldelijk) bestraffen. Risicovol rijgedrag wordt bestraft, punt. De GAS-boetes echter richten zich tegen een amalgaam van vage acties en gedragingen, die zogezegd de openbare ruimte bedreigen en nu gecriminaliseerd zullen worden – iets wat toch veel meer weerstand zou moeten oproepen. Niemand weet nu al in hoeverre een gemeente zijn beleid zal verstrengen. Alles hangt dan ook vaak af van een lokale ambtenaar en van de lokale definitie van ‘overlast’. Dit zet toch de deur wagenwijd open voor machtswellust en corruptie? Geef iemand zoveel macht over de openbare ruimte, zonder noodzakelijke tussenkomst van het gerechtssysteem, en daar komt geheid misbruik van.

Het tweede probleem is dat men voorbijgaat aan het probleem van de financialisering van een gezonde moraal. Iedereen schreeuwt moord en brand over het verlagen van de leeftijdsgrens en dus de groeiende intolerantie tegenover jongeren. Grapjassen maken cartoons rond de totaal absurde willekeur van de boetes van gemeente tot gemeente, maar er wordt te weinig gesproken over de rol van geld in het sturen van menselijk gedrag. Is dit werkelijk de weg die we willen inslaan? Willen we normoverschrijdend gedrag tot een bron van inkomsten voor de staat herleiden? Dat werkt misschien in het verkeer, maar de maatschappij is wel complexer dan enkele regeltjes rond snelheid, ritsen en rode lichten. In het verkeer draagt iedere bestuurder verantwoordelijkheid voor zijn vehikel, en het rijbewijs is het letterlijke bewijs van het feit of de vooronderstelling dat je de regels in het verkeer kent. Het feit echter dat mensen de verkeersregels respecteren, is voor een groot stuk pragmatisch te noemen: mensen willen vermijden dat ze een ongeval hebben of dat er schade aan hun wagen wordt berokkend of aan (die van) een andere persoon.

Maar onze moraal is veel minder pragmatisch en veel meer gevoelsmatig.

In de maatschappij heb je een complexe, sociale dynamiek die zich maar moeilijk laat vatten in één systematiek van regels. Er bestaat geen algemene ‘wegwijzer’ voor het leven en geen examen die het moreel besef van iemand toetst. De regels worden met de regelmaat van de klok overtreden, omdat mensen de regels niet beheersen of nooit aangeleerd werden, omdat zij ze niet willen beheersen, omdat ze de bestaande orde willen uitdagen, omdat ze onder groepsdruk handelen, omdat ze zich niet bewust zijn of juist wél bewust zijn van hun ‘risicogedrag’, omdat hun normen divergeren met de bestaande normen van een soms voor hen verstikkende meerderheid enz. Hoe kan je zo’n complex systeem dan in geldboetes proberen vatten?

Los van die complexe dynamiek en de onvermijdelijkheid van normoverschrijdend gedrag in een complexe maatschappij, geloof ik geenszins in de doeltreffendheid van geldboetes als het om de moraal van mensen gaat. Het enige wat je hiermee zal bereiken, is een kortstondige frustratie omdat mensen aan hun geld moeten komen. Een ‘gegoede burger’ zal ook anders op een financiële vordering reageren dan een ‘arme’, een – financieel afhankelijke – jongere anders dan een volwassene, enzovoort. Er is zoveel ruimte voor interpretatie langs weerskanten: het soort gedrag dat wordt bestraft en als normoverschrijdend wordt beschouwd is bijna willekeurig te noemen, het soort reactie dat een geldboete zal uitlokken is ook geheel willekeurig. Feit is echter dat bepaalde kansengroepen meer in het vizier zullen komen, en dat de mensen met de minste kansen zich geconfronteerd zullen weten met geldboetes die hun financieel potentieel ver overstijgen. Dan zullen er weer schulden ontstaan, en dat zal koren zijn op de molen van de deurwaarders. Maar zullen de boetes écht iets veranderen, of zullen ze gewoon de middenklasse frustreren, bij kansarmen meer schulden creëren en in het algemeen moreel besef afzwakken tot een afweging in termen van ‘financieel verlies’?

Als alles – en ook gedrag – in geld uit te drukken valt, krijgen mensen dan vooral een besef van de negatieve waarde van geld, of van de positieve waarde van hun persoonlijkheid, morele grenzen en goed gedrag? Ik denk, dat het meer het eerste zal zijn. DeWereldMorgen.be

Jasmien Vandermeeren is communicatiemedewerker bij FairFin

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!