Moskee De Koepel: McCarthyisme in de aanloop naar de moeder aller verkiezingen

donderdag 20 juni 2013 13:17

Sinds 11 september 2001 heeft de Staatsveiligheid met de regelmaat van de klok gewezen op staatsgevaarlijke actoren, waarbij de aandacht voor zogenaamde salafisten bij tijden tot absurditeiten leidde. We kunnen de periode van het tumultueuze hoofddoekenverbod in de Antwerpse athenea aanhalen om te wijzen op de verklaringen van Alain Wynants rond imam Nordin Taouil.

De verklaringen van de Staatsveiligheid hebben slechts een karaktermoord van de geviseerde persoon tot doel, en elke collateral damage – de echtgenote van Nordin Taouil werd als onthaalmoeder op staande voet ontslagen bij Kind & Gezin – is acceptabel.

De methodiek waarbij verdachtmakingen de wereld in worden gestuurd, en die een onmiddellijk effect tot gevolg hebben – dus nog vòòr er enig onderzoek ten gronde is! -, wordt altijd aangehaald wanneer een politieke agenda dat vereist. Dit is een verontrustende evolutie. Deze methodiek staat vanzelfsprekend niet los van een meesterlijk gemanipuleerde publieke opinie waarin bepaalde minderheden geviseerd worden. Iemand publiekelijk aan de schandpaal nagelen, zonder enige vorm van onmiddellijk verweer, is niet alleen verwerpelijk maar holt ook onze rechtsstaat uit.

Na de Russische Revolutie van 1917 ondergingen de Verenigde Staten de zogenaamde First Red Scare (Rode Angst) waarin een massahysterie door verschillende media en prominente politici werd onderhouden, om bepaalde politieke doelstellingen verwezenlijkt te zien.

In deze sfeer ontstond een heksenjacht waarin ettelijke grondrechten buiten werking werden gesteld, vooral wanneer Europese migranten op de beklaagdenbank terecht kwamen.

Na de tweede wereldoorlog werden de Verenigde Staten, onder impuls van Joseph McCarthy van de Republikeinse Partij, getrakteerd op The Second Red Scare.

Simpele verdachtmakingen, al dan niet geïllustreerd met “een lijst namen uit goede bronnen”, waren schering en inslag en leidden tot publieke schertsvertoningen waarin vooral intellectuele opponenten werden uitgeschakeld. Gevoed door geopolitieke dynamieken, zoals de Koude Oorlog, kreeg McCarthy heel veel bijval in de media.

Deze verdachtmakingen – die bewust vaag werden gehouden – kregen een absurd waarheidsgehalte door de gezagvolle positie van waaruit McCarthy zijn duivels, with a little help from the media, ontbond.

Na de val van het communisme heeft de voormalige secretaris-generaal van de NAVO, Willy Claes (sp.a)  – ook bekend als één van de actoren in het Agustaschandaal -, voor een ommekeer in het Westerse vijandsbeeld gezorgd. Claes verklaarde in 1995 de oorlog aan de fundamentalistische islam, door te stellen dat de islam de grootste uitdaging is waarmee het Westen sinds het einde van de Koude Oorlog werd geconfronteerd.

Nu hoef je gelukkig geen historicus of politieke analist te zijn om parallellen te trekken tussen enerzijds The First Red Scare en de naweeën van The Second Red Scare, en het nieuwe vijandsbeeld dat met 9/11 een climax beleefde en de huidige islamofobe sfeervorming anderzijds.

Een nieuw hoogtepunt aan verdachtmakingen hebben we vorige week meegemaakt toen Moskee De Koepel het voorwerp is geworden van een intrekkingsprocedure met betrekking tot haar erkenning door de Vlaamse overheid, nadat de Staatsveiligheid gewag maakte van radicale en salafistische invloeden.

Ook hier zie je dat het gewenste effect – het in discrediet brengen van een moskeegemeenschap en haar religieuze leider – onmiddellijk ingang vindt. Dat achteraf zal blijken dat de beschuldigingen ongegrond of – in het beste geval! – moedwillig overdreven zijn, zal geen afbreuk doen aan de schade die verschillende moslimgemeenschappen ondertussen hebben opgelopen… u weet wel, acceptabele collateral damage.

De Staatsveiligheid is blijkbaar een gewillige gebruiker van het McCarthyisme en misbruikt haar gezagvolle positie om vage beschuldigingen een onzinnig waarheidsgehalte mee te geven.

De samenleving wordt rijp gemaakt om een overgedramatiseerde boodschap te aanvaarden en zich te laten overspoelen door emo-politiek. Geheel in de traditie van het McCarthyisme maken wij een heropleving van de angstbeelden van 9/11 mee. Het waarheidsgehalte van de aantijgingen zijn niet belangrijk, wel het beoogde doel!

Daarom is het hoog tijd dat wij in dit land de werking van de Staatsveiligheid juridisch beter omkaderen. In 2010 verscheen een rapport van het Comité I dat de Belgische inlichtingendiensten controleert. Het comité ondervroeg voor de audit de toenmalige 49 leidinggevenden en de 524 operationele personeelsleden en kwam tot een reeks pijnlijke conclusies.

Een deel van het personeel noemde de visie, de leiding, de communicatie en het personeelsbeheer bij de Staatsveiligheid volledig afwezig, of op z’n minst “zwaar deficiënt”. Het personeel en de lagere chefs zouden ook zeer gebrekkig en laattijdig worden ingelicht over strategische keuzes. Een op de vijf chefs kende de operationele doelstellingen onvoldoende, of zelfs helemaal niet.

Eén van onze redactieleden heeft de laatste dagen kosten noch moeite gespaard om de ware toedracht rond de beschuldigingen aan het adres van Moskee De Koepel te achterhalen. Bij het kabinet van Geert Bourgeois verwijzen ze naar justitie, en bij justitie verwijzen ze naar het kabinet van Bourgeois.

Bij de Staatsveiligheid uiteraard geen commentaar in het belang van de “veiligheid van de Staat”.

Bij de Moslimexecutieve bevestigen ze inderdaad de ontvangst van een schrijven vanuit het kabinet Bourgeois waarin hij vraagt om de procedure toe te passen uit het besluit van 30 september 2005, waarin de Vlaamse Regering de mogelijkheid heeft om de erkenning op te heffen indien de geloofsgemeenschap niet meer voldoet aan één of meerdere erkenningcriteria.

De opheffing van de erkenning moet echter gemotiveerd zijn en vooraleer het besluit tot opheffing kan genomen worden, zal eerst aan de Moslimexecutieve gevraagd worden een dossier te bezorgen met de stukken en inlichtingen die werden aangeduid in het voornemen om de erkenning op te heffen. Daarnaast moet de plaatselijke geloofsgemeenschap ook de mogelijkheid krijgen om verantwoordingsstukken, en elementen betreffende de beoordelingscriteria, aan het “representatief orgaan” te verstrekken om het dossier te ondersteunen. Op basis van al deze elementen zal geoordeeld worden of de beschuldigde geloofsgemeenschap haar erkenning verliest.

Maar daar wringt juist het schoentje! De overheid heeft de hete aardappel doorgeschoven naar de Moslimexecutieve, goed wetende dat deze lege-doos-instantie er niets van zal terecht brengen. Achter de schermen wordt er “druk” gewerkt aan de vorming van een nieuwe structuur met rechtstreekse afvaardigingen van moskeeë uit de drie gwesten. De uitkomst van die oefening is onzeker en zal al helemaal niet op een paar maanden rond zijn. Hoe dan ook, het huidige bestuur ligt op sterven na dood en bevindt zich principieel in “lopende zaken”. De Moslimexecutieve is vooral teloorgegaan door de politieke machtspelletjes van een aantal ‘analfabeten’ (met alle respect voor een kleine minderheid die wel bekwaam is, maar niets kan ondernemen) die dankzij democratische verkiezingen verkozen zijn geraakt (2005).

Net deze figuren krijgen een belangwekkend rapport rond de erkenning van De Koepel in de schoot geworpen, terwijl ze op dit ogenblik uitsluitend bekommerd zijn om hun postjes!

Graag sluit ik af met de woorden, uitgesproken door J. N. Welch, die Joseph McCarthy uiteindelijk hebben gekelderd:

“Have you no sense of decency, sir? At long last, have you left no sense of decency?”

Abdelhay Ben Abdellah – Voorzitter Platform Moslim Organisaties (PMO)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!