Olie op water
Nieuws, Wereld, Samenleving, Cultuur, Nigeria, Olie-industrie, Nigerdelta, Boekrecensie, Olie op water, Helon habila -

‘Olie op water’: de schrijver-journalist als drakendoder

"Schrijven als zoektocht, als speurwerk is altijd een belangrijk aspect geweest in mijn schrijven, misschien omdat ik mijn carrière als journalist begonnen ben", vertelde de Nigeriaanse auteur Helon Habila begin 2012 op de jaarlijkse Winternachtenlezing van het Writers Unlimited Festival in Den Haag. Een journalistieke queeste staat ook centraal in 'Olie op water', Habila’s derde roman, die eerder dit jaar in Nederlandse vertaling verscheen.

dinsdag 18 juni 2013 10:28

De jonge journalist Rufus en zijn verzopen voorbeeld Zaq krijgen de opdracht om de ontvoerde vrouw van een Britse petrochemicus in dienst van de olie-industrie op te sporen. Ze is verdwenen uit haar duur betaalde veilige cocon en vertoeft wellicht ergens in de Nigerdelta, een olierijke regio waar militaire eskaders en terroristen/vrijheidsstrijders een meedogenloos kat-en-muisspel spelen.

De openingsalinea van ‘Olie op water’ leest als een beginselverklaring, niet alleen van het hoofdpersonage Rufus, ook van Habila: “Ik volg een vertrouwd pad, met keurig gelabelde en gedateerde voorvallen, maar halverwege laat mijn geheugen mijn hand los en komt er een mist op die de gezichten en de plaatsen aan het zicht onttrekt; ik moet om me heen tasten in het donker, ben de weg kwijt en moet gaandeweg de verduisterde momenten invullen, de gezichten en de plaatsen, zelfs de emoties verzinnen. Soms moet ik om op koers te blijven, terugkeren naar beter herkenbare oriëntatiepunten en kan dan, met dat vangnet onder me, naar minder bekend terrein springen.”

In zijn Winternachtenlezing omschreef Habila kunst (en het leven zelf) als “een manier van zien”. Literatuur heeft volgens hem de kracht – en de taak – om het gezichtsvermogen te doen toenemen. En de blik van vele personages in ‘Olie op water’ is danig vertroebeld, door machtshonger, ziekte, misbruik, alcohol, wraakgevoelens, sensatielust,… Het is alsof een oliefilm voortdurend de ogen bedekt en een klare kijk verhindert. “We kijken met onze ogen, maar er is meer voor nodig om écht te kunnen zien”, vertelde Habila in Den Haag. Als één van de fundamentele functies van de roman ziet hij “de poging om de waarheid meester te worden, het streven om te overtuigen – om de afstand tussen waarheid en fictie als het ware kleiner te maken”.

Op zijn speurtocht verkiest Habila het perspectief van het vertrappelde individu, dat gekneld zit tussen politieke machthebbers, militaire rabauwen en rücksichtslos op winst beluste bedrijven. ‘Olie op water’ toont dat deze als journalistieke expeditie verpakte ontmaskering geen rechtlijnig, duidelijk afgebakend pad volgt. De focus springt heen en weer tussen heden en verleden, terwijl Rufus en Zaq van het ene verkoolde eiland naar de andere met olie besmeurde mangrove dwalen. De waarheid is geen pot met goud aan het einde van de regenboog.

‘Olie op water’ verbeeldt de Nigerdelta als een tot op het bot verrot doolhof van corruptie, geweld en ziekte. Een ecologisch rampgebied in staat van ontbinding waar sociaal-economische uitbuiting beantwoord wordt met militaire terreur. Steeds schieten in de achtergrond de giftige vlammen van gasfakkels de lucht in. Elke vorm van leven is er op sterven na dood. Ook een in witte gewaden geklede religieuze gemeenschap die een baken van rust wil zijn, wordt meegesleurd in de vuile oorlog.

Kunnen journalisten deze wantoestanden dan aan de kaak stellen? Habila beschrijft hoe de pers vaak slechts op sensatie belust is. Een ontvoering of moordpartij doet het goed op de cover, zeker met een schokkende foto erbij, maar de echte verhalen blijven onverteld. Ooit een invloedrijk journalist die wel deze echte verhalen de wereld in stuurde, blijkt Zaq nu slechts een schim van zichzelf, een gedesillusioneerd en doodziek fantoom. Wanneer deze veteraan van vele oorlogen niet koortsig ijlt, is hij beneveld door de drank.

De waarheid vertellen is dan ook niet zonder gevaar. Verschillende klokkenluiders bekochten dat met hun leven, zodat nu slechts een beginnende reporter en een in zijn eer gekrenkte oud-strijder op pad gaan. Enkele andere journalisten uit de grootstad Lagos brengen een blitzbezoek, met onaangepast schoeisel, terwijl ze tevergeefs verbinding zoeken met hun mobiele telefoons.

In zijn debuut ‘Waiting for an Angel’ (Wachten op een engel) verwees Habila al naar Ken Saro-Wiwa, de schrijver-activist die in 1995 na een schijnproces werd opgehangen omdat hij campagne voerde tegen de misbruiken van de olie-industrie en het schuldig verzuim van het Nigeriaanse regime onder generaal Sani Abacha. Deze onverkwikkelijke affaire waart ook door ‘Olie op water’.

Habila’s schrijvende zoektocht eindigt op een nogal bevreemdend optimisme dat haaks lijkt te staan op wat eraan voorafging. De grillige hellevaart door een ziekelijk labyrint houdt halt in “een helende omgeving”, waar voor de verschillende personages een perspectief voorbij de horizon wacht. Voor één van hen, een overleden man, wenkt “de eeuwigheid, waar die zich ook mag bevinden”.

Anderen hebben beterschap in het vooruitzicht, al wordt die geformuleerd in de voorwaardelijke wijs: “Haar littekens zouden een steeds kleinere plaats innemen in haar bewustzijn en op een dag zou ze in de spiegel kijken en zien dat ze verdwenen waren” of voor een andere vrouw: “Een nieuwe periode zou voor haar beginnen, van mentale genezing”. Een “armetierige armada” bestaande uit Delta-bewoners staat “op het punt zich opnieuw op onbekende wateren te wagen, het duister te trotseren om het licht te bereiken”.

Om de immer voortdurende queeste naar waarheid (voorlopig) een veilige haven binnen te loodsen, probeert ‘Olie op water’ het kwaad te bezweren met hoopvol optimisme. Ook al is halt houden eigenlijk geen optie voor de geëngageerde schrijver. Want, zo vertelde Habila begin 2012 in Den Haag:

“De schrijver is als die drakendoder uit de legende, die onvermoeibaar naar draken zoekt, van stad naar stad, van dorp naar dorp trekt, gekweld door zijn hartstocht; hij weet dat hij, als hij eenmaal stopt om te rusten, of nadenkt over de hachelijkheid van zijn onderneming, zal worden overvallen door precies het kwaad dat hij tracht uit te roeien.”

Koop dit boek hier in onze shop.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!