ILO green jobs
ACV, IAO, Waardig werk, Rechtvaardige transitie, Groene jobs, Internationale Arbeidsconferentie -

IAO gaat groen: akkoord over rechtvaardige transitie op Internationale Arbeidsconferentie

vrijdag 14 juni 2013 17:49

Deze middag is het comité over duurzame ontwikkeling op de Internationale Arbeidsconferentie tot een akkoord gekomen over een tekst die best ambitieus is. Werkgevers, werknemers en overheden uit heel de wereld waren het eens dat “een rechtvaardige transitie voor iedereen naar een ecologisch duurzame economie goed moet aangepakt worden en moet bijdragen aan de doelstellingen van waardig werk voor iedereen, sociale inclusie en de uitroeiing van armoede”.

Het verzoenen van economische ontwikkeling, sociale vooruitgang en milieubescherming is geen eenvoudige opdracht. De vergroening van de economie en de creatie van groene jobs spelen hierbij een belangrijke rol. De vraag is echter hoe dit kan gebeuren op een sociaal rechtvaardige manier. Zorgt die vergroening ook voor extra jobs? Jobs die ook waardig zijn? Voor sociale bescherming? Voor de uitroeiing van armoede? Enz.  Om tegemoet te komen aan deze bekommernissen werden de belangrijkste principes van deze rechtvaardige transitie vastgelegd. Er wordt verwezen naar het belang van de sociale dialoog, van collectieve onderhandelingen, de bescherming van fundamentele arbeidsrechten, de genderdimensie, het belang van opleiding en vorming. Tegelijkertijd was het belangrijk voor de lidstaten dat de specifieke kenmerken van elk land in rekening gebracht worden.

Niet alleen de principes maar ook het beleidskader voor een rechtvaardige transitie wordt beschreven. De rol van het macro-economisch en groeibeleid wordt toegelicht. Er wordt gewezen op de mogelijk negatieve impact van het milieubeleid op de inkomens van armere groepen. Er is aandacht voor industrieel en sectoraal beleid, voor beleid gericht op de ondernemingen. Ook de thema’s die voor de vakbonden zeer belangrijk zijn zoals vorming en onderwijs, veiligheid en gezondheid op het werk,  sociale bescherming, actief arbeidsmarktbeleid en het belang van internationale arbeidsrechten komt aan bod. Het spreekt voor zich dat er ook aandacht is voor de sociale dialoog en het belang van de tripartiete aanpak (overheden samen met werkgevers en werknemers).

Dank zij dit akkoord worden de principes van duurzame ontwikkeling, dus inclusief de milieudimensie, breed geïntegreerd in de werking van de Internationale Arbeidsorganisatie. De IAO deed reeds zeer waardevol werk rond groene jobs. http://www.ilo.org/empent/units/green-jobs-programme/lang–en/index.htm Dit werk kan nu versterkt en verder uitgebouwd worden. Ook naar de buitenwereld toe, in globale en regionale instellingen, met lidstaten, in het kader van de post-2015 ontwikkelingsdoelstellingen kan de ILO nu actief zijn rol spelen om waardig werk, armoedebestrijding en de rechtvaardige transitie te bepleiten. Het had nog veel beter geweest indien in de tekst ook een rechtstreekse verwijzing stond naar de klimaatonderhandelingen. Spijtig dat hiervoor blijkbaar het water te koud was bij de lidstaten.

De rol van de meeste landen was trouwens (over het algemeen) veel minder constructief dan we verwacht hadden. Zo kregen we ook geen steun om te werken aan een echte ILO-conventie over de rechtvaardige transitie. Ook niet van Europa trouwens. Europa sloot zich aan bij landen zoals de VS, Canada, Australië, enz. die zich hoofdzakelijk beperkten tot opmerkingen over de leesbaarheid van de tekst… Er was ook een voorstel van de EU om “Corporate Social Responsability” in de picture te zetten. Hoewel dit concept, dat door de/sommige werkgevers gepromoot wordt,  in bepaalde omstandigheden een goed instrument kan zijn, is deze vrijwillige en vrijblijvende aanpak veel te mager in het licht van de uitdagingen om tot een rechtvaardige transitie te komen. Gelukkig konden we met de werknemersgroep het amendement van tafel vegen.

Even zorgwekkend als de passieve rol van de EU en consoorten was de houding van de emerging countries zoals Brazilië, Indië en vaak ook Mexico en China. Om te beginnen weigerden Brazilië en Indië om te aanvaarden dat het hier over het antwoord vanuit de world of work  op de milieu-uitdagingen gaat. De tekst werd steeds verzwakt door verwijzingen naar de drie dimensies van duurzame ontwikkeling. De hele werking van de ILO rond waardig werk, sociale rechtvaardigheid enz. staat meer dan garant voor een goede onderbouwing van de sociale dimensie. Het ging nu om de milieudimensie die de nodige aandacht moest krijgen. Een gemiste kans dus.

Vervolgens probeerden (vaak) dezelfde landen de constructieve en proactieve ILO-aanpak met de drie partijen te vergiftigen door de conflicten uit de klimaatonderhandelingen en Rio+20 bij de ILO binnen te brengen. Niemand ontkent de legitimiteit van het begrip ‘gemeenschappelijke maar verschillende verantwoordelijkheid’ voor de klimaatproblematiek. Maar achter deze CBDR-discussie, jargon voor de Engelse vertaling common but differentiated responsabilities, schuilt de (legitieme) vraag vanuit de ontwikkelingslanden voor financiering en de verantwoordelijkheid voor de geïndustrialiseerde landen om hun CO2-emissies te reduceren. Een vraag die er echter voor zorgt dat het klimaatproces vast zit en de Rio+20 conferentie  uiteindelijk maar een  beperkt succes was.

Werkgevers en vakbonden van hun kant hebben tijdens deze conferentie aangetoond dat ze op een constructieve manier tot een akkoord kunnen komen over een moeilijk thema zoals de transitie naar een ecologisch duurzame economie. De driepartijenaanpak van de ILO beidt dus kansen om vooruitgang te boeken. We moeten er nu voor zorgen dat dit akkoord ook het Belgische en Vlaamse sociale overleg over de vergroening van de economie en groene jobs in de Centrale Raad voor het  Bedrijfsleven, de SERV, de Minaraad, enz. kan inspireren.

Bert De Wel
Studiedienst ACV

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!