De ondraaglijke lichtheid van mensenrechten

De ondraaglijke lichtheid van mensenrechten

woensdag 12 juni 2013 15:03

Raken de beelden van een ingestort textielbedrijf in Bangladesh en het stijgende cijfer van slachtoffers ons nog?  Wat denken we van het – wie durft het zeggen? – systeem van vrouwenverkrachting in India?  Excuseer, misschien stoor ik bij het kiezen van een nieuwe outfit – of erger tijdens een prettige stoeipartij met een welwillende partner.

Is er geen mijnramp in China, waarbij honderden kompels in de ondergrond vastzitten en/of omkomen, dan sneuvelen er wel wat arbeiders bij een ontploffing van een of andere munitiefabriek.  Ik zeg wel “sneuvelen”, want er lijkt een ware oorlog aan de gang tussen aan de ene zijde ondernemers en overheid en de burgers aan de andere kant, een oorlog die te maken heeft met het heden alles overheersend economisch regime van het kapitalisme.

Gezichten komen ons tegemoet van buren en familieleden die proberen de stem van een overlevende onder het puin te horen en er hem/haar onderuit te halen.  Vrouwen, bijgestaan door mannen die het label ‘verkrachter’ weigeren, lopen de straat op en roepen met grimmige blikken hun machteloze woede tegen het vrouwenstatuut van loslopend wild in de ogen van gezagdragers, politiemannen die hen zouden moeten beschermen.  Het zijn beelden die ons aan Van Akens Klinkaart, Boons Pieter Daens, aan Dickens of aan de Londense “finishes” door Flora Tristan beschreven, herinneren.  Ze mogen ons echter niet doen vergeten, dat in de informele sector van het zwartwerken bij ons ook heel wat wantoestanden bestaan, die slechts onrechtstreeks bekend worden via ellendige woontoestanden waar huisjesmelkers rijk van worden.

En toch… slechts een paar dagen na het instorten van het gebouw, komen dezelfde of verwante arbeid(st)ers op straat om elders in een even onveilig atelier of mijn te mogen werken.  Want elke cent hebben ze letterlijk broodnodig.  Ook bij ons kan je beter mobiliseren voor de slachtoffers van individuele moorden of ongevallen dan tegen erbarmelijke werk- en woonomstandigheden.

Bestaat er dan geen maatschappelijk of politiek vangnet?  Kunnen onze mensenrechtensystemen dan geen bescherming bieden?  Niet alle staten hebben echter mensenrechtenverdragen, zelfs niet de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ondertekend.  Op dat vlak blijven vooral landen in Azië in gebreke.  Bovendien kan een organisatie als de UNO de lidstaten niet tot maatregelen tegen schending van de mensenrechten verplichten.  Ze kan hoogstens aanbevelingen geven. 

Uit die ervaring hadden Afrikaanse staten bij het opstellen van het Afrikaans Handvest inzake Mensen- en Volkenrechten een en ander opgestoken.  Op basis van het groepsdenken, dat volgens sociologen, etnologen, denkers, eigen is aan de meeste Afrikaanse gemeenschappen, wordt in het Handvest een nauwe band gelegd tussen rechten en plichten.  Hierop had de Amerikaanse Verklaring inzake Rechten en Plichten van de Mens weliswaar reeds vroeger gealludeerd, maar dat werd achteraf niet geconcretiseerd.  Bovendien wordt bij “plichten” meestal, bij ons vooral in rechtse middens, gedacht aan plichten voor het individu.

Dat economische groepen, (multi)nationale bedrijven en vooral staten zelf, de overheid en haar diensten en besturen, plichten zouden kunnen hebben tegenover hun burgers, is een idee dat weinig politieke zeggings- en draagkracht krijgt.  Het houdt in dat wanneer iets, bijvoorbeeld menswaardige werkcondities, bescherming tegen seksueel geweld als mensenrecht wordt erkend, de staat de plicht heeft dat recht te realiseren, te waarborgen en over het respecteren ervan moet waken.  Ga ik nu niet dagdromen?

Het Afrikaans Handvest biedt hier misschien een interessante denkpiste door “collectieve” en individuele rechten en plichten met elkaar te verbinden.  Ik spreek wel van een mogelijk denken, want mensenrechten en –plichten in een collectieve context zijn nergens, zeker niet op het Afrikaans continent aan een begin van verwezenlijking toe.  Reeds het indienen van een klacht door een individu vertegenwoordigt overal een lijdensweg.  Daarnaast ga ik hier niet eens in op het tekortschieten van de controle op het respecteren en toepassen van mensenrechten en –plichten.  Niet zozeer omdat de organen daartoe ontbreken, maar omdat de mechanismen niet werken wegens  diplomatieke en politieke touwtrekkerij en afspraakjes tussen staten.

Is echter de politieke wil aanwezig, dan blijft de vraag naar de verhouding tussen politieke en economische macht geheel open.  Op dit ogenblik ontstaan er hier en daar niches van zelfredzaamheid, van coöperatie … waarbij mensen in waardige omstandigheden hun brood kunnen verdienen.  Maar dan worden onze T-shirt en jeans duurder.  En is verkrachting voor ons iets meer dan een maatschappelijk epifenomeen dat naar een posttraumatische therapeut wordt verwezen?  Het probleem is niet zo zeer of we aan het kapitalisme en ons globaliserend machtsysteem iets kunnen veranderen, dan wel of we wel iets anders willen.

Standpunt geschreven door Gerlinda Swillen, voorzitster Masereelfonds vzw (gepubliceerd in Aktief/ledenblad van het Masereelfonds, jrg.2-2013)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!