‘We Steal Secrets’: WikiLeaks-documentaire hevig onder vuur
Nieuws, Wereld, Samenleving, Cultuur, Documentaire, Recensie, WikiLeaks, Julian Assange, Bradley Manning, Alex GIbney -

‘We Steal Secrets’: WikiLeaks-documentaire hevig onder vuur

Documentairemaker Alex Gibney verdedigt, ook tegenover conservatieve Amerikaanse media, klokkenluider Bradley Manning en zijn “daad van burgerlijke ongehoorzaamheid” want “het lekken van informatie deed heel veel goed”. Zelf ligt hij onder vuur omwille van 'We Steal Secrets: The Story of WikiLeaks', een film die haast niemand zag, maar die Julian Assange en zijn aanhangers alvast tilt deed slaan.

dinsdag 11 juni 2013 22:50

De Amerikaanse Oscarwinnaar (voor Taxi to the Dark Side) Alex Gibney (°1953) is het gewend om zich in het oog van de storm te bevinden. Meer nog, de documentairemaker lijkt vaak de controverse op te zoeken. Zelf omschrijft hij zijn werk eerder als tegendraads en kritisch.

Spraakmakend zijn Gibney’s documentaires alleszins. In Mea Maxima Culpa: Silence in the House of God (2012) rekende hij recent nog af met de katholieke kerk vanwege doofpotoperaties bij kinderseksschandalen. Eerder stelde hij businesscorruptie aan de kaak met Enron: The Smartest Guys in the Room (2005) en bracht hij de martelingen tijdens de oorlog in Afghanistan onder de aandacht in Taxi to the Dark Side (2007).

Minder omstreden, maar daarom niet minder ontluisterend, was Client 9: The Rise and Fall of Eliot Spitzer (2010); het verhaal van de Democratische gouverneur van de staat New York die in 2008 in opspraak raakte door een seksschandaal. En voor wie geïnteresseerd is in tegencultuur zijn Gonzo: The Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson (2008) en Magic Trip: Ken Kesey’s Search for a Kool Place (2011) verplicht documentair voer.

De oude media werpen zich op de nieuwe media

Maar dat was toen en dit is 2013, het jaar waarin nogal wat filmmakers de tanden stukbijten op het verhaal van Julian Assange, Bradley Manning en WikiLeaks. Van alle fictieprojecten die op stapel stonden, lijkt enkel The Fifth Estate van Bill Condon (Gods and Monsters, Kinsey) de eindmeet te zullen halen. Met dank aan Belgische inbreng want Woestijnvis fungeert als co-producent van deze Dreamworks productie en er werd gefilmd in o.m. Gent, Antwerpen, Sint-Niklaas, Luik, Hoeilaart en Brussel. De release is voorzien voor dit najaar.

Aangezien deze film gebaseerd is op het boek van de Duitse technologische activist Daniel Domscheit-Berg – Assanges medestander van het eerste uur die in 2010 van het WikiLeaks-toneel verdween na een conflict – en volgens de productie-informatie The Social Network-gewijs focust op “hoe de groei en toenemende invloed van WikiLeaks leidde tot onoverbrugbare onenigheid tussen de twee vrienden”; lijkt het onvermijdbaar dat de reacties op deze speelfilm fel zullen zijn.

Zeker van de kant van de, door acteur Benedict Cumberbatch gespeelde ‘Silver Surfer of the Internet’, Julian Assange. Maar vooral ook van diens aanhangers, zal Alex Gibney zich haasten om te benadrukken. Zelf werd hij (en ook sommige journalisten die positief reageerden op zijn documentaire) het slachtoffer van een agressieve tweet-, blog- en mail-campagne, volgens Gibney “Scientology-technieken die je niet zou verwachten van een organisatie die draait rond transparantie”.

Het bijzondere aan de commotie rond We Steal Secrets: The Story of WikiLeaks is dat maar een handvol mensen de film ook echt gezien hebben. Tussen zijn première op het Sundance Film Festival op 21 januari 2013 en de screening op 12 juni tijdens het Sydney Film Festival werd de documentaire enkel zeer beperkt vertoond in de VS. Duitsland en Groot-Brittannië volgen pas in juli, Zweden in augustus en voor de Benelux is er zelfs door de rechtenhouders nog geen release gepland.

Toch kreeg de documentaire meteen het etiket ‘omstreden’ opgekleefd, ook al waren de reacties van journalisten en critici, die de film wèl zagen, eerder positief. Maar WikiLeaks sloeg de film in de ban en publiceerde een geannoteerd transcript (http://wikileaks.org/IMG/html/gibney-transcript.html); met alle ‘fouten’ van Gibney. Dit volstond voor verontwaardiging bij de WikiLeaks fanbase en wantrouwen bij een ruimer publiek.

Dat de cineast dit (waarschijnlijk na audio-opnamen tijdens Sundance uitgeschreven) scenario omschreef als onvolledig en deels foutief kon de gemoederen allerminst bedaren. Want zolang niet iedereen de film kan zien, blijft dit een woord tegen woord discussie. Is We Steal Secrets: The Story of WikiLeaks een karaktermoord of een meeslepende high-tech thriller? Te mijden “irresponsible libel” (dixit WikiLeaks) of “essential immediate viewing” (dixit Indiewire)? Of ergens tussen beide? De toekomst zal het uitwijzen.

Voer voor hevige discussie

Toch kunnen we al enkele twistpunten bekijken. Een eerste heikel punt is de medewerking van Gibneys hoofdfiguren. We Steal Secrets: The Story of WikiLeaks snijdt onderwerpen, zoals onderzoeksjournalistiek en de clash tussen geheimhouding en recht op (vrijheid van) informatie in het digitale tijdperk, aan via de historiek van WikiLeaks, maar portretteert vooral ook Julian Assange en Bradley Manning, de militaire analyst die explosief materiaal lekte en daar nu buitensporig voor gestraft dreigt te worden.

Beiden duiken echter enkel op in archiefmateriaal omdat de opgesloten Manning niet geïnterviewd kon worden en Assange niet geïnterviewd wou worden. Correctie: volgens Gibney was Assange enkel bereid om tegen betaling – of wanneer Gibney hem zou ‘informeren’ omtrent zijn andere gesprekspartners – te praten. De ronde som van 1 miljoen dollar zou ter sprake zijn gekomen.

Dat Assange niet meewerkte aan de documentaire betekent niet automatisch dat het eindresultaat slechte onderzoeksjournalistiek zou zijn, maar de manier waarop Gibney dit verbindt met verraad van idealen heeft wel wat van een karaktermoord. Eentje die bovendien past in een klassieke dramatische narratieve boog: de opgang en ondergang van een held die zichzelf ten val brengt. Een perfect stramien voor een high-tech thriller. Spannend en moraliserend.

Alex Gibney schetst in zijn documentaires graag psychologische portretten en te oordelen aan interviews is dat ook hier zijn insteek. Maar om Assange’s afkeer voor de film te verklaren, maakt hij wel een opmerkelijk intentieproces. Volgens hem is Assange boos omdat de regisseur niet mee wil stappen in zijn strategie om persoonlijke misstappen in te dekken door ze te linken aan aanvallen op de organisatie. Dat men via Assange WikiLeaks onderuit wil halen, klopt niet volgens Gibney.

“Toen ik begon aan het project vond ik heel de Zweedse affaire verdacht,” geeft hij toe, “ik ging er van uit dat een CIA-actie was omdat de timing zo opvallend was. Ik heb dit onderzocht, maar niemand heeft me enig bewijs geleverd van een overeenkomst tussen de Zweedse en Amerikaanse regering omtrent de uitlevering van Assange”.

In een ander interview tijdens het Sundance Film Festival gaat hij nog iets verder. “Wanneer je de waarheid zoekt, mag je geen wonderlijke leugens vertellen om jezelf in een goed daglicht te stellen ten koste van twee vrouwen die zich misbruikt voelen” klinkt het streng richting Assange. Het vermoeden van onschuld en de twijfel omtrent wat toch een operatie beschadiging lijkt, gaan wat te gemakkelijk de deur uit. Terwijl zolang er geen bewijzen zijn, de enige zekerheid is dat de onzekerheid blijft bestaan.

Het ene verhaal verbergt het andere

Wil dit zeggen dat Gibney met een geheime agenda – de mythe Assange ontluisteren en van WikiLeaks een persoonlijk machtsinstrument maken – aan dit project begon? Niet echt. Het lijkt er meer op dat hij zich door het afhaken van Assange genoodzaakt zag een ander verhaal te vertellen en een nieuwe held (Bradley Manning) op het voorplan te plaatsen.

“Toen ik dit project startte zag ik het als een David en Goliath verhaal,” aldus Gibney, “het verhaal van de Silver Surfer van het internet die het opnam tegen de grote jongens”. Maar dan stelde hij vast dat “Assange’s organisatie steeds geheimzinniger en paranoïder werd. In plaats van macht aan te pakken met waarheid, begonnen ze macht aan te pakken met leugens”. En ook: “ik zag het eerst als het verhaal van een hacker die een elektronische drop box ontwikkelde voor het lekken van geheimen, maar ik ontdekte dat de machine niet zo belangrijk was, dat ‘lekken’ een erg menselijke dynamiek heeft”.

Het ene verhaal (van idealisme tot corruptie) verbergt het andere (van woede naar martelaarschap), het verhaal van de megalomane Assange verbergt dat van de tragische antiheld Manning. “We hebben het bewust zo gestructureerd,” benadrukt Gibney, “dat je in het begin the burning fire of his idealism voelt en gaandeweg ziet dat Assange bezoedeld geraakt”.

Daarbij verbindt de regisseur algemeenheden (“klokkenluiders zijn getormenteerde zielen, ze zijn fundamenteel vervreemd”) met amateurpsychologie (“Bradley Manning twijfelde over zijn identiteit en had nood aan geruststelling”).

Gibneys fundamentele probleem lijkt ons dat hij door zijn nood om vooral een verhaal te vertellen (altijd onderhoudender dan het maken van een analyse), verstrikt raakt in contradicties. Zo zegt hij enerzijds dat “niemand zwart of wit is, of de Heilige Julian; we zijn allemaal grijs” en dat “we beter af zouden zijn wanneer we ons op acties concentreerden in plaats van op de nood om helden en schurken te portretteren” terwijl hij anderzijds stelt dat de film “niet over een leaking machine gaat maar over buitengewone mensen”.

Dat het ‘people-gebeuren’ de ideeën naar de achtergrond duwt, is extra jammer omdat Gibney wel over een kritische geest beschikt. In interviews haalt hij uit naar de makers van Zero Dark Thirty (“ze hebben het CIA-verhaal ‘martelpraktijken waren geoorloofd en nuttig’ wat te zeer omarmd”), naar de regering Obama (“ze criminaliseerde onderzoeksjournalistiek”), naar de media (“ze keken naar Assange en zeiden ‘hij is niet een van ons’ en marginaliseerden hem”) en naar de maatschappij die van Bradley Manning een zondebok maakt.

Bovendien staat hij 200 procent achter het transparantie-concept. “Het is zeer belangrijk dat we de gruwelen van oorlog zien,” zegt hij over de Collateral Murder-video (waarin te zien is hoe burgers vanuit een helikopter worden afgemaakt zoals in een videogame), “het is essentieel dat we weten wat er in onze naam gebeurt. Anders stevenen we op tirannie af”. Terwijl hij met zijn documentaire ook wil aangeven “hoe belangrijk het idee van WikiLeaks is en was”.

Alleen – en hier duikt een parallel op met Assange – schiet Gibney zich in de eigen voet door met gevoel voor provocatie de controverse op te zoeken. Door in de filmtitel ‘We steal secrets’ te verbinden met ‘The Story of WikiLeaks’ laat hij WikiLeaks schijnbaar scoren voor open doel, want de organisatie steelt natuurlijk geen geheimen, maar openbaart ze.

Wie de trailer bekijkt, merkt echter dat “we stelen geheimen” een uitspraak is van oud-CIA-directeur Michael Hayden. De man is er trots op en gelooft dat hij het moreel gelijk aan zijn kant heeft, terwijl wat WikiLeaks doet slecht is. “Dat is de ironie en de poëzie van de titel,” stelt Gibney, “hij is van oordeel dat wat de CIA doet pragmatisch en goed is, wat vragen oproept. Want waarom is het goed wanneer de Amerikaanse regering het doet terwijl Bradley Manning de doodstraf riskeert?”

De clash van de gatekeepers

Het probleem is dat iedereen hier een beetje gelijk heeft. Gibney wijst erop dat er conclusies getrokken worden zonder dat de film (of zelfs maar de trailer) bekeken wordt, critici reageren dat de associatie tussen ‘diefstal’ en WikiLeaks hoedanook in de geesten blijft hangen. Ironie en provocatie zijn gevaarlijke wapens.

Maar hun kracht is dat ze de intelligentie van het publiek naar waarde schatten. De verdienste van Gibney is dat hij de kijker slim genoeg acht om verder te kijken dan ‘het eerste zicht’. De achilleshiel van de WikiLeaks aanhangers, die hem onder vuur nemen, is dat ze het publiek niet in staat achten om de ironische provocatie te doorzien, terwijl die emancipatie net de hoeksteen van hun transparantie-idee is.

Sommigen willen de We Steal Secrets: The Story of WikiLeaks-controverse herleiden tot een conflict tussen oude media en nieuwe media, tussen het door de ogen van (analyserende en synthetiserende) gatekeepers bekijken van info en het onbemiddeld en ongecensureerd publiceren van bronnenmateriaal.

Maar de zaken lijken iets complexer te liggen. De WikiLeaks aanhangers die Gibney onder vuur nemen, gedragen zich als ouderwetse gatekeepers die het publiek willen leiden nog voor ze de documentaire te zien krijgen. En Gibney slaat als gatekeeper/verhalenverteller in een knoop doordat een mooi dramatisch verhaal niet altijd te verzoenen valt met een ode aan onderzoeksjournalistiek.

Hoe boeiend We Steal Secrets: The Story of WikiLeaks echt is, hopen we binnenkort te ontdekken, op een of ander beeldscherm. Maar de controverse levert alvast interessant discussiemateriaal op.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!