Elektrische stroom.
Opinie, Nieuws, Economie, Milieu, België, Klimaatverandering, Bond Beter Leefmilieu, Transitie, Energie, Groene stroom, Serv, CO2-uitstoot, Vlaamse regering, Elektriciteitsvoorziening, Distributienetbeheerders, Groenestroomcertificaten, Energiedoelstelling 2020, Certificatensysteem, Minaraad, Groenestroommarkt - Sara Van Dyck

Overheid remt groei groene stroom af

De productie van groene stroom zit in de lift. De laatste jaren steeg de groene productie sterker dan de doelstellingen die de Vlaamse regering in haar beleid inschreef. Deze doelstelling verplicht de energieleveranciers om voor een bepaald percentage van hun levering groenestroomcertificaten aan te kopen. In plaats van de stijging van de groenestroomproductie toe te juichen, trekt de regering nu aan de noodrem.

maandag 10 juni 2013 14:05

Nu houdt de Vlaamse overheid certificaten uit de markt en zet ze een artificiële rem op de groenestroomproductie. 

Dit absurd systeem dat de ambities voor hernieuwbare energie in Vlaanderen kunstmatig laag houdt, doet op zijn minst de wenkbrauwen fronsen. Vlaanderen heeft immers redenen genoeg om de productie van groene stroom wél verder op te drijven.

Met de huidige Vlaamse doelstellingen zullen we de Europese hernieuwbare energiedoelstelling voor 2020 nooit halen. Laat staan dat we de weg vrijmaken voor een transitie naar 100 procent hernieuwbare energie. Een transitie die broodnodig is, willen we de klimaatverandering binnen de perken houden en minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen.

Het systeem van verhandelbare groenestroomcertificaten

Omdat de productie van groene stroom momenteel doorgaans nog meer kost dan conventionele stroom, wordt de groenestroomproductie ondersteund door middel van groenestroomcertificaten. Energieleveranciers moeten jaarlijks, groenestroomcertificaten voor een bepaald percentage van de stroom die zij leveren, voorleggen. Zo ontstaat een markt voor groene stroom.

Een leverancier kan deze certificaten verkrijgen voor de eigen productie van groene stroom, of hij kan deze aankopen bij collega-producenten op de Vlaamse elektriciteitsmarkt of bij de netbeheerders. Dit systeem moet er voor zorgen dat het aandeel groenestroom in ons land jaar na jaar stijgt en stimuleert dus een stijging van de Vlaamse groenestroomproductie.

De ‘groenestroommarkt’ heeft al een aantal jaar een overschot aan groenestroomcertificaten doordat de productie van groene stroom de door de Vlaamse regering vastgestelde doelstellingen voor groene stroom overtreft. Dit (steeds groter wordende) overschot kent heel wat negatieve gevolgen. Het overaanbod op de markt duwt de prijzen van groenestroomcertificaten omlaag.

Door het overschot geraken heel wat hernieuwbare energieproducenten hun certificaten moeilijk kwijt op de markt. Dit ontmoedigt de exploitatie van deze installaties en zorgt voor een zeer onzeker investeringsklimaat voor groenestroomproducenten.

“Door het overschot geraken heel wat hernieuwbare energieproducenten hun certificaten moeilijk kwijt op de markt”

Bovendien komen door deze overschotten meer groenestroomcertificaten bij de netbeheerders terecht, die deze moeten opkopen tegen een vastgelegde minimumprijs. Dit dreigt op zijn beurt voor bijkomende kosten voor de gezinnen en kmo’s, omdat netbeheerders hun certificaten niet (of tegen lage prijzen) weer op de markt kunnen verkopen.

Nood aan een oplossing voor het ‘teveel’ aan groenestroomcertificaten

Er is dus duidelijk een probleem op de markt voor groenestroomcertificaten. Vraag is echter hoe dit probleem op een structurele manier kan worden opgelost. De ‘noodrem’ die nu door de Vlaamse regering geactiveerd wordt, biedt volgens Bond Beter Leefmilieu absoluut geen soelaas.

1. De ‘bevriezing’ van certificaten is kortzichtig en biedt geen structurele oplossing

De Vlaamse regering hoopt dat de netbeheerders de ‘bevroren’ certificaten de komende jaren alsnog op de markt kunnen brengen omdat we meer groene stroom zullen moeten produceren om de Europese doelstellingen te halen. Dit is echter ijdele hoop.

De voorgestelde ‘bevriezing’ van certificaten zal het probleem van de certificatenoverschotten op de groenestroommarkt niet oplossen, integendeel. De overschotten stapelen zich jaar na jaar op. Volgens  een analyse van SERV en Minaraad (1) zullen de overschotten – ondanks de vooropgestelde stijging van de groenestroomdoelstelling – nog tot 2020 aanhouden en vermoedelijk zelfs sterk toenemen.

2. Het overschot aan certificaten is net een stimulans om de doelstellingen voor groene stroom op te trekken

Willen we de Europese hernieuwbare energiedoelstellingen halen, moeten we onze groenestroomproductie sterk opdrijven. Het huidige ambitieniveau voor de Vlaamse groenestroomproductie is ondermaats. Vorig jaar besliste de Vlaamse regering om het percentage groenestroomproductie tegen 2020 op te trekken naar 20,5 procent van de certificaatplichtige elektriciteitslevering.

Dit cijfer is echter misleidend. Doordat een groot deel van de elektriciteitslevering (aan grootverbruikers) is vrijgesteld, komt dit percentage van 20,5 procent in de praktijk slechts overeen met een ambitie van 11,5 procent van het eigenlijke finale energieverbruik. En dit is veel te weinig.

Om het ambitieniveau voor groene stroom in overeenstemming te brengen met de Europese 20-20-20-doelstellingen, moeten we streven naar een effectieve groenestroomproductie van om en bij de 23 procent (2) van het totaal finaal energieverbruik.

Bovendien zal ook na 2020 de groenestroomproductie sterk moeten stijgen. Willen we de klimaatverandering binnen de perken houden, is een volledig hernieuwbare energievoorziening tegen 2050 een must.

“Willen we de klimaatverandering binnen de perken houden, is een volledig hernieuwbare energievoorziening tegen 2050 een must”

Een bevriezing van de certificatenoverschotten vandaag, is dus niet meer dan een uitstel van executie. Het structurele overaanbod aan certificaten zou net hét signaal bij uitstek moeten zijn om de groenestroomdoelstellingen verder te verhogen.

3. De impact op de tarieven van de maatregel is onduidelijk

De keuze om de certificaten bij de netbeheerders te bevriezen in plaats van de groenestroomdoelstellingen te verhogen (en dus meer groenestroomcertificaten op de markt te brengen), wordt grotendeels ingegeven door de vrees voor een al te sterke tariefstijging voor de energieverbruikers.

Energieleveranciers en netbeheerders rekenen de kosten van de groenestroomcertificaten immers door aan hun klanten. Maar ook op dit vlak treft de maatregel geen doel.

De Vlaamse regering zal de netbeheerders moeten vergoeden omdat deze bij een bevriezing heel wat inkomsten mislopen. Ze mogen de door hen opgekochte certificaten immers niet op de markt verhandelen of doorrekenen aan de consumenten.

Hoe hoog de compensatie voor de netbeheerders zal zijn, en met welke middelen deze compensatie gefinancierd wordt, is echter onduidelijk. De regeling verhoogt met andere woorden de kosten van het certificatensysteem ondanks een gelijkblijvend ambitieniveau.

Bovendien is de maatregel niet meer dan een uitstel van executie. De kosten die vandaag vermeden worden, worden doorgeschoven naar de toekomst. Dan zal een verhoogd ambitieniveau de kostprijs van het ondersteuningsmechanisme onvermijdelijk verder doen stijgen. Deze kosten zullen zich echter ruimschoots terugverdienen door de baten van een lagere CO2-uitstoot en een lagere energiefactuur op termijn.

Het is duidelijk dat de bevriezing van certificaten de al complexe certificatensystemen nog veel complexer maakt. Het is een kortzichtig lapmiddel dat geen doel treft, maar een rem zet op de broodnodige groei van hernieuwbare energieproductie.

“Het is duidelijk dat de bevriezing van certificaten de al complexe certificatensystemen nog veel complexer maakt. Het is een kortzichtig lapmiddel dat geen doel treft, maar een rem zet op de broodnodige groei van hernieuwbare energieproductie”

Wil de overheid kiezen voor een toekomstgericht hernieuwbaar energiebeleid, kan ze niet anders dan de doelstellingen voor groene stroom verhogen. En wat meer transparantie over de ware kosten én baten van het hele systeem voor elk type verbruiker is daarbij alles behalve een overbodige luxe.

Sara Van Dyck

Sara Van Dyck is beleidsmedewerker energie bij de Bond Beter Leefmilieu (BBL).

(1) Overschotten op de groenestroom- en warmtekrachtkoppelingscertificatenmarkt, advies van 1 maart 2012 van Minaraad en SERV (http://www.minaraad.be/adviezen/2012/eigen-initiatief-met-serv-over-certificatenoverschot)

(2) Dit percentage kan nog niet exact bepaald worden om de doelstelling van 13 procent hernieuwbare energieproductie voor België nog moet worden verdeeld over de verschillende energiedragers (warmte en koeling, elektriciteit en transport) en de verschillende gewesten. De 23 procent is gebaseerd op een lineaire doortrekking van het streefcijfer voor groene stroom uit het nationaal actieplan hernieuwbare energie. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!