Radicalisme en islamofobie in het Gentse neutraliteitsdebat
Cultuur, Gent, Burgerparticipatie, Radicalisme, Islamofobie, neutraliteit, neutraliteitsbeleid, Etidenne Vermeersch -

Radicalisme en islamofobie in het Gentse neutraliteitsdebat

zondag 9 juni 2013 11:39

De attente lezer zal in dit stuk een uitbreiding én verfijning van mijn vorige bijdrage op De Andere Mening herkennen. Het is onvoorstelbaar hoe duidelijk de gebeurtenissen van de hele maand mei als puzzelstukjes in elkaar passen in functie van de samenvallende verkiezingen over… minder dan één jaar. Laten we een structurele aanpak hanteren waarin we de, al dan niet terechte, wisselwerkingen tussen radicalisme, islamofobie en neutraliteit aan de kaak zullen stellen.

De impasse rond het valse neutraliteitsdebat

Vele lezers vroegen zich terecht af wat ik bedoel met mijn zienswijze op neutraliteit, zoals opgenomen in het slot van de vorige bijdrage:

“Neutraliteit als evolutief begrip is altijd kneedbaar geweest in functie van de tijd (1830-2013), de demografische samenstelling van een volk (religieus-vrijzinnig, conservatief-progressief, autochtoon-allochtoon, …) en de waan van de dag (media).”

Hiermee bedoel ik dat het neutraliteitsprincipe geen exclusief eigendom van de autochtonen is, en dat het niet uitsluitend door hen behartigd kan én mag worden. Vlaamse moslims hebben hierin eveneens een rol te spelen, en de vraag om het debat in alle sereniteit te voeren is een uitdrukkelijke vraag.

Het neutraliteitsdebat heeft een radicale wending gekregen door het hoofddoekendebat in het brandpunt ervan te loodsen. Ik vrees dat door de valse euforie, rond de strijd tegen het hoofddoekenverbod, de pionnen op het schaakbord niet strategisch worden gelegd. Het thema van de hoofddoeken achter de loketten lijkt hierdoor een zwart gat te worden waarin men alles dreigt mee te sleuren. En dit kan toch niet de bedoeling zijn?

De voorbij jaren is dat vooral door toedoen van een aantal middenveldorganisaties gebeurd, maar telkens met weinig of geen succes. Deze strategie is uitvoerig in vraag gesteld door De Andere Mening, maar binnen de linkerzijde van de moslimgemeenschap is dat helaas nog steeds een taboe. Deze middenveldorganisaties steken verhoudingsgewijs te veel energie in het thema van hoofddoeken achter de stadsloketten.

Misschien moeten deze organisaties eerder hun energie investeren in de ontwikkeling van het civiek bewustzijn van hun publiek? Het opzetten van programma’s van burgerlijke vorming, al dan niet in samenwerking met daartoe geëigende instituten, verdienen vanzelfsprekend de voorkeur. Thema’s zoals onderwijs, ontwikkeling en werkgelegenheid hebben evenveel recht op aandacht. Het versterken van de moslimgemeenschappen op vlak van deze domeinen zal de actuele – en dus valse! – invulling van het neutraliteitsdebat met alle gemak kunnen doorprikken. Het neutraliteitsprincipe zal dan een compleet andere – en dus juistere! – invulling kunnen krijgen. Ongetwijfeld verliest ze dan de bekrompen en meelijwekkende symboolassociaties die het vandaag uitdraagt, en vervloeit ze tot een verzoenend samenspel van nieuwe denkbeelden ten behoeve van de beoogde inclusieve neutraliteit.

Toch is er hoop! Meer en meer merk ik jongerenorganisaties op die met concrete initiatieven afkomen. Wie de moeite neemt om zich op het terrein te begeven, merkt ongetwijfeld het dynamisme, de maturiteit en het bewustzijn die deze jongeren uitdragen. Geïnspireerd vanuit hun religie engageren zij zich voor een burgerschap, bewust van hun plichten en rechten in de Vlaamse samenleving. Ze vinden aansluiting bij andere sociale en politieke actoren op het lokale niveau en er worden verschillende debatten georganiseerd. Dergelijke initiatieven zijn relatief nieuw en nemen alleen maar toe, en de vele verkiezingen die we de laatste jaren hebben meegemaakt zullen hier ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld. Wie de emancipatie van deze generatie in de weg wil staan, zal zich de komende jaren inderdaad als een duivel in een vat wijwater gedragen.

Als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen

14 oktober 2012 heeft in Antwerpen een slagveld aangericht op de linkerzijde en vooral sp.a tracht hieruit enige lering te trekken. In de eerste plaats hebben we al gewezen op de vadermoord op Patrick Janssens door de nieuwe leading lady, Yasmine Kherbache, en de nieuwe beginselverklaring van Bruno Tobback waarin het enge neutraliteitsprincipe overboord wordt gegooid. Velen hebben zich geroepen gevoeld om in Gent – of all places! – een burgerinitiatief rond het terugdraaien van het hoofddoekenverbod in gang te zetten.

Een burgerinitiatief zal ik nooit bekritiseren wanneer het op zichzelf staat en een bekommernis tot uiting brengt waarrond een maatschappelijk en politiek debat tot gang moet komen. Het Gentse initiatief voldoet echter om verschillende redenen niet volledig aan deze criteria en zal voor mijn part uitsluitend beoordeeld worden op haar consequenties voor de moslimgemeenschap als geheel, dus niet enkel voor een aantal potentiële gesluierde loketbedienden.

Mijn vrees is dat het wegstemmen van het verbod in Gent slechts een pyrrusoverwinning is die de schijn opwekt dat het een startpunt is voor vele andere gemeenten. Nu meer en meer vast staat dat de N-VA tot verschillende gemeenten en centrumsteden, zoals Antwerpen, is doorgedrongen, staat tegelijk de verwaarloosbaarheid van de sp.a vast. Het is geen toeval dat Gent geselecteerd is voor het burgerinitiatief, want niets zou zo erg kunnen zijn als een thuiswedstrijd voor eigen publiek te verliezen. Mocht Gent dan toch echt een hoopgevend startpunt zijn voor het terugdraaien van de hoofddoekenverboden achter de stadsloketten, kan er iemand mij dan in godsnaam aangeven in welke steden dezelfde oefening herhaald kan worden?

Het omgekeerde, en Lier heeft onmiddellijk na het Genste burgerinitiatief als voorbeeld gediend, zal veeleer het geval zijn.

Laten we niet naïef zijn, de hoop om de ingestelde hoofddoekenverboden om te draaien kan men vanzelfsprekend pas na de volgende gemeenteraadsverkiezingen koesteren én zo zie je dat het overboord gooien van het neutraliteitsprincipe weinig te maken heeft met een evolutieve invulling ervan, maar alles met electorale afwegingen. Het hoofddoel van de gewijzigde beginselverklaring heeft niets met een vernieuwingsideologie te maken, maar uitsluitend met een doorzichtige poging om de allochtone gemeenschap terug te winnen door het gepaard te laten gaan met de eliminatie van de geestelijke vader van het loketverbod.

Deze electorale afwegingen hoeven niet pas in 2018 te spelen en dat weten ze aan de linkerzijde maar al te goed. De schreeuw om het neutraliteitsdebat tot inzet van de samenvallende verkiezingen te maken klinkt immers uitdrukkelijk uit de mond van de Vlaamse Minister van Inburgering Geert Bourgeois (N-VA) en zijn liberale vrienden. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Islamofobie vs Neutraliteit

Het lijkt mij overbodig om nogmaals uiteen te zetten dat de radicale invulling van het neutraliteitsprincipe, zoals gebezigd door Vermeersch & co., behept is met een onvervalste islamofobie.

Het radicalisme bestaat hier uit het doortrekken van het neutraliteitsprincipe naar alle facetten van de maatschappij, waarmee ik de geldigheid ervan – zelfs in radicale vorm – bij de overheid op volgende wijze onderschrijf:

“Het doortrekken van het administratieve neutraliteitsprincipe naar alle facetten van de maatschappij moet ten stelligste een halt toegeroepen worden, zeker door moslims die enig belang hechten aan de grondwettelijke godsdienstvrijheid. Er is m.a.w nood aan een werkelijk maatschappelijk debat, behept met alle instrumenten die een eerlijke afhandeling garanderen, dat gevoerd moet worden door alle betrokken actoren van goede wil.”

Het radicalisme van Vermeersch bestaat eruit om het neutraliteitsprincipe bij de overheid door te trekken naar de scholen en de arbeidsmarkt. De zandbak waarin de initiatiefnemers van het Gentse burgerinitiatief dreigen te verzanden bestaat eruit dat ze, in hun legitieme strijd voor de grondrechten van “alle moslims”, een beperkte of beperkende focus op de neutraliteit van de loketambtenaar hebben gelegd. Persoonlijk had ik liever gezien dat ze het hoofddoekendebat een minder egoïstische invulling hadden gegeven en het hadden verbreed naar de gehele moslimgemeenschap in het westen.

De gematigde secularisten – in tegenstelling tot de radicalen rond Vermeersch – beschouwen het neutraliteitsprincipe als een garantie op gelijkberechtiging, waarbij de burger een ‘onweerlegbaar vermoeden’ mag uitspelen tegen de uiterlijk niet-neutrale loketambtenaar. Men heeft het hier met andere woorden over de schijn van partijdigheid. Op basis van dit recht heeft de Antwerpse burgemeester én voorzitter van de N-VA zich ertoe laten verleiden om zelfs openlijke homoseksualiteit achter de loketten te weren. Ook dit wordt ongetwijfeld vervolgd…

Hoewel ik enorm veel sympathie voor hun strijd heb, blijf ik bedenkingen hebben bij de strategie van een aantal middenveldorganisaties omdat ik vrees dat ze de speelbal dreigen te worden van een partij die, in de aanloop naar belangrijke verkiezingen, de moslimkiezer terug aan zich wil binden. Tegelijk wijs ik de strategie van de linkse partijen af omdat ze, op de kap van de moslimgemeenschappen, een electorale buffer tegen een volgende N-VA-tsunami tot stand willen brengen.

Ik leef in de overtuiging dat de moslimgemeenschappen, en zeker deze veelbelovende jonge generatie, zich kunnen losrukken van deze voorspelbare rolverdeling in de aanloop naar de volgende verkiezingen.

Salafisme en het islamofobe neutraliteitsdebat: Een oordeel kan weerlegd worden, een vooroordeel nooit

Het wegstemmen van het hoofddoekenverbod in Gent heeft heel wat teweeg gebracht in de politieke wereld en de effecten zullen ongetwijfeld voelbaar zijn tot na de samenvallende verkiezingen van 2014. Het kaakslagflamingantisme lijkt een nieuw kind gebaard te hebben met het kaakslagsecularisme van de liberalen en de nationalisten van de N-VA. Tot tevredenheid van de liberalen heeft Geert Bourgeois (N-VA) in minder dan een maand tijd een bocht van 180 graden gemaakt. Stapsgewijs merken we dat de verschillende inzetten van de verkiezingen verknocht geraken, en het kan geen toeval zijn dat de roep om een confederaal model gaandeweg overgoten gaat worden met een aantal vraagstukken met betrekking tot de moslimgemeenschappen.

De rechterzijde, waarin Open Vld in de slipstream van de N-VA tracht te geraken, zien we rancuneuze antwoorden geformuleerd worden op het Gentse burgerinitiatief. Open Vld heeft in Gent héél hard in het zand moeten bijten, maar de verlossende woorden van Siegfried Bracke, Ben Weyts en Geert Bourgeois zullen ongetwijfeld in heel de verkiezingscampagne aangehaald worden.
De kaakslagsecularisten beginnen meer en meer onzinnige argumenten naar boven te halen om de moslimgemeenschappen met de vinger te wijzen. Er wordt zelfs beweerd dat de socialisten door de knieën zijn gegaan onder druk van de moslimgemeenschappen, terwijl het vooral de socialisten zelf zijn die hun principes, om electorale redenen, hebben verloochend. Zelfs Vermeersch deelt deze mening, wat inhoudt dat ook hij soms een helder moment van geest kan beleven.

Tegen de achtergrond van deze gebeurtenissen mocht Bilal Benyaich, in verschillende media, zijn boek over radicalisme bij de Marokkaanse gemeenschap te Brussel presenteren.

In alle interviews is hij erin geslaagd om op zeer ongenuanceerde wijze een doemscenario voor het grote publiek te schetsen en de moslimgemeenschappen de ene sneer na de andere te verkopen.

Even dacht ik Alain Wynants van de Staatsveiligheid aan het woord te horen toen Benyaich begon te schermen met de waarschuwing dat de kans op een salafistische aanslag – what’s in a name? – nog nooit zo groot is geweest! Wanneer academici andermans agenda beginnen na te praten, verliezen ze in mijn ogen alle geloofwaardigheid… en hierin staat Benyaich niet alleen! (cfr. Homofobiedebat van Marc Hooghe en Etienne Vermeersch)

Voor rechts Vlaanderen zijn zulke gratuite uitspraken uiteraard manna uit de hemel. Is het niet de rechterzijde dat hiervan haar core business heeft gemaakt om van tijd tot tijd te wijzen op het salafistische gevaar? Hoe dan ook, dit onderzoek mag met een heuse schep zout genomen worden, en de nood om zich in een verkiezingsjaar als onheilsprofeet gevestigd te zien druipt er inderdaad van af. 

Bilal Benyaich heeft ongetwijfeld veel werk gestoken in dit boek, maar zijn academische integriteit verplicht hem – in het geval zijn onderzoek beperkt en/of gedateerd is – tot het aanbrengen van nuanceringen. Naar mijn bescheiden mening heeft hij dit nagelaten. Elk begeleidend interview stond bol van onzinnige veralgemeningen, onvolledigheden en het opwekken van angstbeelden die in deze islamofobe sfeer alleen maar de moslimgemeenschappen kunnen benadelen. Polarisatie in de aanloop naar de verkiezingen is een vast gegeven en de breuklijnen die nu in beeld komen beloven weinig goeds, zeker met het opkomende kaakslagsecularisme aan de rechterzijde.

© 2013 – De Andere Mening – Abdelhay Ben Abdellah

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!