Orgaanwetgeving: transparantie, informatie en differentiatie gevraagd
Opinie, Nieuws, Samenleving, België, Transparantie, Orgaandonatie, Informatieplicht van de overheid -

Orgaanwetgeving: transparantie, informatie en differentiatie gevraagd

Toen in 1986 de wet op orgaandonatie werd goedgekeurd, werd daar uitvoerig campagne rond gevoerd. Het publiek wist bijgevolg dat vanaf je achttiende verjaardag je organen, na overlijden, kunnen worden weggehaald ter donatie, tenzij je bij leven een bezwaarschrift hebt ondertekend op het gemeentehuis of je nabestaanden verzet aantekenen.

woensdag 5 juni 2013 17:45

Dat leidde er indertijd niet toe dat men zijn organen niet meer wilde doneren. Integendeel, gaandeweg waren steeds meer mensen daartoe bereid. En niet onbelangrijk: de betrokkenen waren er in die gevallen ten minste van op de hoogte. Dat veranderde in 2007 en 2008, toen het parlement geruisloos enkele ingrijpende wetswijzigingen goedkeurde.

Sindsdien hoeft men geen toestemming van de nabestaanden meer af te wachten en mag men gelijk welk lichaamsmateriaal wegnemen voor wetenschappelijk onderzoek, hetgeen toch heel wat ethische bezwaren kan oproepen.

Een voorbeeld: veel mensen hebben er weliswaar nauwelijks problemen mee om hun pancreas, hart of nieren na hun dood aan iemand met een ziek exemplaar na te laten. Maar het weghalen van botten, ogen of stukken huid voor wetenschappelijk onderzoek daarentegen ligt een stuk gevoeliger, vermoed ik.

Misschien zou een deel van het publiek dat laatste liever kunnen weigeren? Helaas hebben die mensen momenteel echter weinig keuze: of men stelt op het gemeentehuis een volledig veto (zeer jammer omdat we daardoor onnodig veel organen verliezen), of men laat tegen zijn zin elke ingreep toe. Er is geen tussenweg.

Voor wie het volstrekt niet uitmaakt wat er met zijn lichaam gebeurt na het overlijden is de huidige situatie natuurlijk aanvaardbaar. Maar voor de anderen moet een gedifferentieerde registratie van hun wilsbeschikking mogelijk worden.

Ondanks het belang van medische vooruitgang en wetenschap zijn meerdere opties noodzakelijk wanneer het iets dermate gevoelig en persoonlijk betreft als ons eigen overleden lichaam.

Bovendien, en dat is een tweede punt, dient één en ander een stuk transparanter te verlopen. Burgers worden verondersteld de wetten te kennen, maar dat lijkt in deze niet langer het geval. Is het dan niet de plicht van de overheid ons actief te informeren?

Natuurlijk wel, maar ik krijg daarentegen de indruk dat men deze cynische logica heeft gevolgd: “Het ware beter hieromtrent niet te veel heisa te maken in de media, want heel wat mensen die net een naaste hebben verloren, zullen dit niet leuk vinden.”

Fout, want daarmee verzaakt de wetgever aan haar plicht. Dit gevoelige thema mag men niet vermijden, maar vraagt net een extra zorgvuldige aanpak. Trouwens, een dergelijke logica is ook op zich vilein en betuttelend, want ze maakt het de overheid eventueel mogelijk in de meest uiteenlopende kwesties minder verantwoording af te leggen aan de bevolking. Dat ware evident absurd en te kwader trouw. Transparantie is dan ook essentieel.

Desondanks zijn bepaalde personen de mening toegedaan dat dit toch vooral een kwestie van individuele verantwoordelijkheid is: ieder moet maar zelf nagaan wat er gebeurt met zijn lichaam nadat het dood verklaard is, en kan zo perfect op de hoogte zijn.

Dit argument is manifest onjuist. Weet u misschien waar u de correcte informatie kan vinden? Zelfs de verschillende websites (van universitaire ziekenhuizen, provinciale overheden, portaal Belgium.be, beldonor.be, belgopocket.be, …) werken nauwelijks verhelderend: ze zijn onvolledig, vertellen vaak tegenstrijdige zaken en veroorzaken bijgevolg verwarring.

Op de ene site stelt men dat in het geval van minderjarige donoren de toestemming van de ouders vereist is, op de andere niet. Volgens de ene kunnen nabestaanden nog altijd weigeren, volgens de andere niet. De ene laat na te vermelden dat lijken ook worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, de andere legt dat mooi uit. Kortom: desinformatie troef! Of houdt een doorsnee landgenoot dagelijks het Belgisch Staatsblad bij voor updates?

Uiteraard aanvaard ik dat men bepaalde geneesmiddelen en andere producten slechts kan ontwikkelen dankzij experimenteel wetenschappelijk onderzoek. En het is maar goed dat artsen in hun opleiding de kans krijgen om op overleden lichamen te oefenen.

Redenen te over voor de wetgever om grootschalige orgaandonatie effectief te faciliteren. Maar het debat moet in alle openheid gevoerd worden en de burger moet meer zelfbeschikking krijgen dankzij gedifferentieerde registratie.

Het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek bracht nochtans al op 10 december 2012 een advies uit op aanvraag – ik herhaal: op aanvraag – van mevrouw Onkelinx (PS), minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. (De details vindt u op de site, onder ‘adviezen’, nr. 54).

Daarin werden deze wetten kritisch doorgelicht en formuleerde men een aantal voorstellen in de lijn van mijn betoog. Maar vooralsnog ving minister Onkelinx daar nog niets mee aan. Wel, waar wacht ze op?

Brecht Decoene

Brecht Decoene is moraalfilosoof.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!