De moeizame start van Metis

De moeizame start van Metis

zaterdag 1 juni 2013 13:00

Er is een nieuwe – centrumlinkse – denktank in Vlaanderen, Metis. Die wil als progressieve denktank een tegenwicht vormen voor de Itinera’s en Johan Van Overtveldt’s van deze wereld. Media berichtten deze week al over de eerste opiniestukken en papers van de denktank en Wim Vermeersch (lid van de kerngroep van Metis) lichtte op deredactie.be ook al het waarom van de denktank toe.

Een lovenswaardig initiatief maar …

De eerste berichten en ‘key messages’ die in de media doorsijpelden stelden me echter toch een beetje teleur. ‘We moeten het Rijnlandmodel heractiveren’, ‘het beste van het Rijnland-en Scandinavische model combineren’, ‘we moeten de vraag aanwakkeren in Europa en niet alleen op de aanbodzijde focussen’, ‘de competitiviteit opkrikken’, ‘Europa upgraden’…   Er staan ook veel goeie zaken in die papers – ik heb ze maar gescand, voorlopig – maar echt warm word ik er niet van. Het meest ontgoochelend is voor mij de duidelijke focus op economische groei. Duurzame groei, dat wel, maar toch: groei.

Wim Vermeersch formuleerde het zo in zijn opiniestuk op deredactie.be:  “Metis wil meer economische groei, en wil de baten van die welvaart toegankelijk maken voor iedereen. Metis wil een solidaire maatschappij waarin ongelijkheid bestreden wordt. De groei moet echter kwalitatief en duurzaam zijn. Want economische groei is niet alleen nodig om uit deze recessie te geraken en de solidariteit te bestendigen (en zo mogelijk uit te breiden), ze moet ook de middelen genereren voor een snellere omschakeling naar een meer groene economie. Economische groei primeert dus niet op alle andere doelstellingen; zij is er mee verweven.”

Elders in het stuk stelde hij: “Metis wil het Europese model van een sterk uitgebouwde verzorgingsstaat vrijwaren, vernieuwen en zelfs uitbouwen. Daar zullen wij economische groei voor nodig hebben. We willen dit voor onze generatie en die erna. We zullen dus geen voorstellen doen die ons verarmen maar wel voorstellen die het financiële en maatschappelijke draagvlak voor een warme, solidaire maatschappij versterken. Zo willen wij via een gecoördineerd investeringsbeleid de groei in de toekomst veilig stellen …”

Die groei staat dus voor Metis in functie van het uit de crisis geraken, de verzorgingsstaat vrijwaren, ons algemene niveau van welvaart behouden, en een snellere omschakeling kunnen maken naar een meer groene economie.

Ik begrijp wel dat Metis zich wil onderscheiden van Oikos en de denktank is nog maar net van start gegaan, maar toch blijft het voor mij een gemiste kans om bij aanvang, ipv een ‘duurzame groei’ paradigma te hanteren, niet te gaan voor een paradigma dat focust op duurzame ontwikkeling binnen planetaire grenzen.

Metis maakt een andere keuze, wat uiteraard zijn goed recht is. Maar het is wat mij betreft een verkeerd signaal. Allicht was het geen toeval dat bvb. Geert Noels gisteren een goedkeurende tweet de wereld instuurde over de komst van de nieuwe progressieve denktank. Veel van die recepten zouden ook uit zijn pen/koker kunnen komen (zij het niet alle).

Radicale transformatie is noodzakelijk

Vraag is of centrum-linkse recepten zullen volstaan in de 21ste eeuw. Ik vrees ervoor. Business as usual kan niet meer, hoor je overal. Radicale transformatie lijkt dus noodzakelijk, én wat mij betreft ook vooral een radicaal ander mensbeeld. Overigens liet ook een captain of industry, Thomas Leysen, vorige week (en niet voor het eerst) optekenen in een interview met Mo* dat economische groei de volgende jaren vooral iets voor het Zuiden zal zijn, en dat dat zelfs noodzakelijk is – groei moet prioritair naar armere landen gaan. Toegegeven, Leysen is een van de meer visionaire bedrijfsleiders, maar ik wil maar zeggen: Metis maakt hier een strategische fout.

Ze hoeven wat mij betreft niet te pleiten voor een ‘stationaire economie’ maar zouden wel voor duurzame ontwikkeling binnen planetaire grenzen moeten staan. Dat ze onomwonden voor groei pleiten, is onbegrijpelijk. Ook al begrijp ik de (middellange-termijn) logica die erachter steekt – zie hierboven. De langetermijnlogica – het voortbestaan van de planeet – pleit echter voor een ander paradigma.

‘Duurzame/groene groei’ heeft nog alles te bewijzen, op wereldvlak, het is echt geen toeval dat o.a. de Europese Commissie, het IMF, de Wereldbank er allemaal de mond vol van hebben – want het concept lijkt de voordelen van economische groei te kunnen combineren met duurzaamheid. Ik hoop dat het kan, maar ik zou er toch niet al mijn geld durven op inzetten. En de tijd dringt. Mij lijkt het voorzichtiger om in te zetten op duurzame ontwikkeling binnen planetaire grenzen, althans op het niveau van discours/framing.

Hoe je de transitie moet maken – op relatief korte termijn – naar een duurzame samenleving, is voor iedereen nog een open vraag, al zijn tal van experimenten aan de gang. Zelf denk ik eerlijk gezegd dat een belangrijk element moet bestaan in het promoten van een radicaal ander mensbeeld. Bijvoorbeeld door zo’n progressieve denktank.

Op dit ogenblik is de dominante lifestyle ‘work hard, play hard’. Ook al zal zeker niet iedereen zich achter dit mantra scharen, toch is dit de levensstijl die je vanuit alle (sociale) media en reclame wordt toegeschreeuwd en aangepraat. Werken, kopen, consumeren, en af en toe ‘de fun’ en relaxen. Wel, dat mensbeeld, dat het ‘goede leven’ hierin zou bestaan, dat moet eraan geloven. ASAP.  

Gladde marketingjongens zouden dus moeten hun rol spelen in het cool en hip maken van een duurzame levensstijl, op zo’n manier dat dergelijke levensstijl min of meer een statussymbool wordt. We zijn immers sociale wezens en erg gevoelig voor onze plaats in de pikorde. Welaan, al van kindsbeen zouden we via massamedia en reclame moeten jaloers worden gemaakt op ‘mensen die het voor elkaar hebben’, in de zin dat ze een (fysiek en mentaal) evenwichtig, ‘mindful’, duurzaam en boeiend leven leiden.

Mensen die 25 uur per week werken bv. – en daarnaast nog een hoop tijd hebben voor sport, contemplatie, discussie, een rol spelen in het openbare leven, reizen – genre Nick Meynen, lange trektochten in de Pyreneeën ipv de Ryanair-weekenduitjes naar Dublin – … mensen die 9 maand werken per jaar en drie maand vakantie nemen, … Mensen die een goeie privé-werk balans hebben. Kortom, mensen die Paul Verhaeghe en Dirk De Wachter niet in hun kabinet te zien krijgen.

Dat we daar niet allemaal in zullen slagen, da’s duidelijk. Maar het zou de norm moeten worden. En dat kan maar als de hele kapitalistische marketingmachine die boodschap zou gaan brengen, in combinatie met ons onderwijs uiteraard, en de media. Tip voor de politici die nu aan het bakkeleien zijn over het secundair onderwijs: het begint allemaal al in het lager onderwijs. Statusgevoeligheid start niet pas in het secundair, helaas. Merk ik elke dag thuis.

Dat dergelijke levenswijze nog niet gepromoot kan worden in ontwikkelingslanden, is duidelijk. Daar hebben ze nog meer dan recht op hun portie groei. Maar in het Noorden is het essentiëel. Anders gaat centrum-links sowieso de strijd tegen rechts verliezen – en krijgen we een collectieve verarming (behalve voor een minderheid), op een harde en brute manier. Ik denk niet dat je met centrumlinkse recepten op kunt tegen Van de Cloot en co, nee, je moet een radicaal ander mensbeeld gaan promoten, en op zo’n manier dat rekening wordt gehouden met mensen als sociale wezens.

Louter een beeld schetsen van een betere maatschappij in de toekomst – na de transitie –, over hoe het zou kunnen zijn en wat de baten voor mensen en de samenleving zouden kunnen zijn als we het over een andere boeg gooien (betere gezondheid, betere privé-werk balans, meer solidariteit … en beter voor de planeet) gaat weinig effect hebben, vrees ik, behalve op de minderheid die toch al overtuigd is en het zich – op het werk – kan permitteren om een aantal duurzame en werk/privébalans-keuzes te maken. Nee, je moet gebruik maken van hoe mensen in elkaar zitten. De ‘low impact man’ moet een statussymbool ipv een curiositeit worden. De meiden zouden aan zijn voeten moeten liggen.  Hier ligt een taak voor de reclamelui en voor leraars en media overal ter wereld.

Kan dit in het huidige kapitalistische systeem?

Moeilijk, maar niet onmogelijk. Maar het is pas als op grote schaal dergelijk mensbeeld wordt gepromoot dat individuen in hun eigen werkomgeving zullen kunnen ingaan tegen druk van bovenaf – hun directe chef, bv – en de druk van de maatschappij die je nu in een bepaald keurslijf (‘work hard, play hard’) dwingt. Pas als we bij wijze van spreken elke dag ‘Wat als?’ filmpjes zouden te zien krijgen, genre – wat als je tegen je baas zou kunnen zeggen ‘fuck off’ als hij of zij weer eens teveel van je vergt, onmogelijke targets uitzet met onvoldoende resources, …” en je zou kunnen antwoorden: ‘Ik ga lekker een winterslaapje nemen zoals de beren in Alaska, van vijf maand, en na de winter zien we elkaar terug, als ik lekker uitgeslapen ben’ of als ze Luc Bertrand en andere omhooggevallen captains of industry en interimwerk-woordvoerders en -piefen op hun plaats zouden zetten, elke dag opnieuw, op humoristische wijze – in prime time radio-en tv spots, is er een kans om dergelijke duurzame transitie te bewerkstelligen.

Anders is het vechten tegen de bierkaai. Niet iedereen zal daar gevoelig voor zijn, voor een hippe duurzame levensstijl – sommigen kicken nu eenmaal op Mascherati’s en Louis Vuitton – maar een progressieve denktank zou van het promoten van dergelijk mensbeeld en manier van leven een prioriteit moeten maken. Doen we dat niet, dan krijgen we een bijzonder onhippe, rauwe verarming en kan de planeet het helemaal kan schudden. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!