Lokale mijnwerkers werden weggejaagd van een Tanzaniaanse goudmijnsite nadat een Canadees bedrijf de meerderheid van de aandelen in de mijn had overgenomen (foto: Tamara Herman - Publish What You Pay).
Nieuws, Wereld, Economie, Wetgeving, Afrika, Mijnbouw, Canada, Mijnbouwbedrijven, Publish What You Pay, Toronto Stock Exchange, Reglementering, Travis Lupick -

Hoe Canada de Afrikaanse mijnbouw overheerst

Internationale mijnbouwbedrijven beconcurreren elkaar op leven en dood om de controle over de Afrikaanse mijnbouwsector te verwerven. Maar zoals uit recente cijfers blijkt, steekt een land er met kop en schouders boven uit: Canada.

woensdag 15 mei 2013 18:55

Wanneer mensen gevraagd worden na te denken over buitenlandse mijnbouwcontracten in Afrika komt bij velen spontaan China naar boven, of misschien een van de vroegere koloniale mogendheden: het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk. China’s enorme bouw- en landbouwprojecten in het bijzonder liggen aan de basis van het ‘Africa Rising’-verhaal, net zoals de enorme vraag naar grondstoffen van de 1,3 miljard consumenten van de Aziatische reus.

Sommige lezers zullen verrast zijn te vernemen dat Canada – met een bevolking veel kleiner dan een tiende van die van China, en geografisch nagenoeg zo ver van Afrika gelegen als het maar kan – rustig is uitgegroeid tot een van de grootste belanghebbenden in de Afrikaanse mijnbouwsector – mogelijkerwijs de grootste, al naargelang de manier waarop je de omzet berekent.

Een grizzlybeer als concurrent

“We zijn zeker in menig opzicht een van de grootste spelers in Afrika”, verklaarde Pierre Gratton, voorzitter en CEO van de Mining Association of Canada, aan Think Africa Press

“Afrika is een nog grotendeels onontwikkeld, onbekend continent en dat maakt het juist interessant. Een nieuw grensgebied. Onze industrie is dikwijls bij de eerste om te gaan waar niemand van de concurrenten eerder ging.”

Landen die met Canada in de Afrikaanse mijnsector concurreren, zijn onder meer het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de VS, Australië, China en Zuid-Afrika. Het is evenwel onmogelijk ze te rangschikken naar hun mate van belangrijkheid; landen hanteren andere criteria om hun bedrijfsresultaten en investeringen aan te tonen en de transparantie is erg divers.

De gegevens van Natural Resources Canada schijnen een betrekkelijk betrouwbaar beeld te schetsen van ‘s lands bedrijvigheid in Afrika.

Volgens deze gegevens waren er in 2011 – het jongste jaar waarvoor statistieken beschikbaar zijn – 155 Canadese bedrijven in 39 Afrikaanse landen actief. Hun samengevoegde activa (*) beliepen naar schatting meer dan 30,8 miljard dollar, een stijging tegenover de 26,1 miljard dollar in 2010.

Canadese bedrijven waren het actiefst in Oost-Afrika, met 12,7 miljard dollar in 2011. Daarna kwam West-Afrika met investeringen voor 9,9 miljard dollar, gevolgd door zuidelijk Afrika (4,9 miljard dollar), Centraal-Afrika (3,4 miljard dollar), en Noord-Afrika (36,7 miljoen dollar).

Gerangschikt in dalende orde naar de waarde van de bedrijfsactiva, waren Canada’s belangrijkste mijnbouwpartners in 2011: Zambia, Mauritanië, Zuid-Afrika, Madagaskar, de Democratische Republiek Congo, Ghana, Tanzania, Mali, Senegal en Eritrea.

Terwijl Canada een hoofdrolspeler is in de Afrikaanse mijnbouw, vertegenwoordigen de huidige projecten op het continent slechts een minderheid van de overzeese investeringen van Canadese bedrijven. Volgens Natural Resources Canada is de mijnbouwactiviteit in Afrika slechts goed voor 21,5 procent van de gecumuleerde activa in het buitenland. De  grootste Canadese investeringen gebeuren nog altijd in Latijns-Amerika.

De stand van zaken

Deze cijfers geven een vertekend beeld omdat alleen de belangen van bedrijven die hun hoofdzetel in Canada hebben, zijn meegerekend. Als je het beeld verruimt en rekening houdt met de mijnbouwprojecten van alle bedrijven die op de Toronto Stock Exchange (TSX) worden verhandeld en die via de TSX Venture worden gefinancierd, groeit de rol van Canada in de mijnbouwsector over de hele wereld nog aanzienlijk. 

Volgens een verslag van de TSX uit december 2012,  liepen tijdens de eerste negen maanden van 2012, 89 procent van de globale transacties in mijnbouwaandelen over de TSX en de TSX Venture (een stijging met één procent tegenover 2011).

Het verslag vermeldt dat slechts 7 procent van de mijnbouwprojecten in Afrika gelegen waren, maar dat doet niets af aan het feit dat een pak investeringsgeld bestemd voor mijnen in Afrika via de beurs van Toronto verhandeld wordt. 

“Er zijn ongeveer 315 tot 320 geregistreerde niet-Afrikaanse mijnbouwmaatschappijen die in Afrika zaken doen”, verklaart Bruce Shapiro, voorzitter van Mine Africa, een in Canada gevestigde marketingmaatschappij. “Van deze vennootschappen is ongeveer de helft Canadees. Wat de bedrijven betreft die wij normaal volgen, overheersen de Canadese bedrijven zeker de markt van de mijnbouw.”

Shapiro legt uit dat Canada die aparte plaats te danken heeft aan de beschikbaarheid van risicokapitaal op de TSX. “Op dit ogenblik is zo goed als onmogelijk om vers kapitaal te vinden”, merkt hij op, verwijzend naar de slabakkende economieën in de industrielanden. “Maar als dat niet het geval was, zou het in Canada toch betrekkelijk makkelijk zijn om kapitaal te vinden in vergelijking met andere markten.”

“Canada bezit zelf grote minerale rijkdommen”, legt Shapiro uit, “het land heeft een lange geschiedenis van mijnontgining, en gebruikt nu zijn expertise in Afrika.”

Met een blik op de toekomst hebben de mijnbedrijven de neiging op zoek te gaan naar ofwel minder bekende, weinig risicovolle gebieden met stabiele regeringen, ofwel juist gebieden met hoge risico’s die mijnbouwbedrijven aantrekt door hun potentieel hoge winsten.

Stroeve relaties?

Maar behalve voor het gunstige investeringsklimaat voor de privésector, worden mijnbouwbedrijven door Canada aangetrokken voor minder ethische redenen, suggereert Jamie Kneen, een coördinator van de mijnwaakhond MiningWatch Canada.

“Er is haast geen Canadese wet die internationaal van kracht is”, zegt hij, “als er met een in Canada gevestigd bedrijf in het buitenland iets grondig misloopt, zouden de verantwoordelijken voor een Canadese rechtbank vervolgd kunnen worden, maar hoe dat juridisch precies zit, is niet helemaal duidelijk – en totnogtoe is het nog niet gelukt een rechtszaak te beginnen”.

Kneen legt uit dat Canada nog altijd geen wetgeving heeft – zoals bijvoorbeeld wel het geval is in de VS waar wetten de activiteiten van Amerikaanse vennootschappen in het buitenland bepalen. De huidige conservatieve federale regering in Ottawa heeft zelfs pogingen van de oppositie om de aansprakelijkheid van Canadese bedrijven in het buitenland te verhogen, weggestemd. 

Een van die pogingen om de mijnbouwsector overzee te reguleren, werd ingediend door parlementslid John McKay. In april 2009 stelde hij voor de aansprakelijkheid van Canadese vennootschappen in ontwikkelingslanden te vergroten. Het mocht niet baten.

“Het wetsvoorstel is eervol ten onder gegaan”, herinnert McKay aan de telefoon vanuit de Canadese hoofdstad Ottawa. “Zij [de lobbyisten van de machtige mijnbouwsector] spelen niet om te verliezen.”

Hij merkt op dat door het ontbreken van zo’n wetgeving het aan de bedrijven zelf wordt overgelaten om hun activiteiten in het buitenland te reguleren. Aangezien de wetten van de landen waarin zij opereren dikwijls weinig zijn uitgewerkt, profiteren de Canadese bedrijven van dit vacuüm.

“Wij hebben momenteel geen instrumenten om aan het even welk mijnbouwbedrijf op te leggen wat het moet doen, wanneer het dat moet doen, waar het dat moet doen of hoe”, beklemtoont McKay.

In grote delen van Afrika is het staatsapparaat te zwak om zelf veel controle te kunnen uitoefnen. Dit schept dus een potentieel voor allerlei soorten van misbruik.

“Canadese bedrijven wagen zich vaak waar nooit eerder westerse bedrijven zich hebben gewaagd”, zegt hij. “Er is schijnbaar geen enkele aarzeling meer om naar risicovolle conflictgebieden te trekken waar je duivels goed weet dat je op een of andere manier in dubieuze omstandigheden zal moeten werken.” 

Pierre Gratton van The Mining Association of Canada merkt op dat vooral de mijnsector in Afrika in volle expansie is en ook in de toekomst nog snel zal groeien, rechtevenredig met de Canadese interesse voor die sector in het continent. 

“Iedereen in Canada beseft dat mijnbouw iets is dat we goed doen, dat wij goed zijn in mijnbouw”. “Het is een van de uitzonderingen van de Canadese economie – we hebben niet de neiging om bepaalde bedrijfssectoren te willen domineren, maar in de mijnbouw gebeurt dat wel”.

(*) Natural Resources Canada definieert de samengevoegde activa van de mijnbouwbedrijven als volgt “calculated at acquisition, construction or fabricating costs, and includes capitalized exploration and development costs, non-controlling interest, and excludes liquid assets, cumulative depreciation [sic], and write-off.”

Travis Lupick

Travis Lupick is een Canadese freelance journalist die momenteel in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia woont en werkt. Zijn stukken verschenen in Al Jazeera English, de Africa Report-magazine en de Toronto Star.

De NGO Publish What You Pay, die wereldwijd campagne voert voor meer transparantie en verantwoordelijkheid van de privésector in de mijnbouw en de olie-industrie, houdt onder meer Canadese mijnbouwbedrijven in het oog.

Deze bijdrage verscheen oorspronkelijk in het Engels op de website van Think Africa Press onder de titel ‘How Canada Dominates African Mining’.

(vertaald uit het Engels door Baudouin Hannecart)
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!