Onder-stroom. Manifestaties van schoonheid in verval
Jef Peeters, Fototentoonstelling, Onder-stroom, Schoonheid, Verval, Vermeylenfonds Mechelen, VOC Mechelen, Chantal De Cock, Steven Goolaerts, Tom Roijers -

Onder-stroom. Manifestaties van schoonheid in verval

donderdag 9 mei 2013 09:14

Eeuwenlang hebben op conventie gebaseerde schoonheidsidealen de kunstproductie bepaald. Als het verval al werd getoond, dan had dit vaak een moraliserend effect op het oog. Hoe meer gebreken, hoe verder verwijderd van het ideaal, dus hoe verwerpelijker. Voor Plato en Kant waren kunstwerken niet meer dan gebrekkige imitaties van schoonheidsidealen. De esthetische ervaring werd door Kant gelijk gesteld met de ervaring van het Mooie.
Toch bracht Kant een belangrijke nuance aan: het is niet omdat een kunstwerk het Lelijke tot onderwerp heeft, dat het niet als mooi kan ervaren worden. Net zoals er lelijke voorstellingen van mooie dingen bestaan, bestaan er mooie voorstellingen van lelijke dingen.

Komt daar nog het subjectieve van de ervaring bij kijken. Reeds in de 3de eeuw v. C. vond je in Griekenland al variaties terug op het bekende “Beauty is in the eye of the beholder”, in deze vorm toe te schrijven aan Margaret Wolfe. Alhoewel onze ervaring van schoonheid door conventies vorm krijgt, blijft ons waardeoordeel een subjectief gegeven.
Het zijn juist de artiesten die keer op keer de schoonheidsconventies onderuit halen en er andere voor in de plaats zetten. Of die zich tevreden stellen met het te kijk stellen van het vaak burgerlijk karakter van de schoonheidsconventies en geen behoefte hebben er andere voor in de plaats te zetten.

De vier fotografen die aan Onder-stroom deelnemen, plaatsen zich binnen deze artistieke evolutie om zich niet langer door opgedrongen conventies te laten leiden. Juist in het verval vinden zij schoonheid terug, daar waar anderen louter verval aanschouwen.

Fascinatie voor de vergankelijkheid

“Door mensen voortgebrachte plaatsen zijn niet minder magisch en vluchtig dan de open plekken in het beschaduwde bos. Wie met andere dan alledaagse ogen kijkt, kan stedelijke landschappen zien die even vreemd zijn als de niet in kaart gebrachte streken op aarde waar ontdekkingsreizigers voor het eerst voet zetten.” (John Gray)

“De ruïne opent de tijd, want als verlaten bewoning is zij tegelijk de aanwezigheid van het verleden in het heden en er de aanwijzing van dat ons eigen heden ooit tot het verleden zal behoren. De ruïne is daarmee verzameling van de tijdsdimensies, anticipatie van onze vergankelijkheid door belichaming van andermans verleden te zijn.” (Ton Lemaire)

Tijd kruipt in de ruimte. Elke plaats ademt verleden, maakt dat verleden kenbaar door dat wat achter is gebleven. Wandelen we door een landschap, dan botsen we al snel op restanten van dat was is geweest. Brokstukken van verlies die onze verbeelding prikkelen, ons aanzetten de verloren tijd bijeen te sprokkelen met de fantasie van een kind. Door het aanschouwen van de ruïne worden we terug kind, alsof we ons laven aan de fontein van de eeuwige jeugd. We vergeten ons momentane zelf en worden terug voorouders.  Een groeiend historisch bewustzijn rukt ons uit de ketens van het hier en nu, noopt ons de eigen vergankelijkheid  met een weemoedige glimlach te begroeten. Besta ik wel in dit hier en nu? Heb ik niet altijd bestaan? De mystagoog wordt wakker, verleidt het zelf met mythische restanten, stapelt fantastische illusies op tot luchtkastelen, vluchtig als wolken. De ratio, ach, een overroepen instrument voor hij die niet alleen wilt kijken maar ook het  onwerkelijke wilt zien. Waarheid? Er bestaat gaan Waarheid. Alleen verhalen getuigen van cultuur.  Verzonnen of niet,  wie maalt er om? Het is het beeld dat telt, de verbeelding die vormt.

Schoonheid in verval

“De ruïne van de schoonheid. De schoonheid van de ruïne. Je smelt en versteent ervan. Je zwelt en krimpt. Je juicht als een koning, badend in triomf, en bent op hetzelfde moment armzaliger dan de armzaligste van zijn onderdanen.” (Gerrit Komrij)

De schoonheid van ruïnes kan niet anders dan afwijken van het westers academisch schoonheidsideaal. Juist het onvolmaakte, het vergankelijke staat centraal in de ervaring van dit soort schoonheid, en niet het dweepzuchtige verlangen naar een transcendent idealisme. Het verval als facet van een cyclisch dynamisme kan in potentie meer ontroeren dan het illusoir verlangen naar een eeuwige maar statische schoonheid, en dit juist omdat de vergankelijkheid kenmerkend is voor het bestaan. Mensen, bergen noch planeten ontsnappen aan de wet der entropie. De directe beleving van dit onontkoombaar gegeven kan ons daarom zo overdonderen, komt daarom als veel authentieker over.

De impact van dit soort schoonheidservaring ligt in de lijn van wat Japanners aanduiden als wabi-sabi, een prachtig Japans concept dat geen directe vertaling heeft in het Nederlands. Het drukt tegelijkertijd zowel een visie op esthetiek als een wereldbeeld uit, en geeft uiting aan een levensfilosofie die schoonheid vindt in het onvolmaakte en  die de natuurlijke cyclus van groei en verval aanvaardt. De term vind zijn oorsprong in het taoïsme en het zenboeddhisme. In de 13de  eeuw ontwikkelde wabi -sabi zich als tegenhanger van het Chinese verlangen naar perfectie, pracht en praal, dat vergelijkbaar is met het klassieke schoonheidsstreven in het westen.

Urban exploration

“Walker Evans made it possible for photographers who came after him to believe that anything was possible, anything could be interesting, anything could be beautiful.” (Lee Friedlander)

“Onder een laag stof vind ik een ziel en een verhaal. Maar het gekrenkte gebouw geeft zijn geheimen niet zomaar prijs. Je moet luisteren naar de stilte en door de beschadigde façade heen kijken. Soms toont een gebouw zijn ware gelaat pas na een paar bezoeken, en blijkt een indrukwekkende kolos een kwetsbare ziel te verbergen.” (Henk van Rensbergen)

Reeds van in de prille beginjaren van de fotografie werd de vergankelijkheid op pellicule vastgelegd. In eerste instantie betrof het monumentale gebouwen die in verval waren geraakt. Vooral de restanten van antieke culturen bleken populair te zijn bij de pioniers van de fotografie.  Zowel Maxime De Camps, John Shaw Smith, Francis Frith als Felix Bonfils waren gefascineerd door de Egyptische grandeur.  Maar ook vervallen kerken en kastelen intrigeerden. Eadweard Muybridge, vooral bekend om zijn fotografische analyse van beweging, heeft in Latijns-Amerika een aantal opmerkelijke foto’s gemaakt zoals de foto van een vervallen kerk in Guatemala of die van de ruïne van een kerk in Panama (beiden in 1875 genomen).

Gaandeweg begonnen fotografen ook te vallen voor de bekoring van het kleine verval . Walker Evans was een meester in het vastleggen van vergane glorie. Zowel de foto’s in de reeks over de economische crisis in West-Virginia als die in de serie over de oude plantages in het Zuiden tonen de tedere wreedheid van de tijd. Resultaat: urbex avant la lettre.

Urbex, afkorting voor urban exploration, begon pas echt populair te worden op het einde van het vorige millenium. Avontuurlijk ingestelde fotografen die eens wat anders wilden fotograferen dan een zoveelste zonsondergang of communiefeest, gingen op zoek naar locaties die afweken van het gangbare. Al snel botsten ze op de geslachtofferde restanten van het kapitalistisch systeem, afgedankte fabrieken, verlaten ziekenhuizen en sanatoria, niet meer gebruikte tunnels, boorplatformen, complete industriële terreinen en spooksteden, verenigd door hun gebrek aan rendabiliteit voor het grootkapitaal. Terwijl deze plaatsen voor 19deeeuwse schrijvers als Dickens, Poe, Wilde en Zola de huiveringwekkende troosteloosheid van de vooruitgang symboliseerden, vindt de huidige generatie beeldsprokkelaars uitgerekend daar, waar de menselijke bedrijvigheid tot stilstand is gekomen en de humane hybris plaats heeft gemaakt voor de overwoekerende natuur, de poëtische verbeelding die ze wenst vast te leggen.

Het is juist dit soort fotografie dat bezoekers aan Onder-stroom mogen verwachten van Chantal De Cock, Steven Goolaerts, Jef Peeters en Tom Roijers. Krachtige beelden die de verbeelding stimuleren, droomlandschappen waar de verhalenverteller in ieder van ons in wenst te verdwalen, de beklemtoning van het anekdotisch detail dat de deuren der perceptie opent. Niet komen kijken is geen optie, echt niet.

Tom Cools

Onder-stroom. Manifestaties van schoonheid in verval

Foto’s van Chantal De Cock, Steven Goolaerts, Jef Peeters en Tom Roijers

17 mei – 23 juni 2013

VOC Mechelen, Guldenstraat 27, 2800 Mechelen

Gratis toegankelijk

Vernissage op vrijdag 17 mei vanaf 19:00

Meer info over Vermeylenfonds Mechelen: http://vermeylenfondsmechelen.weebly.com

Het VOC is open op zaterdag tussen 10:00 en 14:00. Op zaterdag 1 juni zal het VOC ook open zijn tussen 14:00 en 18:00 en kan je meer uitleg over de deelnemende artiesten en hun werken krijgen van de organisatoren.  Ook tijdens activiteiten van het VOC kan je de tentoonstelling bezoeken (meer uitleg over hun activiteiten: http://www.vrijzinnigmechelen.be/v1/activititeiten/index.php). Of je kan telefonisch een bezoek regelen: 015 21 24 71

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!