Wetenschappers zijn mensen … ideologie in de wetenschap
Klimaat, Imf, Wetenschap, KU Leuven, Bjorn lomborg, Thomas kuhn, Freeman dyson, Mechanisisme, Materialisme, Bacon -

Wetenschappers zijn mensen … ideologie in de wetenschap

donderdag 25 april 2013 10:00

Nog niet zolang geleden ontstond er behoorlijk wat consternatie over ‘de zwaarste fraude ooit aan de Vlaamse universiteiten’ [1]

Even buiten beschouwing gelaten dat een correctere omschrijving ‘de zwaarste fraude die ooit aan het licht is gebracht aan de Vlaamse universiteiten’ zou geweest zijn, had het bericht een grote overeenkomst met de dopingsverhalen die om de vijf jaar aan het licht komen in het wielermilieu. Een collectieve mea culpa zonder al te veel te vertellen, enkele zwarte schapen die geslachtofferd worden, een oproep voor een ‘andere’ manier van werken gepaard met hier en daar rode ogen en veel emotie (toegegeven, dit komt meer voor in de wielersport) én vooral heel veel hoop dat de storm gaat gaan liggen en we terug over kunnen gaan tot de orde van de dag.

Wetenschap onder de loep

U zou het waarschijnlijk niet afgeleid hebben uit voorgaande alinea, maar ik hou van wetenschap Ik ben één van die personen die zich als leek graag meent te verdiepen in wetenschap. Quantummechanica, chaostheorie, evolutionaire gedragswetenschappen,… Ik heb er net genoeg over gelezen om mensen die er niks van kennen een rad voor de ogen te draaien met m’n ‘kennis’, maar hopeloos verloren te lopen tussen een hoop specialisten.

Als ik dan stel dat men ‘aan het licht gebracht’ beter had toegevoegd, wil ik niet noodzakelijk insinueren dat het hele wetenschappelijke veld zwart ziet van ‘dopingszondaars’. Enkel dat ervan uitgaan dat de ernstigste fraude enkel degene is die aan het licht komt nogal naïef is.

En waarom enkel fraude belichten? Fraude impliceert sowieso dat er een moedwillige verkrachting van de wetenschappelijke ethiek gebeurt ter meerdere eer en glorie (lees: subsidiëring) van de respectievelijke wetenschapper of zijn broodheren. Zelfs als het niet bewust gebeurt, zijn er nog genoeg manieren waarop het wetenschappelijke werk zich op een dwaalspoor bevindt. Het is goed om ons daarvan bewust te zijn. Er wordt toch vaak beweerd dat wetenschap ten dienste van de mensheid dient te staan. Zoals een fiets ook ten dienste staat van degene die hem berijdt. En net zoals we maar beter de beperkingen van de remmen, versnellingen, zichtbaarheid,….van ons stalen ros kennen wanneer we erop rijden, is het ook goed om te weten wat de sterktes en zwaktes zijn van onze wetenschappelijke dienaar. Niet om hem niet meer van stal te halen. Wel om minder ongevallen aan te treffen op onze wegen.

Laten we even wat voorbeelden erbij nemen zonder daarom elke keer te hoeven wijzen met de schuldvinger. Soms spelen er nu eenmaal andere dingen mee dan bewust vals spelen. Al zijn er helaas ook een heel aantal knikkers met bijzonder veel stront in dit veld. It’s a dirty job but somebody’s gotta do it….

Witboek met een zwarte rand

Heel recent kwam aan het licht dat een invloedrijke studie van Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff bij uitvoerig nazicht -door een student notabene- een aantal fouten bevatte wat voor nogal wat terechte consternatie zorgde. Reinhardt en Rogoff waren zo’n beetje de economische gurus die mits een zorgvuldig uitgekiende -kuch kuch- studie hadden bewezen -altijd wat dubieus in economieland- dat er vooral veel bespaard diende te worden. Zeker op momenten dat de schuldgraad van een land te hoog was, wat na de bankencrisis bij de meesten het geval was. Bezuinigen moest er gebeuren. En wel vlug.

Maar dan blijkt opeens dat zo’n harde studie toch niet klopt (ik laat u de details graag zelf nalezen in de meegegeven links). En dat de neoliberale besparingsagenda die momenteel welig tiert toch niet het ‘correcte’ antwoord lijkt te zijn.

http://www.salon.com/2013/04/21/meet_the_economics_whiz_who_outed_rr_partner/
http://business.financialpost.com/2013/04/18/reinhart-rogoff-austerity-study/
https://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/04/21/de-cijfertjes-die-niet-klopten-hoe-politiek-een-revolutie-zou-kunnen-beleven

Van economische theorie naar maatschappelijke praktijk

Misschien zijn twee mensen uit het IMF niet de aangewezen personen om een objectieve wetenschappelijke studie af te leveren. Zeker als je weet dat het IMF in het verleden al resoluut voor een neoliberale agenda ging (de zogenaamde Washington-consensus waar ze o.a. in Argentinië ook over kunnen meespreken). Misschien is het naïef te denken dat iets als economie überhaupt ooit objectieve studies teweeg kan brengen.

Economie gaat over menselijk handelen. Dus ook vertrouwen, samenwerken, ideologie en lijkt gedoemd om altijd gepolitiseerd te zijn. En misschien is het vreemd dat een studie met zo’n zware gevolgen niet onderhevig is aan iets waar veel wetenschappelijke pleitbezorgers graag prat op gaan. Dat de sterkte van het wetenschappelijk proces en zijn suprematie er net in bestaat dat alles getest en hertest wordt tot in den treure.

Tenzij het gaat over draconische besparingsmaatregelen. Dan wordt de treurnis verhaalt op de bevolking. Wetenschappers zijn ook maar mensen natuurlijk…

Gepolariseerd en gepolitiseerd

Een van de meest moderne voorbeelden van een gepolitiseerde wetenschap is het klimaatverhaal. Vooraleer de banbliksems zich boven mijn hoofd beginnen te vormen (zou dat iets te maken hebben met een te groot spanningsveld en een teveel aan negatieve lading?) een korte disclaimer. Ik heb geen banden met oliemaatschappijen, noch met religioso-naturalistische Gaea-vereerders. En beide groepen hoeven in deze geen afwijzing van mijnentwege te zien.

Ik ben gewoon iemand die gewonnen is voor het idee dat je na de picknick geen rommel achterlaat. En die denkt dat zo’n klein idee doortrekken naar een groter niveau niet slecht zou zijn. Er zijn ongetwijfeld veel manieren om efficiënter te zijn. Meer biologisch oplossingen voor oude problemen die meewerken met de natuurlijke processen ipv de dominante bio-industrie die eerder de beperkingen van de natuur probeert te overwinnen en natuur als een vijand lijkt te zien. Allemaal goed en wel, maar dit neemt niet weg dat we niet kritisch mogen kijken naar de geschiedenis en de politiek achter het klimaatverhaal.

De originele Gore

Op 24 juni, 1988, gaf NASA-wetenschapper James Hansen een getuigenis voor het ‘Senate Energy and Natural Resources Committee’ over de klimaatsopwarming. In een beklijvende speech vertelde hij dat het verbranden van fossiele brandstoffen de atmosfeer had veranderd op dusdanige wijze, dat het een drastische impact zou hebben op het globale klimaat.

Tussen 2025 en 2050 zouden we een temperatuursverhoging bereiken die tussen de 3 en 9° Fahrenheit (zo’n 1,6 tot 5° C) met pieken tot 20° F (11°C) zou bedragen. Hansen verklaarde dat dit niet enkel toekomstmuziek was, maar dat dit proces al volop het klimaat aan het veranderen was. http://image.guardian.co.uk/sys-files/Environment/documents/2008/06/23/ClimateChangeHearing1988.pdf

Tot zover geen probleem met dit verhaal dat perfect past in de hedendaags gepercipieerde publieke consensus. Tot Prof Vahrenholt en Prof Lüning de voorspellingen aan de ultieme toetssteen nl. de realiteit hielden. Niet alleen bleken de voorspellingen foutief te zijn, ze waren zelfs 150% foutief. http://wattsupwiththat.com/2012/06/15/james-hansens-climate-forecast-of-1988-a-whopping-150-wrong/

Nu goed, als m’n stelling van een gepolitiseerde wetenschap terecht is, waarom is deze laatste bron dan niet gepolitiseerd, hoor ik u denken? Wel ten eerste zijn de conclusies vrij makkelijk te verifiëren aangezien we het inderdaad niet hebben over ingewikkelde computermodellen en een onzekere toekomst, maar over vroegere voorspellingen en daadwerkelijke data.

Politiek climatocienne

Ten tweede was er in 2007 een interview van PBS Frontline met Senator Timothy Wirth, die over de desbetreffende dag sprak waarin hij enkele kleine manipulatiepogingen verklapte aan de reporter.

“Believe it or not, we called the Weather Bureau and found out what historically was the hottest day of the summer. Well, it was June 6 or 9 or whatever it was, so we scheduled the hearing that day, and bingo: It was the hottest day on record in Washington, or close to it. It was stiflingly hot that summer. [At] the same time you had this drought all across the country, so the linkage between the Hansen hearing and the drought became very intense.”

Of wat dacht u van deze mooie bekentenissen?

“What we did… went in the night before and openend all the windows, I will admit, right? So that the air conditioning wasn’t working inside the room and so when the, when the hearing occurred there was not only bliss, which is television cameras in double figures, but it was really hot…   So Hansen’s giving this testimony, you’ve got these television cameras back there heating up th room, and the air conditioning in the room didn’t appear to work. So it was sort of a perfect collection of events that happened that day, with the wonderful Jim Hansen, who was wiping his brow at the witness table and giving this remarkable testimony.”

http://www.pbs.org/wgbh/pages/frontline/hotpolitics/interviews/wirth.html

Een toonbeeld van objectieve wetenschap zowaar. Nu goed, politiek bestaat nu eenmaal uit politiek politicienne, dus getuigen deze beweringen niet noodzakelijk van moedwillige fraude. Het kan perfect zijn dat dit ‘te goeder trouw’ gebeurde om de ‘goede zaak’ een handje te helpen. Wat niet wegneemt dat de conclusie dat het klimaatverhaal gepolitiseerd is en zodus wetenschappelijk zwaar onderhevig is aan politieke agendas een feit lijkt te zijn.

Error! Error! Does not compute

Een uitstekende getuigenis over dit verhaal wordt gegeven door Freeman Dyson. Een Amerikaans fysicus bekend door zijn werk op het gebied van kwantummechanica, astronomie en nucleaire wetenschap en een palmares waar je onder de nog levende wetenschappers weinig concurrentie zal voor vinden.

In een interview vertelt hij over zijn visie op wetenschap en kaart hij enkele problemen aan van klimaatwetenschap. Namelijk het probleem van computermodellen. Computermodellen die slechts een geweldig enge voorstelling geven van hoe ons klimaat werkt. Waarbij kleine verschillen en omissies van bepaalde factoren zorgen dat zo’n klimaatmodel waardeloos wordt.

http://www.youtube.com/watch?v=JTSxubKfTBU&feature=player_embedded

En toch worden we om ons oren geslaan met zo’n computermodellen. Wil dat dan zeggen dat we de volledige andere kant op moeten kijken en een laissez faire houding dienen aan te nemen op het klimaatvlak? Verre van, maar laat ons vooral kijken naar wat we daadwerkelijk waarnemen ipv te vertrouwen op computermodellen die het klimaat moeten voorspellen voor de komende eeuw.

Wie een goed voorbeeld wil van wat kleine variaties in data kunnen verwezenlijken in mathematische voorspellingen heeft een goeie kluif aan het boek Chaos van James Gleick, waar hij menig voorbeeld geeft van hoe de dynamiek van zo’n minieme factor middels genoeg tijd al gauw uit zijn voegen kan barsten.

Het geloof van vele wetenschappers in de computermodellen is echter heel groot. Niettemin zijn wij mensen het die de programma’s schrijven, de data invoeren, kiezen welke data belangrijk is en welke factoren we kunnen weglaten. Wat niet leidt tot meer kennis, maar vaak zorgt dat we vinden wat we willen vinden. Wetenschappers zijn ook maar mensen…

Weg van de extremen

Nog een laatste noot over het klimaatverhaal. Ik besef dat dit heel erg ‘anti-klimaat’ lijkt. Dat ligt dan vooral aan het zwart-witverhaal dat we voorgeschoteld krijgen. Waardoor we ofwel volledig voor ofwel volledig tegen moeten zijn. Een goede stem in dit dilemma lijkt Bjorn Lomborg te zijn. Een Deens wetenschapper met een achtergrond in activisme die zelf besloot de cijfers te onderzoeken samen met zijn studenten en tot een genuanceerde kijk kwam. http://www.youtube.com/watch?v=9MEKyJEn0Wk Waarmee ik niet wil beweren dat we nu allemaal de heer Lomborg dienen te volgen. Het geeft gewoon aan dat er over dit debat wel meer stemmen zijn dan enkel de twee extremen.

Cause we are living in a material world

Ideologie en geloof spelen nu eenmaal een grote rol in wetenschap. Een frappant voorbeeld vinden we in de studie van conservatie van energie in levende wezens. Vanuit een mechanistisch oogpunt zijn wij overlevingsmachines of grote onhandige robots ter meerdere eer en glorie van onze egoïstisch genen (dixit Richard Dawkins). Energie komt er in, evenveel energie gaat er uit. Alles is een zogenaamde zero sum game. Alles dat buiten deze eng-mechanistische visie valt, krijgt het lot van hoongelach en kwakzalverij. Hoewel er heel vaak in het verleden concurrerende visies waren waarvan vitalisme misschien nog de grootste in ‘recente’ tijden, lijkt voor de meeste wetenschappers het materialistisch/mechanistische verhaal ‘gewonnen’ te hebben.

Het voeden van de machine

Begin de twintigste eeuw voerden de Amerikaanse wetenschappers Wilbur Atwater en Francis Benedict een reeks studies uit met menselijke proefpersonen. Met de hulp van ademhalings-calorimeters werd een poging ondernomen om eindelijk de nagel in de doodskist van het vitalistische gedachtegoed te drijven. Dezelfde wetten die reacties beschreven van niet-levende dingen konden ook worden toegepast op dieren, planten én mensen. Daar waren ze zeker van.

De hoeveelheid energie die zou vrijkomen door oxidatie van het voedsel werd vergeleken met de output aan energie door warmteproductie en arbeid. Het gemiddelde van al hun experimenten gaf een quasi-perfecte overeenkomst tussen metingen en berekeningen. Eindelijk was het klaar en duidelijk bewezen: de mechanistisch-materialistische visie had het bij het rechte eind en ‘levenskracht’ hoorde thuis in het rijk der fabeltjes samen met eenhoorns, elfen en Iraakse Weapons of Mass Destruction.

Wie zoekt, die vindt

Het duurde een zeventigtal jaar eer dit overtuigend onderzoek werd heronderzocht. Paul Webb, een Amerikaans wetenschapper uit Ohio kwam tot de conclusie dat de gevonden data niet klopte. En dan vooral wanneer zijn onderzoekspersonen heel veel of heel weinig aten.

Webb nam er dan maar terug de gegevens van Atwater en Benedict’s onderzoek bij en zag dat hun experimenten zware problemen vertoonden bij zware lichaamsoefeningen en te weinig eten. De quasi-perfecte data werd bereikt door een uitmiddeling van de gevonden gegevens. Hoe meer Webb de gegevens bekeek, hoe grotere discrepanties hij er in terugvond.

Los van het feit wat dit onderzoek betekent, kan men er wel enkele conclusies aan verbinden. Toen bij initiële pogingen om het onderzoek te herhalen in de jaren ’20 van de vorige eeuw men niet in staat bleek om het onderzoek te herhalen, werd al gauw verkondigd dat: ‘onervaren onderzoekers de apparatuur gebruikten en dit de resultaten onbruikbaar maakte’.

Resultaten die overeenkomen met verwachtingen worden dan ook makkelijker aangenomen dan resultaten die vloeken met het geloof. Deze laatste worden gauw afgeschilderd als foutief. Er worden nu eenmaal veel fouten gemaakt bij wetenschappelijk onderzoek. Maar die fouten gebeuren ongetwijfeld even vaak bij die zaken waar we hard van overtuigd zijn als die waar we helemaal niets van geloven. Alleen zijn we bij die eerste gauw overtuigd van hun correctheid en bij die tweede veel ‘alerter’ voor foutieve data. Wetenschappers zijn ook maar mensen…

De Kerk is dood. Lang leve de Kerk?

Wetenschap is meer dan een nobel streven waarbij er enkel en alleen naar kennis wordt gestreefd. Zoals het spreekwoord zegt: Kennis is macht. En met macht zet je dingen in beweging. Dus het idee van een volledig objectieve wetenschap lijkt al vanaf het begin gedoemd om te falen. Tenzij het een tak van de wetenschap zou zijn met geen enkele weerslag op het menselijk gegeven: zij het fysiek of ideologisch. En dan nog. Je weet maar nooit wat je met die kennis over het paringsgedrag van hermafrodiete huisjesslakken kan verwezenlijken….

Vermoedelijk geeft de term ‘wetenschap’ ons een vals gevoel van zekerheid. Van eerbied voor het ideaal dat we als een toorts proberen te volgen waardoor we soms de menselijke hand vergeten die die toorts in de hand heeft. Niets menselijks is ons vreemd, dus waarom zou dat bij wetenschappers anders zijn? Op een bepaalde manier is wetenschap religie geworden. Toen het eeuwen geleden de ontastbaarheid van religie -en dan bij ons vooral die van het monotheïstische christendom- van de troon stootte, hadden maar weinig mensen vermoed dat het vacuüm van gezag zou opgevuld worden door diezelfde wetenschap.

Francis Bacon kan misschien als pionier gezien worden van deze vergoddelijking van de wetenschappelijke clerus. In zijn boek New Atlantis, uitgegeven in 1624, beschrijft Bacon een technocratisch Utopia, waar een wetenschappelijke priesterklasse de beslissingen neemt voor de staat. Niet alleen worden deze ‘leiders’ van de staat in zijn werk behandeld met een ontzaggelijk respect; het hoofd van de orde rijdt rond in een strijdwagen onder een gouden schijnende afbeelding van de zon. Bacon beschreef deze wetenschappelijke herder in zijn paapmobiel als volgt: ‘He held up his bare hand, as he went, as blessing the people…. Men zou bijna beginnen denken aan de nood voor een scheiding van staat en wetenschap mocht dit ooit werkelijkheid worden.

Groepsdruk op de ketel

De wetenschapshistoricus Thomas Kuhn beschreef wetenschap als een discontinu proces met breuklijnen waar een oud en voorbijgestreefd paradigma op korte tijd plaats maakte voor een nieuw paradigma. Voor en achter die verandering leven wetenschappers in een ‘andere’ wereld.

Binnen een bepaald model vinden wetenschappers altijd problemen. Experimentele bevindingen die niet overeenkomen met de gangbare theorie. En dus aan de kant worden geschoven voor ‘normale’ wetenschap die eerder conservatief is. In die mate dat ze hun onderzoek verderzetten binnen de omvattende theorie die ze volledig aanvaarden. Ze zijn zodus eerder probleemoplossers dan out of the box denkers of vernieuwers.

Na een tijd beginnen er echter steeds meer problemen te komen met dit orthodox paradigma. Op een bepaald moment staat de vooruitgang bijna stil (cfr de platentektoniek) en uiteindelijk komt er een nieuw idee, de aardschok die zorgt dat het nieuwe model wel plaats heeft voor de ‘vergeten’ bevindingen. Een bekend voorbeeld is de Ptolemaïsche naar Copernicaanse universumtheorie. Om de ‘foute’ waarnemingen te doen passen binnen het Ptolemaïsche wereldbeeld werd er met epicycli gewerkt. Aanpassingen en uitzonderingen uitzonderingen om toch maar binnen het model te kunnen blijven.

Wetenschappers denken vaak conservatief want het zijn tenslotte ook maar mensen. Mensen die ook onderhevig zijn aan wat de anderen denken. Gezag, het al dan niet gepubliceerd worden in een wetenschappelijk tijdschrift, carrière-ambities,… het speelt allemaal mee.

In zijn boek verwijst Kuhn ook naar die peer-pressure onder wetenschappers. Al houdt hij het ook verantwoordelijk voor de plotse omkeer bij het vormen van een nieuw paradigma. In se wordt er steeds weer verder gewerkt op het bestaande model, zelfs als er eenzame stemmen vraagtekens beginnen te plaatsen. Als echter meer en meer wetenschappers de nieuwe theorie aanhangen zal dit idee meer en meer aanhang vinden onder andere wetenschappers waarna plots de balans kan omslaan. Net zoals het dat doet met publieke opinie van de ‘gewone mensen’

Wetenschappers zijn tenslotte ook maar mensen…

Wetenschap ad verecundiam of hoe wetenschappelijke autoriteit in zijn eigen voeten schiet

De wetenschap is niet hetzelfde als de wetenschapper. Het abstracte idee is niet hetzelfde als de subjectieve invulling door verscheidene individuën. Het gezagsargument van wetenschap wordt zodoende mogelijks bezwaard door deze subjectieve invloed. Motieven van ideologie, geloof, politiek, fraude, geld,….spelen allemaal een rol zoals ze dat ook doen in andere takken van het leven.

Dit is geen vrijbrief om elke wetenschappelijke uiting stante pede in twijfel te trekken. De wetenschappelijke methode is in se goed. De ‘fout’ ligt zoals zo vaak bij de menselijke feilbaarheid. Wat geen zonde is, perfectie is ons -en misschien gelukkig maar- vreemd. Dit beseffen zou ons moeten bevrijden. Beweringen en stellingen zouden bekeken moeten worden op een case by case niveau en niet zomaar genieten van het heilige aureool omdat het toevallig over wetenschap gaat. Autoriteit wordt problematisch als het de wetenschap aantast.

In de jaren ’50 schreef de wetenschapshistoricus George Sartor het volgende neer:

Truth can be determined only by the judgement of experts… Everything is decided by very small groups of men, in fact, by single experts whose results are carefully checked, however, by a few others. The people have nothing to say but simply to accept the decisions handed out to them. Scientific activities are controlled by universities, academies and scientific societies, but such control is as far removed from popular control as it possibly could be.

Zo’n afstand tussen mensen en gezag brengt herinneringen aan de aloude ontastbare katholieke Kerk. Wordt het geen tijd voor een nieuwe Reformatie die het (wetenschaps)geloof terug dichter bij de mens brengt? Vooraleer we onze technocratische tijden later moeten omschrijven als de nieuwe ‘donkere eeuwen’ waar maar enkelingen mogen genieten van het ‘licht’?

Voetnoten

  • [1]http://www.demorgen.be/dm/nl/1344/Onderwijs/article/detail/1600303/2013/03/21/Zwaarste-fraude-ooit-aan-unief.dhtml

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!