Open brief aan VVJ van een freelancer

Open brief aan VVJ van een freelancer

zaterdag 20 april 2013 15:37

Open brief aan Vereniging van Vlaamse Beroepsjournalisten (VVJ)

Het is anno 2013 mijn vaste overtuiging dat de VVJ er in de eerste plaats is voor loontrekkende journalisten en enkel voor hen bereid is om zware middelen in te zetten om onrechtvaardige toestanden recht te trekken.  Dit is zeer onrechtvaardig.

Het is binnen het zelfstandige journaille in Vlaanderen weliswaar niet allemaal kommer en kwel, maar het zijn duidelijk wel de freelancers die door gebrek aan een goed statuut meest risico lopen om onrechtvaardig behandeld te worden. De loontrekkende journalist binnen de VVJ en elders gedoogt deze “wild west”-toestanden waarin freelancers zich vaak bevinden en trekt er zich – laat ons eerlijk zijn – geen bal van aan.

Er zijn het afgelopen jaar een aantal zaken die mij zwaar gestoord hebben

1) Een jaar geleden stond het loontrekkende journalistengelid in rep en roer omdat de regering-Di Rupo kort na haar aantreden het aanvullend journalistenpensioen afschafte. Dit levert zoals we enkele maanden geleden van Frans Wauters konden vernemen na een volledige loopbaan een bedrag op dat op zich een pak hoger is dan een regulier zelfstandigenpensioen.

Onmiddellijk werd een mailcampagne gelanceerd, persmededelingen met gezwollen woorden verspreid en een door Marc Van De Looverbosch aangevoerde delegatie trok naar Vanquickenborne. In de raad van bestuur drongen Marc Van Impe en ik onmiddellijk aan dat van de situatie zou gebruik gemaakt worden om ook voor freelancers een gelijkaardig systeem te eisen waarbij de werkgevers een identieke financiële inspanningen zouden doen als voor loontrekkenden.

Tijdens elke rvb was iedereen het erover eens dat er geen enkele reden was om dit systeem ook niet voor zelfstandigen in te voeren. Welke inspanning heeft de VVJ zich getroost om dit voor de zelfstandigen waar te maken?

2) Al twee jaar worden een aantal freelancers geconfronteerd met zware fiscale problemen als gevolg van de voor hen hoogst verwarrende situatie met betrekking tot de betaling in auteursrechten. Een aantal zelfstandigen wordt door hun mediabedrijf immers volledig uitbetaald in het fiscaal gunstiger systeem van auteursrechten, wat evenwel terecht niet aanvaard wordt door de belastingscontroleurs.

Ik weet wel dat de VVJ in dit verband al een aantal brieven verstuurd heeft naar de achtereenvolgende ministers van Financiën met de vraag een duidelijk standpunt te sturen naar belastingsdiensten. Uitgevers en VVJ voeren thans besprekingen voeren om ook een deel van de vaste journalistenlonen in auteursrechten om te zetten.Willen we eens wedden dat vanaf het ogenblik dat deze lonen deels in auteursrechten omgezet zijn er hiervoor onmiddellijk een rechtszekere fiscale regeling van kracht zal worden.

Bij de eerste klacht van de loontrekkende zal er zonder de minste twijfel onmiddellijk een door voorzitter Marc Van De Looverbosch aangevoerde VVJ en AJP-delegatie op de stoep van Vanackere staan. Het zal niet een gezellig keuveltje worden met de minister in de wandelgangen van het parlement waarmee de freelancers het moeten doen, maar een bikkelhard gesprek waarin onmiddellijke maatregelen geëist worden.

3) De huidige wetgeving betreffende de erkenning van de journalisten en de wijze waarop ze toegepast wordt door de erkenningscommissies is zeer nadelig voor freelancers. Het is immers eigen aan het freelance werk – en voor zeer velen een absolute noodzaak om het hoofd boven water te houden – dat je een stuk algemene en gespecialiseerde berichtgeving combineert, dat je af en toe ook iets doet in de commerciële sfeer, dat je ook schrijft in bladen waar wat meer publiciteit instaat dan in de reguliere pers…

Door de veel te strenge interpretatie van die op zich al totaal voorbijgestreefde wetgeving worden vandaag een aantal zelfstandige journalisten het statuut van beroepsjournalist ontzegd, terwijl ze nochtans ‘pur sang journalist’ zijn.

Eind 2011 maakte Lieten bekend dat er in de periode 2006-2011 279 toelatingen werden verstrekt aan journalisten van de openbare omroep om te cumuleren met andere activiteiten. Op welke manier werd gecontroleerd dat de betrokken loontrekkende journalisten zich hierbij niet bezondigd hebben aan commerciële activiteiten?  

4) In navolging van de Staten-Generaal van de Media – “de grote show Kris Peeters” waarin  hij de oprichting van sectoriële werkgroepen aankondigde om onder meer de problemen van de freelancers ter sprake te brengen –  in maart 2009 in dat Antwerpen  is Lieten een jaar geleden gestart met gesprekken rond Talentmanagement.. Ik heb dit steeds als een enorme kans gezien om eindelijk werk te maken van een zelfstandigenstatuut (zie bijlage).

Ik heb Lieten herhaaldelijk – zowel in artikels in De Journalist, gesprekken met kabinetsmedewerker Tom Sierens en de minister, interventies in de Sectorraad – gepushed om eindelijk werk te maken van dat overleg dat Peeters in 2009 beloofde.  Ik heb er in die periode zelfs Peeters himself twee keer voor aan zijn oren getrokken en hem herinnerd aan zijn belofte. Het was het uitgelezen forum om de eisen van de zelfstandige journalisten naar voren te brengen zoals ze in het verleden in een petitie tot twee keer toe door 100 tot 150 freelancers. Dit is echter niet gebeurd. Nog even die petitie-eisen van de freelancers op een rijtje

a) Vergoedingen: uurloon van minimum 30 euro

De meeste zelfstandige beroepen hebben uit zelfbescherming minimumtarieven ingevoerd die moeten gerespecteerd worden wil men op hen beroep doen. Waarom is dit voor freelancers niet haalbaar? We vragen per gepubliceerd teken een minimum bedrag van 0,05 euro. Dit bedrag moet echter kunnen gecorrigeerd en aangevuld worden op basis van de duur die de journalist aan het stuk werkte.

Over  de duur – zeker als het grote stukken betreft – moeten vooraf afspraken worden gemaakt tussen redactie en freelancer. Redacties moeten hierbij de freelancer het recht gunnen evenlang te werken aan een stuk als dat van een loontrekkende journalist uit de redactie verwacht zou worden. Het uurloon moet minimaal 30 euro bedragen, een eis die al op het einde van de jaren ’90 in een petitie gesteund werd door meer dan 150 freelancers.

Voor fotografen nemen we de minimumtarieven over die de Vlaamse Vereniging voor Beeldjournalisten (zie www.vvbj.be) hanteert. Zij maken een onderscheid naargelang de oplage. Voor kranten met een oplage van minder dan 50.000 exemplaren geldt een tarief van 95,11 euro per foto. Dit stijgt tot 126,99 euro als de oplage groter is dan 400.000 exemplaren. Voor periodieke publicaties wordt niet alleen rekening gehouden met de oplage, maar ook met het formaat en de plaats van publicatie. De gevraagde tarieven schommelen tussen 92,50 euro voor een foto op ¼ bladzijde in een blad met een oplage onder de 15.000 tot 387,69 euro voor een coverfoto in een blad met een oplage van meer dan 500.000 exemplaren.

b) Een standaardaannemingsovereenkomst

Waar we ook nood aan hebben is een standaardaannemingsovereenkomst met afspraken voor de meest voorkomende problemen die freelancers thans ondervinden als ze samenwerken met een mediabedrijf. Diverse mediabedrijven leggen de freelancer die voor hen werkt een aannemingsovereenkomst voor en diverse bepalingen uit de type-aannemingsovereenkomst die we een tiental jaren terug propageerden zijn inmiddels gemeengoed geworden (cfr. opzegtermijn na verbreking van een overeenkomst) maar toch zijn er nog veel verbeteringen mogelijk. We pleiten voor een uniforme regeling voor onderstaande aspecten die door de Vlaamse overheid via een koppeling met de perssteun afdwingbaar dienen worden gemaakt.

-betalingstermijnen (binnen 15 dagen na publicatie),

-recht op betaling van een stuk dat besteld werd maar niet gepubliceerd,

-recht op betaling van het volledige stuk dat afgesproken werd indien achteraf slechts een deel gepubliceerd wordt

-de journalist heeft in principe recht op publicatie van de tekst zoals hij of zij die geschreven heeft, inhoudelijke wijzigingen enkel mits overleg met de auteur

-voor fouten door inhoudelijke wijzigingen die niet overlegd werden met de auteur is de uitgever juridisch aansprakelijk

-de naam van de journalist of zijn initialen dienen steevast te worden vermeld

-auteursrechten voor elk hergebruik van de tekst,

-opzegtermijn van minimum 2 maanden met behoud in die periode van de gemiddelde maandvergoeding, ook de journalist moet deze opzegtermijn in acht nemen als hij de overeenkomst wil verbreken

-recht op gratis vorming en materiële ondersteuning, een jaarlijks bedrag voor het volgen van een aantal uren vorming

-vergoeding voor voorstellen die de freelancer deed en achteraf door de redactie (door anderen dus dan de freelancer) uitgewerkt worden

-financiële vergoeding als freelancers getroffen worden door een herstructurering

-een degelijke regeling voor onkostenvergoeding

-recht op een permanentievergoeding indien verwacht wordt van de freelancer dat hij standby is voor opdrachten

-de organisatie van werk- en vakantiedagen gebeurt in volle onafhankelijkheid door de zelfstandige, deze kondigt wel goed op voorhand aan wanneer hij niet werkt voor de opdrachtgever

-de werkgever heeft vanzelfsprekend het recht om aan te geven op welke manier en volgens welke criteria hij berichten wenst aangeleverd te krijgen

-voor beginnende journalisten moet een goede begeleiding voorzien worden en feedback op de geleverde teksten

-vooraleer er een freelancer aan de deur gezet heeft moet zijn onmiddellijke chef op de redactie – hoofdredacteur of regioverantwoordelijke – hem een gesprek toestaan

c) Positie binnen het bedrijf

Waar wij ook al jaren voor pleiten is dat de groep zelfstandige medewerkers die voor een mediabedrijf werkt als groep erkend wordt, dat men hen een vertegenwoordiging geeft in de redactieraad, toelaat dat ze samen kunnen overleggen over hun positie tegenover het bedrijf en hierover minimaal een keer per jaar een open gesprek kunnen hebben met de bedrijfsleiding. Ook bij CAO-onderhandelingen op bedrijfsniveau moet de situatie van zelfstandigen aan bod komen. Dat is ook het geval bij CAO-onderhandelingen op federaal niveau. Zo wereldvreemd is dat niet. De huidige minimumtarieven van freelancers – die de AVBB jaarlijks bekendmaakt, maar door niemand gerespecteerd worden – zijn immers een uitvloeisel van CAO-onderhandelingen in de dagbladpers in het begin van de jaren ’90.

 Ik pleit er ook voor dat bij de onderhandelingen over collectief ontslag ook aandacht uitgaat naar de problemen die zelfstandigen hierdoor  ondervinden. Ook zij moeten in aanmerking komen voor opzegvergoedingen. Zelfstandigen die getroffen worden door deze saneringen moeten evengoed beroep kunnen op ondersteunende maatregelen zoals outplacement. Een noodfonds moet ervoor zorgen dat bij faillissement of stopzetting van de uitgave de nog niet uitgekeerde vergoedingen toch uitgevoerd worden..

d) Meldpunt voor klachten

Omdat zelfstandigen vaak geïsoleerd werken en het in een conflict met de uitgeverij vaak David tegen Goliath is pleiten wij voor de oprichting van meldpunt van klachten – een soort van bemiddelingsdienst – dat zoals de Raad voor Journalistiek of Erkenningscommissie paritair samengesteld is door mediabedrijven en journalisten.  Reeds vroeger heb ik de vraag gesteld of de Raad voor Journalistiek deze taak niet op zich zou kunnen nemen omdat schendingen van de rechten van freelancers deontologisch evenmin koosjer is.

e) Betaling in auteursrechten

Steeds meer freelancers raken in de problemen met de fiscus omdat hun werkgever (Corelio, Persgroep…) hen voor 100 procent in auteursrechten uitbetaalt en zij dit ook op die manier fiscaal hebben aangegeven. Het is overduidelijk dat fiscus dergelijke aangifte bij controle niet aanvaardt en in de praktijk de betrokkene nog eens een boete oplegt van 10 procent. Als er iemand schuld treft is het vanzelfsprekend in de eerste plaats de uitgevers die voor 100 procent in auteursrechten uitbetalen. Ook over de 30 procent vergoeding in auteursrechten waarover de VVJ met mediabedrijven een overeenkomst bereikte is er nog onduidelijkheid of dit effectief kan en aanvaard wordt door de belastingcontroleur.

Ik roep de VVJ dan ook op een open brief te sturen naar de uitgevers met de zeer dringende vraag om niet langer uit te betalen in 100 procent auteursrechten. Aan de nieuwe minister van financiën moet dringend gevraagd worden dat hij zich uitspreekt over dat akkoord betreffende de 30 procent auteursrechten.

Ik herinner aan een uitspraak van toenmalig minister van financiën Didier Reynders op 6 juli 2011 op een mondelinge vraag waarin hij herhaalt dat de wet van 16 juli 2008 waarop de uitgevers zich beroepen om in auteursrechten te betalen “geenszins tot doel heeft om de inkomsten uit bezoldiging van loon- of weddetrekkenden of uit baten van vrije beroepen, ambten of posten als auteursrecht te beschouwen”. Over de afspraak in Vlaanderen tussen journalisten en mediabedrijven om 30 procent in auteurrechten te betalen spreekt hij zich niet uit. Hij weet er niet eens van. “Dit kan alleen beoordeeld worden op basis van de overeenkomsten tussen de partijen”, aldus Reynders.

Ook in dit dossier voel ik een ongelijke behandeling van freelancers. Stel u eens voor dat de uitgevers morgen eenzijdig beslissen om loontrekkenden voor 100 procent in auteursrechten uit te betalen en de een na de andere loontrekkende zou hierdoor gepenaliseerd worden door de fiscus. Het kot zou waarschijnlijk te klein zijn, er zou overal protest oprijzen, niet in het minst van de VVJ…

Waarom kan dit ook nu niet terwijl duidelijk komt vast te staan dat steeds meer freelancers hierdoor in zwaar fiscaal onweer terecht gekomen zijn? Ik pleit er ook voor dat we juridische bijstand verlenen aan journalisten in hun dispuut met de fiscus. Er zijn verzachtende omstandigheden legio aan te voeren.
.
f) Ook zelfstandige journalisten hebben recht op aanvullend pensioen!

Het KB van 21 juli 1972 voerde een wettelijk aanvullend journalistenpensioen in. De wetgever verplichtte met dit KB werkgevers van mediabedrijven om aan de RSZ 3 procent sociale bijdrage (waarvan 1 procent ten laste van de journalist) extra te betalen voor erkende loontrekkende beroepsjournalisten. In ruil krijgen de betrokkenen na een volledige beroepsloopbaan bovenop hun wettelijk pensioen nog eens 1/3e pensioen erbij. Het systeem geld enkel voor loontrekkende journalisten, hetgeen niet te verwonderen is want in 1972 waren er slechts een handvol freelancers actief. Momenteel is echter meer dan 1 op 4 van de erkende beroepsjournalisten een zelfstandige.

Het is een vorm van discriminatie dat de directies van mediabedrijven financieel enkel bijdragen tot een aanvullend pensioen van loontrekkenden en niet tot dat van voltijds werkende erkende zelfstandige journalisten.  Ook zelfstandige journalisten moeten recht krijgen op dit aanvullend journalistenpensioen. Er is geen reden te bedenken waarom enkel loontrekkende journalisten recht zou hebben op deze extra bijdrage van de werkgevers. Gezien de bijzonder lage zelfstandigenpensioenen zou een dergelijk aanvullend systeem integendeel in de eerste plaats aan hen ten goede moeten komen.

g) Vermijden van schijnzelfstandigheid

Om schijnzelfstandigheid te voorkomen zou zoals in Frankrijk een bepaling in het arbeidsrecht ingevoerd kunnen worden waardoor op elke overeenkomst tussen een mediabedrijf en een beroepsjournalist het vermoeden rust een arbeidsovereenkomst te zijn en de betrokken werkgever moet bewijzen dat dat niet het geval is.

De federale regering in ons land besliste zopas dergelijk weerlegbaar vermoeden dat iemand werknemer is te beperken tot drie risicosecotren: de bouw-, transport- en bewakingssector. Voor deze sectoren worden 9 extra criteria ingevoerd vooraleer iemand als zelfstandig medewerker kan worden beschouwd. In de overige sectoren wordt de beoordeling beperkt tot vier criteria: de wil van de partijen, de vrijheid van arbeid, de vrijheid van arbeidstijd en de hiërarchische controle. Men kan zich afvragen waarom ook de mediasector hier niet onder de stricte regeling valt. Iedereen weet toch dat misbruiken op vlak van schijnzelfstandigheid ook hier schering en inslag zijn.

h) Fiscaal

Op fiscaal vlak zijn nog verbeteringen mogelijk zoals onderhandelingen met de fiscus over de invoering van forfaitaire beroepskost zoals in de landbouw het geval is. Dit zou de rechtszekerheid van de freelance journalisten op fiscaal vlak sterk verbeteren. Een andere mogelijkheid betreft de spreiding van inkomsten over verschillende jaren zodat men niet plots heel zwaar belast wordt (en hoge sociale bijdragen drie jaar later) op basis van één goed jaar.

f) Versoepeling erkenningsvoorwaarden

De wettelijke regeling met betrekking tot het professioneel combinatieverbod als erkenningsvoorwaarde voor beroepsjournalisten dient versoepeld en loontrekkenden en zelfstandigen dienen op dezelfde manier behandeld door de erkenningscommissie. Ook tijdens de voorbije erkenningsronde waren er veel klachten van zelfstandige journalisten die meer dan voltijds en volwaardig met hun beroep bezig zijn maar afgewezen worden omwille van redenen zoals beperkte commerciële activiteiten of gedeeltelijk werkzaam voor bladen die niet gericht zijn op algemene berichtgeving.

In haar nota “De wet van 1963. Aanpassen of elimineren” van januari 2010 wijst Ann Driessen, lid van de erkenningscommissie in eerste aanleg, erop “dat freelance journalisten door de erkenningscommissie veel harder op de rooster worden gelegd dan vaste krachten. “De eersten moeten ALLES uit de doeken doen, de tweede groep is er vanaf met een contract en een verklaring van een werkgever. Of hij buiten zijn vaste baan commerciële activiteiten ontplooit, die soms evenveel of meer opbrengen dan zijn hoofdberoep, wort hem/haar gewoon NIET/NOOIT gevraagd terwijl elk (betwist of niet) honorarium van een freelancer onder de loepe wordt genomen. De soms primerende voorwaarde van de erkenning van freelancers – een minimuminkomen halen uit journalistieke activiteiten – door een orgaan waarin journalisten en uitgevers zetelen en beslissen heeft soms iets wrang als sinds jaar en dag een aantal journalisten ondermaatse tarieven betalen voor journalistiek werk”, aldus Driessen.

Er moet meer dan ooit dringend werk gemaakt worden van een wettelijke herziening van die erkenningsregeling betreffende de commerciële activiteiten. De wet van 1963 op de bescherming van de beroepsjournalist is helemaal verouderd als het gaat om het opleggen van een verbod aan journalisten “om handel te drijven of op reclame gerichte werkzaamheden uit te oefenen”. Journalisten moeten natuurlijk onafhankelijk zijn als ze schrijven en ook naar buiten uit niet aanleiding tot een sterk vermoeden dat het anders is. Iemand die in loondienst is van de automobielindustrie kan natuurlijk geen onafhankelijk journalist zijn als hij schrijft over een nieuw voertuig. De freelancer die ook een tijdschrift van een autoproducent kan evenmin in aanmerking komen voor erkenning als journalist als hij of zij voor algemene media wil schrijven over auto’s.

Commerciële activiteiten zijn voor een aantal freelancers in bepaalde periodes noodzakelijk om financieel te kunnen overleven. “Een loodgieter die een tijd geen werk heeft en tijdelijk wat gaat timmeren om in leven te blijven, blijft een loodgieter . Ook toen ik gedwongen werd om even te gaan timmeren, bleef ik journalist in hart en nieren.”, aldus een freelancer in een mail die hij ons stuurde.  Commerciële activiteiten moeten in de toekomst nog kunnen ingebracht worden als argument om de erkenning te weigeren als ze de onafhankelijkheid van de journalist in het gedrang brengen. Ook hier is juridische bijstand voor wie niet-erkend is aangewezen.

g) Recht op vorming

Freelancers hebben evengoed als loontrekkende journalisten recht op vorming en begeleiding. Op initiatief van Lieten is de Media-academie opgestart waaraan de vier koepelorganisaties van de geschreven pers (Vlaamse Dagbladpers, Periodical Press, Unie Katholieke Periodieke Pers en Unie van de Periodieke Pers). Het project zal uitgebreid worden naar de audiovisuele sector. De opleidingsprojecten staan ook gratis open voor freelancers, maar in tegenstelling tot loontrekkenden die deze opleidingen binnen hun uren kunnen volgen is er nog geen financiële compensatie voorzien voor freelancers. Van dit laatste moet werk gemaakt worden willen we echt dat ook freelancers zich bijscholen.

h)  Innovatie

Vlaams Mediaminister Ingrid Lieten heeft recent het Media Innovatie Centrum (MIX) gelanceerd, een expertisecentrum rond media-innovatie ”dat de ontwikkeling van het fundamenteel onderzoek op de voet volgt en dit samen met de Vlaamse mediasector vertaalt in concrete, realiseerbare en pre-competitieve innovatieprojecten”.

bij de VMMA zijn sporen verdiende in de afdeling Digitale Media.  Het MIX wil samen met mediabedrijven, die hierin financieel bijdragen, studies opstarten rond innovatieve digitale projecten. Uit een eerste bevraging onder mediabedrijven zijn reeds een aantal mogelijke onderwerpen opgedoken zoals meten van digitale consumptie, een gemeenschappelijk betaalsysteem voor onlineberichtgeving…

Het is belangrijk dat in het kader van het MIX ook projecten onderzocht worden die journalisten – en ook freelancers – ten goede komen. In navolging van Ides Debruyne van het Fond Pascal Decroos pleiten wij voor projecten op vlak van data-analyse. Hij stelde ook het project “MediaFair” voor; een soort marktplaats waar journalisten stukken – ook uit hun archieven – kunnen verkopen aan een breed publiek. Het is echter ook bedoeld als ontmoetingsplaats met het publiek waar opdrachten kunnen gegeven worden en hiervoor geld ingezameld”.

i) Vraag naar solidariteit

Om iets te kunnen bereiken is er ook meer solidariteit nodig in het wereldje van de journalisten, meer solidariteit tussen freelance journalisten, maar ook van loontrekkenden met freelancers.

Slotconclusie

Het is zoals gezegd in freelance-land zeker niet allemaal kommer en kwel, maar het is heden ten dage toch een hele prestatie dat iemand het als freelancer lang uitzingt. Ik heb hier de afgelopen decennia hier in Leuven veel mensen weten beginnen die nu al lang in een ander beroep actief zijn of maar wat blij waren dat ze binnen hun mediabedrijf loontrekkend aan de slag konden gaan.

De voortdurende verlaging van tarieven bij de kranten en andere mediabedrijven zowel voor schrijvende pers als voor fotografen is wraakroepend. Ivan weet het allemaal want hij pakt tijdens lezingen uit met wansmakelijk cijfermateriaal hierover. Maar wat doet de VVJ eraan? Is er bijvoorbeeld al één keer contact opgenomen met onze VVJ-vertegenwoordigers in Corelio om hen te wijzen welke wraakroepende tarieven Het Nieuwsblad hanteert voor zijn lokale freelance medewerkers.

Moest er ooit een loontrekkende aan dergelijke tarieven moeten werken er zou binnen de 5’ een door Marc Van De Looverbosch aangevoerde delegatie op de stoep staan van het betrokken mediabedrijf, de bevoegde minister, de arbeidsrechtbank… De sterke daling van het aantal erkende zelfstandige beroepsjournalisten – tijdens de rvb van 13/12 stelde Pol dat het aantal beroepsjournalisten duidelijk gedaald was en het aandeel van de freelancers binnen deze afnemende groep zelfs van 24 tot 19 procent was afgenomen – verbaast mij dus niets.

De VVJ doet natuurlijk ook goeie dingen voor de zelfstandigen. Ik wijs hierbij in de eerste plaats op de goede begeleiding en advies die Ivan De Clerck aanbiedt. Ik heb in de afgelopen jaren heel wat zelfstandigen met problemen naar hem doorgestuurd en ik heb er alleen maar positieve dingen over gehoord. Het vademecum voor zelfstandigen zit prima in mekaar en wordt jaar na jaar knap geactualiseerd.

Ik wil afsluiten met wat suggesties voor de wijze waarop de VVJ in de toekomst met zelfstandige journalisten omgaat.

-Verander uw idee over zelfstandigen. In de 15 jaar rvb heb ik het talloze keren meegemaakt dat loontrekkenden vonden dat freelancers toch niet moesten beginnen met het opeisen van rechten van loontrekkenden. Het ging dan bijvoorbeeld over opzegvergoedingen. In tal van andere vrije beroepen bestaat er hiervoor echter wel degelijk een afdoende en logische regeling. Dat is zeker het geval voor de tarieven. Ik heb echter het sterke vermoeden dat bij een aantal van de vroegere en huidige collega’s in de rvb het idee leeft dat een vorm van “wild west” nu eenmaal bij het zelfstandigenbestaan hoort.

-Er zitten nu reeds enkele freelancers in de rvb en er komen ongetwijfeld in de toekomst nieuwe mensen aan om de belangen van zelfstandigen te verdedigen. Please betrek ze heel actief bij het beleid dat u voert ten aanzien van zelfstandigen. Raadpleeg hen over de standpunten die U inneemt want het zijn zij die weten wat het is dag in dag uit in onzekere omstandigheden te moeten functioneren. Moest ik veel jonger zijn zou ik ongetwijfeld werk maken van een aparte vereniging (een VVJ-afdeling) voor zelfstandige journalisten.

-Besef please dat de actuele situatie van zelfstandigen in Vlaanderen dramatisch is. Als ik voor De Journalist een hele bladzijde volschrijf voor 150 euro is dat ok omdat het schrijven voor de VVJ vanzelfsprekend ook een stuk idealisme inhoudt. Het is echter niet normaal dat dergelijke tarieven in feite de norm zijn in de hele pers. Met dergelijke tarieven moet een journalist zeer veel schrijven om rond te kunnen komen, wat vanzelfsprekend niet steeds de kwaliteit van het werk ten goede komt. .

Hoogachtend,

Luc Vanheerentals

Afscheidnemend lid van de raad van bestuur van de VVJ

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!