Emissiehandel op een kruispunt
Opinie, Nieuws, Europa, Milieu, Klimaat, Emissiehandel -

Emissiehandel op een kruispunt

Het Europese emissiehandelssysteem is al een tijdje in een diepe crisis. Afgelopen dinsdag bezorgde het Europees parlement het een extra uppercut. Ter stemming lag een voorstel om de veiling van een deel van de emissierechten uit te stellen. Het gevolg daarvan zou zijn dat er op korte termijn minder emissierechten in circulatie zouden komen, waardoor de prijs ervan, die nu historisch laag is, opnieuw zou stijgen.

zaterdag 20 april 2013 19:47

334 vooral conservatieve Europese parlementsleden stemden tegen de hervorming, 315 stemden voor. Nochtans is dit geen simpel links/rechts of groen/bruin verhaal. Energie-intensieve industrieën lobbyden massaal tegen de hervorming, maar heel wat bedrijven en banken pleiten voor: met het emissiehandelssysteem valt immers winst te maken, en dus moet het gered worden.

Binnen de milieubeweging zijn er heel wat ngo’s die op zich niet zo warm lopen voor emissiehandel, maar ervoor kiezen om te roeien met de riemen die er zijn. Zij ijveren voor hervormingen om de grootste aberraties van het systeem weg te werken.

Tegelijk pleiten echter steeds meer sociale en milieu-organisaties voor de eenvoudige afschaffing ervan. “Het is tijd om het Europese Emissiehandelsysteem op te heffen”, luidt de titel van een recente oproep van meer dan 90 ngo’s (http://scrap-the-euets.makenoise.org/).

Mochten wij zelf in het Europees parlement hebben gezeteld, zouden we natuurlijk voor het hervormingsvoorstel hebben gestemd. Op zich is het zinvol om het aantal emissierechten in het systeem te verminderen. Maar anderzijds delen we niet de zwaarmoedige stemming van veel groenen over de mislukking van de hervorming. Misschien is het tijd om van de nood een deugd te maken? Fundamenteel deugt het emissiehandelssysteem niet, en dus is dit misschien de kans om het debat opnieuw open te trekken en na te denken over alternatieven?

Er zijn principiële bezwaren tegen emissiehandel en pragmatische kritieken, die vooral te maken hebben met hoe het systeem in de praktijk werd geïmplementeerd. Enkele kritieken op een rijtje:

  • Het emissiehandelsysteem van Kyoto is te weinig ambitieus. De reductiedoelstellingen zijn te laag, en ze gaan te traag naar beneden om verdere klimaatverandering tegen te gaan.
  • De prijs van emissierechten is te laag om een echt effect te hebben. Doordat er teveel emissierechten werden verdeeld, is de prijs snel gekelderd. Toen het emissiehandelssysteem werd gelanceerd in 2005, bedroeg de prijs van een ton CO2-uitstoot 30 euro. In 2012 bedroeg de gemiddelde prijs per emissierecht nog 5,82 euro. Voor een CDM-krediet (Clean Development Mechanism) was dat nog een pak minder (2,54 euro in 2012). Economisten menen nochtans dat de prijs zo’n 50 euro moet bedragen om bedrijven ertoe aan te zetten reële veranderingen door te voeren.
  • Anderzijds mag de prijs ook niet te hoog zijn, want dan dreigt een sociale catastrofe. Yvo de Boer, het voormalige hoofd van de VN-klimaatconventie, pleitte enkele maanden terug voor een prijs van 150 euro per ton CO2. Dat is de prijs die nodig is als we verdere klimaatverandering willen tegengaan. Zo’n prijs betekent echter een ernstige economische schok, waarvan in de huidige context vooral de gewone bevolking het gelag zal betalen. De conclusie is dat het niet zo evident is om de transitie te realiseren via marktmechanismen of via de correctie van marktprijzen.
  • De zogenaamde ‘cap’ (Common Agricultural Policy) is geen echt plafond. Emissiehandel wordt vaak verdedigd vanuit de gedachte dat het een‘cap-and-trade’ systeem is, en in vergelijking met een koolstoftaks, het voordeel zou hebben dat er een uitstootplafond (‘cap’) wordt opgelegd. Het probleem is dat die cap in het emissiehandelsysteem niet sluitend is. Via het CDM worden er namelijk voortdurend extra emissiekredieten in het systeem gebracht.
  • In het emissiehandelsysteem wordt elke vorm van uitstoot aan elkaar gelijk gesteld. Daardoor worden emissies van hun maatschappelijk karakter ontdaan. Zo kan je bijvoorbeeld CDM-kredieten verwerven door te investeren in een windmolenpark, maar ook door een nieuwe steenkoolcentrale te bouwen (die iets efficiënter is dan gangbaar). Zelfs als de toekomstige uitstoot die door beide projecten vermeden wordt in principe gelijk is, gaat het maatschappelijk gezien om totaal verschillende zaken. De bouw van windmolens is een stapje in de richting van een koolstofarme maatschappij, terwijl nieuwe steenkoolcentrales ons verder vast zetten in een maatschappijmodel dat gebaseerd is op fossiele brandstoffen.
  • Emissiehandel gaat uit van een ‘fictieve toekomstige uitstoot’. Je kan CDM-kredieten verwerven door te investeren in projecten waarvan wordt aangenomen dat ze zonder het CDM niet zouden hebben plaatsgevonden. Deze inschatting blijkt echter vaak fout te zijn. Eén tot twee derde van de CDM-projecten vertegenwoordigen daarom geen echte emissiereducties.[1]
  • Emissiehandel veroorzaakt nieuw sociaal onrecht. Meer dan eens gaan CDM-projecten gepaard met mensenrechtenschendingen, gedwongen verplaatsingen, lokale vernietiging van biodiversiteit enzovoort. Elektriciteitsbedrijven bij ons rekenen de prijs van de (gratis verkregen!) emissierechten intussen door aan de consument. In de eerste fase van het Europese emissiehandelsysteem is de elektriciteitsprijs hierdoor met 10 tot 20 euro per megawattuur gestegen. De gewone consument betaalt de rekening.
  • Emissiehandel genereert gemakkelijke winst, en nieuwe vormen van speculatie. Daarbij opent het de deur voor een heel nieuw terrein van financiële spitstechnologie, inclusief het gebruik van ingewikkelde derivaten. Doordat het emissiehandelsysteem momenteel in crisis is, is de speculatie ermee ook sterk verminderd, toch waarschuwen sommigen dat emissiehandel wel eens de nieuwe subprime zou kunnen worden (subprime lending is geld lenen aan mensen/organisaties met afbetalingsmoeilijkheden).
  • Emissiehandel gaat er voor een groot deel om een nieuw wingewest te vinden voor het surplus aan kapitaal dat momenteel op zoek is naar winstgevende opportuniteiten. De beste remedie voor het kapitalisme om een economische crisis tegen te gaan, bestaat erin nieuwe markten te creëren. Emissiehandel is een uistekende kandidaat. Of dat systeem ook de klimaatcrisis tegengaat, is een heel andere vraag.
  • Emissiehandel is een manier om tijd te winnen, in plaats van te veranderen wat er echt moet veranderen. Offsetting-projecten laten immers toe de bestaande installaties op basis van fossiele brandstoffen verder te laten draaien, terwijl men zijn uitstoot zogezegd compenseert door projecten in het globale Zuiden op te zetten.
  • Het emissiehandelsysteem heeft tot nu toe nauwelijks of niets bijgedragen aan de strijd tegen de klimaatverandering. Als er in Europa toch een stabilisatie of lichte daling van de uitstoot heeft plaats gevonden, dan is dat vooral ‘te danken aan’ de economische crisis, en aan de delokalisatie van de zware industrie naar lageloonlanden.[2]
  • Emissiehandel promoot valse oplossingen. Grootschalige damprojecten, agrobrandstoffen en plantages worden voorgesteld als stappen in de richting van duurzaamheid.
  • Emissiehandel staat echte oplossingen in de weg. Door de aard van het emissiehandelsysteem wordt het immers moeilijk om bovenop dat systeem nog andere vormen van regulatie op te leggen aan bedrijven. In dat geval zouden de emissies immers te sterk dalen, waardoor de prijs keldert en het hele systeem op de helling komt te staan.
  • Emissiehandel heeft een logica geïnstalleerd die steeds verder gaat en steeds absurdere proporties aanneemt. Denk bijvoorbeeld aan de handel in biodiversiteitsrechten, in rechten op toegang tot proper water, in vervuilingsrechten, of breder, de handel in ecosysteemdiensten. De natuur wordt hierdoor steeds verder geprivatiseerd en tot koopwaar gemaakt. Tezelfdertijd opent dit nieuwe terreinen voor speculatie.
  • Emissiehandel leidt ertoe dat de markt dieper dan ooit ingrijpt in de natuur. Via het CDM (en mogelijk via REDD ofte Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation, indien dit in het emissiehandelssysteem zou worden geïntegreerd), kan je bijvoorbeeld emissiekredieten verwerven door plantages aan te leggen. Dit is niet alleen vaak een erg arme vorm van natuur, ook wordt de natuur hierdoor meer dan ooit gekapitaliseerd. Natuur wordt ‘geproduceerd’ in functie van onze behoeften, en mee onderhevig aan de economische logica, die periodes van hoog- en laagconjunctuur kent, en momenten van crisis. De gevolgen hiervan zijn vooralsnog ongekend, maar lijken niet veel goeds te beloven.
  • Het is interessant om te zien wie er recent allemaal aan het lobbyen is geslagen om het emissiehandelsysteem te redden. Bedrijven zoals Shell, Statoil, E.On, EDF, GDF-Suez en Unilever, maar ook banken en financiële instellingen zijn erg actief op dat front.[3] Dat hoeft op zich niet te verbazen. Zij maken winst met de koop en verkoop van emissierechten en allerlei afgeleide producten. Bovendien is het emissiehandelssysteem eigenlijk een soort van subsidie aan tal van grote bedrijven. Bedrijven krijgen gratis (en teveel) emissierechten, en indien er toch een meerkost is, rekenen ze die gewoon door aan de consument. Op die manier konden bedrijven tussen 2005 en 2008 bijvoorbeeld tot 14 miljard euro extra winst maken.[4]

Conclusie

Na acht jaar is het tijd om de balans op te maken van het emissiehandelsysteem, en die oogt niet zo fraai. Als we voor een effectieve en sociaal rechtvaardige klimaatpolitiek willen gaan, zullen we het over een andere boeg moeten gooien. Daarom pleiten we voor een fundamenteel andere klimaatpolitiek. Het is natuurlijk nobel om op korte termijn te proberen een aantal wijzigingen aan te brengen aan het bestaande emissiehandelsysteem om op die manier de ergste aspecten ervan tegen te gaan (‘damage control’): afschaffing van koolstofcompensatie (CDM), verbod op speculatie en complexe afgeleide producten, een beperking van de verhandelbaarheid van emissierechten (door bijvoorbeeld een plafond te stellen aan het aantal emissierechten dat verhandeld kan worden), scherper toezicht en controle door de overheid op het doorrekenen van de (al dan niet fictieve) kosten van emissierechten aan de consument, het veilen van de emissierechten, het gebruik van de opbrengst voor sociaal-ecologische doelen, enzovoort. Al deze voorstellen kunnen helpen om het ‘trade’ karakter van het systeem te verminderen, en de ‘cap’ te versterken. Op die manier kunnen we stap per stap een aantal parameters van het systeem veranderen, tot we in een andere beleidslogica terecht komen. In laatste instantie moeten we eigenlijk van dit soort uiterst neoliberale systemen af geraken. Ze gaan het klimaat niet redden, en zeker niet op een manier die sociaal rechtvaardig is.

 Anneleen Kennis en Matthias Lievens, zijn auteurs van ‘De mythe van de groene economie‘ 

1 John Vidal, ‘Billions wasted on UN climate programme’, The Guardian, 26 mei 2008.

2 European Environmental Agency (2011) Greenhouse gas emission trends and projections in Europe 2011: Tracking progress towards Kyoto and 2020 targets, Copenhagen: EEA, p.37, www.eea.europa.eu/publications/ghg-trends-and-projections-2011.

3 Ze ondertekenden mee een oproep om het systeem te redden: http://www.redd-monitor.org/wordpress/wp-content/uploads/2013/02/Statement_on_ETS_legal_amendment_14-Feb-2013_from_30_companies_and_associations_-_English__FINAL.pdf

4 Bruyn, S. et al. (2010) Does the energy intensive industry obtain windfall profits through the EU ETS? CE Delft, www.ce.nl/publicatie/does_the_energy_intensive_industry_obtain_ windfall_profits_through_the_eu_ets/1038

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!