Processie naar aanleiding van de 50ste verjaardag van het Tweede Vaticaans Concilie op 11 oktober 2012 (foto: Mazur/catholicnews.org.uk).
Opinie, Nieuws, Wereld, Samenleving, Religie, Rooms-katholieke kerk, Tweede Vaticaans Concilie, Joseph Ratzinger -

Tweede Vaticaans Concilie: (g)een maat voor niets?

'Aggiornamento'. Dat beloftevolle woord wilde aangeven wat het Tweede Vaticaans Concilie (11 oktober 1962 tot 8 december 1965) beoogde: het bij de dag of bij de tijd brengen van het als volledig vermolmd en gescleroseerd beschouwd rooms kerkinstituut. In katholieke milieus waren de verwachtingen hoog gespannen: er zouden eindelijk andere kerkelijke tijden komen. 50 jaar later stellen we vast dat er niets van terechtgekomen is. Of toch wel? Een analyse.

dinsdag 16 april 2013 15:25

Reeds in de aanloop naar het concilie liep het grondig fout, toen aan de oerconservatieve curiekardinalen (het bestuursorgaan van de roomse Kerk) de opdracht werd gegeven de voorbereidende teksten te schrijven. Maar het merendeel van de aanwezige bisschoppen, gesteund door eminente progressieve theologen (zoals Schillebeeckx, Congar, Rahner, Küng, enz.), verwezen die teksten naar de prullenmand. Nieuwe teksten werden geproduceerd en uiteindelijk goedgekeurd. Maar niet unaniem.

Een maat voor niets?

Het curiale machtscentrum van de Kerk bleef bestaan en het zou er alles aan doen om de toepassing van de eerder progressieve besluiten van het concilie te boycotten. En zo geschiedde. Hoe is dit kunnen gebeuren? Er zijn daarvoor heel wat oorzaken te bedenken. Ik vermeld er een paar:

(1) Ten gronde is niets gedaan om het conservatieve machtsblok, dat de Curie heet, grondig te hervomen.

(2) De goedgekeurde teksten, die in tegenstelling tot vroegere Vaticaanse documenten, getuigden van een veel grotere openheid, bleken uiteindelijk toch voor zoveel interpretaties vatbaar, dat zowel conservatieven als progressieven er tot op de dag van vandaag argumenten in vinden om hun theologische en ideologische posities te handhaven en te versterken.

Zowel de afgetreden, conservatieve paus Ratzinger, als de progressieve theoloog Hans Küng, verwijzen naar hetzelfde concilie, waaraan ze zeggen trouw te willen zijn. Kortom: de klad zat er reeds in, van bij het begin.

(3) De roomse Kerk is er op geen enkel moment in geslaagd om de democratische verzuchtingen van grote delen van het kerkvolk te herkennen en te waarderen. Op korte termijn werd het autocratisch systeem, dat het concilie achter zich had gelaten, in ere hersteld.

Het concilie had nochtans de Kerk gedefinieerd als “het Volk van God onderweg, dat een licht zou moeten zijn voor de volkeren op weg naar bevrijding”. Zo stond het geschreven in de twee voornaamste conciliedocumenten: Lumen Gentium (Licht voor de Volkeren) en Gaudium et Spes (Vreugde en Hoop).

Maar heel snel na het concilie werd in de cenakels van de macht het conciliaire licht gedoofd en kwam er voor veel katholieken een einde aan de hoop op een nieuw en ander gezicht van de Kerk, waardoor de vreugde veranderde in droefenis en frustratie. Velen zeiden – in navolging van de Vlaamse auteur Gerard Walschap – “Salut en merci”. En ze gingen eigen bevrijdende wegen.

(4) Vele jaren na het concilie hoorde ik Schillebeeckx in een interview zeggen, dat hij het concilie zelf verkeerd had ingeschat. Toen eindelijk de roomse Kerk ertoe was gekomen om de moderne wereld in de armen te sluiten, na zovele decennia van verwerping van diezelfde moderne wereld, was die wereld reeds in een enorme crisis terechtgekomen.

Om het met een boutade te zeggen: “Toen de kerk de nodige stappen zette om thuis te komen in de moderniteit (schuchtere aanvaarding van de secularisatie en de maakbaarheid van de wereld, van de vrijheid van godsdienst en de principiële gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen, enz…), leek de moderniteit zelf niet meer thuis te zijn, want ze was volop aan het vervellen in de richting van een postmoderne wereldervaring.”

“Deze laatste is gekenmerkt door een crisis van de zogenaamde grote verhalen (christendom, socialisme, enz…), door een crisis van het geloof in de maakbaarheid van de wereld, geconfronteerd als we worden met bijvoorbeeld het probleem van de armoede, dat maar niet opgelost lijkt te kunnen worden.”

“Dit bevestigt wat de onlangs overleden aartsbisschop van Milaan, kardinaal Martini, kort voor zijn dood verklaarde: “De katholieke Kerk loopt 200 jaar achterop.”

Bij wijze van voorbeeld: van euforie naar schaamte

Reeds tijdens het concilie had de toenmalige paus Paulus VI – gedreven door angst voor de vrijheid en beïnvloed door de conservatieven – besloten de open discussie over het gebruik van artificiële voorbehoedsmiddelen (het condoom, de pil, enz…) te verbieden.

Volledig aan het concilie voorbij, verscheen dan in augustus 1968 de berucht geworden pauselijke encycliek Humanae Vitae, waarin het gebruik van kunstmatige anticonceptiva werd verboden, op straffe van zware zonde.

Deze encycliek van Paulus VI is een pijnlijk keerpunt geworden in de aanvaarding van het kerkelijk gezag door katholieke gelovigen. Door deze encycliek heeft dat kerkelijk gezag bijna alle geloofwaardigheid verloren. Want wie als paus zijn gebrek aan menselijke en redelijke argumentaties wil compenseren door een ongepast beroep te doen op de Heilige Geest, verspeelt zijn gezag.

Hoe pijnlijk deze encycliek ook is geweest en hoe funest hij nog steeds is in landen van het Zuiden, waar de kerkelijke autoriteit nog bijna onaangetast is gebleven, toch heeft dit pauselijk schrijven gewerkt als een bevrijdende katalysator. Deze encycliek legt ook de hypocrisie bloot van een clerikaal en mannelijk, celibatair kerkelijk ambt.

Enerzijds ontzegt deze kerk gehuwden en geliefden het recht om zelf in geweten te beslissen over hoe ze aan hun seksualiteit gestalte geven. Anderzijds heeft datzelfde clerikale ambt niet kunnen voorkomen dat uitgerekend bij moraliserende priesters en mannelijke religieuzen het seksueel misbruik van kinderen welig heeft kunnen tieren.

Kortom: ook de vrijmoedigheid van slachtoffers van dat misbruik om niet meer te zwijgen is een pijnlijke, maar toch verre uitloper van hetzelfde concilie, dat al bij al toch geen maat voor niets is geweest. En met die positieve noot wil ik deze bijdrage afronden.

Geen maat voor niets

Ik wil dus niet de conclusie trekken dat het Tweede Vaticaans Concilie enkel een maat voor niets zou zijn geweest.

Dit concilie heeft binnen de katholieke Kerk een beweging in gang gezet, die niet meer te stuiten valt en die zelfs een heel grote impact heeft gehad op de ruimere samenleving. Journalist Walter Pauli heeft zelfs geschreven dat de politieke, economische en religieuze emancipatiebewegingen van het mythische jaar 1968 ondenkbaar zouden zijn geweest zonder de beweging, die binnen dat vermolmde kerkinstituut enige jaren tevoren op gang was gekomen.

Uit dat concilie is de bevrijdingstheologie voortgekomen, die zich, ondanks alle tegenwerking, toch heeft weten door te zetten tot op de dag van vandaag.

Dankzij het concilie heeft ook de oecumenische beweging aan de basis een niet meer te stoppen elan gekregen. Aan de basis van de Kerken komen mensen van velerlei christelijke denominaties bij elkaar om in leerhuizen de Bijbel te lezen, om samen te vieren rond Woord, Brood en Wijn, om zich samen in te zetten voor een meer rechtvaardige wereld.

Dankzij het vrijheidsverhaal, dat op het concilie ooit heeft geklonken, nemen katholieke vrouwen het woord en eisen ze vanuit een evangelische vrijmoedigheid hun gerechtvaardigde en gelijkwaardige plek op in de kerk.

Het concilie heeft ook een einde gemaakt aan de diabolisering van het Jodendom en heeft zo een impuls gegeven aan de erkenning van de Joodse wortels van de christelijke traditie.

Of paus Franciscus erin zal slagen de Curie te hervomen en een nieuwe wind te laten waaien, valt af te wachten. De tegenstand zal groot zijn.

Paul De Witte

Paul De Witte is medewerker bij de Denkgroep MaatschappijKritische Christenen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!