Interview, Nieuws, België, Europa, Gent, Roma, Discriminatie, Immigratie, Stigmatisering, Elias hemelsoet -

Elias Hemelsoet: “Politici versterken door hun aanpak juist de vooroordelen over Roma”

Elias Hemelsoet (UGent) doet onderzoek naar de Roma en is ook ondervoorzitter van vzw Opre Roma, een vereniging die zich inzet voor het welzijn van Roma in Gent. In zijn boek ‘Roma in het Gentse onderwijs: een verhaal apart?’ beschrijft hij de structurele problemen waarmee deze gestigmatiseerde groep in Vlaanderen te kampen heeft. "Als we willen dat onze samenleving betekenisvol wordt voor de Roma, moeten we met hen in dialoog treden", vindt Hemelsoet.

dinsdag 16 april 2013 14:45

Wie het woord ‘Roma’ hoort, denkt vaak spontaan aan illegale campings, grote gezinnen en marginaliteit – als de connotaties niet nog negatiever zijn. Nochtans zouden deze mensen ook op een andere manier in beeld gebracht kunnen worden.

Op 8 april, de Internationale Dag van de Roma, organiseerden de Roma samen met Amnesty International een protestactie voor het Europees parlement. Met deze actie eisten ze van de beleidsmakers dat zij optreden tegen de vele schendingen van mensenrechten binnen de Europese Unie – denk maar aan de gedwongen sterilisaties van naar schatting duizenden Roma-vrouwen in Tsjechië sinds de jaren 70.

Helaas hebben de Roma het ook in Vlaanderen anno 2013 zwaar te verduren. De politiek spreekt dikwijls harde taal en geeft te kennen dat ze hier niet welkom zijn. Buurtbewoners zien hen als de zondebok voor alle overlast. Zijn het alleen maar onruststokende zigeuners of schuilt er meer achter? DeWereldMorgen.be ging te rade bij Roma-expert Elias Hemelsoet.

Allereerst: iedereen neemt het woord ‘Roma’ in de mond, maar in uw boek maakt u onder meer duidelijk dat het niet om een homogene groep gaat.

“Dat klopt. De onderlinge verschillen tussen de verscheidene Roma-groeperingen zijn zo groot dat het onmogelijk is om ze over dezelfde kam te scheren. Er bestaan eigenlijk weinig gemeenschappelijke kenmerken die op alle Roma slaan. Om een voorbeeld te geven: het verschil in hun dialect is vaak zo groot dat de groepen onderling soms moeilijk met elkaar kunnen communiceren.”

Welke nationaliteit hebben de Roma die naar Vlaanderen komen?

“Dat verschilt ook weer van streek tot streek. Gentse Roma komen oorspronkelijk uit Slovakije en Bulgarije, met daarnaast een klein groepje Roemenen. In Antwerpen zien we vooral mensen uit de ex-Joegoslavische landen met een grote concentratie uit Kosovo. In Brussel is het merendeel van Roemeense afkomst.”

“Ook hun overlevingsstrategie is erg verschillend. De Roemeense Roma bijvoorbeeld willen meestal niet blijven. Hun strategie bestaat voornamelijk uit bedelen. Het geld dat ze daarmee verdienen sturen ze naar het thuisfront om op die manier hun kinderen een betere toekomst te geven.”

“Slovaken komen dan weer met hun hele gezin – van soms tien kinderen of meer – naar hier. Zij hebben wel de intentie om hier een nieuw leven op te bouwen. Alleen leven ze in hele armoedige omstandigheden waardoor het heel moeilijk is om werk of onderdak te vinden.”

“Bulgaren op hun beurt zijn relatief zelfredzaam doordat ze Turks spreken en hierdoor aansluiting vinden bij de Turkse gemeenschap. Zo vinden zij wel werk en een plek om te wonen, maar vaak in hele slechte omstandigheden. Hierdoor vallen ze ten prooi aan huisjesmelkers en andere vormen van uitbuiting.”

In de media worden Roma vaak heel negatief afgeschilderd. We lezen vooral over uithuiszettingen van krakers, inbraken in buurten waar Roma verblijven, mensenhandel, prostitutie en kindbruiden.

“De media vertrekken inderdaad vanuit het problematiseren of criminaliseren van die groep. Je merkt wel een positiever perspectief op vanuit de linkse media waar de armoedige levensomstandigheden en de vele problemen omtrent huisvesting meer belicht worden. Maar ook dan worden de Roma als groep geïdentificeerd met samenlevingsproblemen. Dit werkt uiterst stigmatiserend.”

Onlangs dreigde het stadsbestuur van Gent met de uithuiszettingen van de krakers in Kasteel de Pélichy. Het gaat tragisch genoeg om enkele Roma-gezinnen met heel wat kinderen. Actievoerders stellen dat het stadsbestuur angstig is om deze problematiek op een constructieve manier aan te pakken.

“Ik vind dit een mooi voorbeeld van hoe een groep mensen geassocieerd wordt met een sociaal probleem. In Gent kampt men met een groot tekort aan woningen. Vervolgens zien we dat voornamelijk de Roma geassocieerd worden met het huisvestingsprobleem. Hoewel het probleem veel verder reikt dan dat, zijn de Roma met andere woorden een mooi excuus voor het stadsbestuur om de ontruiming van kraakpanden in gang te zetten. Men had hier veel eerder moeten ingrijpen.”

“Politici spelen vaak in op bestaande clichés over de Roma. Zelfs bij ondersteunende initiatieven bevestigt de huidige aanpak een negatieve beeldvorming en dreigt zo de vooroordelen verder te voeden. Ook daarbij is de vooronderstelling dat de Roma als groep een ‘probleem’ zijn en interventies vereisen.”

“Het beleid zou net moeten inzetten op het bestrijden van die discriminatie. Zoals het beleid nu is, heeft iedereen er belang bij om zich vast te houden aan de vooroordelen. Voor beleidsmakers is het een goed excuus om maatregelen ten aanzien van die specifieke groep te nemen. En voor die groep is het dan weer net een reden om zichzelf in een slachtofferrol te plaatsen.”

“We mogen ook niet vergeten dat wanneer deze mensen uit huis gezet worden, ze niet begeleid of opgevangen worden. Dit leidt tot schrijnende toestanden die we als maatschappij eigenlijk niet kunnen tolereren. Gezinnen komen op straat te staan, zonder toekomstperspectief. Niet hier, maar ook niet in hun land van herkomst.”

Volgens heel wat politici zal een te laks beleid alleen maar resulteren in het lokken van nog meer Roma. Waar ligt volgens u dan de grens tussen een humane behandeling en de angst voor het aanzuigeffect?

“Dat ligt heel moeilijk en lokale overheden worstelen echt met dit vraagstuk. Ze zijn dan ook heel afhankelijk van wetgevingen op andere beleidsniveaus, zoals de federale migratiewetgeving. Wat er Europees gebeurt – of niet gebeurt – speelt ook een rol. We kunnen niet verwachten dat stadsbesturen immigratie gaan reguleren, druk uitoefenen op hogere instanties kan dan weer wel.”

“Binnen de EU is er nog altijd geen bereidheid om na te denken over de intra-Europese migratie, de verschuiving van de armoede van Oost- naar West-Europa. Europa schuift nu het probleem door naar de lokale overheden. Zij zijn vaak bereid om de Roma te helpen maar het is onmogelijk om de armoede van heel Europa op te vangen.”

“De meeste Roma brengen de armoede met zich mee, wat heel bedreigend overkomt voor ons klein, welvarend landje. Het is dus begrijpelijk dat politici nerveus worden.”

Sommige mensen binnen de Roma-gemeenschap beweren dat plaatselijke stadsbesturen een ‘verdeel en heers’-tactiek hanteren. Zo zetten ze bepaalde Roma-groeperingen tegen elkaar op om verdeeldheid te creëren.

“Dat klopt, maar tot op zeker hoogte. Het gemeentebestuur in Gent voert wel vaak een discours van Roma waarbij de goed ingeburgerde mensen worden uitgespeeld tegen degenen waarbij het aanpassen wat meer moeite vergt.”

“Een aantal families worden dan naar voren geschoven als ‘niet integreerbaar’ en hoogst problematisch. Tegelijkertijd worden die zogenaamde onruststokers vaak gebruikt als motivatie of legitimatie om structurele maatregelen te nemen tegenover de hele Roma-gemeenschap.”

In uw laatste boek vermeldde u dat ons Westers onderwijssysteem moeilijk kan omspringen met culturele verschillen, zoals het niet kunnen stilzitten op een stoel of niet zwijgen in de klas. Hierdoor wordt het heel moeilijk om Roma-jongeren in een doorsnee klas in te passen.

“NGO’s klagen over de segregatie van de Roma in het onderwijs van de herkomstlanden, zoals Tsjechië en Slovakije. Maar de cijfers in Gent zijn even onrustwekkend, waar er zes keer meer Roma dan Vlaamse kinderen in het buitengewoon onderwijs zitten.” 

“Denken dat die kinderen daar allemaal thuishoren, zou helemaal racistisch zijn. Die kinderen hebben vaak beperkte of soms zelf helemaal geen schoolervaring en missen daardoor de nodige schoolse vaardigheden en attitudes en daar is ons systeem niet op voorzien.”

“Sommige Roma-kinderen kunnen niet lezen noch schrijven. Velen missen ook bepaalde sociale vaardigheden en ook motorische vaardigheden ontbreken soms, zoals het vasthouden van een balpen of het gebruiken van een schaar. Voor scholen is het niet eenvoudig om met die kinderen aan de slag te gaan. Vaak zijn er goede bedoelingen, maar ontbreekt het aan de nodige omkadering om hier gericht op in te spelen.”

“In dit systeem verval je al snel in segregatie. Je kan moeilijk kinderen van twaalf jaar op hun eigen ontwikkelingsniveau bij een kleuterklas voegen. Maar je kan ze evenmin bij leeftijdsgenoten plaatsen waar ze op geen enkele manier kunnen participeren in het klasgebeuren en voortdurend faalervaringen opdoen.”

“Je hoort vaak het pleidooi voor de ‘sociale mix’, maar dat ligt gecompliceerder dan men op het eerste zicht zou vermoeden. In de ideale samenleving is een sociale mix misschien wel wenselijk, maar de vraag is of we er zo hard op moeten inzetten. In het geval van de Roma blijken concentratiescholen net een aantal voordelen te hebben. Ze bouwen de expertise op om met de specifieke problemen van die kinderen om te gaan, zoals bijvoorbeeld het helpen met verblijfsvergunningen.”

“Voor andere Roma-gezinnen werkt het net drempelverlagend om hun kinderen naar zulke scholen te sturen. De aanwezigheid van veel andere kinderen van Roma-origine maakt de school tot een veiligere context. Door hun verleden zitten vele Roma met een wantrouwen tegenover onze instituten dus ik vrees dat we vele kinderen zullen kwijtraken als we die sociale mix forceren.”

“Er wordt heel wat verwacht van het onderwijs, terecht ook. Toch mag het geen excuus worden om problemen van oudere generaties onder de mat te vegen. Het zou echt verkeerd zijn om te denken dat de ouders een verloren generatie zijn.”

Het lijkt erop dat structurele oplossingen nog lang niet aan de orde zijn.

“Nee, maar dat kost ook tijd. In Gent doen de politici echt hun best maar een duidelijke visie ontwikkelen blijft lastig. Het gaat over hele snelle en ingrijpende veranderingen binnen onze maatschappij. Men kan niet verwachten dat er plots een structurele oplossing uit de hoed wordt getoverd. Onderliggend aan het probleem van de Roma zijn er ook andere problemen, zoals het tekort aan sociale woningen of immigratie.”

“Nu hechten we teveel belang aan wat onze verwachtingen zijn ten aanzien van de mensen die naar hier komen. We staan nooit stil bij hun verwachtingen of wensen. Onze grootste zorg op dit moment blijft het reguleren van de overlast die zulke mensen de samenleving bezorgen. Politici proberen al te vaak de Roma-thematiek te mijden en kiezen in eerste instantie voor de strategie van brandjes blussen, ingrijpen als de nood het hoogst is.”

“Als we willen dat onze instituten en onze samenleving betekenisvol worden voor de Roma, moeten we met hen in dialoog treden. Dit gaat uit van een vorm van betrokkenheid. Ik merk dat ook in mijn eigen onderzoek: mensen die zich echt betrokken tonen, maken het verschil. Het zet ons al een grote stap dichter bij een oplossing wanneer hulpverleners of vrijwilligers interesse tonen in het leven of de verwachtingen van die mensen.” 

Elias Hemelsoet is pedagoog en doet aan de UGent onderzoek naar de situatie van Roma in Vlaanderen. Hij schreef hierover het boek ‘Roma in het Gentse onderwijs: een verhaal apart?’, dat ook verkrijgbaar is in onze webshop.

take down
the paywall
steun ons nu!